Oh...Oh...In Amsterdam rijden met een vrachtwagen !
Je kan er lachen en huilen, je oude fiets omruilen,
Een pitbul komt er ongevraagd je schone stoep bevuilen.
Je kan er echt van alles doen, maar kijk wel uit ! let op je poen. Maar het is ook de stad van Moos en Sam.
      "AMSTERDAM" mijn geliefde AMSTERDAM
Foto's Ad Bruynzeel
Mijn bestelwagen in 1966 waar ik Amsterdam mee onveilig maakte
Bekent plaatje wat je dagelijks zag in de Pijp
Amsterdammers en Amsterdammertjes
Wat de meeste mensen niet weten is: dat veel van de internationale chauffeurs bijnamen hebben die vaak zijn gerelateerd aan wat ze doen of de eigenaardigheid waarin ze zich van de andere onderscheiden. Die van mij is "Petje Trompetje", genoemd naar het feit dat ik altijd een petje op heb en altijd mijn trompet bij me heb waarmee ik al op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen in Europa gespeeld heb vanaf de Griekse stranden tot in bijna alle ferry boten in Europa (Mooie akoestiek heb je daar in die grote ijzeren garage dekken) maar ook in Amsterdam blies ik te pas en te onpas in mijn cabine op mijn trompet en dat werd gehoord door een verslaggever van een landelijk dagblad. Deze schreef daar een leuk stukje over welke ik hieronder plaats om u u te laten mee genieten van de pennenvruchten van deze columnist  TIJN SADÉE
Zaterdag 13 Augustus 1994
Maar als rechtgeaarde botenrijder ontkom ik niet aan het plaatsen van een mooie foto van een bootje in de Amsterdamse grachten. Ik heb alle grote steden van Europa gezien, maar voor mij is er maar één de mooiste ... en u raadt het al dat is mijn Amsterdam
Proost mensen doe mij nog maar een pikketanisie
Lees ook het verhaal uit die zelfde tijd bij Van Gend en Loos "Het sigarenkistje"
Ad Bruynzeel
Amsterdam beleven vanachter het stuur
Vanachter het stuur van een vrachtwagen bedoel ik. Het valt al niet mee om je er met een luxe auto te verplaatsen, maar wat te denken om met een vrachtwagen in het hartje van Amsterdam te rijden, op de grachten en door de nauwe straatjes tussen dat eigenzinnige volkje door!
Daar moet je als buitenstaander toch niet aan denken! En toch zijn er elke dag weer een aantal onverschrokken chauffeurs die dat met ware doodsverachting voor hun rekening nemen.
Nu zou ik tientallen bladzijdes kunnen vullen met de moeilijkheden die deze helden elke dag opnieuw weer tegen komen,  maar dan zou dit verhaal uitmonden in een klaagzang zonder einde.
Nee het is veel leuker om te vertellen wat ze dagelijks voor idiote en ongelofelijke dingen beleven in die prachtige stad. Ik zal er een paar de revue laten passeren. En ik put nou eenmaal het liefst uit mijn eigen ervaring, dus u krijgt het uit de eerste hand.
Laten we vanuit het hartje van Amsterdam beginnen met deze 'waargebeurde'  anekdotes.
We beginnen met het kleinste spul (bestelwagen)    
We overbruggen met dit verslag een periode van  ruim  40 jaar. Dus dergelijke dingen maak je natuurlijk niet dagelijks mee.
Het volgende gebeurde mij in de zeventiger jaren. Ik was nog maar net chauffeur en reed op een bestelwagen bij Van Gend en Loos, destijds een bekend bedrijf in Amsterdam en omstreken.
Ik reed met die bestelwagen in het hartje van Amsterdam. Dat was toentertijd een Engelse “Commer” met het stuur aan de rechter kant, dan kon je aan de trottoir kant makkelijk uit stappen.
Je stond toen ook al voordurend  vast op de grachten, want wanneer men daar moest lossen kon er gelijk niemand  meer door. Fietsers wel natuurlijk, die glibberden met ware doodsverachting overal tussen door.
Je stond dus nogal gauw stil op de grachten. Die keer waar ik het nu over heb stond ik dus ook weer eens een keertje stil te wachten achter een vrachtwagentje dat voor het pakhuis van de Technische Unie stond te lossen, die firma was toen nog in een pakhuis gevestigd halverwege de Prinsengracht.
Ik besloot omdat het lekker weer was,  even aan de waterkant in het zonnetje te gaan zitten, mijn benen wiebelend over de gracht rand en mijn rug tegen de bumper van een 'lelijke Eend' en zo viel ik gekoesterd door het voorjaarszonnetje prompt in slaap.
Op een gegeven moment werd ik ruw wakker geschud uit mijn schoonheidsslaapje door een paar kwade automobilisten die achter mijn wagen ook in de rij stonden te wachten.
Ze vroegen of ik wist van wie die wagen van Van Gend en Loos was, die op dat moment de hele gracht blokkeerde! Ik bespeurde nogal wat agressie bij de mannen en het leek me dus niet zo handig om ze gelijk te zeggen dat ik dat was.  Ik stond wat stram op (om wat tijd te winnen) en vroeg zo onschuldig mogelijk….welke wagen bedoelt U?  Die klootzak van Van Gend en Loos die daar staat, schreeuwde een grote gevaarlijk uitziende kerel opgefokt.
Oh…die zit natuurlijk weer boven koffie te drinken bij de Technische Unie, dat flikt hij bijna elke dag antwoordde ik met een stalen smoelwerk.
Ik liep voor ze uit naar het pakhuis en wees hen de smalle houten trap naar boven en liet ze voorgaan. Ik wachtte tot ze me allemaal voorbij waren gestampt over de versleten houten drempel en zei toen niet te luid tegen mijzelf….. verrek.. die chauffeur ben ik zelf.. en rende snel naar mijn wagen in de hoop dat deze gelijk zou starten. Dat gebeurde gelukkig ook en ik scheurde met een rotgang weg, onderwijl de kwade meute nog onderweg was naar boven.
Ja ik weet het, het was niet netjes maar wel een kwestie van overleven. Je moest en moet nog steeds behoorlijk vindingrijk zijn om in het Amsterdamse verkeer te kunnen overleven.

Zo stond ik een keer op het Oudekerksplein (midden in de warme buurt) te wachten achter een luxe wagen en dacht, och daar kan ik eigenlijk makkelijk omheen rijden in plaats van maar af te wachten. Als ik dan eerst een klein stukje achteruit reed, zou dat moeten lukken. Ik keek eerst netjes in mijn  buitenspiegels en zag dat er niets achter mij stond…..Één meter reed ik achteruit en voelde toen bijna gelijk dat ik met een klap ergens tegenaan zat!  Geschrokken stapte ik uit, liep naar achteren en zag tot mijn ontzetting dat ik tegen een grote Amerikaanse slee was aangeknald die precies midden achter mij stond. Zijn beide koplampen waren aan gort en er sprong gelijk een grote opgefokte Pooier uit, die mij wel even in elkaar zou rammen.  Na hem stapte ook gelijk een helblonde 'lichtekooi' uit de wijd openstaande portier van zijn Cabrio, die de man onmiddellijk aan zijn colbertje trok en riep…… terug jij, ik ben al te laat voor de kapper laat die jongen met rust, die werkt tenminste voor zijn geld, dat kan ik van jou niet zeggen sijsjeslijmer!
De man stapte kwaad in zijn speeltje, reed met slippende banden achteruit en scheurde vervolgens met een wijde boog om mij en de wagen die voor me stond heen, onderwijl mij in het voorbij gaan voor rotte vis uitmakend.
Ja mazzel hebben en een pak slaag krijgen lagen soms verdomd dicht bij elkaar. Bij een hoog opgelopen conflict, heb ik meerder keren met de massieve krikstang klaar gestaan.
Ik zal u één zo'n situatie schetsen. Ik beweer niet dat ik altijd gelijk had, maar in dit geval durf ik te beweren dat ik dat wel had, dat ging zo…  
Bij een hoog opgelopen conflict, heb ik meerder keren met de massieve krikstang klaar gestaan.
Ik zal u één zo'n situatie schetsen. Ik beweer niet dat ik altijd gelijk had, maar in dit geval durf ik te beweren dat ik dat wel had, dat ging zo…  
Ik reed toen dit voorval plaats vond in het hartje van de zgn. Pijp, een buurt rondom de Albert Cuyp markt.  Daar wonen nogal wat buitenlanders, onder andere veel Turken en Marokkanen die deze buurt dan ook min of meer als die van henzelf beschouwen en zich ook als zodanig gedragen. Ik kwam daar dagelijks bij een drukkerij om papier te bezorgen.  Dat had ik in dit geval net gedaan en reed daarna voorzichtig weer de overvolle straat uit. Dat was op zich al een Huzarenstukje je weet wel, overal wagens dubbel geparkeerd, fietsende kinderen, brommers die je voorbij scheurden en waar je je soms te pletter van schrok.
Ik naderde een zebrapad en zag een oud vrouwtje met twee zware boodschappen tassen staan wachten om over te steken. Ik minderde snelheid en gaf haar een teken dat ze mocht gaan onderwijl ik de wagen zachtjes naar het zebra pad liet uitrollen. Ze reageerde meteen en strompelde slepend met de zware tassen over het zebra pad. Ze bevond zich ongeveer halverwege voor mijn cabine toen ik in mijn linker buitenspiegel zag dat er een Mercedes aan kwam scheuren die mij links zou gaan inhalen. Ik wist zeker dat hij dat oude vrouwtje plat zou rijden wanneer ik hem niet zou stoppen. Ik kon niet meer naar links uitwijken omdat ik inmiddels al voor de zebra stond en de Mercedes bevond zich al links naast mijn laadbak. Ik reageerde razendsnel en gooide mijn linker cabine deur wagenwijd open. De man trapte keihard op zijn rem en kwam met gierende banden vlak voor mijn deur en dus goddank vlak voor het hysterische gillende vrouwtje tot stilstand.
Ik keek links naast me omlaag en zag door zijn voorraam nog net dat de man een groot slagers mes van zijn dashboard af griste voordat hij de wagen uitsprong.  Maar zo snel kon hij niet naast mijn cabine staan, of ik had de krikstang als bij toverslag al klaar in mijn hand liggen!  De man stormde met opgeheven arm met het slagersmes in de aanslag….. en voor ik wist wat er gebeurde had hij al een keiharde klap met mijn krikstang op zijn sleutelbeen te pakken en zakte hij kreunend in elkaar. Ik sprong gelijk uit de cabine en stond wijdbeens met hoog opgeheven krikstang boven hem en schreeuwde hem toe:  doe mij een plezier en probeer het nog eens!! dan splijt ik gelijk je ongeschoren Turkse  harses in tweeën
Ik stond te trillen op mijn benen en ontdekte dat ik net zo primitief bezig was als alle andere mensen die ik zou hebben veroordeeld wanneer ik daarover in de krant zou hebben gelezen! Ik was mezelf niet meer en dientengevolge ook nergens meer bang voor.
De man hield zijn goede arm als bescherming boven zijn hoofd en had begrepen dat ik het meende. Hij was gelukkig doodsbang en had waarschijnlijk nooit zo'n heftige reactie van zo'n Hollander verwacht.
Hij kroop moeizaam maar wel luid vloekend in zijn eigen taal overeind en ging tussen het toegestroomde publiek staan, wat voor het overgrote deel bestond uit zijn landgenoten die mij behoorlijk vijandig aan keken.
Uiterlijk rustig, maar van binnen kokend stapte ik mijn cabine in en reed zodra  de weg voor me vrij was door, weg van dat groepje opgefokte buitenlanders.
Ik keek in mijn linker zijspiegel naar achter en zag dat er drie man bij de gewonde Turk in de Mercedes stapten. Op dat moment reed ik de bocht om en zag ze even niet meer, maar toen ik op de wat bredere Hobbemakade reed zag ik dat ze mij met doodsverachting probeerden in te halen met de bedoeling mij  ik weet niet wat te doen!
Ik reed op het stoplicht af van de kruising Hobbemakade, Ceintuurbaan en werd dus achtervolgd door een viertal moordzuchtige Turken, vast van plan wraak te nemen op die smerige Hollander.
Mijn hart klopte in mijn keel omdat ik ze met mijn vrachtwagen nooit zou kunnen afschudden en je weet het hè… wanneer je een smeris nodig hebt dan zijn die in geen velden of wegen te bekennen.
Maar nu raakte ik zelf ook weer vreselijk opgefokt en dacht… verdomme nu word ik zelfs in mijn eigen land door die smeerlappen met de dood bedreigd.
Ik kreeg een rode waas voor mijn ogen en stond met alle kracht boven op mijn rem.  Ook die wagen stond met gierende banden stil. Ik trok in één ruk de handrem aan en pakte onder het uitspringen in één vloeiende beweging de krikstang en stormde blind van woede naar achteren waar de Mercedes maar net een botsing met mij had kunnen voorkomen. Zodoende hadden ze mij ook niet zien aankomen en werden dus volledig verrast door mijn plotselinge verschijnen.
Ineens sprong ik in beeld en sloeg met een enorme klap de massieve krikstang  bovenop het dak van de Mercedes. Ik zag de man achter het stuur in paniek helemaal naar rechts kruipen bijna bij zijn maat op schoot. Briesend van woede boog ik mij naar binnen en greep met een woest gebaar de auto sleutels uit het contact slot… werkte me gelijk weer naar buiten en wiep ze met een wijde boog de gracht van de Hobbemakade in en gaf als toegift in blinde woede nog een keiharde klap met mijn krikstang op het voorraam wat gelijk in matglas veranderde en weg was ik weer, sprong mijn cabine in en kon nog net het groene licht halen. Meteen sloeg ik linksaf de Beethovenstraat in, weg van het plaats delict .
Stoer verhaal hè…….nee eigenlijk helemaal niet. Dit gebeurde allemaal in een roes van woede en frustratie en ik ben daar helemaal niet trots op, maar ook dit kan je dus gebeuren in onze mooie pittoreske hoofdstad. Het gaat er natuurlijk niet altijd zo heftig toe. Soms kan je er achteraf ook smakelijk om lachen zoals bij die ontmoeting met de mensen van het parkeerbeheer. Dat was wel niet zo heftig als hierboven, maar achteraf wel iets waar je hartelijk om kon lachen.
Dat ging zo….
Ik kwam met mijn vrachtauto (Volvo F-10) aanrijden op de korte Prinsengracht toen ik werd opgehouden door een klein geel busje van Parkeerbeheer dat daar midden op de gracht stond. Ze waren bezig met het omleggen van een wielklem bij een luxe wagen die overigens wel netjes langs de kant stond geparkeerd..
Dat een man van het Parkeerbeheer zoiets doet moet hij weten daar heb ik natuurlijk  niets mee te maken, maar achter de wagen waar hij mee bezig was bevond zich nog voldoende plaats om hun busje te parkeren en er vóór konden er zelfs nog wel twee worden geparkeerd. Er was dus helemaal geen reden om het busje van parkeerbeheer pontificaal midden op de weg te parkeren. Ik stapte dus uit en zei tegen die bijgochem:  wilt u ons een plezier doen en uw busje even aan de kant zetten, dan kunnen we er moeiteloos langs en wordt het verkeer niet onnodig opgehouden (er stonden inmiddels al een paar wagens achter mij te toeteren toen ik was gestopt).
De man keek me amper aan en snauwde, wij gaan hier pas weg wanneer we klaar zijn met ons werk dus je wacht maar rustig je beurt af.
Ja maar probeerde ik nogmaals, u kunt het busje toch wel even opzij zetten er is plaats genoeg zoals u ziet.  De man draaide zich geërgerd naar me toe en antwoordde… mankeert er wat aan je oren of zo? Ik zeg je dat je gewoon moet wachten tot ik hier klaar ben met mijn werk!  Inmiddels was zijn maat er ook bij komen staan en ik zag toen pas dat dat een vrouw was, zo één met zo'n dikke reet, enorme heupen en alles behalve vrouwelijk of sexy, daarbij natuurlijk getooid met zo'n potentie killend stijf gestreken mannenoverhemd, opgesierd met zo'n  donkerblauwe ambtenaren stropdas.
Is er wat Nelis vroeg de 'vleesgeworden nachtmerrie' aan haar collega zonder mij aan te kijken.
Nee niks antwoordde  Nelis, deze mensen willen dat we de bus opzij zetten maar ik heb ze al gezegd dat ik aan het werk ben en dat ze maar gewoon moeten wachten tot we klaar zijn . De mislukte 'vrouw vorm'  keek me nu wat meewarig aan en zei op een autoritaire toon:  u hebt gehoord wat mijn collega zei,  ga dus in je auto zitten en wacht rustig af.
Ik werd nu toch ècht een beetje boos en zei……Pardon, gaat u me nu ook al vertellen wat ik moet doen? Inmiddels werd ik omringd door een aantal mensen die achter mij ook stonden te mopperen.
De vrouw zocht nu steun bij haar collega Nelis, die geërgerd op ons toe liep en schreeuwde;  allemaal opdonderen, ga in jullie auto's zitten en blijf wachten tot ik met mijn werk klaar ben.
Nu werd  ik pas ècht pissig en stapte resoluut op de man af en zei….Pardon heb ik dat nou goed verstaan, had u het nou werkelijk over werken? U probeert ons toch niet wijs te maken dat hetgeen u aan het doen bent iets met werken te maken heeft hè, want dan voel ik mij verplicht om u bij deze even uit de droom te helpen.
Ik kijk geregeld en met veel plezier naar een Engels komische serie op de TV, dat is een serie met de naam 'George en Mildred'. Nou die George is zo'n gigantische 'loser' dat kun je je bijna niet voorstellen, alles wat hij aanpakt loopt verkeerd af, hij heeft twee linkse handen en is 'olie.. olie' dom!
Eigenlijk is hij een wandelende ramp die alles en iedereen tot last is en bovendien absoluut ongeschikt voor zelfs de meest simpele baantjes!. Toch hebben ze in de gemeente waar die George woont na veel zoeken een  passende baan voor hem gevonden, uiteraard een baan die alleen past bij zo'n minkukel als hij en waar een weldenkend mens geld voor over zou hebben om het niet te hoeven doen ten overstaan van de rest van de wereld. ……Ik keek de man scherp aan en vroeg hem… ..enig idee over wat voor minderwaardig dom baantje  ik het heb??
De man was wit weggetrokken om zijn neus en dreigde uit zijn vel te springen.  De dikke reet stond hem hoopvol aan te staren, want die begreep er natuurlijk helemaal niets van, wat je van een 'Tuthola' met het IQ van een honkbal knuppel ook niet mocht verwachten.
Ze hadden op cursus hoe om te gaan met agressieve klanten, wel iets opgestoken over weerbaarheid ….. maar wat moet je hier nou in hemelsnaam tegen doen?
Ik keek de grinnikende groep rond en vroeg of er iemand enig idee had over wat voor minderwaardig dom baantje ik het had waar die 'zak' van een George mee opgezadeld was en zei: Oké mensen, op mijn teken mogen jullie het allemaal tegelijk zeggen  1…  2… 3!!    PARKEERWACHTER !!!!! schreeuwden we in koor en we proesten het uit van het lachen. De parkeerwachter droop met de staart tussen zijn  benen af, gevolgd door die 'ingepakte worst' in ambtenaren overhemd.
Wij liepen geanimeerd pratend rustig terug naar onze auto's.
De parkeerwachter had ineens erge haast en scheurde niet veel later gevaarlijk hard weg met zijn mini busje…weg  van de plaats des onheil .
Ach je hebt er natuurlijk niets aan, dat weet ik ook wel….maar tjonge jonge, wat knapt een mens daar van op zeg… een keertje lekker lachen…ja toch?
Terug naar de keuze site
Terug naar de keuze site
Ga naar, Het sigarenkistje