Bosporus Boulevard Zomer 2005
Nu niet direct naar de Blauwe moskee of het Topkapie-museum rennen als je net in Istanbul bent aangekomen, nee gewoon de kortste weg naar de Bosporus nemen en kijken wat daar te beleven valt. Buiten de toeristische attracties om, Istanbul bekijken zoals het werkelijk is.
Vanaf de 'Adnan Meneresbulvari' naar'Yenikapi' waar ik langs de Bosporus wil gaan wandelen, is het hooguit twintig minuten lopen en onderweg valt er ook nog genoeg te zien, vooral voor de doorsnee West Europeaan die thuis een aangeharkt tuintje gewend is en de Consumentenbond al belt als hem of haar iets dwars zit.
Direct buiten mijn hotelletje stuitte ik al op een echte Turkse water verkoper. Hij torste een mooi gedecoreerde waterketel op zijn rug mee en was gehuld in een prachtig geborduurd rood gekleurd ik denk, 'waterverkopers kostuum'.
Ik kocht een bekertje citroen limonade bij hem en ontdekte tot mijn niet geringe verbazing dat het heerlijk koel was.
De man lachte me vriendelijk toe en wenste mij als ik mij niet vergiste, een goede dag toe. Let wel: de man bevond zich ver buiten het toeristische gebied dus zal wat hij zei was ongetwijfeld écht gemeend. Nog geen vijf meter verder zat een oudere vrouw op straat met uitgestrekte arm te bedelen. De linker kant van haar hoofd zat in het gips en het kale zichtbare gedeelte werd ontsierd door een grof litteken. Het kale deel was bruin van de zon en het litteken tekende zich daar schril op af.
Ze keek me smekend aan en mompelde iets onverstaanbaars. Ik gaf haar wat geld, volgens mij genoeg om er een dag van te eten en dat gaf me het gevoel dat ik zonder gewetenswroeging door kon lopen. Het vrouwtje mompelde iets van zegen en Allah.
De moskee met de klinkende naam Valide Sultan bevond zich op een steenworp afstand van haar, maar zij verwachtte daar blijkbaar geen hulp van.
Ik vervolgde mijn weg en zag een man met een groot zilverkleurig deksel voor zijn buik, welke met één poot op straat steunde. De deksel was voor de helft gevuld met een groot soort mosselen en een aantal in vieren gesneden citroenen. Ik wilde weten wat hier de bedoeling van was en bleef nieuwsgierig staan. Niet veel later kwam er een man, betaalde de mosselman een klein bedrag en zocht vervolgens met zorg een grote mossel uit. Hij opende de mossel, pakte een kwart citroen en perste deze met zijn blote hand uit. Het zure sap liep tussen zijn vingers door in de geopende schelp, waarna hij de grote mossel er uit pakte en deze met smaak op at. Hij knikte tevreden naar de mosselman en vervolgde zijn weg. Op straat vis eten in dit soort landen wordt iedere toerist afgeraden maar dit zag er toch behoorlijk 'kosher' uit vond ik.
Ik vervolgde mijn weg totdat deze ineens werd versperd door een schoenpoetser
die zich pontificaal dwars op de stoep had geïnstalleerd . Je kon werkelijk niet om de man heen en volgens mij was dat ook niet zijn bedoeling. Hij keek met afkeer naar mijn witte 'Lotto's' en keurde mij daarna geen blik meer waardig. Op de volgende kruising zag ik, toen ik naar rechts keek de Bosporus liggen, schitterend in de morgen zon. Ik stak de kruising over en liep de ligt dalende winkelstraat af naar een groot verkeersplein. Aan beide zijden van deze winkelstraat bevonden zich allerlei exotische winkels. Elke winkel had hier zijn eigen specifieke kenmerk. Een absoluut paradijs voor de verwende West Europese vrouw die gek is op shoppen.
Aangekomen bij het drukke verkeersplein werd de weg weer vlak, maar om bij de waterkant te komen, moest ik eerst het plein ongedeerd zien over te steken. Het leek een hachelijke onderneming, maar ik merkte tot mijn verbazing dat de automobilisten me netjes de ruimte gaven om over te steken. Dat vooroordeel kon dus ook overboord gegooid worden dacht ik bij mezelf toen ik moeiteloos de overkant had bereikt. Rechts van mij bevond zich een klein parkje met daarachter zo te zien een woonwijkje. Ook waren er wat kleine winkeltjes en ik besloot een flesje bier te kopen om het daarna in het parkje op te drinken. Er gebeurde in deze omgeving zoveel, dat ik even de tijd wilde nemen om het op me in te laten werken.
Even later zat ik op een laag stenen muurtje genietend van mijn koude biertje de omgeving te bekijken.
Al snel kwamen er wat kinderen op me af die mij met hun grote donkere ogen aan keken. Zij hoorden hier duidelijk thuis en bekeken mij als een verdwaalde toerist.
De straat die ik vanuit mijn zitplaats inkeek werd bevolkt door hoofdzakelijk moeders en kinderen. De één zat voor de deur op de stoep en hield de allerkleinsten in de gaten en weer een ander was diep gebukt de goot aan het schoonvegen met een kleine handbezem. De straat zag er uit als een verlengstuk van hun woning . Omdat ik mezelf toch wel een indringer voelde, besloot ik door te lopen naar de kade. Daar heerste een gezellige drukte. Ik bewonderde de vissersboten en keek met plezier naar de vissers die bezig waren met het opknappen van hun netten en alles wat er mee te maken had. Ze knikten mij vriendelijk toe en wekten de indruk tevreden met hun lot te zijn.
Hun visserboten zouden naar onze westerse maatstaven allang rijp zijn voor de sloop en geen visser zou het in zijn hoofd halen om zich met zo'n wrak op zee te wagen. Maar deze mannen hadden geen last van een Arbo-wet.
Zeuren komt in hun woordenboek niet voor, gewoon je werk doen en blij zijn met wat je hebt en wat je doet.
Sterker nog ze zijn trots op hun job en stralen dat ook uit.
De geur van de visserhaven was pittig maar niet onaangenaam. Ik vervolgde mijn weg en even later belandde ik tot mijn verrassing op een vismarkt.
De vis lag hier mooi uitgestald omgeven door frisse bladen sla. Elke viskraam had de zelfde soorten vis en het zag er naar uit dat ze ook allemaal wat te doen hadden. Er hing een vriendelijke sfeer en tussen de viskramen in bevonden zich restaurantjes met mensen die je vriendelijk uitnodigden om een vers gevangen visje te komen eten. Ook hier was in geen velden of wegen een toerist te bekennen en beleefde je Istanbul 'pûr sang'.
Ik besloot mijn wandeling voort te zetten nadat ik wat foto's had gemaakt van de prachtig tentoongestelde vis.
Wanneer ik de vismarkt achter me heb gelaten en weer langs het water liep ontdekte ik iets eigenaardigs. Tussen de tamelijk grote rotsblokken die het water scheidde van de betonnen boulevard, staken op ongeveer acht meter van elkaar twee stokken tussen de rotsblokken omhoog.
Tussen die twee stokken was een touw gespannen en aan dat touw zaten tientallen ballonnen vast. Daar onder stonden een aantal lege drank flessen opgesteld en mijn eerste indruk was dat daar gisteravond een aardig feestje had plaats gevonden,
alleen kon ik de man die op de betonnen boulevard stond met een geweer in zijn armen nog niet zo goed plaatsen in het geheel. Toen ik hem nieuwsgierig aan keek bood hij mij het geweer aan en wees op de ballonnen. En toen begreep ik het in eens, het was een soort schiettent. Je kon voor een paar Turkse lire je geluk beproeven op de ballonnetjes en op de flessen.
In gedachten zag ik mij al staan in Amsterdam op Koninginnendag met iets dergelijks op de kade bij het IJ, maar ik besefte meteen dat ik het daar nog geen minuut zou volhouden tot ik geboeid zou worden afgevoerd door een speciale eenheid van de politie.
Ik had mijn geluk nog beproefd op de ballonnetjes maar ik schoot alles mis en wist alleen het water van de Bosporus te raken, maar daar was niemand van onder de indruk, dus vervolgde ik mijn weg met een ligt minderwaardigheids complex.
Links naast de promenade bevond zich een strook groen, afgewisseld door groepjes bomen en struiken met hier en daar een houten bankje.
Er zaten families te picknicken op het gras en kinderen renden spelend achter elkaar aan onder het uiten van vrolijke kreten. Even verderop bevond zich een soort speeltuin met schommels en wippen. Ik zag een vader spelen met zijn kinderen, wat er werkelijk hartverwarmend uit zag. Pa was zelf aan het schommelen terwijl zijn dochter vol bewondering toe keek hoe hoog hij wel durfde te gaan. De vader voelde zich onbespied vermoedde ik, want de meeste Turkse mannen in dit land zijn nogal snel bang kinderachtig te worden gevonden. Dit familie tafereeltje gaf mij in ieder geval een warm gevoel. Toen ik even later weer verder liep ontwaarde ik iets in de verte wat ik niet zo één twee drie thuis kon brengen.
Hoewel het sterk leek op een op de kust gesmeten zeeschip, kon ik me dat haast niet voorstellen. Mijn ogen nemen een loopje met me dacht ik, maar naarmate ik dichterbij kwam bleek het inderdaad een schip te zijn wat daar op de rotsen lag en voor de helft over de wandelpromenade hing. Het was werkelijk bizar om te zien en ik besloot er in ieder geval een foto van te maken als bewijs voor de ongelovige Thomassen onder u.
Toen ik even later naast het schip stond na te denken hoe de kapitein zich gevoeld moet hebben toen hij merkte dat de catastrofe niet meer te vermijden was, werd ik in mijn overpeinzingen gestoord door een stem vlak naast mij.
Ik keek verstoord opzij en zag een klein mannetje staan, met naast zich ook een klein wat dik vrouwtje.
Ze deed me denken aan een bont aangeklede 'Katrein' uit de poppenkast, die ik me nog herinner van vroeger op de Dam in Amsterdam.
Ook de man had een verkeerd pak aan en stond met een mond vol gouden tanden naar me grijnzen.
Spreekt u Engels vroeg hij met een zwaar Russische accent.
Ik knikte afwezig, afgeleid door zijn komische outfit en antwoordde: ja zeker
De Rus toonde mij nogmaals zijn batterij gouden tanden die ik nu op mijn gemak kon tellen, het waren er zes.
Mag ik u wat vragen vroeg hij nu met een autoritaire uitdrukking op zijn platte Russische gezicht.
Ga gerust uw gang, vragen staat vrij in dit land antwoordde ik joviaal.
Dank u, zou u mij dan even willen uitleggen waarom dit schip hier nog steeds voor oud vuil op de rotsen ligt.
De man keek mij daar zo bestraffend bij aan dat ik me bijna schuldig voelde.
Die idioot dacht dat ik een Turk was en stelde mij min of meer verantwoordelijk voor het feit dat dit schip hier blijkbaar al jaren lag.
Ik keek hem stomverbaasd aan maar besloot ineens om op zijn stomme gebral in te haken en zei:
Oké u wilt weten waarom we dit wrak nog steeds niet hebben weggehaald?
Ja dat zou ik zeker wel eens willen weten, antwoordde hij venijnig, wij komen nu al 5 jaar achtereen in Istanbul en het schip ligt er nog steeds.
Ik besloot het voor de Turken op te nemen en gaf hem zonder na te denken dit antwoord: Wel dat zal ik u vertellen, we hebben hier in Istanbul een lijstje gemaakt van de dingen die we graag willen doen en ik kan u verzekeren dat het opruimen van de boot helemaal onderaan het lijstje staat.
Zo, en waarom dan wel?
Ja dat zit zo, we hebben ontdekt dat er elk jaar weer een groot aantal Russische toeristen naar deze boot komen kijken, daarom beschouwen wij deze boot als een belangrijke toeristische attractie en u begrijpt wel dat we die niet zonder toestemming van uw landgenoten mogen weg halen
De man keek me ongelovig aan, terwijl zijn Katrein ongeduldig aandrong op een vertaling.
Hij wendde zich geïrriteerd tot haar en gebood haar, haar kwek te houden.
Hij keek mij vervolgens kwaad aan en siste: ik houd er niet van om door één of andere loslopende Turk in de maling genomen te worden begrepen!
Ik haalde mijn schouders op en antwoordde: En ik houd er niet van om door een omhoog gevallen 'Rus' op mijn nummer gezet te worden. Ik zou zeggen kijk eerst naar je eigen land voor je je met dat van een ander gaat bemoeien.
De man had gedurende mijn betoog een andere kleur op zijn gelaat gekregen waarvan de kleur rood toch wel de boven toon voerde,wat gezien zijn afkomst niet zo verwonderlijk was.
Katrein stond hem vragend aan te kijken maar hij pakte haar hardhandig bij haar elleboog en voerde haar onder het uiten van ongetwijfeld gemene Russische verwensingen bij mij vandaan .
Ik bleef als lachende derde achter. Ik was in mijn leventje meerdere malen achter het ijzeren gordijn geweest en had nergens in Europa zoveel troep en afval bij elkaar gezien als daar, dus voelde ik mij niet schuldig dat ik de man misschien niet zo vriendelijk te woord had gestaan.
Ik vervolgde opgeruimd mijn wandeling en zag dat ik al aardig in de buurt kwam van de eerste brug over de 'Gouden Hoorn' en besloot mijzelf te trakteren op een potje bier op het terras welke zich aan beide zijden van de brug bevonden.
Toen ik daar zo zat, zag ik een groep toeristen aan komen met een gids die de mensen aanspoorde door te lopen en vooral niets te kopen, dat kon straks wel op een plaats die hij hun zou aanwijzen. Ik moest er in mijn vuistje om lachen en zei tegen mijzelf: oké mensen, sudder maar lekker door, maak allemaal maar de zelfde foto's en eet allemaal maar de zelfde hap in dat zelfde restaurant, maar maak mij niet wijs dat je Istanbul hebt gezien
Je bent er wel geweest, maar om het écht te beleven
.. is toch heel wat anders en niet voor iedereen weggelegd. Ik hief mijn glas op naar een haastig voorbij schuifelende toerist en zei
. Salaam aleikum
Ja als ze me toch voor een Turk aan zien dan moet ik in stijl groeten ook nietwaar. Proost