Truckers latijn voor Februari
2008
Foto Ad Bruynzeel
Onderweg naar Rjukan
Locomotieven en Pruimenjenever
Dromen en een ontbijtje
Spelen met vuur
Spelen met vuur
Locomotieven en pruimenjenever.
Dromen en een ontbijtje
Spelen met vuur !!

Wanneer men beweerd voor iets of iemand respect te hebben, dan denk je niet in de eerste plaats aan een wat oudere vrachtwagen.
Maar wanneer u de volgende gebeurtenis leest, zult u dit wellicht beter begrijpen.
Ik bevond me op het moment dat dit verhaal begint tussen het  plaatsje 'Bakka' en het al even onbekende gehucht 'Napagard' op de  N-364, een bochtige bergweg in het midden van de provincie Telemark (Noorwegen)
Het was December en in deze tijd van het jaar is het hier overdag maar heel kort licht. En om half vier was het zelfs al gewoon nacht. Gelukkig was het wel een wolkenloze heldere winternacht en kon ik de weg nog duidelijk onderscheiden, geholpen door de reflecterende stokken die de weg markeerden. Deze stokken zijn daar in het najaar neergezet zodat men na een zware sneeuwval de weg nog kan onderscheiden. Vooral belangrijk voor de sneeuwschuivers.
Op de bergweg waar ik reed werd nooit gestrooid, alleen maar geschoven. Je rijdt daar met ijskettingen om de banden van je trekas en op de achterste wielen van je aanhanger. Wanneer het hele spul wél zou gaan glijden, trek je met de aanhanger rem het hele spul weer recht (als je geluk hebt).
Ik merkte aan de signalen die mijn lichaam aan mij doorgaf dat ik nodig moest stoppen met rijden. Wanneer ik ongemerkt in mijn nek begin te wrijven is dat voor mij een herkenbaar stop teken.
Ik luisterde naar mijzelf en besloot om de eerste de beste parkeer gelegenheid het spul stil te zetten om aan mijn nachtrust te beginnen.  Eigenlijk was ik veel liever doorgereden tot aan mijn laad adres (Rjukan) om daar te gaan slapen. maar de signalen waren té nadrukkelijk en ik durfde ze niet langer te negeren. Het was vanaf de parkeerplaats waar ik inmiddels geparkeerd stond nog ongeveer een uurtje rijden naar Rjukan, maar dat was het in de zomer. Nu was het hartje winter en dan wist je het maar nooit, dus durfde ik het laatste stukje niet meer aan.
Ik stapte nog even uit om een plasje te plegen voor ik onder de wol kroop. Onder het rijden had ik niet gemerkt dat het buiten zo koud was en hier hoog in de bergen was het zelfs snijdend koud. Ik keek op de buiten thermometer en zag dat die een temperatuur aan gaf van minus dertig graden.
Ik startte mijn standkachel *en wachtte tot deze goed op temperatuur was voor ik de hoofdmotor stopte. Ik kleedde me uit en kroop nadat ik de wekker had gezet lekker onder de wol.
De volgende ochtend werd ik eerder wakker dan de wekker en ik voelde mij door en door koud… De stand kachel was uit en de ramen waren stijf bevroren en ook aan het dakluik hingen lange ijspegels.
Ik knipte de binnen verlichting aan en merkte dat het ijzig koud was. Mijn adem kwam in wolkjes uit mijn mond en ik wist niet hoe snel ik mijn blote arm weer terug moest trekken onder de dekens.
Verdomme dacht ik, de standkachel doet het niet meer misschien is het gas op. Nu zal ik toch eerst de motor moeten starten om de cabine weer warm en vorstvrij te krijgen.
Daar lag ik me dus in mijn slaapzak geestelijk op voor te bereiden.
Terwijl ik lag na te denken hoe het nu verder moest nestelde ik me nog wat dieper onder de dekens. Eigenlijk wilde ik helemaal niet opstaan, maar ja… het zou er toch een keertje van moeten komen stelde ik vast of ik dat nou leuk vond of niet, ik kon niet tot het voorjaar een winterslaap gaan houden.
Na een aanloopje van nog eens tien minuten nam ik eindelijk het kloeke besluit en kroop onder de dekens vandaan, greep mijn spijkerbroek van de motorkap en trok die onder de deken aan, gelijk ook  mijn T-shirt  en mijn dikke Noorse vest en tot slot ook maar meteen mijn met bont gevoerde winter jack. Warme sokken aan mijn inmiddels koude voeten en toen ik op de stuurstoel zat schoof ik mijn Zweedse klompen aan.
Het was even afzien en ik wist gelijk dat klappertanden niet altijd iets met angst te maken hoeft te hebben, maar ik verzeker u dat ik mij nog nooit zo snel heb aangekleed
Daarna sprong ik stoer de cabine uit, roetsjte gelijk onderuit, maakte met mijn armen wilde molenwiekende bewegingen en plofte toen alsnog op mijn kont in de centimeters hoge sneeuw. Welkom terug op aarde mompelde ik tegen mezelf en kroop moeizaam overeind, klopte de sneeuw van mijn kleren en liep naar de rots wand voor een plas. Het verbaasde me dat het warme vocht de grond bereikte en niet halverwege spontaan in ijsblokjes veranderde.
Het ging gelukkig allemaal goed en even later zat ik weer achter het stuur in mijn cabine. Ik zag op de buiten thermometer dat het - min 35 graden was en schrok daar eerlijk gezegd behoorlijk van.  Het had buiten niet zo vreselijk koud aan gevoeld, maar ja hoe voelt dat eigenlijk aan 35 graden, maar waarschijnlijk kwam dat doordat de wind was gaan liggen.
Met een bang voorgevoel draaide ik de contact sleutel een kwartslag om en ik zag alle lichtjes op het dasboard oplichten wat er  veelbelovend uit zag. Nu nog een kwartslag en de motor zou gestart worden. Ik sloeg een kruis en draaide de sleutel…..Ik hoorde eerst een klik en toen een traag jankend geluid en zag aan de lichtjes op het dashboard dat alle energie door de startmotor werd weggezogen!… Ik stopte meteen met starten voordat ik de hele accu zou leegtrekken. Langzaam drong de waarheid tot me door ... de olie was dikke stroop en de motor was zo koud dat de start motor hem niet meer rond kon krijgen, laat staan dat hij zoveel energie over had om hem zo snel rond te draaien dat hij in staat zou zijn hem te starten. Sommige trucks hebben een voorgloei installatie, maar dat behoorde niet tot de uitrusting van mijn Fordje.
De bergweg waar ik me bevond was een doodstille weg waar soms uren geen verkeer langs kwam. Ik zou zelf een oplossing moeten vinden om daar weg te geraken. Ik kon er niet van uit gaan dat er binnen zeer korte tijd hulp zou komen opdagen. De mobiele telefoon bestond toen nog niet, dus ik was geheel op mijzelf aangewezen. Ik pakte mijn slaapzak, wikkelde me daarin en begon na te denken. Ik kwam tot de volgende conclusie.
De motor was te koud om fatsoenlijk rond te gaan, mijn accu's waren ook niet meer helemaal vol dus wanneer ik nogmaals zou proberen de motor te starten zou ik de laatste kostbare stroom uit de batterijen weg trekken.
De wagen laten aan slepen behoorde ook niet tot de mogelijkheden want de combinatie stond geremd. Dat was elke morgen zo aangezien ik gedurende de nacht lucht verloor.
Starten met startkabels zou wel kunnen maar die zouden dan wel lang genoeg moeten zijn om bij mijn accu's te komen, want de 2 accu's bevonden zich rechts achter de cabine en er kon alleen links van mijn cabine worden geparkeerd omdat zich rechts de rotswand bevond. En dan nog zou ik eerst iemand moeten hebben die over 24 volt beschikte
Naarmate ik de mogelijk heden de revue liet passeren werd ik steeds somberder. Ik rolde met mijn koude vingers een zware Van Nelle (ik rookte toen nog) en stak deze aan met mijn zippo aansteker. Ik schermde automatisch de grote vlam af met mijn hand. Ik voelde de warmte van de vlam aan de binnenkant van mijn hand en dacht ineens……..Dat…. dat is het !!. Ik ga de motor opwarmen, dat zou wel eens kunnen werken. Ik ging meteen aan de slag.
We hadden altijd een voorraadje vloerbedekking bij ons welke als bescherming diende bij het vastzetten van de boten.  Het waren ongelijke stukken tapijt en zeer brandbaar. Ik zocht er een paar geschikte stukken uit en draaide er kokertjes van.  Deze stopte ik in de grote vulopening van mijn brandstof tank en liet ze Diesel absorberen, daarna legde ik ze op een hoopje naast mijn cabine. Toen zocht ik een geschikte stok die ik kon gebruiken om het vuur onder de Carterpan van de motor te duwen en het daarna bij te sturen, want er bevonden zich links en rechts en ook aan de voorkant van de motor rubber slangen en Electra draden die onder de olie zaten en dus erg gauw vlam zouden vatten.
Ik had sneeuw genoeg bij de hand om te blussen als dat nodig zou zijn dus zei ik tegen mezelf, niet verder nadenken maar gewoon doen.
Ik stak de tapijtjes in brand en het bleek een mooi fikkie te zijn. Ik wachtte tot de hoogte van de vlammen aanvaardbaar was en schoof toen het vuurbergje onder de carterpan van de motor. Ik bleef alles goed in de gaten houden zodat er niets verkeerds in de fik vloog. Zelf zat ik gebukt met mijn knieën op een stuk droog tapijt in de sneeuw en voelde de warmte van het vuur tegen mijn gezicht, terwijl mijn knieën ondanks het tapijt zowat bevroren van de kou. Nu niet zeuren maar vol houden zei ik tegen mijzelf. De tapijtjes bleven goed branden en na een kwartier, welke mij voorkwam als zijnde een uur,  besloot ik het er dan in godsnaam maar op te wagen. Volgens mij moest de olie in het carter nu zo ongeveer heet genoeg zijn om er in te kunnen frituren.
Ik liet het inmiddels smeulende hoopje tapijt liggen en stapte de cabine in. ik draaide de sleutel een kwartslag om en wachtte even voordat ik er definitief achter zou komen of mijn plannetje was  gelukt.
Eigenlijk durfde ik de sleutel niet helemaal door te draaien want dan werd het zo definitief dat het niet had gewerkt. Nu had ik in ieder geval nog de illusie dat het misschien wel zou werken.
Impulsief sloot ik mijn ogen en draaide in een wilde beweging de sleutel door……. Het bleef een ijzige seconde doodstil en toen ineens ging de startmotor rond en begon de motor te schudden en af en toe te ploffen onderwijl een pikzwart roet wolk uit de uitlaat blazend. De motor kwam met ongelijk hakkelen en puffen tot leven. Eerst nog met tegen zin, maar er deden steeds meer cilinders mee aan het feestje  en even later loeide de motor oorverdovend door de ijle ochtend  lucht. De rook ging van zwart naar blauw en werd minder dik en even later durfde ik het gas voorzichtig los te laten en hem op het hand  gas vast te zetten op 2000 toeren p/m
Ik sprong de cabine uit, bleef dit keer overeind en voelde een onbeschrijfelijk gevoel van opluchting door mijn lijf trekken. Ik moest me serieus inhouden om niet keihard te gaan juichen daar in mijn uppie boven op die berg.
Alles klopte nu weer, wat kan zo'n motor toch een belangrijke rol spelen voor een mens in nood!.
Ik kon weer lucht draaien, ik kon weer rijden, ik kon de kachel van de hoofd motor weer gebruiken, de radio gezellig aanzetten of mijn cassettebandjes, de cabine ontdooien en wat had ik een waardering voor die motor dat hij onder deze barre omstandigheden en op zo'n primitieve manier verwarmd, toch nog aan sloeg. Ik kon hem wel zoenen, bij wijze van spreken dan !.
En dat bedoelde ik nou aan het begin van dit verhaal, ik heb respect voor mijn oude Fordje en ik toon hem dat respect door zuinig op hem te zijn, hem goed te onderhouden en het niet vanzelfsprekend te vinden wanneer hij me na een barre reis in de hitte of de kou weer thuis brengt.  En ik weet wel dat het overdreven klinkt maar ik praat af en toe met hem en geef hem zelfs zo nu en dan een schouder klopje en weet je.... ik heb gemerkt dat wanneer je dat doet, hij je nooit in de steek zal laten. En denkt U, dat is Truckerslatijn.....kan best zijn……maar geloof mij maar, want ik ben in mijn leven al duizend keer door mensen bedrogen, maar een door mij gerespecteerde truck heeft mij nog nooit in de steek gelaten.

Proost mensen doe mij nog maar een flinke scheut vuurwater !.
* Een stand kachel is een zelfstandig werkende kachel, welke onafhankelijk van de hoofd motor van auto of boot zijn werk doet  Ze kunnen op diesel of op gas branden en gebruiken relatief weinig stroom. Ze worden veel toegepast in vrachtwagens en boten om deze te verwarmen wanneer de hoofdmotor niet wordt gebruikt.
Locomotieven en pruimenjenever                       Augustus 1980                                                              


                                                                                             
Deze reis was mijn vrouw mee, wij kwamen terug uit het toenmalige Joegoslavië. Het was een reis vanaf Dordrecht naar Split in Joegoslavië, een prachtige stad aan de Adriatische kust.
Nadat we de boot hadden gelost zijn we daar op aandringen van de booteigenaar een paar dagen gebleven. Deze bezat een mooi buitenverblijf aan de kust, niet zo ver van Split in het plaatsje Siebenik
In overleg met mijn baas had ik er een paar dagen aan vast kunnen knopen, maar aan alles komt een eind en zo waren we nu weer op de terug weg, richting huis.
Ondanks het feit dat ik op een truck reed met een zgn. “dag cabine”, hadden we toch een slaapplaats voor ons beiden weten te creëren. Mijn vrouw sliep in de cabine op een klapbed wat tegen de achterwand was bevestigd en ik sliep op een bank in de zeilboot die ik vervoerde.
Het slapen was dus op de heen weg geen probleem geweest, maar ja nu waren we op de terug weg en de boot was gelost, dus miste ik 'mijn' slaapplaats
In principe was dat niet écht erg. We konden ons met gemak een hotelletje permitteren en zo hadden we het ons ook voorgenomen.
Maar wat te doen wanneer je opeens barst van de slaap en er dan in geen velden of wegen een hotelletje in de buurt is..
Dat overkwam ons dus, we reden ongeveer 15 kilometer voor de Italiaans Oostenrijkse grens (Tarvisio) op de weg die daar langs de rivier slingert, want in die tijd was daar nog geen auto baan. Je kon die rivier bijna over lopen met droge voeten, ofschoon dat in het voorjaar wel anders zal zijn.
Ik besloot toch maar te stoppen omdat doorrijden te gevaarlijk werd.
Het zicht was zeer slecht, schemerig en bovendien motregende het ook nog. Mijn voorruit was bijna ondoorzichtig geworden door de insecten smurrie die er maar niet af wilde. Wanneer er een tegenligger met groot licht aan kwam zag je even helemaal niets, wat levensgevaarlijk was op deze bochtige weg.
Ik zette de trailer stil op een uitsparing langs de weg, welke zo te zien wel vaker als parkeerplaats werd gebruikt.
Goede raad is duur dus zei ik tegen mijn vrouw, kruip jij maar lekker in je klapbedje dan ga ik wel onder de trailer liggen in mijn slaapzak, daar is het droog en koud is het niet.
Even later liep ik met mijn kussen en slaapzak onder de arm een plekje te zoeken onder de trailer, maar ik ontdekte al gauw dat dát niets werd omdat de grond bestond uit vast gereden rivierkiezels met grote brokken steen er tussen.
Nou je snapt wel dat, wanneer een prinses niet op een erwt kan slapen ondanks een stapel matrassen, ik met mijn enkele slaapzak nooit in slaap zou komen op die grove grind bodem.
Het was inmiddels droog geworden en ik besloot een wat betere plaats uit te zoeken. Ik liep naar een klein dijkje wat volgens mij bij de rivier hoorde.
Inmiddels was het behoorlijk donker geworden temeer omdat we ons tussen de bergen bevonden. Het was nog steeds zwaar bewolkt maar het  regende gelukkig niet meer.
Ik moest mijn ogen tot het uiterste inspannen om niet onderuit te gaan met al die onzichtbare obstakels.

Ik ontdekte een redelijk plekje waar ik volgens mij wel kon liggen. Er waren wel wat bobbels maar verder leek het me op dat moment toch een goed plekje. Niet zeuren, gewoon door zwemmen, dan zijn we zo in Engeland zou de hartvochtige vader tegen zijn vermoeide zoontje zeggen nietwaar.
Dus ik spreidde in het stikdonker mijn slaapzak en kroop er doodmoe in.
Ik moet inderdaad behoorlijk moe zijn geweest, want ik denk dat ik bijna meteen in slaap ben gevallen, maar zeker weet ik dat niet meer.
Maar wat ik nog wel zeker weet is…….. hoe ik midden in de nacht plotseling wakker werd.
In de eerste instantie dacht ik dat het kwam door een aardbeving, ik zat rechtop en keek verschrikt om me heen.
Onmiddellijk kneep ik mijn ogen weer dicht….. er kwam met grote snelheid een fel licht op me af denderen en het duurde niet langer dan een seconde voor ik begreep wat er gebeurde.
Ik wilde overeind springen en een snoekduik opzij maken, maar vergat dat ik nog in mijn dichtgeritste slaapzak zat.
In paniek rolde ik opzij over een hoge hobbel wat een spoorstaaf  bleek te zijn…... en zag tot mijn verbijstering een locomotief langs me denderen op een tiental centimeter van mijn hoofd, onderwijl een gillende fluittoon producerend welke niet meer leek te stoppen alsof hij daarmee aangaf, welke idioot heeft zich op mijn rails durven wagen .
Ik voelde mijn hart ik mijn keel kloppen en besefte opeens dat de trein voorbij was, maar dat het gegil nog steeds aanhield. Ik keek op en zag mijn vrouw hysterisch gillend uit het raam van de truck hangen.
Ik bevrijdde mezelf uit de slaapzak en riep haar toe rustig te zijn. Ik leef nog en ben met de schrik vrij gekomen..
Even later toen we wat gekalmeerd waren, hebben we maar een fles slivovitsj aangebroken die we eigenlijk voor thuis hadden willen bewaren, maar dit was een 'nood geval' en dus een verdomd goede reden om er nu al aan te beginnen. Bijna was het een enkeltje naar het hiernamaals geweest, brrrrrrr…… daar wil ik nog even niet aan denken hoor. Ik houd nog veel te veel van het leven en wil nog graag veel leuke avonturen beleven.
Maar wanneer ze mij nu nog wel eens vragen of ik het verschil weet tussen een locomotief en een mooie vrouw……..dan weet ik nu in elk geval zeker waar ik liever niet onder wil liggen.

En of ik er een trauma aan heb overgehouden? …Nee hoor de kater die ik de volgende morgen had, kwam van de slivovitsj en die wordt voor zover ik weet van pruimen gemaakt en die hebben niets met locomotieven te maken vandaar.
Dromen en ontbijten.

Ik werd wakker, maar lag nog een beetje na te soezen en prompt viel ik weer in slaap. Ik droomde en droomde en droomde………..

Ik reed in mijn droom met een enorme container over een heel smal weggetje.
Aan beide zijden stonden politie agenten opgesteld vlak achter elkaar als tinnen soldaatjes.
Ze staken allemaal hun hand op als teken dat ik moest stoppen.
De politie agenten leken allemaal verdacht veel op een agent waar ik kortgeleden een bekeuring van had gehad.

Ik remde uit alle macht, maar de truck ging steeds harder rijden en de mannetjes werden als dominostenen omver gekukeld.
De truck reed nu ineens keihard en ik zag een enorm hoofd voor me opdoemen van een kerel met een vet pafferig gezicht.
Dat was het gezicht van een griezelig beeld welke ik in Rome midden in de stad op een fontein had zien staan.
Ik probeerde het enorme gezicht te ontwijken maar werd er door een onzichtbare kracht naar toe getrokken.
De mond vertrok zich tot een grijns en werd wijd open gesperd.
Ik remde uit alle macht, maar reed toch met een rotgang de open mond binnen als in een tunnel.
ik moest het stuur abrupt omgooien om me niet te pletter te rijden tegen de enorme huig en……hup verder ging het de keel in en ik stortte naar beneden in een stikdonker hol.
Ik viel en viel en raakte kant noch wal.
In de verte zag ik een rode gloed opdoemen en opeens hoorde ik hard bonzen. Verdomme dacht ik, ik rijd dwars door zijn hart !
Het bonzen werd nog luider en toen schrok ik met een luide schreeuw wakker, veerde overeind en stootte prompt mijn kop tegen het bovenste bed.

Weer hoorde ik hard op mijn deur bonzen en toen ik geschrokken  naar buiten keek, keek ik recht in het lachende gezicht van een collega.  
Hé joh moet jij niet werken vandaag riep hij, kom je nest uit dan gaan we samen even een ontbijtje pakken. Ik wierp een blik op de tacho en zag dat ik maar een paar minuten was weggedommeld.
Maar in die tijd had ik een verdomd griezelig ritje gemaakt.
Oké riep ik, even mijn toilet spullen en een handdoek pakken.
Ik schoot mijn korte broek aan en even later stonden we in het herentoilet van het pompstation naast elkaar onze tanden te poetsen.

Ontbijten in Frankrijk is voor een chauffeur drie keer niks.
Je kunt er een broodje of croissantje kaas of ham kopen, maar een écht lekker ontbijt is er niet bij.
Nee…. geef mij maar een lekkere uitsmijter, wat dat betreft ben ik een echte kaaskop……nou en?..

De eenzame weg in de bergen
Het verlossende vuurtje
De moeilijke parkeerplaats
Frankrijk
Holland
De stand is..............1 punt voor Frankrijk en 10 punten voor Holland
Terug naar verhalen index 2
Terug naar verhalen index 2