Truckerslatijn voor November
Ome Nico
foto Ad Bruynzeel
Alleen onderweg en dan zo'n zonsondergang meemaken is eigenlijk misdadig !
In dit eerste hoofdstuk: Iets over een telefooncel en........ Roemeense kippensoep
Ome Nico                                                                    Zomer 1983

                                         Deel 1                                                                                                                                                

Ome Nico was de vader van mijn toenmalige baas  “Henk van de Wetering” uit Loosdrecht.
Hij was de grondlegger van het bedrijf  “van de Wetering botentransport”, maar had de leiding al een tijd geleden overgedragen aan één van zijn zoons te weten, Henk.

Dat ging prima en daardoor was hij in de gelegenheid om van zijn welverdiende pensioen te genieten.
Dat had niets te maken met ramen en geraniums, nee het leek er zelfs op dat hij het drukker had gekregen dan ooit.
Het werk helemaal gedag zeggen lag ook niet in zijn aard en zo gebeurde het dat hij zich op een goede dag kwam aanmelden voor een reis.

En dat was niet zo maar een reisje, maar zo'n échte.
Er stonden nog steeds drie motorjachten met bestemming Bodrum (Turkije)  bij ons op de werf op transport te wachten en voor dat transport waren twee wagens nodig,
één combinatie (motorwagen met aanhanger) en één trailer (truck met oplegger),.
Dat ik met de combinatie zou gaan was vanzelfsprekend, maar wie er met de trailer zou gaan was nog niet bekend. En om eerlijk te zijn stonden mijn collega's daar ook niet voor in de rij.
Het was een nogal hachelijke onderneming welke zomaar een aantal weken kon gaan duren dus je moest, wanneer je je aan zo'n avontuur waagde, wel uit het goede hout gesneden zijn. Tegenwoordig ga je vanaf Triest met de ferry direct in één keer naar Istanbul, maar in 1983 ging alles nog over land.

Op een goede dag kwam 'Ome Nico'  breed grijnzend op me af stappen en vertelde mij dat hij wel zin had in zo een reisje.

En zo gebeurde het dus dat Ome Nico ondanks dat hij niet zo jong meer was met mij mee ging op avontuur.

Hij ging niet met één van de nieuwste trucks, nee hoor hij ging met de oudste trekker die we op dat moment op de werf hadden staan. Dat was de  Mercedes 113 trekker, die door ons spottend de “telefooncel” werd genoemd vanwege zijn uiterlijk dat wil zeggen, het was een rechthoekige “dag cabine” die inderdaad veel weg had van een telefooncel.
Bovendien was er een klapbed tegen het achterschot van de cabine gemonteerd, wat er voor zorgde wanneer het naar beneden was geklapt je geen ruimte meer over had om je aan of uit te kleden.

Maar zei Ome Nico desgevraagd: “Luister eens jongen, vroeger wisten we niet beter en er mankeert toch niets aan dat bed, het is een prima bed dus wat wil je nog meer”
Als je het mij vraagt hield Ome Nico wel van dat Spartaanse gedoe.
Hij heeft mij tientallen malen proberen wijs te maken dat die nieuwe goed geveerde  stoelen de pest waren voor je rug en dat er niets beter was dan die ouderwetse harde zittingen. Bij dergelijke discussies gaf ik hem maar gelijk, hij knikte dan tevreden en dacht dan waarschijnlijk bij zichzelf dat hij mij had overtuigd.

Ome Nico ging dus mee op reis en eigenlijk had ik me geen betere 'maat' kunnen wensen.
Hij had het botentransport praktisch uitgevonden. Hij had me wel eens uitgebreid verteld hoe hij in die roemruchte begin jaren van zijn bedrijf zelfs helemaal zonder de hulp van een kraan grote zeilboten had gelost aan de franse westkust in de Atlantische oceaan,  door er met de complete trailer inclusief boot vanaf het strand achteruit in te rijden en dan de vloed af te wachten om zo de zeilboot te lossen. Hij vertelde me vol vuur hoe hij dan onder de boot door dook om de spanbanden los te maken en dat hij dat dan met veel bombarie deed zodat de klant, diep onder de indruk hem niet zonder vette fooi durfde weg te sturen. En verdomd, later hoorde ik van verschillende kanten dat het nog echt gebeurd was ook.

We vertrokken op een Donderdag, Het was stralend weer en de zon stond hoog aan de hemel. Het gebeurde wel vaker dat we op een Donderdag vertrokken, omdat je dan het komende weekeinde door kon rijden. Een rijverbod op zondag was in Oost Europese landen niet van toepassing. Wij zouden zo ongeveer op zaterdag bij de  Hongaarse grens aan komen, dus konden dan gewoon doorrijden.
We vertrokken vol goede moed, niet wetend wat ons de komende weken nog  boven het  hoofd zou hangen, vrolijk uitgezwaaid door zijn zoon Henk, de monteur Lex en nog een paar aanwezige collega's.

Ome Nico had zo zijn eigen tempo. Zo kon hij na het eten nog op zijn gemak een sigaretje roken en wat zitten napraten onder het genot van een tweede of zelfs derde bakkie koffie, terwijl ik dan al weer een tijdje op hete kolen zat.
Hij zei mij dan, jongen we hebben alle tijd van de wereld, dus waar maak jij je druk over, moet je ergens naar toe of zo? En zo wist hij me binnen een paar dagen zijn tempo op te leggen en ik moet zeggen, het beviel me prima.
We schoten gestaag op en Zaterdag 's morgens reden we de Hongaarse grens over bij de plaatsen  Nickelsdorf / Hegyeshalom  .

Ome Nico was een liefhebber van lekker eten en een goed glas Cognac en zorgde er voor, dat hij elke dag ruimschoots aan zijn trekken kwam.
Na Hongarije moesten we door Roemenië  en Bulgarije om uiteindelijk in Turkije te geraken.
Vanaf nu zou het wat moeilijker gaan, de probleemloze landen hadden we achter ons gelaten. Ook Hongarije was toen, in 1983 al één van de beter ontwikkelde landen welke zich achter het zogenaamd ijzeren gordijn bevonden.
Aan de Hongaars Roemeense grens Nädlac, schaften we ons met onze dollars een aantal sloffen Kent sigaretten aan. Uit eerdere reizen had ik geleerd dat deze in Roemenië het ideale betaalmiddel waren voor bijna alles wat je niet voor de Roemeense 'Lei' kon kopen. Het was daarom altijd goed om van dat merk  voldoende sigaretten bij je te hebben, temeer omdat we in dat land wel wat moeilijkheden konden verwachten.
We ontmoetten daar aan de Roemeense grens een Hollander die voor een firma uit Siebengewald reed (ondanks de Duits aandoende naam ligt dat plaatsje wel degelijk in het Oosten van Nederland). Deze jongen (Hans) reed textiel naar de firma Confex in Boekarest. We besloten na wat overleg om gezamenlijk verder te rijden.
Hans reed al enige jaren een lijndienst op Roemenië en kende de weg dus op zijn duimpje. Een betere 'kopman' konden wij ons voor het konvooi niet wensen.
Later zou blijken dat we daar goed aan hadden gedaan. Hetgeen we in Roemenie mee maakten heb ik al eens eerder op mijn site onder de noemer “Discussiepunt” geschreven, maar mocht u het nog niet hebben gelezen dan volgt hier het verslag.  

Het is een warme zomer avond als we met drie vrachtwagens achter elkaar door een bergachtige gebied in het zuidoosten van Roemenië rijden. We zijn op weg naar Turkije. Lekker doorrijden is er niet bij vanwege de slechte conditie van de wegen.
Het is acht uur in de avond en nog volop licht.
Ik rijd in het midden van dit konvooi. Voor mij uit rijdt een collega uit 'Siebengewald' en achter mij een collega (Ome Nico) van de zelfde firma als waar ik voor rijd.
Ome Nico en ik zijn al een paar dagen onderweg op weg naar 'Bodrum', een klein kust plaatsje ver onder Izmir in Turkije.
De collega uit 'Siebengewald' die nu vóór ons rijdt, heeft zich aan de Hongaars Roemeense  grens bij ons gevoegd, maar rijdt niet verder mee dan Boekarest waar hij een vracht textiel moet lossen, wij rijden door naar Turkije.

Maar nu even waar het hier eigenlijk om gaat. Ik zat me een beetje te vervelen omdat ik alleen maar de achterkant van mijn voorganger zat te bekijken, waar ik een meter of 12 achter reed.
Ineens zag ik mijn voorganger een enorme slinger naar links maken. Ik volgde hem impulsief en zag in mijn rechter buitenspiegel 'Ome Nico' achter mij het zelfde doen. Onmiddellijk begreep ik wat de reden was van deze vreemde manoeuvre. Rechts van de weg lag een man met een fiets, waar duidelijk een paar zware wielen overheen waren gegaan. Het was een afschuwelijk gezicht.
Dankzij de snelle reactie van mijn voorganger denderden we er vlak langs..
Ik verwachtte dat onze 'kopman' zou stoppen om te kijken wat er aan de hand was, maar hij reed stug door en ook Ome Nico seinde mij om door te rijden.
Ik bevond me tussen hen in en had weinig keus.
Er flitsten allerlei gedachten door mijn kop zo van,….. was de man al dood, wie doet nou zoiets en rijdt dan door, hoe lang zou die man daar al liggen enz.  

Onze kopman hield het gas erop en wij volgden. Niet veel later naderden we een voor ons uitrijdend zwaar transport. Op zijn antieke dieplader lagen drie platte betonnen platen waarvan het betonijzer er opzij uitstak.
Hij reed midden op de weg en je hoefde geen kenner te zijn om te zien dat de man stom dronken was. Hij slingerde van de ene kant van de weg naar de ander en ik hield mijn hart vast dat hij de afgrond in zou rijden. Ik zag zijn rechter voorwiel even boven het ravijn zweven voor hij de truck weer met een woeste ruk terug stuurde. We bleven verbijsterd achter hem rijden. Het was volgens mij nog maar een kwestie van tijd of hij zou de afgrond instorten. Goddank kreeg hij ons in de gaten en stuurde hij helemaal naar de linkerkant waar zich een uit de rotsen gehakte parkeerplaats bevond. De bloedsporen waren duidelijk zichtbaar op de kapotte spatborden van de oude dieplader te zien. Wij passeerden hem en bleven rijden..

In de volgende nederzetting kwamen we langs een politiepost, maar ook nu bleef onze kopman doorrijden. Na nog ongeveer een uur gaf de kopman het teken dat we  gingen stoppen en niet veel later stonden we met onze combinaties geparkeerd op een stille parkeerplaats diep in het gebergte. Het was inmiddels helemaal donker en de sterren fonkelde aan de hemel. De klaptafel en stoelen plus de gaslamp werden tevoorschijn gehaald.
En zo zaten we even later eerst een poosje zwijgend in het felle licht van de lamp te koekeloeren en van onze vers gezette koffie te slurpen, toen Hans ineens de stilte verbrak met de mededeling, in dit soort landen kun je je maar beter niet met zulke zaken bemoeien. Voor je het weet zit je er tot aan je nek in en zie er dan nog maar uit te komen
Bovendien verstaan ze je niet, want er is hier in de bergen geen hond die Duits of Engels spreekt dus…. voor je het weet word je verkeerd begrepen en zit je ik weet niet voor hoe lang in hun smerige cel opgesloten op een wondertje te wachten.
Ik weet dit omdat het een collega van mij is overkomen en die zit nu nog steeds vast. Daarom kun je je er maar beter niet mee bemoeien en doorrijden, hoe verder hoe beter.

Maar misschien hadden we nog wel kunnen helpen, probeerde ik in een zwakke poging tegen beter weten in, om mijn geweten te sussen.
Ja misschien wel antwoordde onze tijdelijke kopman, maar begin er toch maar niet aan. En daarmee was voor hem de discussie gesloten.

Ome Nico staarde zwijgend in zijn koffie en onthield zich van commentaar.
Nu na al die jaren weet ik nog steeds niet hoe ik in zo'n geval zou reageren, ik bedoel wanneer ik niet tussen die twee in had gereden was ik waarschijnlijk gestopt. Maar….. had ik dit alles dan wel kunnen na vertellen, of had ik nog steeds ten onrechte in een smerige cel vast gezeten. Ik zal het wel nooit weten…. Maar u lezer heeft in ieder geval een onderwerp voor een discussie  

Tot zo ver het al eerder geplaatste verhaal met de kanttekening dat het ook daadwerkelijk gebeurd is … helaas.

In Boekarest aangekomen wist Hans een goede gelegenheid om onze wagens te parkeren, notabenen midden in de stad.
Het was op het fabrieksterrein van de textiel firma (Convex) waar Hans de volgende dag zou lossen.
Hij vroeg de portier goed op onze wagens te letten en gaf hem daarvoor een bosje geld waarvan hij beweerde dat hij er toch te veel van had (Roemeense lei) en nodigde ons dientengevolge uit in één van de beste restaurants van Boekarest.
Het viel nog niet eens mee je geld op te maken, omdat je er toentertijd weinig zinnigs voor kopen, zelfs niet in de stad.
Hans koppelde zijn truck (Renault) af en daar reden we mee naar het centrum van Boekarest. Er stond een heel groot hotel met op de bovenste verdieping een enorm groot en chique restaurant  welke de hele bovenste verdieping besloeg. Je kon er van alle kanten over de stad uitkijken. Onze jassen werden aangenomen en we werden naar onze tafel begeleid door een tweetal obers. Men vroeg ons wat we wilden drinken en nadat onze drankjes waren geserveerd, werd er een in het leer gevatte spijskaart op onze tafel gelegd. Het zag er allemaal veelbelovend uit en ik verheugde mij al op een heerlijke maaltijd, waar we ondertussen wel aan toe waren .
We hadden geluk, alles op de kaart stond zowel in Engels als Duits beschreven, we konden dus zonder gevaar iets bestellen zonder het risico te lopen één of ander locaal griezelig gerecht op ons bord te krijgen. Ik wist niet wat de sterretjes betekenden die voor het gerecht stonden, maar dat zou ik later wel vragen wanneer ze de bestelling kwamen opnemen.

Ik besloot een biefstuk te nemen met aardappelen en groente. Vooraf een soep van de dag, het geld moest op had Hans gezegd dus toe maar.
De anderen hadden hun keus ook snel gemaakt en toen de obers even later naast ons stonden om de bestelling op te nemen, werd mij meteen duidelijk wat de sterretjes voor het gerecht betekenden. Waar een sterretje stond hadden ze op het moment niet in huis en waar geen sterretje stond was zo lang de voorraad strekte te bestellen. We bekeken de kaart opnieuw en er bleef ons niets anders over dan aardappel puree, gesneden augurken en soep van de dag.
Teleurgesteld bestelden we dat en meteen nog maar wat te drinken ook, want daar was altijd genoeg van, waardoor u zelf wel kunt raden waarom dat in dergelijk soort landen altijd volop voorhanden is. We lieten onze stemming er niet door bederven en toen de soep niet veel later werd voorgereden op een serveerboy waarop zich een chique soep terrine bevond, waren we het er over eens dat het aan de bediening en de sfeer niet lag en dat de mensen zo veel mogelijk hun best deden om het ons naar de zin te maken.
Het couvert werd voor ons neus deskundig uitgestald en een andere ober opende de zilveren soepterrine en deponeerde met een grote zilverkleurige lepel de dampende soep op ons diepe bord welke op zijn beurt weer heel deftig op een plat bord stond. Het zag er naar mijn idee wel als een heel erg heldere kippensoep uit, met hier en daar een verdwaald vermicelli sliertje en ik ontdekte ook nog iets drillerigs waarvan  ik veronderstelde dat het iets te maken moest hebben gehad met een kip.
Ik hoorde een gesmoord geluid naast me en keek geschrokken opzij recht in het asgrauwe gezicht van Ome Nico die met afschuw naar de dampende soep keek op zijn bord. Hij schoof zijn stoel naar achteren over de mottige vloerbedekking met Tuschinski motief en kwam vervolgens met de verbazingwekkende volgende  verklaring.
Luister mensen, ik ben een heel makkelijke eter en liefhebber van alle soorten gerechten maar er is één ding wat je mij nooit zal zien eten en dat is…. Kip en alles wat daar mee te maken heeft of er zelfs ook maar naast gelegen heeft. En dat is niet zonder reden, want ik weet toevallig dat je daar heel makkelijk de meest vreselijke ziektes van kan krijgen, vooral in dit soort landen waar niet zo serieus wordt omgegaan met hygiëne en de koeling van het vlees.
En wat betreft de kippen die kunnen namelijk  “het snot”  hebben en dat is heel schadelijk voor de gezondheid en vooral bij soep of niet goed doorgebakken of doorgekookt kippenvlees kan het gevaarlijk zijn voor je gezondheid, dus alsjeblieft haal dat bord onder mijn neus weg want ik wil er zelfs niets van inademen.
Hij keek oprecht angstig de kring rond en gebood de verbaasde kelner om onmiddellijk zijn bord weg te halen wat de man ook zonder protest op een elegante manier deed met zelfs één arm op zijn rug.  
Hij keek Ome Nico vragend aan en deze knikte dat het goed was. Hij schoof zijn stoel weer terug en keek met afschuw hoe wij de heldere kippensoep samen met een schijf donker brood naar binnen werkten ondertussen mompelend…….. zeg niet dat ik jullie niet heb gewaarschuwd .
Later werd de rest van de bestelling geserveerd en werd er ook door Ome Nico smakelijk gegeten en over het voorval werd niet meer gesproken. Natuurlijk hebben we daarna nog het één en ander gedronken en zijn we 's avonds laat vrolijk terug gelopen naar onze wagens nadat we afscheid hadden genomen van Hans, onze vrijgevige gastheer die zijn wagen op de parkeerplaats bij het hotel liet staan om daar de nacht door te brengen wat verstandig was gezien de hoeveelheid drankjes die we die avond hadden genuttigd.
Ome Nico in het midden op het jaarlijkse bedrijfsfeestje.  
Terug naar verhalen index 2
klik hier voor deel 2