Truckers latijn voor Augustus
Kantje boord
Genant Misverstand
Uit het gareel
De haven van Ajaccio (Corsica) met op de achtergrond de ferry naar Marseille
Met dit keer drie totaal verschillende verhalen
Kantje boord  (joegoslavie)
Uit het gareel (Turkije)
Gênant misverstand (Frankrijk)
Ouderwets gareel om de pk's in toom te houden
2007
Gênant misverstand
Deze bizarre situatie moet ik echt even vertellen hoor, zoiets verzin je niet, zoiets moet je overkomen, maar het is wel gênant dat kan ik u verzekeren .
Ik ben in ieder geval blij dat het mij niet is overkomen,  maar een collega (botenrijder) viel volop in de prijzen dat ging zo…..
Hij heeft mij toestemming gegeven om deze anekdote op mijn site te zetten dus bij deze.
Hij vertelde dat hij geladen met een grote zeilboot op de franse  autoroute reed. Voor de zekerheid belde hij toch maar even met zijn baas om te informeren of het wel was toegestaan met zo'n grote zeilboot op de auto route te rijden. Deze gebood hem zo snel mogelijk weg te wezen, aangezien hij met 'konvooi exceptioneel' op de zgn. 'Route Nationaal' moest rijden.
Hij gaf daar onmiddellijk gehoor aan, reed de autoroute af en even later bevond hij zich dus op de zgn. 'Route Nationaal'.
Omdat hij niet precies wist waar hij was, besloot hij zo snel mogelijke een parkeer plaatsje te zoeken om even op zijn landkaart te kijken.
Hij ontdekte een mooie lege parkeerplek vlak voor een kerk en besloot hem daar voor een paar minuten stil te zetten om zijn 'Michelin' kaart te kunnen raadplegen.
Hij zat nog maar net de kaart te bestuderen, toen ineens de enorme kerkdeuren open zwaaiden en er drommen mensen naar buiten kwamen die een eren haag vormden voor een bruidspaar dat naar buiten schreed, het zonlicht tegemoet.
Er werd met rijst gegooid en ze werden luid bejubeld. Een aantal mensen liepen vol bewondering naar de boot die op de trailer voor de kerk stond. Er werd  geapplaudisseerd en er werden bewonderende kreten geroepen. Men begon om de trailer te dansen en gooiden  er rijst op.
De bruidegom stond perplex en kon zijn ogen niet geloven …… wie had hem dit prachtige zeilschip cadeau gedaan en hoe wisten ze dat het zijn allerliefste wens was ooit zo'n schip te bezitten. Hij keek met verbijstering naar het ongelofelijke cadeau en ook zijn bruidje danste verrukt om hem heen. Kun je je voorstellen zei mijn collega, dat ik daar dood mee aan was en haast niet meer durfde weg te rijden.
Al mijn moed heb ik toen bij elkaar geraapt en de truck langzaam in beweging gezet. Met een enorm schuldgevoel ben ik weggereden, nagestaard door een honderd tal teleurgestelde ogen die ik nog lang in mijn rug voelde prikken .
Toen ik hem een kilometer of tien verder weer stilzette (uiteraard niet voor een kerk) ben ik om de trailer heen gelopen en heb ik met een schuldig gevoel de rijst van de trailer geveegd, om deze laatste herinneringen aan die gênante vertoning weg te werken .
Maar geloof me Adriaan, ik heb er nog vaak aan moeten denken en ik weet nu nog steeds niet of ik er nou om moet huilen of lachen, maar zet jij het maar op je site en laat de mensen zelf maar oordelen.
Oké maat dat is bij deze gebeurd en u beste lezer, doe er mee wat u wilt maar het is absoluut echt gebeurd want ik zei het u al eerder……. Zo iets verzin je toch niet!.... Zelfs ik niet.

                   
Kantje boord.
                                                 Tussen Sinj en Vrlika.(Joegoslavië) zomer 1982.


Deze keer reed ik leeg terug vanuit Siebenik, een kust plaatsje dichtbij de bekende stad Split ( Joegoslavië).
Ik had daar in de jachthaven twee motorjachten gelost.
Deze waren bestemd voor de verhuur. Het waren degelijke Noorse jachten van de Fjordplast fabriek uit het mooie Noorse plaatsje Rjukan, dat ligt midden in de meest zuidelijke provincie van Noorwegen, Telemark genaamd.
Dit was mijn tweede rit naar Siebenik, er moesten in totaal vijf motorjachten heen en de laatste werd door een collega gebracht, dus mijn werk zat er wat deze missie betreft op.
Kom maar leeg naar huis luidde de opdracht en dat liet ik me geen tweede keer zeggen. Op naar Holland en om de waarheid te zeggen ging het niet zo zachtjes.
Ik knalde met een snelheid van dik honderd KM over de doodstille bergweg, een grote stofwolk achter latend.
Natuurlijk is dat veel te hard, maar ik viel er niemand mee lastig.
De weg waar ik me op dat moment bevond was de weg tussen Sinj en Vrlika. Deze weg liep als een golvend lint door het glooiende landschap dat voor het
grootste gedeelte uit rotsen bestond.
Er was in de verste verte geen verkeer te bekennen wat in deze streek niet zo gek was.
Het meeste verkeer concentreerde zich in die tijd ( 1982) nog langs de kustweg. Dat was een weg om spontaan een nachtmerrie van te krijgen en niet zonder reden, want menigéén heeft zijn kennismaking met deze weg met de dood moeten bekopen. De tientallen auto wrakken die je daar in de afgrond zag liggen vormden daar het lugubere bewijs van.
Denk nou niet dat die autowrakken een afschrikkende werking hadden, want dat was dus niet zo.
Ik kwam daar al jaren over de vloer, maar het was altijd weer angstig gevaarlijk. Maar ik dwaal af, laat ik me bij mijn eigen probleem houden want daar heb ik meer dan genoeg aan.

Ik reed dus met een rot gang en nog luid zingend ook die bewuste weg af, toen ik in de verte ineens een stipje ontwaarde met een klein stofwolkje er achter, een voertuig dus. Toen ik wat dichterbij kwam zag ik dat het een kleine landbouw tractor was. Automatisch liet ik mijn gas los en liet hem uitrollen.
De naald van mijn snelheids meter liep langzaam terug naar de tachtig en zo door naar de zeventig.
Nu ik wat dichterbij was gekomen zag ik dat er een klein jongetje bij zijn vader op schoot zat die de tractor bestuurde. Dat verklaarde dus meteen waarom de tractor nogal slingerde.  
Ik besloot er uiterst links langs te rijden, vlak langs het nogal stijl aflopende talud. Mij kon weinig gebeuren, ik reed inmiddels een kilometer of vijftig en had alles in de hand.
Ik zal voor de zekerheid even toeteren dacht ik zo stom als het maar kan, want dat had ik nooit moeten doen. Het nu volgende speelde zich binnen een paar eeuwigdurende seconden af. De man en het jochie keken allebei geschrokken om en het jochie trok daarbij het stuur mee naar links.
Ik zat toen al bijna naast hun en kon ze niet meer ontwijken, tenzij ik het stuur ook naar links zou trekken, maar dat zou betekenen dat ik het steile rotsachtige talud zou aftuimelen met alle gevolgen van dien.
Ik nam mijn beslissing in een honderdste van een seconde en trok mijn combinatie met ware doodsverachting naar de rand van het talud en miste zodoende op een haar na de tractor. Ik zag de van doodsangst vertrokken gezichten in een flits aan mij voorbij gaan en zweefde toen een afschuwelijk moment tussen hemel en aarde.
Ik zat als versteend voor me uit te kijken en wist zeker dat dit de laatste secondes van mijn leven waren
Maar ik werd hardhandig met mijn neus op de feiten gedrukt door de enorme klap waarmee ik op het rotsachtige talud terecht kwam. Impulsief wilde ik naar rechts draaien maar besefte bijna gelijktijdig dat ik dan om zou slaan en stuurde met doodsverachting de combinatie recht naar beneden in de hoop dat hij overeind zou blijven. Ik voelde dat ik sterk werd afgeremd en ik dacht, dat is de aanhanger die over de rand schuurt en zo de hele combinatie af laat remmen. Ik stortte met donderend geraas verder naar beneden en vloog als een balletje achter het stuur vandaan op het bed achter me. Gelijk met mij vloog alles wat niet vast zat door de cabine en ik verwachtte elk moment de definitieve dood klap. Onder de truck hoor ik de harde knallen van de rotsblokken en een seconde later merkte ik dat de truck nog meer in snelheid afnam. Ik zag uit het stoffige voorraam dat we beneden waren beland. De wagen reed met een wild draaiend stuur nog een stukje door en stond toen in een ondoordringbare stofwolk stil.
Het was ineens doodstil om mij heen en ik hoorde mezelf heftig ademen.
Welkom terug op aarde mompelde ik stoer tegen mezelf.  Het duurde nog even voor het tot me door drong dat ik het er levend had afgebracht.
Maar een mens kan zich verbazend snel herstellen, want het eerste waar ik toen aan dacht was mijn wagen, zou ik er nog mee kunnen rijden en hoe zou het met die tractor en zijn bestuurders zijn afgelopen. Moeizaam kroop ik uit de cabine en liep een eindje bij de wagen vandaan om wat overzicht te krijgen. De stofwolk was snel verdwenen, het was steen gruis en dat blijft nooit zo lang in de lucht hangen.
De schade viel op het eerste gezicht wel mee. Ik controleerde de Carterpan waar inderdaad wat deuken in zaten maar er lekte niets. Er waren door de woeste bewegingen van vooral de aanhanger wat stempels uitgevlogen en meer los spul maar verder viel het me honderd procent mee. Toen drong er ineens een geluid tot me door en ik zag dat er twee mensen moeizaam naar beneden kwamen klauteren. Het waren de bestuurder van de tractor met zijn zoontje, die ongetwijfeld kwamen kijken hoe het was afgelopen. Inmiddels was mijn woede tegen de boer en zijn zoon helemaal bekoeld en was ik blij dat het goed was afgelopen met ons.
De boer deed zijn uiterste best met allerlei verontschuldigingen en ook het jochie keek heel schuldig naar me op, omdat hij wel begreep dat het allemaal zijn schuld was.
Na wat praten met handen en voeten begreep de boer dat hij mij met zijn trekker moest helpen het spul terug te krijgen op de rails en liet mij merken dat hij mij graag wilden helpen.
De eerste honderd meter kon ik zelf rijden, daar was een plek waar het talud niet meer zo stijl was en konden we proberen de weg weer op te komen. Dat lukte ons gelukkig met niet al te veel moeite en niet veel later was ik al weer op weg .
Een illusie armer maar een ervaring rijker.
Minder haast staat vaak garant voor een veilige thuiskomst.
Ook al denk je dat jou niets kan gebeuren, het overkomt je toch gewoon.
Het kerkhof ligt vol met mensen die dachten “mij kan niets gebeuren”
Dus in het vervolg kijk ik dubbel goed uit.
De dood maait er lustig op los en vraagt niet wiens schuld het was.                    
Dus…..wees gewaarschuwd.
Uit het gareel!                                                     Ipsala Zomer 1986.


Deze reis begon voor ons, dat wil zeggen voor mijn collega Anne (echte Friese naam) en voor mij, met het transporteren van twee Franse zeiljachten, van de Franse Westkust naar Oslo in Noorwegen.
Daarna reden we leeg door naar een heel klein plaatsje aan de Noorse Westkust genaamd ”Vestnes” dat ligt net even onder Molde.
We moesten daar allebei een motorjacht laden met bestemming Istanbul.
Daar valt uiteraard genoeg over te vertellen, maar wanneer dit verhaal begint bevonden we ons al aan de Grieks Turkse grensplaats:” Ipsala”.

Anne had mij wijsgemaakt dat je daar veel sneller de grens over kon dan bij  Kapikule en dit keer had ik naar hem geluisterd en verdomd het zag er inderdaad naar uit dat hij nog gelijk kreeg ook.

Nu moet ik eerst wat meer over die grens vertellen. Die grens wordt min of meer gevormd door een brede moerasvlakte waarin ergens een  rivier stroomt.
Daar over loopt een lange brug, waar je op staat te wachten totdat je weer een stukje vooruit mag rijden. Eigenlijk niets bijzonders dat is aan elke grens hetzelfde.

Maar wat op mij meteen indruk maakte, waren de enorme muskieten die daar rond vlogen, soms twee dik op elkaar (volgens mij maakten ze een wippie onder het vliegen). Deze waren zonder overdrijven minimaal zo groot als een 'Libelle' en dan bedoel ik niet dat damesblad! Ik kreeg de indruk wanneer zo'n helikopter in je hand prikte, de angel er aan de andere kant weer uit zou komen.

Gedurende de tijd dat je op die brug stond te wachten zou je je kunnen vervelen, maar ik heb daar gelukkig nooit last van gehad. Ik bedenk altijd wel iets om te gaan doen.
Ik stond daar midden op die brug uitgebreid patat te bakken. Ik had mijn kookstelletje te voorschijn gehaald en stond  op de tree plank van mijn truck (Scania met neus want die hebben een treeplank), lekker patates te bakken.
Stel je er niet teveel van voor, maar het rook in ieder geval lekker en de hitte zorgde er voor dat de muskieten op een afstand bleven.
Ik lokte de andere wachtende chauffeurs naar me toe en zo ontstond er rond mijn truck een gezellige samenscholing waar zelfs de soldaten die de brug liepen te bewaken op afkwamen en zonder te vragen een paar patatjes van een bord pakten en smakelijk opsmikkelden, onderwijl hun duim omhoog stekend om aan te geven dat ze het best lekker vonden.  
Ze mompelden “tjok kuzel” , dat zal ik wel niet goed schrijven maar zo klonk het wel, wat héél erg goed betekent.
Zo verliepen de uren ongemerkt en waren we inderdaad die zelfde middag om een uur of vijf de grens gepasseerd.
Niet dat we nu door mochten rijden naar Istanbul. Er moest eerst van de grenspolitie een begeleidingswagen komen om ons die resterende 300 km naar  Istanbul te begeleiden.
We waren heel Europa door gereden zonder begeleiding want we waren maar 3.50 mtr. breed en rondom goed uitgerust met breedte borden en zwaailichten,  maar dat was voor de Turkse politie niet voldoende en ze wezen ons er fijntjes op dat we in Turkije waren en dat zij het hier voor het zeggen hadden. Wat de rest van Europa deed, daar hadden ze geen boodschap aan.
Na nog wat heen en weer gepraat werden we het eens en even later kwam er een gammele Lada aanrijden met iets wat op een zwaailicht leek op het dak.
Er zaten maar liefst vier ongeschoren naar knoflook stinkende Turken in die ons alles behalve vertrouwen in boezemden. Ze maakten ons duidelijk dat we vooruit moesten betalen, maar daar trapten wij allang niet meer in. We hadden ooit leergeld betaald en ons lesje geleerd. Eerst werken en dan betalen was ons antwoord en toen de politie ons vermaande op weg te gaan nu we begeleiding hadden gingen ze ons voor, onder het uiten van voor ons onbegrijpelijke scheld woorden. Even later waren we op weg.
De Turken hadden alles wat aan de wagen open kon, opengedraaid en reden met hun armen heftig gebarend op het tegemoet komende verkeer in en duwden deze  zowat de berm in, wat helemaal niet nodig was want nogmaals echt breed waren we niet. Maar de Turken genoten van hun macht en duwden alles en iedereen aan de kant. We schoten zo niet erg op, want als wij vanavond nog op de 'Londra Camping' in Istanbul wilden aankomen, dan zou het met dit slakkengangetje  nooit lukken. Ik pakte mijn microfoon van de 27 MC radio en riep Anne op, Hij meldde zich direct en ik zei: ”wat denk je er van, zullen we de mannen even een lesje leren”?
“Wat ben je dan van plan”?
“We schudden de rest van onze paarden krachten wakker en gaan als een speer naar Istanbul”!
Voordat Anne kon antwoorden trapte ik het gas pedaal helemaal in. De zware motor kwam brullend op gang. Wolken zwarte rook werd de lucht ingeblazen en in mijn buiten spiegel zag ik het zelfde uit de staande uitlaatpijpen bij Anne komen. De twee kolossen kwamen zonder veel moeite op snelheid en stormden vlak achter elkaar op de druk gebarende begeleidingswagen af.
Deze begon uit paniek te slingeren en reed in verwarring op een langs de weg opgestelde pottenbakkers stand af die langs de weg stond.
Op een haar na wisten ze deze te ontwijken en slingerden weer terug naar het midden van de weg, maar daar kwamen wij als twee gekoppelde locomotieven aandenderen.
Ik hing aan mijn luchthoorn en ik zweer je dat ik de Lada als een geschopt hondje opzij zag springen. Wij reden er gelijk langs en in de buitenspiegel zag ik de Lada langs de kant staan met vier bleke Turkse koppies er in, bijkomend van de doorstane emotie.
Sorry hoor, maar wanneer je heel Europa doorkruist hebt zonder begeleiding en ze gaan je dan het laatste stukje hier in Turkije op zo'n overdreven  manier begeleiden, dan slaat er bij mij even wat op tilt en moet ik dat afreageren.
Ik keek opnieuw in mijn buitenspiegel en keek recht in het breed grijnzende gezicht van Anne.
Dat gaf  mij in ieder geval de zekerheid dat hij er ook zo over dacht. We reden zo nog een uurtje door en werden er toen hardhandig aan herinnerd dat we ons nog steeds in Turkije bevonden.
Vóór ons op de weg stonden twee soldaten met automatische geweren die ons duidelijk maakten dat we voor controle de TIR parking op moesten. Het was één van die onvermijdelijke controles die er toentertijd werden uitgevoerd door het leger. Het eerste wat ze vroegen was natuurlijk onze papieren, die gelijk tot de volgende dag werden vastgehouden.
De wagens moesten aan de kant en de volgende dag moesten we eerst zorgen voor begeleiding en mochten we niet eerder rijden dan 11.00 uur vanwege de drukte vóór die tijd.
Gelukkig was er op die plaats een goed restaurant met een terras waar we uiteraard de rest van de dag en avond hebben doorgebracht.
Later werden we door de begeleiders gevonden. Ze durfde niets tegen de autoriteiten te zeggen en vroegen of ook wij onze mond wilden houden ( ze waren doodsbang voor die militairen), maar dat zal dan ook wel zijn reden hebben.
Enfin, Anne en ik waren aardig opgeknapt na onze escapades, want altijd maar in het gareel lopen in dat soort landen komt je een keer je strot uit en dit was al met al met een sisser afgelopen. De rest van de reis is redelijk goed verlopen. Hoewel ze ons in Istanbul ook weer een kunstje wilden flikken, maar daar tuinden wij niet in door schade en schande wijzer geworden.
Maar dan dit toch nog even tot slot.
Als rechtgeaarde chauffeur kan je gerust wel wat hebben, maar ze moeten nou ook weer niet te veel voor je gaan regelen.
Je moet het laatste beetje vrijheid dat je nog hebt, koesteren……. desnoods met geweld.  
Foto Greet Bruynzeel
Anne en ik aan de Noors Zweedse grens
Anne en ik aan de Noors Zweedse grens (Svinnesund)
Anne en ik aan de Noors Zweedse grens plaats (Svinnesund)
Terug naar verhalen index 2
Terug naar verhalen index 2