Kerstfeest in Macedonija 24 December 1979
Wij truckers verschillen in feite niet zoveel van de doorsnee auto bezitter. Ook wij proberen zo goedkoop mogelijk te tanken en omdat wij ons over heel Europa verplaatsen zijn wij daar ook toe in de gelegenheid.
Zo weet iedere trucker dat je bijvoorbeeld in Spanje veel goedkoper kunt tanken dan in Frankrijk, dus rijd je je tank bijna leeg en gooi je hem daarna vol in zo'n goedkoop land.
Dat had ik dus ook gedaan en dit keer in Griekenland om twee redenen. In de eerste plaats omdat je in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt '1979' heel moeilijk aan brandstof kon komen in het toenmalige Joegoslavië en in de tweede plaats natuurlijk omdat het daar zo goedkoop was.
Als waarschuwing wil ik wel even vermelden, tank in de winter nooit in Griekenland of Turkije, want wanneer je daarna terug rijdt naar het Noorden van Europa kom je gegarandeerd in moeilijkheden en daar kom je pas achter wanneer het te laat is. Maar laat ik bij het begin beginnen dan wordt het vanzelf allemaal duidelijk.
Ik had die bewuste reis twee bootjes gelost in Athene en was nu op weg naar Dubrovnik (HR) waar ik een achtergebleven zeilboot moest ophalen.
Ik bevond me wanneer dit verhaal begint alweer in het Noorden van Griekenland, om precies te zijn aan de grens van Griekenland en Macedonija. Het grens plaatsje daar draagt de moeilijke naam Gevgeljia.
Dat was toen in 1979 een drukke doorvoer grens en vlak voor die grens vanaf de Griekse kant gerekend, bevond zich een populair tankstation van de Schell met daarbij een goed restaurant en er was gelegenheid om te douchen. Het was een geliefde pleisterplaats voor alle Griekenland rijders en die plaats was een verademing voor de truckers die uit het droge arme Joegoslavië kwamen.
Reken maar dat we daar menig feestje hebben gevierd, maar dat even terzijde.
Op die plaats was ik blijven overnachten en mijn tank tjokvol laten gooien.
Het was die bewuste morgen een stuk kouder dan de avond er voor. Ik was die nacht al een keer wakker geworden van de kou en had er een deken bij gepakt. Tegen de morgen had ik er zelfs de standkachel bij aan gezet.
Toen ik die morgen de truck uit stapte zag ik tot mijn verbazing dat de plassen waren bevroren. Daar keek ik toen raar van op omdat ik dat niet had verwacht op die plaats maar goed, na een stevig ontbijt nam ik afscheid van mijn collega's en ging ik vol goede moed op stap.
Ik had me er al mee verzoend dat ik de kerstdagen niet thuis kon zijn want dat risico liep je nou eenmaal met dit werk. Vorig jaar was ik met de Kerst wel thuis geweest dus niet zeuren.
Na de feestdagen zou ik die zeilboot moeten laden in Dubrovnik, dus ik had alle tijd. Ik moest wel om Albanië heen rijden want in 'transit' er doorheen was verboden.
Ik was nog geen uurtje aan het rijden toen ik merkte dat mijn motor af en toe wat begon in te houden. Aanvankelijk had ik er geen aandacht aan geschonken omdat dat in een bergrijke omgeving wel vaker voor kwam, maar wanneer je zoals ik leeg was, zou je daar weinig van moeten merken.
Ik reed op een wagen met aanhanger (Mercedes 1418), maar het begon er toch serieus op te lijken dat de motor moeite had om zijn volle vermogen te geven. Tot overmaat van ramp begon het ook nog zachtjes te sneeuwen, mooie grote wollige vlokken die op de weg bleven liggen, maar het werd al snel heviger en ik begon me zorgen te maken omdat ik niet van plan was te stoppen op dit stille dun bevolkte gedeelte van Macedonië.
Een onaangenaam gevoel begon zich in mijn binnenste te nestelen
.. Het zou mij toch niet gebeuren dat ik hier ingesneeuwd kwam te staan in dit godvergeten oord en wat mij nog meer verontrustte was het gedrag van de motor, die begon nu duidelijk slechter te lopen. Ik reed vol gas maar hij leverde amper het halve vermogen. Het leek er sterk op dat hij geen brandstof genoeg toegevoerd kreeg wat ik me niet kon voorstellen aangezien mijn beide tanken tot hun strot vol brandstof zaten.
Ik pakte de map van Joegoslavië achter me van het bed en probeerde uit te vogelen waar ik me op dat moment bevond.
Ik kon dit aan de hand van de tijd die ik gereden had vanaf de grens uitrekenen, een andere houvast had ik niet. Er stonden weinig of geen borden in dit afgelegen gebied. Ik spande mijn ogen in om een parkeerplaats te zoeken zodat ik de kaart goed kon bekijken. Mijn plan was om de 'transit' weg af te gaan en de bewoonde wereld op te zoeken. Er zou zich toch wel ergens een dorpje of gehucht langs deze 'transit' weg bevinden dacht ik hoopvol. Inmiddels was het zicht nog minder geworden en werd ik verplicht nog zachter te gaan rijden. De vlokken werden groter en kwamen met miljoenen op mijn voorraam aangesneld waar mijn ruitenwissers moeite hadden om ze weg te vegen. Bovendien hadden de aanstormende sneeuwvlokken een hypnotiserend effect op me en moest ik mijn kop af en toe flink schudden om mijn blik er los van te rukken.
Ik besloot de combinatie op de vluchtstrook te zetten om op de kaart te kunnen kijken waar ik me bevond en of er een dorpje in de buurt was. Ik durfde niet langer op de transit weg te blijven. Ik wist met zekerheid dat er voorlopig geen parkeerplaats zou komen, bovendien durfde ik het niet te gokken dat ik hier vast zou komen staan op deze doodstille weg.
Ik had wel wat spulletjes bij me om te eten, maar om daar misschien een paar dagen vast te staan met alleen mijn blikje doppers en soep zag ik voor de kerstdagen helemaal niet zitten, bovendien begon de motor steeds slechter te lopen. Ik moest absoluut naar een garage en ik hoopte dat ik het dorpje op tijd zou bereiken. Het ongeruste gevoel in mijn onderbuik werd alleen maar erger.
Ik liet de combinatie uitrollen op de vluchtstrook zonder te remmen. Ik wilde niet voor verrassingen komen te staan door een plotselinge glij partij.
Eenmaal stil liet ik de motor stationair lopen en gaf toen weer gas. Heel even reageerde hij en toen zakten de toeren weer af tot even boven stationair. Ik probeerde het nog een paar keer en toen wist ik het zeker
. hij kreeg te weinig brand stof. Ik moest nu echt eerst een garage zien te vinden.
Ik was zelf niet van plan om in deze jachtsneeuw mijn cabine te gaan kantelen en dan in die snijdende kou uit te vogelen wat er aan de hand was
nee ik moest naar een garage. Daar zou ik binnen kunnen staan bij de warmte van een kachel. Bovendien waren daar mensen die er meer verstand van zouden hebben en ook over het juiste gereedschap zouden beschikken. Dat klinkt naïef, maar ik wist toen niet beter.
Nu maar eerst op de kaart kijken waar ik me ongeveer bevond. Ik zag dat de volgende afslag met de naam Gradskoniet ver weg kon zijn en ik besloot daar heen te gaan in de hoop daar een garage te vinden.
Op de kaart zag het plaatsje er nogal klein uit, maar om door te rijden in de sneeuw over deze weg, dan wist ik zeker dat ik het eerste uur niets tegen zou komen dus, 'god zegen de greep' Ik bracht het spul weer aan het rollen en merkte dat ik hem met moeite in zijn tweede versnelling kon krijgen zonder dat de motor afsloeg en sukkelde zo met een gangetje van rond de vijfentwintig kilometer per uur over de weg. Het sneeuwde nog steeds hard, maar met die snelheid kon ik alles net overzien.
Na een minuut of tien verscheen er een bord waarop ik inderdaad de afslag 'Gradsko' kon lezen. Omdat er geen sporen in de sneeuw waren te zien, stelde ik vast dat deze afrit weinig werd gebruikt. Voorzichtig liet ik de combinatie naar beneden rollen en herinnerde mij van de kaart, dat ik onderaan de afrit naar rechts moest. Linksaf ging je naar het plaatsje Prilep, maar die weg liep in tegengestelde richting.
Het weggetje waar ik me nu bevond was niet erg breed en ook niet gemarkeerd. Wel zag ik dat er rechts van de weg een greppel liep en het was dus goed uitkijken wilde je niet van de weg geraken. Ik had er geen notie van hoe ver ik nog van het dorpje verwijderd was en door de aanhoudende sneeuw had ik niet meer dan zo'n 50 meter zicht. Volgens de kaart kon het niet ver weg zijn. Ik was de enige weggebruiker en kreeg mede door de witte wereld waarin ik mij bevond, het akelige gevoel dat ik alleen op de wereld was.
Tot mijn opluchting verschenen er een paar boeren huisjes in mijn gezichtsveld en door die kleine verandering in de omgeving voelde ik me meteen een beetje beter. De huisjes stonden iets van de weg af zoals je vaak in de Balkan landen zag en je zag ook duidelijk dat het hier een heel arm gebied was. De huisjes waren klein en laag en ik besloot nog even door te rijden tot ik ergens kon vragen naar een garage.
Ik kwam bij een vierkant pleintje met in het midden een waterput en daar omheen wat kale platanen. Ik zag iets wat op een winkeltje leek en verderop zag ik dat de huizen al weer wat verder uit elkaar stonden, waar ik uit opmaakte dat dit alweer het einde was van deze nederzetting. Ik trok mijn warme jack aan en sprong uit de cabine. Ik gleed gelijk een stukje door, molen wiekte met mijn armen maar kon gelukkig mijn evenwicht bewaren. Ik had nog steeds geen voertuig gezien, maar zag nu wel een paard en wagen geladen met kachelhout bij de winkel staan. Het paard liet zijn hoofd hangen en ik zag wolkjes damp uit zijn beide neusgaten komen. Hij of zij maakte geen vrolijke indruk, maar daar kon ik me ook wel iets bij voorstellen.
Ik liep door de krakende maagdelijke sneeuw naar het winkeltje en stapte nadat ik buiten de sneeuw van mijn schoenen had afgestampt, via twee ijzeren traptreden naar binnen.
Ik werd opgewacht door twee mensen, ik denk de voerman en de winkel bediende. Ze keken me beiden nieuwsgierig aan, ze hadden me natuurlijk al lang zien aankomen. Ik besloot om het in het Engels te proberen en vroeg of ze me konden vertellen waar ik een garage kon vinden, maar ze begrepen er niets van. Toen ik het toch maar in het Duits probeerde na eerst uitgelegd te hebben dat ik zelf uit Holland kwam, bleek dat de winkelier me wel verstond en zelfs wat gebrekkig Duits sprak.
Nergens in de buurt bleek een garage te zijn, maar twee dorpjes verder was een werkplaatsje waar men mij waarschijnlijk zou kunnen helpen. De man schreef de naam van het dorpje op een puntje van een krant, scheurde het af en overhandigde mij dat. Even later was ik weer op weg. De naam van het dorpje waar ze mij heen stuurden was Kocilar. Voorbij het volgende dorpje moest ik rechts af buigen en dan over de brug van het spoor en de rivier door naar het dorpje.
Ik was nog steeds geen verkeer tegen gekomen en merkte dat ik in een heel stil gedeelte van Macedonië terecht was gekomen. De wereld was nog steeds heel klein door het korte zicht van de nog steeds vallende sneeuw. Inmiddels lag er al een laag van zeker tien centimeter en hier en daar ontstonden er hoog opgewaaide sneeuwduinen.
Rustig reed ik het volgende dorpje Vinican voorbij en keek toen uit naar een zijweg die over de spoorlijn naar het dorpje Kocilar zou leiden. Ik reed uiterst langzaam om de afslag niet te missen.
In de verte zag ik rechts een verhoging, wat wel eens een brug zou kunnen zijn en Ik liet de wagen uitrollen. Ik ontdekte de bewuste zijweg rechts voor me en draaide er voorzichtig op. De weg begon langzaam omhoog te lopen en even later reed ik over de spoorbrug welke ook gelijk doorliep tot over de rivier.
Het water stroomde traag onder de brug door, het was niet bevroren. Voorzichtig reed ik de brug af naar beneden.
Er kwamen wat boeren huisjes in zicht en voor ik het wist stond ik midden in het dorp. Het was een lange straat met aan beide zijden hier en daar een paar kleine huisjes. Er stond een klein loodsje met een paar verroeste landbouw machines en een antieke sloop tractor voor de deur en er brandde ook licht. Het stelde niet veel voor en ik zag meteen dat ik niet naar binnen zou kunnen rijden daarvoor was de schuur te klein. Wel zag ik rook uit een kleine schoorsteen omhoog kringelen.
Ik troostte mijzelf met de gedachte dat er ieder geval iemand binnen was, parkeerde mijn wagen en stapte vol goede moed uit.
Naast een grote houten deur was een klein deurtje en aan de sporen zag je dat men die gebruikte om naar binnen te gaan. Eenmaal binnen zag ik in het schemer licht van een loshangend peertje een man aan een werkbank bezig met iets wat tussen de bankschroef was geklemd. Hij keek op toen hij de deur hoorde gaan, legde zijn vijl neer en kwam met een vragende uitdrukking op zijn gezicht naar mij toe lopen. Het was een man van een jaar of 25 met verweerd maar vriendelijk gezicht en hij droeg een overall met daarover een warm jack.
Er brandde een ouderwetse hout kachel in de hoek van de loods die volgens mij alleen zijn nabije omgeving verwarmde, maar onvoldoende was om de hele tochtige loods te verwarmen. Ik liep de man met uitgestrekte hand tegemoet en zei: hallo ik ben Ad en ik hoop dat u mij kunt helpen. Hij pakte mijn hand met zijn stevige eelt knuist en stelde zich voor als Milan en vroeg meteen in het Duits waar hij mij mee kon helpen. Ik was blij verrast dat hij Duits sprak. De man keek me vragend aan en vroeg mij nogmaals wat mijn probleem was.
Ik vroeg of hij met mij mee naar buiten wilde lopen omdat ik mijn probleem dan beter zou kunnen uitleggen. Hij trok de kraag van zijn jack omhoog, ritste die helemaal dicht en volgde mij. Omdat hij mij niet had horen aankomen, keek hij verrast toen hij de combinatie zag staan. Nadat ik de wagen had gestart en gas had gegeven had de man al snel in de gaten wat er aan de hand was en gebaarde mij mee te komen naar binnen. Hij liep direct door naar de kachel, zette er een pannetje water op, keek me aan en zei, voor de koffie! Oké knikte ik, maar wat is er met mijn wagen aan de hand? Hij keek me ernstig aan en vroeg, of dat het de gewoonste zaak van de wereld was of ik uit Griekenland was gekomen. Ik antwoordde hem verbaasd met de vraag
..hoe zo?
Je hebt daar waarschijnlijk je tank volgegooid met Griekse diesel en om dat daar te veel water in zit is deze nu bevroren. Met goeie diesel olie heb je daar geen last van. Gelukkig blijft het hier nooit lang koud maar nu zit je met de gebakken peren.
Ik keek hem denk ik droevig aan, want hij haalde zijn schouders op en stelde voor om de boel los zou schroeven om te laten ontdooien.
We kantelden de cabine, een klein stukje was voldoende en sleutelden de brandstoffilter behuizing er helemaal af. Binnen bij de kachel smolt hij de binnen kant los en konden we er de grote ijslolly uit halen. Alsjeblieft dat bedoel ik nou, zei hij zichtbaar opgelucht omdat zijn theorie helemaal klopte. Wat raad jij mij verder aan te doen vroeg ik hem.
Het filter zal ik er weer op zetten zei hij, maar je kunt het beste één of twee dagen wachten tot de ergste vorst voorbij is voor je weer gaat rijden. Ik begreep dat hij gelijk had en verzoende me met de gedachten dat ik hier een paar dagen zou moeten blijven. Is hier in de buurt een pensionnetje of hotelletje vroeg ik hem tegen beter weten in. Nee antwoordde hij dan moet je naar Veles, daar zou je misschien iets kunnen vinden, maar hier in de buurt is niets. Maar dat is helemaal geen probleem, want jij gaat gewoon met mij mee naar huis. We regelen wel een slaapplaats voor je.
Ik bleek geen keus te hebben en bedacht me dat het toch wel heel gastvrij en aardig van hem was.
Mijn vrachtwagen stond van de weg af en stond niemand in de weg, dus ik legde mij er maar bij neer, dat ik een paar dagen zou moeten wachten.
Morgen zou het Kerstmis zijn en dan mocht je sowieso niet rijden. Milan had inmiddels koffie gezet en in een glas geschonken. Het was donkere koffie waar de drab in rond dwarrelde. Het smaakte afschuwelijk en ik nam me voor wanneer we naar zijn huis zouden gaan, een pak gemalen Hollandse koffie mee te nemen met mijn potje en filters
Het was die dag al vroeg donker en om een uur of vier gingen we op weg naar zijn huis. Ik had wat schone kleren en mijn toilettas in de weekend tas gegooid en een pak gemalen koffie met potje en filters. Ja ik ben en blijf een echte Hollander hoor!. Buiten had ik geen auto zien staan dus was ik benieuwd hoe het verder zou gaan.
Daar kwam ik snel achter, hij was te voet en het was maar ongeveer tien minuutjes lopen verzekerde hij mij.
Onderweg vertelde hij mij dat hij bij zijn ouders woonde samen met zijn vrouw Zvezdana en dochtertje Jovanka en dat zijn vrouw in blijde verwachting was van hun tweede kindje, wat eind Februari geboren moest worden.
Ik vertelde hem ook over mijn thuis situatie en zo raakten we vertrouwd met elkaars status.
Voor ik er erg in had wees hij voor zich uit door de nog steeds gestaag vallende sneeuw en ik ontdekte een klein laag ondergesneeuwd huisje.
Het zou zó vanuit het open lucht museum daar neergezet kunnen zijn. Er stonden wat kale bomen omheen en daar achter zag ik iets wat op een ingezakt schuurtje leek. In ieder geval stond er een keurig opgetaste berg houtblokken voor. Deze zorgde er ongetwijfeld voor dat er een dunne sliert rook uit de schoorsteen van het huisje kwam.
Aan de weg stond op een scheve paal een brievenbus, die de plek markeerde welke naar de achterkant van het huisje liep. Aan de sporen in de sneeuw kon je zien dat de voordeur nooit werd gebruikt en iedereen achterom naar binnen ging.
Wij liepen dus ook achterom en gingen daar de lage deur naar binnen. Pas op je hoofd waarschuwde Milan me, maar ik liep al gebukt achter hem aan. Ik stapte een lage donkere ruimte binnen en moest even wennen aan het schaarse licht en kon nauwelijks recht op staan.
Midden in de woonkamer stond een grote houten tafel en wat mij direct opviel was het grote fornuis met allerlei potten en pannen er op wat stond te snorren. Het rook er sterk naar houtvuur en avond eten. Milan leidde me gelijk naar zijn ouders om mij voor te stellen. Eerst zijn moeder Anica, dat was een kleine forse vrouw waarvan ik de leeftijd niet zou kunnen schatten. Ze droeg een grauw zwarte jurk met daar overheen een gebloemd schort, dikke wollen sokken en een paar sloffen die met schapenvacht gevoerd waren, of misschien waren ze daar wel van gemaakt.
Ze had een donkergetint gezicht, waarin een paar donkere ogen meteen alle aandacht op eisten. Niet onvriendelijk, maar ze zeiden je wel
ik ben hier de baas in huis, vergeet dat niet!
We liepen door naar de tafel waar zijn vader in een stoel zat waaraan je kon zien dat die van hem was.
Hij stond niet op, maar stak zijn werkknuist uit, kneep me verrassend stevig in mijn hand en keek me daarbij aan of dat hij wilde zeggen, ik ben misschien wel wat ouder dan jij maar ik sta nog steeds mijn mannetje. Hij had een donkere trui en werkbroek aan waarvan de pijpen in zijn grote leren laarzen verdwenen.
Vanuit een achterkamertje kwam een mooie jonge vrouw tevoorschijn. Ze keek nieuwsgierig de kamer rond en vroeg iets aan Milan die haar vervolgens alles uitlegde. Hij richtte zich daarna weer tot mij en zei, Ad dit is mijn vrouw Zwezdana, ze heet je van harte welkom maar spreekt geen Duits. Ik gaf haar een hand en stelde me voor. Ze keek me vriendelijk aan met grote sprekende ogen. Ze was eenvoudig gekleed in een donkerrode jurk, daarin tekende zich een klein buikje af wat verraadde dat ze zwanger was. Ze had lange slanke handen welke precies bij haar pasten. Er klonk wat gestommel en daar kwam een klein meisje de woonkamer in rennen. Ze liep gelijk naar haar moeder, greep haar om de benen en legde haar hoofdje tegen haar dijbeen. Dit is Jovanka mijn dochtertje zei Milan trots.
Milan nodigde me uit aan tafel plaats te nemen en de anderen volgden. Alleen de moeder bleef bij het fornuis staan en bekommerde zich om de maaltijd. Er kwam een fles op tafel en kleine glaasjes werden ingeschonken. Zijn vader hief het glas en sprak denk ik een spreuk uit . Ook ik hief het glas en knikte goedkeurend. Vader en zoon goten het glas in één keer naar binnen en keken mij aan op een manier van
zo hoort dat en nu jij. Ik liet me uiteraard niet kennen en ik gooide het vocht ook in één keer naar binnen. Ik voelde het hete spul naar beneden zakken en was blij dat ik het er zonder schade had afgebracht. Maar ik had te vroeg gejuicht, want nadat ik diep had ingeademd en gewoon probeerde uit te ademen voelde ik mijn keel in brand staan en er volgde een onbedaarlijke hoestbui. Dat deed de mannen plezier en ze schonken er nog eentje in met de mededeling dat het even wennen was.
Ik knikte met roodomrande ogen en maakte duidelijk dat het inderdaad erg wennen was.
De stemming zat er gelijk goed in en er werden mij allerlei vragen gesteld, waar ik vandaan kwam, wat ik verdiende, hoeveel een brood kostte en meer van dat soort zaken en de oohhh's en aaah's waren niet van de lucht. Het volgende borreltje slivovitsj ging wat rustiger naar binnen en het werd een gezellige boel.
Toen moeder Anica met luide stem duidelijk maakte dat het eten klaar was, begon Zwezdana gelijk de grote tafel te dekken geholpen door Milan en even later zaten we allemaal gezellig rond de tafel te eten. Aardappelen groene kool en een stuk kip, echt lekker en ik merkte dat ze genoten van het feit dat ik voor de tweede keer op schepte.
Naast me zat het kleine dochtertje die voortdurend naar mij keek en iets vroeg wat ik niet verstond. Vragend keek ik naar Milan, die mij uitlegde dat ze nieuwsgierig was hoe ik de kip vond. Ze had die kip vanmorgen samen met haar Oma uitgekozen en gevangen en ze had oma ook geholpen met het plukken. Zo zo, knikte ik haar toe goed gedaan hoor!. Milan keek me lachend aan en vertelde de kleine dat ik de kip erg lekker vond en dat ik vond dat hij goed geplukt was. De kleine keek trots naar mij, prikte het stukje kip wat nog op haar bordje lag aan haar vork en legde het op mijn bord. Ze keek me lief aan en ik begreep dat ze bedoelde, die is voor jou omdat je het zo lekker vindt. Milan knikte me toe en zei, eet maar op dat vindt ze leuk, ze komt niets te kort. Ik knikte dankbaar naar haar en voelde dat ik door de hele familie geaccepteerd was. Dat gaf me een prettig gevoel zo ver van huis, tussen deze lieve gastvrije mensen. Na de maaltijd werd de tafel door de dames afgeruimd en maakte Moeder Anica aanstalten om koffie te zetten. Wacht riep ik spontaan, ik ga wel even koffie zetten met mijn koffie. Ik pakte het pak Douwe Egberts koffie, het potje en de filters uit mijn tas. Iedereen sloeg mij nieuwsgierig gade, terwijl ik bezig was. Ik vroeg een pannetje en warmde het water wat ik uit een pomp boven de gootsteen haalde en zette het op de kachel. De filterhouder met filter en koffie zette ik er vast in klaar. Oma Anica keek nieuwsgierig toe en legde de anderen uit wat ik aan het doen was. Toen ik even later het hete water op de koffie goot, kwam er een heerlijke geur vrij die het hele vertrek vulde en ik zag aan hun gezichten dat het ze beviel.
Iedereen dronk met smaak de koffie en de complimenten waren niet van de lucht. Voor de kleine Jovanka was het tijd geworden om naar bed te gaan en iedereen ook ik kreeg een nachtkusje van haar. Niet veel later volgde haar moeder met het excuus dat ze zich niet zo lekker voelde en graag vroeg naar bed wilde. Wij bleven nog een uurtje na kletsen en vonden toen ook dat het bedtijd werd. Voor mij werd de oude bank slaapklaar gemaakt en omdat de kachel gedurende de nacht uit zou gaan kreeg ik nog twee winterjassen om over de deken te leggen tegen de kou. Ze wensten mij een goede nachtrust en onderwijl ik lag te luisteren naar het inzakken van het hout in de kachel ben ik in slaap gevallen.
Midden in de nacht werd ik wakker. Ik moest me eerst oriënteren waar ik was maar toen ik Oma blokken hout in de kachel zag gooien wist ik het weer. Ook Milan kwam de woonkamer binnen, zag dat ik wakker was en knielde naast mij neer. Hij keek me ernstig aan en zei, sorry als ik je wakker heb gemaakt, maar ik denk dat mijn vrouw moet gaan bevallen, want haar water is net gebroken. Zou je de bank willen vrij maken, want misschien hebben we die straks nodig. Je kunt zolang wel aan de tafel gaan zitten en trek je verder van ons maar niets aan. Voor hij was uitgesproken stond ik er al naast . Ik stelde hem gerust en raadde hem aan snel naar zijn vrouwtje terug te gaan omdat zij hem het hardst nodig had. Ik kleedde me snel aan en nam plaats aan de tafel. Oma was druk bezig het fornuis op te stoken, pompte water in een emmer en zette die op het fornuis. Ik zag dat ze precies wist waar ze mee bezig was en dat stelde me gerust.
Uit de achterkamer hoorde ik Zwezdana kreunen, er werd druk heen en weer gelopen en dingen geroepen waar ik niets van begreep. Opa kwam aangekleed de woonkamer binnen en ging zwijgend bij mij aan tafel zitten. Ik voelde me een beetje overbodig maar dat was niets in vergelijking hoe Zvezdana zich zou voelen troostte ik mijzelf. Ineens stond Milan naast me en toen ik naar zijn bezorgde gezicht keek, vroeg ik hem of het allemaal wel goed ging. Nee antwoordde hij, het gaat helemaal niet goed, er moet een doktor bij komen. Ik denk dat het kindje verkeerd ligt en dat is iets waar alleen een dokter bij kan helpen. Maar het ergste is
.we hebben geen telefoon en er is ook geen open baar vervoer om deze tijd van de nacht.
Mag ik jouw hulp vragen om Zwezdana naar de dokter in Veles te brengen, want wanneer dat niet snel gebeurd ben ik bang dat het mis gaat. Je bedoelt met de truck vroeg ik verbaasd. Ja zou je dat willen doen vroeg hij bijna smekend. Natuurlijk antwoordde ik verrast, dat moet volgens mij wel lukken. Ik voelde me meteen een stuk beter nu ik me nuttig kon maken. Kom dan halen we de wagen gelijk op en zullen we proberen hem zo dicht mogelijk voor de deur te krijgen. We kleedden ons warm aan en waren drie minuten later al op weg. Milan liep zó snel dat ik hem amper kon bij houden daarom gaf ik hem de sleutels en zei, ren jij maar vooruit dan kan je de motor vast starten en lucht draaien. Hij rende weg en toen ik even later naderde hoorde ik de zware motor al draaien. Ik hoopte van ganser harte dat hij het zou blijven doen en niet weer zou bevriezen voordat we bij de dokter zouden zijn. Milan zat al aan de bijrijders kant te wachten en riep mij toe dat hij de aanhanger ook al had afgekoppeld en dat we zo weg konden rijden. Ik bracht de wagen langzaam in beweging. Ik voelde dat de achterkant van de wagen een beetje weg slippen maar had hem bijna gelijk weer onder controle. Langzaam gaf ik wat gas bij en zo reden we even later door de heldere vriesnacht met alle lichten die ik had aan, terug naar het huisje. De sneeuw was maagdelijk, niemand had er nog gereden en dat gaf mij meer grip dan dat het al plat gereden zou zijn. Een paar minuten later doemde het huisje in de felle lichten van de truck op.
Ik parkeerde hem zo dicht mogelijk bij de voordeur en Milan sprong er al uit voor dat de wagen helemaal tot stilstand was gekomen en rende het huis binnen. Bijna onmiddellijk daarna kwam zijn vader naar buiten met een gestikte deken, hing deze voor mijn grill en maakte hem links en rechts met touwen vast aan de buitenspiegels en weg was hij weer. Ik zette de stand kachel aan en maakte het onderste bed helemaal vrij.
De mannen kwamen door de voor deur naar buiten met Zwezdana die ze in een paar dekens hadden gewikkeld en tilden haar de cabine in, daarna legden ze haar voorzichtig op het bed.
Milan zat op de motorkap en bekommerde zich om zijn vrouw en opa zat op de bijrijders stoel. Rijden maar gebood Milan, ik hoop dat we nog op tijd zijn want het begint nu wel kritiek te worden. Ik zette de wagen in beweging en begreep dat ik nu een balans moest zien te vinden tussen snel rijden en verantwoord rijden. Ik concentreerde me tot in mijn vingertoppen en werd één geheel met mijn truck. Elke beweging voelde ik duizend maal versterkt en reageerde daar onmiddellijk op met het gevolg dat we behoorlijk door konden rijden onder deze moeilijke omstandigheden. We reden over de brug naar de doorgaande weg.
Het geheel had iets onwerkelijks, we reden door een enorme witte sneeuw vlakte en deze werd door mijn ruim aanwezige lampen fel verlicht . Het was een kraakheldere vries nacht en er fonkelden miljoenen sterren aan de hemel. De cabine was lekker warm. Opa die steeds door het voorraam naar buiten had zitten staren wees ineens vooruit naar de lichtjes van een stad en zei, daar ligt 'Veles' goddank nu hoeft het niet zo lang meer te duren. Hij leidde mij niet veel later door de straten van het stadje waar het om deze tijd van de nacht gelukkig doodsstil was. We stopten voor een groot heren huis en Milan was er al weer uit voor we stil stonden. Hij rende met grote stappen naar de deur, bonsde er op en onmiddellijk ging er op de boven verdieping een licht aan en er werd een raam geopend. Milan schreeuwde iets naar boven en binnen enkele seconden was de dokter al beneden. Opa was inmiddels ook uitgestapt en stond naast de wagen. Ook ik stapte uit en zo maakten we plaats voor de dokter die in een ochtend jas met daaroverheen een winterjas kwam aan snellen met zijn koffertje. Ik deed de deur aan de stuurkant dicht en ging naast Opa voor de wagen staan wachten. Ook de vrouw van de dokter kwam haastig aanlopen met wat onduidelijke spullen welke ongetwijfeld met het bevallen te maken moest hebben. Ook zij stapte de cabine in en Opa en ik stonden nerveus af te wachten voor de cabine, allebei met onze eigen gedachten.
En toen er opeens een klein breekbaar kinderstemmetje door die heldere vriesnacht klonk
.was dat het mooiste geluid wat ik ooit gehoord had of ooit nog zou horen. Opa keek mij opgetogen aan en sloeg mij behoorlijk hard op mijn schouder. Ik merkte dat er tranen over mijn wangen biggelden en ook Opa liet zijn tranen de vrije loop, waar we ons beiden absoluut niet voor geneerden. Milan kwam om de hoek van de cabine kijken en schreeuwde: Het is een jongen en helemaal gezond. Ook de dokter kwam nu de cabine uit en stamelde in het Duits dat het niet langer had moeten duren en dat alles gelukkig goed was met moeder en kind.
We waren allemaal vreselijk opgelucht dat het zo goed was afgelopen en wanneer ik in god zou geloven zou het nu tijd zijn geweest voor een dankgebedje. Na wat formaliteiten en wat opruimen, konden we weer terug rijden naar huis. Zwezdana zat op bed tegen mijn opgerolde slaapzak met de baby tegen zich aangedrukt . De cabine was lekker warm en ik reed rustig terug en dacht bij mijzelf
Deze kerst zal ik nooit meer vergeten en deze fijne mensen natuurlijk ook niet
en of ze mij ooit zullen herinneren
... dat denk ik wel, want de tweede voornaam van de baby was Adriaan , die naam zal hun altijd blijven herinneren aan hun chauffeur voor één nacht.
Toen ik eerder die avond de spullen van het onderste bed naar boven had verplaatst, vond ik nog het door mij vergeten kerst pakket. Nou dat was nog nooit zo goed terecht gekomen, gelooft u dát maar
.
En of dit alles nu voorzien was of gewoon toeval, daar zal ik wel nooit achterkomen.
Nogmaals prettige kerstdagen en een gezond nieuw jaar toegewenst door Ad en Greet Bruynzeel.
,
.