Uit het gareel! Ipsala Zomer 1986.
Deze reis begon voor ons, dat wil zeggen voor mijn collega Anne (echte Friese naam) en voor mij, met het transporteren van twee Franse zeiljachten, van de Franse Westkust naar Oslo in Noorwegen.
Daarna reden we leeg door naar een heel klein plaatsje aan de Noorse Westkust genaamd Vestnes dat ligt net even onder Molde.
We moesten daar allebei een motorjacht laden met bestemming Istanbul.
Daar valt uiteraard genoeg over te vertellen, maar wanneer dit verhaal begint bevonden we ons al aan de Grieks Turkse grensplaats: Ipsala.
Anne had mij wijsgemaakt dat je daar veel sneller de grens over kon dan bij Kapikule en dit keer had ik naar hem geluisterd en verdomd het zag er inderdaad naar uit dat hij nog gelijk kreeg ook.
Nu moet ik eerst wat meer over die grens vertellen. Die grens wordt min of meer gevormd door een brede moerasvlakte waarin ergens een rivier stroomt.
Daar over loopt een lange brug, waar je op staat te wachten totdat je weer een stukje vooruit mag rijden. Eigenlijk niets bijzonders dat is aan elke grens hetzelfde.
Maar wat op mij meteen indruk maakte, waren de enorme muskieten die daar rond vlogen, soms twee dik op elkaar (volgens mij maakten ze een wippie onder het vliegen). Deze waren zonder overdrijven minimaal zo groot als een 'Libelle' en dan bedoel ik niet dat damesblad! Ik kreeg de indruk wanneer zo'n helikopter in je hand prikte, de angel er aan de andere kant weer uit zou komen.
Gedurende de tijd dat je op die brug stond te wachten zou je je kunnen vervelen, maar ik heb daar gelukkig nooit last van gehad. Ik bedenk altijd wel iets om te gaan doen.
Ik stond daar midden op die brug uitgebreid patat te bakken. Ik had mijn kookstelletje te voorschijn gehaald en stond op de tree plank van mijn truck (Scania met neus want die hebben een treeplank), lekker patates te bakken.
Stel je er niet teveel van voor, maar het rook in ieder geval lekker en de hitte zorgde er voor dat de muskieten op een afstand bleven.
Ik lokte de andere wachtende chauffeurs naar me toe en zo ontstond er rond mijn truck een gezellige samenscholing waar zelfs de soldaten die de brug liepen te bewaken op afkwamen en zonder te vragen een paar patatjes van een bord pakten en smakelijk opsmikkelden, onderwijl hun duim omhoog stekend om aan te geven dat ze het best lekker vonden.
Ze mompelden tjok kuzel , dat zal ik wel niet goed schrijven maar zo klonk het wel, wat héél erg goed betekent.
Zo verliepen de uren ongemerkt en waren we inderdaad die zelfde middag om een uur of vijf de grens gepasseerd.
Niet dat we nu door mochten rijden naar Istanbul. Er moest eerst van de grenspolitie een begeleidingswagen komen om ons die resterende 300 km naar Istanbul te begeleiden.
We waren heel Europa door gereden zonder begeleiding want we waren maar 3.50 mtr. breed en rondom goed uitgerust met breedte borden en zwaailichten, maar dat was voor de Turkse politie niet voldoende en ze wezen ons er fijntjes op dat we in Turkije waren en dat zij het hier voor het zeggen hadden. Wat de rest van Europa deed, daar hadden ze geen boodschap aan.
Na nog wat heen en weer gepraat werden we het eens en even later kwam er een gammele Lada aanrijden met iets wat op een zwaailicht leek op het dak.
Er zaten maar liefst vier ongeschoren naar knoflook stinkende Turken in die ons alles behalve vertrouwen in boezemden. Ze maakten ons duidelijk dat we vooruit moesten betalen, maar daar trapten wij allang niet meer in. We hadden ooit leergeld betaald en ons lesje geleerd. Eerst werken en dan betalen was ons antwoord en toen de politie ons vermaande op weg te gaan nu we begeleiding hadden gingen ze ons voor, onder het uiten van voor ons onbegrijpelijke scheld woorden. Even later waren we op weg.
De Turken hadden alles wat aan de wagen open kon, opengedraaid en reden met hun armen heftig gebarend op het tegemoet komende verkeer in en duwden deze zowat de berm in, wat helemaal niet nodig was want nogmaals echt breed waren we niet. Maar de Turken genoten van hun macht en duwden alles en iedereen aan de kant. We schoten zo niet erg op, want als wij vanavond nog op de 'Londra Camping' in Istanbul wilden aankomen, dan zou het met dit slakkengangetje nooit lukken. Ik pakte mijn microfoon van de 27 MC radio en riep Anne op, Hij meldde zich direct en ik zei: wat denk je er van, zullen we de mannen even een lesje leren?
Wat ben je dan van plan?
We schudden de rest van onze paarden krachten wakker en gaan als een speer naar Istanbul!
Voordat Anne kon antwoorden trapte ik het gas pedaal helemaal in. De zware motor kwam brullend op gang. Wolken zwarte rook werd de lucht ingeblazen en in mijn buiten spiegel zag ik het zelfde uit de staande uitlaatpijpen bij Anne komen. De twee kolossen kwamen zonder veel moeite op snelheid en stormden vlak achter elkaar op de druk gebarende begeleidingswagen af.
Deze begon uit paniek te slingeren en reed in verwarring op een langs de weg opgestelde pottenbakkers stand af die langs de weg stond.
Op een haar na wisten ze deze te ontwijken en slingerden weer terug naar het midden van de weg, maar daar kwamen wij als twee gekoppelde locomotieven aandenderen.
Ik hing aan mijn luchthoorn en ik zweer je dat ik de Lada als een geschopt hondje opzij zag springen. Wij reden er gelijk langs en in de buitenspiegel zag ik de Lada langs de kant staan met vier bleke Turkse koppies er in, bijkomend van de doorstane emotie.
Sorry hoor, maar wanneer je heel Europa doorkruist hebt zonder begeleiding en ze gaan je dan het laatste stukje hier in Turkije op zo'n overdreven manier begeleiden, dan slaat er bij mij even wat op tilt en moet ik dat afreageren.
Ik keek opnieuw in mijn buitenspiegel en keek recht in het breed grijnzende gezicht van Anne.
Dat gaf mij in ieder geval de zekerheid dat hij er ook zo over dacht. We reden zo nog een uurtje door en werden er toen hardhandig aan herinnerd dat we ons nog steeds in Turkije bevonden.
Vóór ons op de weg stonden twee soldaten met automatische geweren die ons duidelijk maakten dat we voor controle de TIR parking op moesten. Het was één van die onvermijdelijke controles die er toentertijd werden uitgevoerd door het leger. Het eerste wat ze vroegen was natuurlijk onze papieren, die gelijk tot de volgende dag werden vastgehouden.
De wagens moesten aan de kant en de volgende dag moesten we eerst zorgen voor begeleiding en mochten we niet eerder rijden dan 11.00 uur vanwege de drukte vóór die tijd.
Gelukkig was er op die plaats een goed restaurant met een terras waar we uiteraard de rest van de dag en avond hebben doorgebracht.
Later werden we door de begeleiders gevonden. Ze durfde niets tegen de autoriteiten te zeggen en vroegen of ook wij onze mond wilden houden ( ze waren doodsbang voor die militairen), maar dat zal dan ook wel zijn reden hebben.
Enfin, Anne en ik waren aardig opgeknapt na onze escapades, want altijd maar in het gareel lopen in dat soort landen komt je een keer je strot uit en dit was al met al met een sisser afgelopen. De rest van de reis is redelijk goed verlopen. Hoewel ze ons in Istanbul ook weer een kunstje wilden flikken, maar daar tuinden wij niet in door schade en schande wijzer geworden.
Maar dan dit toch nog even tot slot.
Als rechtgeaarde chauffeur kan je gerust wel wat hebben, maar ze moeten nou ook weer niet te veel voor je gaan regelen.
Je moet het laatste beetje vrijheid dat je nog hebt, koesteren
. desnoods met geweld.