Gevangen in een net van corruptie
Maandag 16 Maart
Soms is het maar goed dat je niet van te voren weet wat je te wachten staat. Wanneer ik alles van te voren had geweten, was ik nooit aan deze hachelijke reis begonnen. Aanvankelijk leek het me een betrekkelijk onschuldige trip. De opdracht luidde dit keer, ga naar Bremerhaven en laad daar twee motorjachten voor de boten tentoonstelling in Kiev.(Oekraïne).
Oké, ik geef toe dat dit wat anders is dan een pakje van Wehkamp afleveren in een nieuwe Feniks-wijk, maar zo écht gevaarlijk klonk het mij niet in de oren, ik was tenslotte al meerdere keren in Rusland geweest en ook in de Oekraïne wat de laatste keer tamelijk vlot was verlopen. Tenslotte kan je van mij zeggen wat je wil, maar niet dat ik gauw 'nee' zeg tegen een reis die toevallig wat verder gaat dan de Gross markt in Neurenberg . Die bewuste Maandag avond vertrok ik dus richting Bremerhaven en kwam die avond nog tot Wildeshausen, zo bleef er nog een klein stukje te rijden over naar Bremerhaven en dat zou ik morgen vroeg doen besloot ik.
Dinsdag 17 Maart
Het laden in Bremerhaven had nogal wat voeten in de aarde en ik was die avond pas om half elf geladen. Het T Document lag voor me klaar plus nog een gesloten envelop met bijbehorende papieren. Dit T.Document zou de boten begeleiden naar het plaatsje Spreenhagen, dat ligt even onder Berlijn, alwaar volgens mijn instructies 2 TIR carnets zouden worden opgemaakt. Deze TIR documenten zouden mij verder begeleiden tot aan het los adres, dat was zoals ik al zei de boten tentoonstelling in Kiev, daar zouden de beide boten uiteindelijk worden vrijgemaakt, De namen van de ontvangers en de contact personen in Kiev waren allemaal netjes door de planning op papier gezet en zo werd er niets aan het toeval overgelaten. Ik had mijn humeur niet laten bederven door de tegenslag en ging die avond hoewel laat, vrolijk op weg om in ieder geval nog een stukje te rijden. Mijn bedoeling was om voorbij Hamburg te komen richting Berlijn, zodat ik de volgende morgen geen last zou hebben van de drukte rondom Hamburg. De beide boten waren goed vastgezet en ik voerde de voorgeschreven verlichting, wat in dit geval betekende, breedte verlichting en zwaailichten op het dak en achter op de aanhanger. Daarom keek ik er van op, toen ik nog maar een half uurtje aan het rijden was, ik door de Polizei naar een parkeerplaats werd geloodst waar men meteen druk aan de gang ging met meetlinten, breedte en hoogte stokken. Ik moest al mijn vergunningen en auto papieren afgeven ter controle en ik kreeg sterk de indruk dat de agenten ( het waren een man en een meisje) mij hadden uitgekozen om een deel van hun saaie nacht patrouille op de autobaan te verdrijven. Ik was me van geen kwaad bewust, maar ergerde me wel aan de hautaine houding van het jonge meisje die me toesprak alsof ik op het 'kakschooltje' zat en in mijn broek had gescheten ! Maar ik ken dat soort mensen veel te goed en laat me daarom niet verleiden tot een verkeerde opmerking, want dan heb je pas écht goed de poppen aan het dansen.
Ik liep daarom maar volgzaam met ze mee en zag ze koortsachtig zoeken naar een overtreding. Ineens pakte het meisje haar telefoon en belde een collega, waarschijnlijk om wat meer zekerheid te krijgen over een beslissing die ze wilden nemen maar waar ze zelf nog niet zeker van waren of dat wel terecht was!. Kortom even later stond er nog een politie wagen met een paar zogenaamde deskundigen om mijn wagen te springen, die in hun grote wijsheid besloten dat ik niet verder mocht rijden omdat ik te lang was
ik had weliswaar een vergunning voor 22 meter en dat was ik inclusief mijn lading nog lang niet, maar mijn combinatie op zich was 19 1/2 meter vanwege de uitgeschoven triangel en dat mocht dus niet
.. inderdaad mierenneuken!! Maar dat was wel de reden dat ik door hen werd vastgezet. Ik werd naar een Raststätte begeleid en moest ze maar weer bellen als ik de goede lengte overeenkomstig de wet had, eerder mocht ik daar niet weg. Zodra mijn wagen in orde was, zouden ze komen om dat te controleren en wanneer het dan inderdaad in orde was, zou ik mijn in beslag genomen papieren weer terug krijgen en verder mogen rijden. (Prachtig beroep toch, gediplomeerde mierenneukers )
Ik ben lekker gaan slapen en zou de volgende dag wel zien hoe het verder zou gaan. Vanuit Loosdrecht kon ik zo midden in de nacht toch geen hulp verwachten dus, dacht ik wijs bij mezelf morgen weer een dag.
Woensdag 18 Maart
De volgende dag stond ik al weer vroeg naast de wagen en na een bakkie koffie in het restaurant, belde ik mijn baas om hem mijn probleem te vertellen, wat door mij zelf niet was op te lossen. Ik kon met geen mogelijkheid de combinatie korter maken aangezien de beide boten al praktisch tegen elkaar aan waren geladen (zie foto).
Ik stelde daarom voor, om een lege motorwagen langs te sturen. Deze zou de aanhanger met een ingeschoven triangel van mij over kunnen nemen en een stuk voorbij Hamburg kunnen rijden. Ik zou er dan met mijn enkele motorwagen achter aan rijden om na een respectabel aantal kilometers en ruim uit het zicht van de Politie deze weer aan te koppelen om zo mijn reis te kunnen voortzetten. Oké zo gezegd zo gedaan, er werd geregeld dat er een collega uit de buurt naar mij toe kwam en die avond reed ik dus weer met het complete spul ongeveer 150 km achter Hamburg op nieuw richting Berlijn. Dankbaar had ik afscheid genomen van mijn collega Stanley, die mij goed geholpen had bij het opnieuw vastzetten van de spanbanden, want volgens de politie moesten we de te oude spanbanden vervangen door nieuwe. Ze wilden me als leer voorbeeld stellen en laten zien hoe je zo iets moest aanpakken (wat men al niet doet om indruk te maken op je vrouwelijke collega). Maar hoe dan ook, ik ging die nacht weer verder met mijn reis, even niet gehinderd door de heren/dames van de Polizei.
Deze tegenslag had eigenlijk een signaal moeten zijn dat deze reis er wel eens één kon worden met hindernissen. Maar zoals ik dit verhaal al was begonnen, is het maar goed dat je niet alles van te voren weet want geloof mij, wanneer ik alles van te voren had geweten had ik me op deze wereld geen centimeter meer verplaatst, maar stilletjes thuis in een hoekje blijven zitten.
Die nacht reed ik door tot Spreenhagen waar ik om middernacht was en kroop tevreden mijn bed in. Ik verwachtte het laatste stukje naar de Poolse grens morgen geen moeilijkheden. Ik wenste me zelf welterusten en viel moe in slaap.
Donderdag 19 Maart
De volgende morgen de papieren naar de spediteur gebracht, die mij zei, dat het wel even kon duren. Ik had daar geen probleem mee want had zodoende mooi de tijd om een frisse douche te nemen. Het was mooi weer voor Maart en ik merkte dat mijn humeur ook weer een stuk aangenamer was geworden en kon er na de douche en een lekker bakkie koffie weer vol gas tegen aan. Na ongeveer een uurtje liep ik weer even bij de spediteur langs om poolshoogte te nemen, maar deze verontschuldigde zich en zei dat het nog wel even kon duren. De juiste papieren waren er nog niet, maar zodra deze via de fax binnen zouden komen, zouden ze de TIR carnets in orde kunnen maken, ik moest dus nog even geduld hebben. Oké, dan maar wat lezen in de cabine besloot ik. Na nog eens 2 uur wachten en informeren, kreeg ik eindelijk na nogmaals een uurtje geduld te hebben gehad mijn twee 'carnets' met de daarbij behorende envelop met de rekeningen. Die rekeningen behoren bij de papieren en zijn nodig voor de waarde van de boten, zodat deze vrij gemaakt kunnen worden en de BTW er over betaald kan worden. Deze rekeningen zijn dus heel belangrijk en zijn tot op dat moment de enige papieren die bij de boot behoren zolang deze nog niet in het land van bestemming zijn vrijgemaakt. Deze kleine uitleg even voor de leken onder u, die ik graag met duidelijkheid van dienst wil zijn. Nu was ik nog niet helemaal klaar, ik moest eerst nog met deze papieren naar de douane om het carnet geldig te maken. Daar zou ik dan een paar stempels en handtekeningen krijgen en dan pas mocht ik gaan rijden. Het douane terrein lag een kleine 10 km verder op, dus eerst daar heen gereden. Met een kwartiertje was ik er al weer weg met alle benodigde stempels en handtekeningen. De ambtenaar was nog even meegelopen om de boten en de nummers op de boten te controleren en zoals gezegd was ik niet veel later definitief op weg naar de Oekraïne. Eerst Polen nog even dwars doorrijden. Ik reed de Duits- Poolse grens over nabij het plaatsje Cottus, dat is de A 15 of de E 36. Inmiddels was het al weer een uur of acht geworden en moest ik aan de grens wachten tot de heren douane hadden gegeten voor ik een vignet kon kopen. Zelf ben ik ook maar wat gaan eten in een broeierig naar verbrand frituurvet stinkende kantine, maar niet zeuren ik zat daar tenslotte in Polen en niet in Holland. Driekwart van het eten heb ik toch maar laten staan, uit angst voor een maagperforatie wat normaal al niet zo leuk is, maar in dat soort van laten we het netjes zeggen mindere landen op het gebied van medische hulp, kan je maar beter voorkomen dat je daar in zo'n pittoresk doktors kamertje terecht komt.
Later mijn vignet gehaald, netjes rechts op mijn voorraam geplakt en zo was ik klaar om Polen in rijden. Inmiddels had ik wel gemerkt dat het behoorlijk zo niet beangstigend donker was geworden en er schoten indrukwekkende bliksem stralen door de lucht, gevolgd door de onvermijdelijke donderslagen. Het begon ineens te regenen en hagelen en er stak een storm op die zo aan mijn boten begon te rukken dat ik er bang van werd
Hier stop ik mee, de volgende parkeerplaats is voor mij besloot ik. Verschillende luxe wagens bleven uit angst midden op de snelweg stilstaan en ik moest goed uit kijken om deze niet te raken ondanks het feit dat ik langzaam reed, want door de dichte regenval en de woedende storm die de regen in grote draaiende wolken door de lucht joeg zag ik bijna niets meer. Ik ontdekte een parkeerplaats met een tankstation en veroverde daar met moeite een plaatsje, net van de snelweg af. Er stonden meerdere vrachtwagens kris kras door elkaar, maar ik was tevreden dat ik van de weg af stond. De wagen stond nog steeds te schudden in zijn tuig en de hagel sloeg tegen mijn zijruit alsof ik ergens voor moest boeten. De wagen uit gaan daar was voorlopig geen spraken van, dus dan maar uitkleden en naar bed. Morgen weer een dag en hopelijk een wat betere. Het wilde deze reis maar niet lukken, maar er moest meer gebeuren om mij gek te krijgen, ik had wel voor hetere vuren gestaan hield ik mijzelf voor vlak voordat ik in een onrustige slaap viel.
Vrijdag 20 Maart
Een stralend heldere hemel probeerde mij die volgende morgen wijs te maken dat er gisteravond niets was gebeurd en ik gaf haar gelijk want ik zou me ook schamen voor dat beesten weer van gisteravond! Aankleden, tandjes poetsen, nieuwe kaart er in en hup daar gaan we weer of dat er niets gebeurd was en wees nou eerlijk, er was toch ook nog niet écht iets ergs gebeurd
nou dan!
Zoals gezegd de E 36 af naar Wroclaw en dan gelijk door naar Katowice, verder naar Krakuw, Tarnow ,dan naar Rzeszow en vandaar naar het kleine plaatsje Jaroslaw. Vandaar moest ik binnendoor over een wat minder goede weg, maar met een beetje oppassen en regelmatig de lading controleren, was het allemaal goed te doen en zo rommelde ik dus door naar de Oekraïnse grens. Het plaatsje aan de Poolse kant heet Lubycza en aan de Oekraïnse kant ligt het plaatsje Rava Rus`ka. Het plaatsje in Polen ligt aan de E 372 en de plaats in de Oekraïne ligt aan dezelfde weg, maar daar heet hij de M 09.
Die avond dus aansluiten in de rij vrachtwagens, eerst om Polen uit te komen en daarna om de Oekraïne in te komen.
Deze grensplaatsen werken 24 uur door in drie ploegen van ieder 8 uur. De Poolse grens was geen probleem, mijn TIR carnets werden afgestempeld en getekend en er werd bij allebei een blad uitgescheurd wat bij de Poolse douane achterbleef. Ik was binnen 2 uur aan de Oekraïnse kant, daar moesten ze ook een blad uit mijn TIR carnets scheuren en nog wat kleine handelingen doen ik dacht optimistisch, dat zal hooguit 3 uurtjes in beslag nemen. Daarna wilde ik nog doorrijden naar de eerste grote parkeerplaats en dan zou ik morgen wel weer verder gaan, als ik eerst maar van deze grens weg was. Het is nooit verstandig om aan de grens te blijven hangen wanneer dat niet nodig is, vooral in dat soort landen niet ( je mocht ze eens op een idee brengen) Dus dat was mijn plan
. maar dat liep even anders, Wat zegt u, dat dacht ik wel? Nou dat klopt inderdaad, maar de ellende begon nu pas echt vervelende vormen aan te nemen..
Maar laat ik u eerst even wat meer over die grens vertellen voor ik verder ga met mijn relaas. Allereerst moet je weten dat, wanneer je Polen uit bent en jouw papieren zijn door de Poolse douane afgehandeld dan kan je niet meer terug, vanaf daar heb je alleen nog maar met de Oekraïnse douane te maken. Deze Douane beambten spreken ondanks dat ze beroepsmatig met allerlei nationaliteiten te maken hebben geen enkele andere taal dan Russisch, Oekraïns en een beetje Pools. Geen Engels, Duits of Frans, ook niet een beetje waar je je mee kunt behelpen en wat nog hinderlijker is, ze verdommen het spreekwoordelijk in alle talen om er ook maar enige moeite voor te doen en ze nemen het jou zeer kwalijk dat jij geen Russisch spreekt. Ik weet dat het dom van me is maar ik maak me nu al kwaad omdat ik weet, dat er altijd mensen zijn die wanneer ze dit lezen zeggen, ach dat valt toch wel mee zo erg is het daar toch niet . Maar alle gekheid op een stokje laat ik het dan wat genuanceerder zeggen, bijvoorbeeld dat ze daar niet zo geneigd zijn mee te werken. Wat zeg ik, ze zijn daar helemaal niet geneigd om te werken, ze nemen het elke chauffeur kwalijk wanneer hij de moed heeft om hem te storen, wanneer hij zijn sigaretje rookt of een praatje maakt, voor zoiets onbelangrijks als een stempel of een handtekening, Ze zitten daar aan een gloednieuw door de Europese unie betaalde grens post, waar ze nog steeds aan werken met belachelijk gereedschap uit de prehistorie. In ieder geval niet met dat mooie spul waar de Europese gemeenschap subsidie voor heeft verstrekt. Volgens mij is dat geld verdwenen in de zakken van de overheid dienaren. Ze zitten daar in hun nieuwe kantoortjes waar plaats is voor vier ambtenaren, maar waarvan er maar zelden ook vier aanwezig zijn. Zouden ze ook inderdaad hun werk naar behoren doen dan zou die eindeloze rij wachtende drie keer zo snel zijn weggewerkt , maar er zit er meestal maar één, de anderen lopen maar wat rond. De heren komen elke dag met een peperdure bolide het douane terrein op rijden de één nog mooier dan de ander, ze generen zich er helemaal niet voor en vinden het vanzelf sprekend om zich van het smeergeld schandalig te verrijken, het smeergeld wat daar aan de grens met bakken binnen komt. Er is daar geen mens die iets durft te zeggen, ze delen er allemaal in mee. Het is zo'n beetje een geaccepteerde cultuur die door hun niet als corrupt wordt ervaren, waarschijnlijk omdat iedereen daar aan de grens mee deelt, behalve natuurlijk het gewone voetvolk die zijn en blijven zo arm als de spreekwoordelijke kerkrat, maar die zijn jaren geleden al overgegaan op apathie. Nou denkt u misschien gut, wat weet jij er veel van, heb je dat allemaal opgepikt op die achternamiddag dat je daar aan de grens hebt gestaan? Nou nee, daar heb ik wel wat meer tijd voor gekregen en geloof me, ik kreeg daar zelfs veel meer tijd voor dan me lief was!
Maar nu eerst weer even terug waar we gebleven waren. Die Vrijdag op Zaterdag nacht bracht ik door met wachten tussen nog een tiental collega's, allemaal chauffeurs uit de Oekraïne, allemaal berustend in hun lot en wachten tot de ambtenaar de moeite deed om er één binnen te laten Dat ging de hele nacht zo door en zo werd het vanzelf weer dag.
Zaterdag 21 Maart
Ja hoor ik was aan de beurt, nu zou ik straks zo weer rijden, eindelijk weer wat zicht op de zaak. Ik was de hele nacht daar blijven wachten want wanneer je zo dom bent om weg te lopen ben je je plaats kwijt. Die plaats moet je sowieso al goed in de gaten houden, want je kan er niet zoals bij de bakker of slager een nummertje trekken, maar goed ik was aan de beurt. Ik ging hoopvol naar binnen legde mijn beide carnets op het bureau van de man plus het loopbriefje en keek hem hoopvol aan. De man keek de beide carnets in en vroeg om meer papieren, uiteraard in zijn moedertaal maar ik kon wel zo'n beetje raden wat hij wilde. Ik had lang genoeg naar binnen kunnen gluren om te weten dat hij de rekeningen wilde zien die bij mijn lading hoorden. ik gaf hem de rekeningen die ik mee had gekregen in Spreenhagen. De Ambtenaar bekeek het en stond zonder mij aan te kijken op, gooide de beide carnets in een open kast die achter hem stond en liep zonder me een blik waardig te keuren met de rekeningen het kantoor uit. Nou daar stond ik dus, ik voelde in al mijn poriën dat het fout zat. Dit is dan voor de zoveelste keer foute boel dacht ik mismoedig, maar de ambtenaar was niet veel later al weer terug, overhandigde mij mijn paspoort en wees mij resoluut de deur. Ik wees nog hoopvol naar de carnets in de kast achter hem, maar hij schudde geïrriteerd zijn hoofd en sommeerde mij met een hand beweging zijn kantoor te verlaten. Ik had geen keus en liep een beetje ontdaan zijn bureau uit. Buiten werd ik door de daar wachtende chauffeurs met verwijtende blikken aangekeken, ik kreeg de indruk dat iedereen ineens wist dat er iets niet in orde was met mijn papieren. Er werd naar me gewezen en heimelijk gelachen. Één chauffeur maakte me duidelijk dat ik voorlopig wel kon gaan slapen, omdat het wel even kon gaan duren, waar de anderen om moesten lachen. Ik besloot inderdaad maar naar bed te gaan om even een paar uurtjes te slapen, daar was ik inmiddels wel aan toe. want dacht ik bij mijzelf er is geen man overboord, een paar uurtjes meer of minder maken op zo'n reis nou ook niet zo veel uit niet waar. Even later lag ik lekker onder de wol straks zien we wel weer, eerst maar even een tukje doen.
Ineens schrok ik wakker van gebons op mijn deur. Er stond een militair met een bontmuts op zijn hoofd naast mijn cabine die me sommeerde naar een andere parkeer plaats te rijden, ik stond daar hopeloos in de weg. Dat klopte wel want ik stond in een rij van twee breed, die aan twee kanten om mij heen moesten rijden, ik stond daar dus als een enorm opstakel tussen omdat ik nou eenmaal niet verder mocht rijden. Ik vroeg waar ik wel mocht staan en de man wees mij een parkeerplaats aan. Nu was ik uit de doorgaande rij en stond ik op een parkeerplaats. Ik dacht er verder niet over na en kroop weer met mijn kleren aan onder de deken, maar kon ondanks mijn vermoeidheid niet meer slapen. Ik stond weer op en merkte dat ik naar de WC moest. Ik besloot één van de militairen te vragen waar het toilet was welke door hem werd aangewezen. Het bleek een bunkerachtig gebouwtje van beton te zijn en bevond zich op circa 300 meter naast een paar hokjes die volgens mij van declaranten waren. Toen ik er heen liep, zag ik dat de ingang voor de heren zich aan de achterkant bevond. Ik liep via een afgebrokkelde betonnen trap van drie treden naar beneden en kwam in een kleine betonnen ruimte met op heup hoogte een klein smerig schuif raampje met een vies gordijntje. Daar achter lag een smerig aangebroken rolletje donker roze closet papier en bukte er een oude vrouw met een bos warrig blond haar, die haar hand door het open raampje hield en daar kennelijk wat geld in wilde hebben. Ik zocht in mijn zakken en vond alleen wat Poolse muntjes welke ik aan haar gaf. Ze keek me kwaad aan en maakte een vragende beweging met haar smerige verfomfaaide hand. Ik gaf haar toen maar een Pools briefje van tien en daar nam ze genoegen mee. Daarvoor in de plaats kreeg ik een stukje toilet papier van plus minus 30 cm en het raam werd weer dicht geschoven. Intussen vergeet ik te vertellen dat het voor mij niet mogelijk is om u uit te leggen hoe gruwelijk het daar stonk dat is een onmogelijke opgaaf. Ik liep door naar een ruimte rechts van het schuifraampje en daar bevonden zich op een soort van podium vier van die Franse 'sta' toiletten met iets van een deur er voor, die van onder en boven open waren. Ik koos met kennis van zaken het toilet waar de berg stront het minst hoog was en deponeerde daar met weerzin mijn behoefte boven op en liep heel voorzichtig op mijn tenen weg. Gelukkig waren er drie kraantjes waar water uit kwam. Ik moest moeite doen om niet te kotsen en was blij dat ik even later weer in de frisse buiten lucht was. Deze WC's komen boven aan mijn lijstje van smerigste WC's ooit gezien dat wist ik met zekerheid, erger dan dit kon ik me niet voorstellen! Ik beloof u plechtig dat ik in de rest van dit verhaal u dergelijke details zal besparen, want nu ik het op schrijf zie ik alles weer voor me en dat is verdomme nog mijn eigen schuld ook, maar vooruit over op een ander onderwerp.
Die zaterdag ben ik nog drie keer wezen vragen. Ik kon daar niet zomaar naar binnen lopen, maar moest gewoon weer wachten tot ik aan de beurt was. Het was om gek van te worden dan kwam ik binnen en dan wuifde de man me gelijk weer weg zonder enige uitleg, ofschoon wanneer deze er wel was geweest, ik die toch niet had begrepen. Ik besloot Holland te bellen en hun om hulp te vragen, misschien dat zij me ietsje wijzer konden maken, bovendien moest ik ze nu langzamerhand ook van dit oponthoud op de hoogte stellen. Ik besloot Sip te bellen, dat is de man die dergelijke reizen voorbereidt en ook meestal contact heeft met de ontvanger van de boten. Het was wel Zaterdagavond maar ik moest ze sowieso op de hoogte stellen dat het niet vlot liep, temeer omdat de boten waren bestemd voor de tentoonstelling die notabene volgende week in Kiev zou beginnen! Ik pakte mijn mobieltje en ontdekte dat deze het niet deed. Dat kan er verdomme ook nog wel bij mompelde ik en probeerde een sms je te sturen. Ik dacht dat dit wél lukte en wachtte verder af of Sip me terug zou bellen. Die avond hoorde ik niets meer en besloot maar naar bed te gaan en wat te slapen, morgen weer een dag en wanneer ik me niet vergiste, zou het dan Pasen zijn. Wie weet ging morgen alles weer goed, ik kon toch niet steeds maar pech houden.
Vermoeid viel ik in slaap.