Truckers latijn voor April
Een nieuwe vriend
Veerboot naar Üsküdar
Foto Ad Bruynzeel 2005
Bosporus boulevard
Konijntje
Een nieuwe vriend
Bosporus Boulevard
De Gouden Hoorn Istanbul
Foto Ad Bruynzeel 2005
Koffie bar op de veerboot
Foto's Ad Bruynzeel 2005
Salaam aleikum
Schaken in de buitenlucht
(vrede zij met u)
Witje
Konijntje
Hier staat geschreven dat ik een mooie man zal ontmoeten
Kijk mensen,  hier linksonder zit ik
Eet smakelijk Witje.
En als ik goed mijn best heb gedaan, dan kroelt de baas me even in mijn nekkie!

Een nieuwe vriend                                                       13 Mei 2005

Op de veerboot in Istanbul op weg naar het tegenovergelegen stadsdeel Üsküdar stond hij ineens naast me, een klein donkerharig jochie van pakweg veertien jaar.
Hij zou zich in niets van andere jochies in Istanbul onderscheiden hebben, ware het niet, dat hij mij in het Hollands aansprak.
Verbaasd keek ik hem aan. Hij grijnsde met een brede rij witte tanden naar me en zei: ”Dat had je van een Turkse jongen niet verwacht hè, dat hij Hollands zou spreken”.
Ik ben wel een beetje verbaasd ja, maar je vader en moeder zullen wel in de buurt zijn, ik neem aan dat jullie hier op vakantie zijn”.
“Nee hoor” antwoordde hij zichtbaar geamuseerd, “ik ben hier alleen en woon op straat of in het park.
Mijn vader en moeder leven niet meer, die hebben op weg hier naar toe een ongeluk gehad, dat was in Joegoslavië op die slechte weg daar”
Ik keek hem verbaasd aan, vooral vanwege het feit dat hij het zonder enige emotie vertelde, alsof hij het over een paar vreemde mensen had.
Schrikt u er van vroeg hij toen hij mijn verbaasde gezicht zag. Het is al weer twee jaar geleden hoor en ik heb daar al een tijdje geen last meer van. Maar hoe kom je dan in godsnaam hier terecht vroeg ik hem,  nog steeds niet helemaal van mijn verbazing bekomen.
Gewoon meegereden met verschillende vrachtwagens die deze kant opgingen, dat was niet zo moeilijk hoor.
Hoe is dat ongeluk daar in Joegoslavië dan gebeurd en hoe ben jij daar uitgekomen voeg ik hem.
Nou mijn moeder was een Hollandse vrouw en mijn vader een Turk. Het enige wat ik mij kan herinneren is dat ze altijd ruzie maakten en daar waren ze toen ook al de hele reis hier naar toe, mee bezig.
Mijn vader lette daardoor niet zo goed op het verkeer en zo botsten we tegen een vrachtwagen.
Mijn vader en moeder waren meteen dood. Ik had de vrachtwagen aan zien komen en was plat op de achterbank gedoken tussen de opgestapelde spullen en na de klap ben ik door het achterraam naar buiten gekropen. Niemand had in de gaten dat ik er ook bij hoorde.
Ik zag als in een film wat er toen allemaal verder gebeurde, maar niemand vroeg mij iets. Een uurtje later was alles opgeruimd en stond ik alleen langs die weg. Aan een donkere vlek op het wegdek kon je nog zien dat daar een ongeluk  was gebeurd, verder ging het leven daar gewoon verder.
Ik ben toen gaan lopen en merkte dat ik geen verdriet had. Wel voelde ik iets van opluchting waarvoor ik me nog even heb geschaamd, maar dat was gauw over. Toen het gebeurde was ik twaalf jaar en nu ben ik veertien en heb het hier best naar mijn zin.
Ik kon mijn oren niet geloven en zei enigszins beduusd: ”Kom op, dan trakteer ik je op iets van drinken met wat lekkers erbij” Ik liep de trap op naar het restaurant halverwege het tweede dek. Toen we even later achter een dampende kop drinken zaten vervolgde de jongen zijn verhaal.
Weet je hoe ik het doe hier, ik bedoel het eten en slapen? Je hoeft in deze stad  nooit honger te hebben en slapen kan je overal. Ik ken alle warme plekjes in de winter en de koele in de zomer. Voor mij hoeft familie niet meer, want ik heb hier inmiddels honderden vrienden gemaakt. Daar tussen die twee bruggen in, heb je de Egyptische markt en daar kan ik meer te eten krijgen dan ik op kan. Ik heb geleerd aan geld te komen zonder daarvoor te hoeven stelen of bedelen,
Daarvan koop ik mijn kleren en schoenen. Onderwijl hij dat zei tilde hij zijn rechtervoet op en toonde mij zijn nieuwe Nike's.  Trots haalde hij ook nog een GSM tevoorschijn, toonde die mij en riep ta taaaaah ……….
Mijn eigen GSM, goed hè!
Om me te wassen kan ik bij elke Moskee terecht en daar hebben we er hier genoeg van. En met de tram kan ik overal heen waar ik maar wil. Zie je dat het niet zo moeilijk is en het bevalt me prima zo, ik ga hier nooit meer weg.

Ik raakte steeds meer onder de indruk van  deze stoere jongen en vroeg hem nieuwsgierig hoe hij dan aan voldoende geld kon komen.
Dat verdien ik door het doen van kleine klusjes.
Zoals ik al zei heb ik hier veel vrienden, zodat ik overal in Istanbul makkelijk binnen kom en geloof me dat kan soms erg handig zijn.
Ik zal een voorbeeld geven. Iemand heeft bv. zijn paspoort verloren of het is gewoon gestolen in de drukte van de “Kasba”, dan komt hij bijna altijd via via bij mij terecht. Men weet dat ik Hollands spreek en zelfs de politie stuurt Hollandse mensen naar mij toe. Ik kan ze dan verder helpen en vaak zijn ze heel blij wanneer ik het probleem wat het ook is, voor ze oplos en willen mij daar graag voor betalen.
Zo krijg ik bijna dagelijks allerlei klusjes toegeschoven en kan mezelf daardoor prima onderhouden.
Mijn warme kop drinken was inmiddels koud geworden, zo geboeid had ik naar hem zitten luisteren.
Onderwijl hij zijn verhaal vertelde had hij verschillende keren zijn hand op gestoken naar bekenden die langs liepen, dus zijn beweringen dat hij veel mensen kende werd daar mee bevestigd.
Ik vond het vreemd dat er nooit naar hem was geïnformeerd door familie in Holland of Turkije en besloot hem dat nog te vragen voor we aan de overkant uit elkaar zouden gaan.
Dus vroeg ik hem, hoe zit dat nou met de rest van je familie, hebben die nooit naar je gezocht, ik neem toch aan dat je een opa en oma hebt en waarschijnlijk ook neefjes en nichtjes.
Oh dat zal wel, maar mijn vader was in Holland niet zo goed bevriend met de familie van mijn moeder dus daar kwamen we nooit en andersom al helemaal niet, vandaar dat ik niet gemist word denk ik. Maar ik mis mijn ouders helemaal niet en de rest van de familie kan ook de pot op.
Ik haalde niet begrijpend mijn schouders op en besloot verder maar niets meer te vragen.
De veerboot meerde aan in Üsküdar. Nog steeds een beetje verbaasd nam ik afscheid van de knaap en begaf me in het gedrang naar de brede loopplank en beende de wal op.
Toen ik naar de bus liep die me verder zou brengen naar mijn reisdoel tastte ik in mijn broekzak naar mijn portemonnee en ontdekte tot mijn verbijstering dat hij weg was. Ik raakte gelijk in paniek en rende met een verhitte kop terug naar de veerboot die nog voor de wal lag.
De jongen hing lachend over de reling en hield mijn portemonnee omhoog.
Ik keek hem ontgoocheld aan. “Ondervinding is de beste leermeester”citeerde hij met een streng gezicht en gaf mij mijn portemonnee terug, pas maar op dat het niet nog eens gebeurd zei hij.
Opgelucht knikte ik en stak hem een biljet van twintig Euro toe. Bedankt voor deze les vriend, ik ben er van overtuigd dat jij het in het leven wel zal redden. Ik draaide me om en haastte me om van de veerboot af te komen, die inmiddels al weer aanstalten maakte om te vertrekken.
Ik keek nog eenmaal om en liet een breed lachende straatjongen achter en ik zag dat hij zijn duim opstak.
Ja dacht ik, wat is familie daar kan je mee opgescheept zitten en vrienden kan je maken.
En hij heeft er weer een nieuwe vriend bij, dat is zeker!.


Bosporus Boulevard                                                         Zomer 2005

Nu niet direct naar de Blauwe moskee of het Topkapie-museum rennen als je net in Istanbul bent aangekomen, nee gewoon de kortste weg naar de Bosporus nemen en kijken wat daar te beleven valt. Buiten de toeristische attracties om, Istanbul bekijken zoals het werkelijk is.
Vanaf de 'Adnan Meneresbulvari' naar'Yenikapi' waar ik langs de Bosporus wil gaan wandelen, is het hooguit twintig minuten lopen en onderweg valt er ook nog genoeg te zien, vooral voor de doorsnee West Europeaan die thuis een aangeharkt tuintje gewend is en de Consumentenbond al belt als hem of haar iets  dwars zit.

















Direct buiten mijn hotelletje stuitte ik al op een echte Turkse water verkoper. Hij torste een mooi gedecoreerde waterketel op zijn rug mee en was gehuld in een prachtig geborduurd rood gekleurd ik denk, 'waterverkopers kostuum'.
Ik kocht een bekertje citroen limonade bij hem en ontdekte tot mijn niet geringe verbazing dat het heerlijk koel was.
De man lachte me vriendelijk toe en wenste mij als ik mij niet vergiste, een goede dag toe. Let wel: de man bevond zich ver buiten het toeristische gebied dus zal wat hij zei was ongetwijfeld écht gemeend. Nog geen vijf meter verder zat een oudere vrouw op straat met uitgestrekte arm te bedelen. De linker kant van haar hoofd zat in het gips en het kale zichtbare gedeelte werd ontsierd door een grof litteken. Het kale deel was bruin van de zon en het litteken tekende zich daar schril op af.
Ze keek me smekend aan en mompelde iets onverstaanbaars. Ik gaf  haar wat geld, volgens mij genoeg om er een dag van te eten en dat gaf me het gevoel dat ik zonder gewetenswroeging door kon lopen. Het vrouwtje mompelde iets van zegen en Allah.
De moskee met de klinkende naam Valide Sultan bevond zich op een steenworp afstand van haar, maar zij verwachtte daar blijkbaar geen hulp van.
Ik vervolgde mijn weg en zag een man met een groot zilverkleurig deksel voor zijn buik, welke met één poot op straat steunde. De deksel was voor de helft gevuld met een groot soort mosselen en een aantal in vieren gesneden citroenen. Ik wilde weten wat hier de bedoeling van was en bleef nieuwsgierig staan. Niet veel later kwam er een man, betaalde de mosselman een klein bedrag en zocht  vervolgens met zorg een grote mossel uit. Hij opende de mossel, pakte een kwart citroen en perste deze met zijn blote hand uit. Het zure sap liep tussen zijn vingers door in de geopende schelp, waarna hij de grote mossel er uit pakte en deze met smaak op at. Hij knikte tevreden naar de mosselman en vervolgde zijn weg. Op straat vis eten in dit soort landen wordt iedere toerist afgeraden maar dit zag er toch behoorlijk 'kosher' uit vond ik.
















Ik vervolgde mijn weg totdat deze ineens werd versperd door een schoenpoetser
die zich pontificaal dwars op de stoep had geïnstalleerd . Je kon werkelijk niet om de man heen en volgens mij was dat ook niet zijn bedoeling. Hij keek met afkeer naar mijn witte 'Lotto's' en keurde mij daarna geen blik meer waardig. Op de volgende kruising zag ik, toen ik naar rechts keek de Bosporus liggen, schitterend  in de morgen zon. Ik stak de kruising over en liep de ligt dalende winkelstraat af naar een groot verkeersplein. Aan beide zijden van deze winkelstraat bevonden zich allerlei exotische winkels. Elke winkel had hier zijn eigen specifieke kenmerk. Een absoluut paradijs voor de verwende West Europese vrouw die gek is op shoppen.
Aangekomen bij het drukke verkeersplein werd de weg weer vlak, maar om bij de waterkant te komen, moest ik eerst het plein ongedeerd zien over te steken. Het leek een hachelijke onderneming, maar ik merkte tot mijn verbazing dat de automobilisten me netjes de ruimte gaven om over te steken. Dat vooroordeel kon dus ook overboord gegooid worden dacht ik bij mezelf toen ik moeiteloos de overkant had bereikt. Rechts van mij bevond zich een klein parkje met daarachter zo te zien een woonwijkje. Ook waren er wat kleine winkeltjes en ik besloot een flesje bier te kopen om het daarna in het parkje op te drinken. Er gebeurde in deze omgeving zoveel, dat ik even de tijd wilde nemen om het op me in te laten werken.














Even later zat ik op een laag stenen muurtje genietend van mijn koude biertje de omgeving te bekijken.
Al snel kwamen er wat kinderen op me af die mij met hun grote donkere ogen aan keken. Zij hoorden hier duidelijk thuis en bekeken mij als een verdwaalde toerist.
De straat die ik vanuit mijn zitplaats inkeek werd bevolkt door hoofdzakelijk moeders en kinderen. De één zat voor de deur op de stoep en hield de allerkleinsten in de gaten en weer een ander was diep gebukt de goot aan het schoonvegen met een kleine handbezem. De straat zag er uit als een verlengstuk van hun woning . Omdat ik mezelf toch wel een indringer voelde, besloot ik door te lopen naar de kade. Daar heerste een gezellige drukte. Ik bewonderde de vissersboten en keek met plezier naar de vissers die bezig waren met het opknappen van hun netten en alles wat er mee te maken had. Ze knikten mij vriendelijk toe en wekten de indruk tevreden met hun lot te zijn.













Hun visserboten zouden naar onze westerse maatstaven allang rijp zijn voor de sloop en geen visser zou het in zijn hoofd halen om zich met zo'n wrak op zee te wagen. Maar deze mannen hadden geen last van een “Arbo-wet”.
Zeuren komt in hun woordenboek niet voor, gewoon je werk doen en blij zijn met wat je hebt en wat je doet.
Sterker nog ze zijn trots op hun job en stralen dat ook uit.
De geur van de visserhaven was pittig maar niet onaangenaam. Ik vervolgde mijn weg en even later belandde ik tot mijn verrassing op een vismarkt.
De vis lag hier mooi uitgestald omgeven door frisse bladen sla. Elke viskraam had de zelfde soorten vis en het zag er naar uit dat ze ook allemaal wat te doen hadden. Er hing een vriendelijke sfeer en tussen de viskramen in  bevonden zich restaurantjes met mensen die je vriendelijk uitnodigden om een vers gevangen visje te komen eten. Ook hier was in geen velden of wegen een toerist te bekennen en beleefde je Istanbul 'pûr sang'.

















Ik besloot mijn wandeling voort te zetten nadat ik wat foto's had gemaakt van de prachtig tentoongestelde vis.
Wanneer ik de vismarkt achter me heb gelaten en weer langs het water liep ontdekte ik iets eigenaardigs. Tussen de tamelijk grote rotsblokken die het water scheidde van de betonnen boulevard, staken op ongeveer acht meter van elkaar twee stokken tussen de rotsblokken omhoog.
Tussen die twee stokken was een touw gespannen en aan dat touw zaten tientallen ballonnen vast. Daar onder stonden een aantal lege drank flessen opgesteld en mijn eerste indruk was dat daar gisteravond een aardig feestje had plaats gevonden,















alleen kon ik de man die op de betonnen boulevard stond met een geweer in zijn armen nog niet zo goed plaatsen in het geheel. Toen ik hem nieuwsgierig aan keek bood hij mij het geweer aan en wees op de ballonnen. En toen begreep ik het in eens, het was een soort schiettent. Je kon voor een paar Turkse lire je geluk beproeven op de ballonnetjes en op de flessen.
In gedachten zag ik mij al staan in Amsterdam op Koninginnendag met iets dergelijks op de kade bij het “IJ”, maar ik besefte meteen dat ik het daar nog geen minuut zou volhouden tot ik geboeid zou worden afgevoerd door een speciale eenheid van de politie.
Ik had mijn geluk nog beproefd op de ballonnetjes maar ik schoot alles mis en wist alleen het water van de Bosporus te raken, maar daar was niemand van onder de indruk, dus vervolgde ik mijn weg met een ligt minderwaardigheids complex.
Links naast de promenade bevond zich een strook groen, afgewisseld door groepjes bomen en struiken met hier en daar een houten bankje.














Er zaten families te picknicken op het gras en kinderen renden spelend achter elkaar aan onder het uiten van vrolijke kreten. Even verderop bevond zich een soort speeltuin met schommels en wippen. Ik zag een vader spelen met zijn kinderen, wat er werkelijk hartverwarmend uit zag. Pa was zelf aan het schommelen terwijl zijn dochter vol bewondering toe keek hoe hoog hij wel durfde te gaan. De vader voelde zich onbespied vermoedde ik, want de meeste Turkse mannen in dit land zijn nogal snel bang kinderachtig te worden gevonden. Dit familie tafereeltje gaf mij in ieder geval een warm gevoel. Toen ik even later weer verder liep ontwaarde ik iets in de verte wat ik niet zo één twee drie thuis kon brengen.

















Hoewel het sterk leek op een op de kust gesmeten zeeschip, kon ik me dat haast niet voorstellen. Mijn ogen nemen een loopje met me dacht ik, maar naarmate ik dichterbij kwam bleek het inderdaad een schip te zijn wat daar op de rotsen lag en voor de helft over de wandelpromenade hing. Het was werkelijk bizar om te zien en ik besloot er in ieder geval een foto van te maken als bewijs voor de ongelovige Thomassen onder u.
Toen  ik even later naast het schip stond na te denken hoe de kapitein zich gevoeld moet hebben toen hij merkte dat de catastrofe niet meer te vermijden was, werd ik in mijn overpeinzingen gestoord door een stem vlak naast mij.
















Ik keek verstoord opzij en zag een klein mannetje staan, met naast zich ook een klein wat dik vrouwtje.
Ze deed me denken aan een bont aangeklede 'Katrein' uit de poppenkast, die ik me nog herinner van vroeger op de Dam in Amsterdam.
Ook de man had een verkeerd pak aan en stond met een mond vol gouden tanden naar me grijnzen.
“Spreekt u Engels” vroeg hij met een zwaar Russische accent.
Ik knikte afwezig, afgeleid door zijn komische outfit en antwoordde:  “ja zeker”
De Rus toonde mij nogmaals zijn batterij gouden tanden die ik nu op mijn gemak kon tellen, het waren er zes.
Mag ik u wat vragen vroeg hij nu met een autoritaire uitdrukking op zijn platte Russische gezicht.
Ga gerust uw gang, vragen staat vrij in dit land antwoordde ik joviaal.
Dank u, zou u mij dan even willen uitleggen waarom dit schip hier nog steeds voor oud vuil op de rotsen ligt.
De man keek mij daar zo bestraffend bij aan dat ik me bijna schuldig voelde.
Die idioot dacht dat ik een Turk was en stelde mij min of meer verantwoordelijk voor het feit dat dit schip hier blijkbaar al jaren lag.
Ik keek hem stomverbaasd aan maar besloot ineens om op zijn stomme gebral  in te haken en zei:
Oké u wilt weten waarom we dit wrak nog steeds niet hebben weggehaald?  
Ja dat zou ik zeker wel eens willen weten, antwoordde hij venijnig, wij komen nu al 5 jaar achtereen in Istanbul en het schip ligt er nog steeds.
Ik besloot het voor de Turken op te nemen en gaf hem zonder na te denken dit antwoord: “Wel dat zal ik u vertellen, we hebben hier in Istanbul een lijstje gemaakt van de dingen die we graag willen doen en ik kan u verzekeren dat het opruimen van de boot helemaal onderaan het lijstje staat”.
“Zo, en waarom dan wel”?
“Ja dat zit zo, we hebben ontdekt dat er elk jaar weer een groot aantal Russische toeristen naar deze boot komen kijken, daarom beschouwen wij deze boot als een belangrijke toeristische attractie en u begrijpt wel dat we die niet zonder toestemming van uw landgenoten mogen weg halen”
De man keek me ongelovig aan, terwijl zijn Katrein ongeduldig aandrong op een vertaling.
Hij wendde zich geïrriteerd tot haar en gebood haar, haar kwek te houden.
Hij keek mij vervolgens kwaad aan en siste:” ik houd er niet van om door één of andere loslopende Turk in de maling genomen te worden begrepen!”
Ik haalde mijn schouders op en antwoordde: “En ik houd er niet van om door een omhoog gevallen 'Rus' op mijn nummer gezet te worden. Ik zou zeggen kijk eerst naar je eigen land voor je je met dat van een ander gaat bemoeien”.

De man had gedurende mijn betoog een andere kleur op zijn gelaat gekregen waarvan de kleur rood toch wel de boven toon voerde,wat gezien zijn afkomst niet zo verwonderlijk was.
Katrein stond hem vragend aan te kijken maar hij pakte haar hardhandig bij haar elleboog en voerde haar onder het uiten van ongetwijfeld gemene Russische verwensingen bij mij vandaan .
Ik bleef als lachende derde achter. Ik was in mijn leventje meerdere malen achter het ijzeren gordijn geweest en had nergens in Europa zoveel troep en afval bij elkaar gezien als daar, dus voelde ik mij niet schuldig dat ik de man misschien niet zo vriendelijk te woord had gestaan.
Ik vervolgde opgeruimd mijn wandeling en zag dat ik al aardig in de buurt kwam van de eerste brug over de 'Gouden Hoorn' en besloot mijzelf te trakteren op een potje bier op het terras welke zich aan beide zijden van de brug bevonden.  
Toen ik daar zo zat, zag ik een groep toeristen aan komen met een gids die de mensen aanspoorde door te lopen en vooral niets te kopen, dat kon straks wel op een plaats die hij hun zou aanwijzen. Ik moest er in mijn vuistje om lachen en zei tegen mijzelf: “oké mensen, sudder maar lekker door, maak allemaal maar de zelfde foto's en eet allemaal maar de zelfde hap in dat zelfde restaurant, maar maak mij niet wijs dat je Istanbul hebt gezien……Je bent er wel geweest, maar om het écht te beleven… .. is toch heel wat anders en niet voor iedereen weggelegd”. Ik hief mijn glas op naar een haastig voorbij schuifelende toerist en zei ….” Salaam aleikum” ………Ja als ze me toch voor een Turk aan zien dan moet ik in stijl groeten ook nietwaar. “Proost”
   



Bosporus boulevard

Konijntje

Mag ik mij even voorstellen, mijn naam is 'Witje'. Ja ik weet dat het geen bijzondere naam is, maar deze is mij door jullie mensen gegeven.  Liever had ik een wat mooiere naam gehad, want voor mij als iemand uit de “show business” had ik eigenlijk een mooie klinkende naam moeten hebben, dat is nou eenmaal een “must” in die wereld vind ik.
Maar goed mijn naam is dus 'Witje' en dat heeft zoals u op de foto ziet, alles te maken met de kleur van mijn vacht.

Maar nu even over mijn job, dat is er één met veel verantwoording. Ik moet niet alleen zorgen dat mijn baas genoeg verdient om zijn gezin en mij eten te geven, maar ik moet ook inschatten wat de klanten voor levensverwachting hebben.
Ik hoor u al zeggen dat klinkt hoogdravend, maar daar overdrijf ik niets aan.
Als ik het uitleg begrijpt u wel wat ik bedoel.
Zoals u ziet zit ik boven op een kistje. Onderin dat kistje bevindt zich een lade waar negen gleuven in zitten. In die gleuven steken kleine opgevouwen briefjes waarop een levensvoorspelling geschreven staat.
Wanneer iemand wil weten wat er voor hem of haar in het verschiet ligt dan betalen ze mijn baas wat geld en vervolgens moet ik een briefje uit de lade kiezen voor die klant.
En daar begint voor mij het verantwoordelijke werk, waar ik het zo-even over had.
Ik moet namelijk eerst de klant aankijken en dan proberen in te schatten met welke voorspelling hij of zij tevreden zal zijn.
En ik kan u vertellen, dat valt om de drommel niet mee. Ik weet wat er op de briefjes staat en waar ze zich bevinden.
Ik probeer dan ook een goed passende voorspelling voor de klant uit te kiezen, maar nogmaals dat valt niet mee.
Bovendien werken we in twee talen dus er wordt wel wat van mij verwacht.
Maar ik mag wel zeggen en daar ben ik best een beetje trots op, dat ik het er tot nog toe goed heb afgebracht.
Eerlijkheidshalve moet ik wel verklappen dat ik dan ook geen doorsnee konijn ben ondanks mijn simpele naam.
Ik kom uit een familie van artiesten. Mijn broertje bijvoorbeeld werkt ook in de showbusiness. Hij werkt nauw samen met een goochelaar en wordt regelmatig uit een hoge hoed getoverd en wat ik heb begrepen, niet zonder succes.
Mijn drie zusjes hebben het te druk met kindertjes krijgen, maar ook dat vind ik een prestatie waar best eens een applaus voor gegeven mag worden.

Maar genoeg over mijn familie, we hadden het over mijn werk en daar wil ik nog wel wat meer over kwijt.
Het gebeurt wel eens dat we een klant of klanten krijgen die ons niet zo vriendelijk gezind zijn en mijn baas een beetje in de maling proberen te nemen.
In zo'n geval hebben mijn baas en ik een afspraak gemaakt, dat wil zeggen dat we een speciaal gleufje hebben gereserveerd voor zulke nare mensen.
We hebben voor hen een aantal minder leuke briefjes klaar liggen die ik dan voor hun uitzoek.
En zodoende maak ik dit soort mensen belachelijk, vooral wanneer ze met meerdere vrienden zijn lukt dat altijd!.
Dan zorg ik dat ze briefjes krijgen, waarmee ze elkaar kunnen bespotten en uitlachen.
Op die manier nemen mijn baas en ik wraak!
Maar meestel zijn het aardige mensen en die probeer ik een prettige voorspelling te bezorgen en wanneer zij daar dan plezier aan beleven, geniet ik daar ook van zoals u kunt zien op de foto.

Oké genoeg over mijzelf. Ik groet u en wens u een fijn leven toe en wanneer u mij in Istanbul tegenkomt beloof ik, voor u een mooie voorspelling uit de lade te trekken.
Want ik gun iedereen op deze planeet een goed leven met uitzondering van de poelier natuurlijk, maar dat spreekt vanzelf.
En wanneer u zich mocht afvragen hoe het komt dat een konijntje zo goed kan lezen, nou dat antwoord ligt nogal voor de hand nietwaar, daar zorgen de worteltjes voor, die zijn namelijk zeer goed voor de ogen.
Of heeft u wel eens een konijn met een brilletje gezien.
           
                Proost mensen, doe mij nog maar een punt worteltjes taart.      
Dit is het briefje wat ik van het konijntje kreeg
Terug naar verhalen index
klik hier voor een wandeling over de brug
Terug naar verhalen index
Wandel mee over de vismarkt