Spelen met vuur !!
Wanneer men beweerd voor iets of iemand respect te hebben, dan denk je niet in de eerste plaats aan een wat oudere vrachtwagen.
Maar wanneer u de volgende gebeurtenis leest, zult u dit wellicht beter begrijpen.
Ik bevond me op het moment dat dit verhaal begint tussen het plaatsje 'Bakka' en het al even onbekende gehucht 'Napagard' op de N-364, een bochtige bergweg in het midden van de provincie Telemark (Noorwegen)
Het was December en in deze tijd van het jaar is het hier overdag maar heel kort licht. En om half vier was het zelfs al gewoon nacht. Gelukkig was het wel een wolkenloze heldere winternacht en kon ik de weg nog duidelijk onderscheiden, geholpen door de reflecterende stokken die de weg markeerden. Deze stokken zijn daar in het najaar neergezet zodat men na een zware sneeuwval de weg nog kan onderscheiden. Vooral belangrijk voor de sneeuwschuivers.
Op de bergweg waar ik reed werd nooit gestrooid, alleen maar geschoven. Je rijdt daar met ijskettingen om de banden van je trekas en op de achterste wielen van je aanhanger. Wanneer het hele spul wél zou gaan glijden, trek je met de aanhanger rem het hele spul weer recht (als je geluk hebt).
Ik merkte aan de signalen die mijn lichaam aan mij doorgaf dat ik nodig moest stoppen met rijden. Wanneer ik ongemerkt in mijn nek begin te wrijven is dat voor mij een herkenbaar stop teken.
Ik luisterde naar mijzelf en besloot om de eerste de beste parkeer gelegenheid het spul stil te zetten om aan mijn nachtrust te beginnen. Eigenlijk was ik veel liever doorgereden tot aan mijn laad adres (Rjukan) om daar te gaan slapen. maar de signalen waren té nadrukkelijk en ik durfde ze niet langer te negeren. Het was vanaf de parkeerplaats waar ik inmiddels geparkeerd stond nog ongeveer een uurtje rijden naar Rjukan, maar dat was het in de zomer. Nu was het hartje winter en dan wist je het maar nooit, dus durfde ik het laatste stukje niet meer aan.
Ik stapte nog even uit om een plasje te plegen voor ik onder de wol kroop. Onder het rijden had ik niet gemerkt dat het buiten zo koud was en hier hoog in de bergen was het zelfs snijdend koud. Ik keek op de buiten thermometer en zag dat die een temperatuur aan gaf van minus dertig graden.
Ik startte mijn standkachel *en wachtte tot deze goed op temperatuur was voor ik de hoofdmotor stopte. Ik kleedde me uit en kroop nadat ik de wekker had gezet lekker onder de wol.
De volgende ochtend werd ik eerder wakker dan de wekker en ik voelde mij door en door koud
De stand kachel was uit en de ramen waren stijf bevroren en ook aan het dakluik hingen lange ijspegels.
Ik knipte de binnen verlichting aan en merkte dat het ijzig koud was. Mijn adem kwam in wolkjes uit mijn mond en ik wist niet hoe snel ik mijn blote arm weer terug moest trekken onder de dekens.
Verdomme dacht ik, de standkachel doet het niet meer misschien is het gas op. Nu zal ik toch eerst de motor moeten starten om de cabine weer warm en vorstvrij te krijgen.
Daar lag ik me dus in mijn slaapzak geestelijk op voor te bereiden.
Terwijl ik lag na te denken hoe het nu verder moest nestelde ik me nog wat dieper onder de dekens. Eigenlijk wilde ik helemaal niet opstaan, maar ja
het zou er toch een keertje van moeten komen stelde ik vast of ik dat nou leuk vond of niet, ik kon niet tot het voorjaar een winterslaap gaan houden.
Na een aanloopje van nog eens tien minuten nam ik eindelijk het kloeke besluit en kroop onder de dekens vandaan, greep mijn spijkerbroek van de motorkap en trok die onder de deken aan, gelijk ook mijn T-shirt en mijn dikke Noorse vest en tot slot ook maar meteen mijn met bont gevoerde winter jack. Warme sokken aan mijn inmiddels koude voeten en toen ik op de stuurstoel zat schoof ik mijn Zweedse klompen aan.
Het was even afzien en ik wist gelijk dat klappertanden niet altijd iets met angst te maken hoeft te hebben, maar ik verzeker u dat ik mij nog nooit zo snel heb aangekleed
Daarna sprong ik stoer de cabine uit, roetsjte gelijk onderuit, maakte met mijn armen wilde molenwiekende bewegingen en plofte toen alsnog op mijn kont in de centimeters hoge sneeuw. Welkom terug op aarde mompelde ik tegen mezelf en kroop moeizaam overeind, klopte de sneeuw van mijn kleren en liep naar de rots wand voor een plas. Het verbaasde me dat het warme vocht de grond bereikte en niet halverwege spontaan in ijsblokjes veranderde.
Het ging gelukkig allemaal goed en even later zat ik weer achter het stuur in mijn cabine. Ik zag op de buiten thermometer dat het - min 35 graden was en schrok daar eerlijk gezegd behoorlijk van. Het had buiten niet zo vreselijk koud aan gevoeld, maar ja hoe voelt dat eigenlijk aan 35 graden, maar waarschijnlijk kwam dat doordat de wind was gaan liggen.
Met een bang voorgevoel draaide ik de contact sleutel een kwartslag om en ik zag alle lichtjes op het dasboard oplichten wat er veelbelovend uit zag. Nu nog een kwartslag en de motor zou gestart worden. Ik sloeg een kruis en draaide de sleutel
..Ik hoorde eerst een klik en toen een traag jankend geluid en zag aan de lichtjes op het dashboard dat alle energie door de startmotor werd weggezogen!
Ik stopte meteen met starten voordat ik de hele accu zou leegtrekken. Langzaam drong de waarheid tot me door ... de olie was dikke stroop en de motor was zo koud dat de start motor hem niet meer rond kon krijgen, laat staan dat hij zoveel energie over had om hem zo snel rond te draaien dat hij in staat zou zijn hem te starten. Sommige trucks hebben een voorgloei installatie, maar dat behoorde niet tot de uitrusting van mijn Fordje.
De bergweg waar ik me bevond was een doodstille weg waar soms uren geen verkeer langs kwam. Ik zou zelf een oplossing moeten vinden om daar weg te geraken. Ik kon er niet van uit gaan dat er binnen zeer korte tijd hulp zou komen opdagen. De mobiele telefoon bestond toen nog niet, dus ik was geheel op mijzelf aangewezen. Ik pakte mijn slaapzak, wikkelde me daarin en begon na te denken. Ik kwam tot de volgende conclusie.
De motor was te koud om fatsoenlijk rond te gaan, mijn accu's waren ook niet meer helemaal vol dus wanneer ik nogmaals zou proberen de motor te starten zou ik de laatste kostbare stroom uit de batterijen weg trekken.
De wagen laten aan slepen behoorde ook niet tot de mogelijkheden want de combinatie stond geremd. Dat was elke morgen zo aangezien ik gedurende de nacht lucht verloor.
Starten met startkabels zou wel kunnen maar die zouden dan wel lang genoeg moeten zijn om bij mijn accu's te komen, want de 2 accu's bevonden zich rechts achter de cabine en er kon alleen links van mijn cabine worden geparkeerd omdat zich rechts de rotswand bevond. En dan nog zou ik eerst iemand moeten hebben die over 24 volt beschikte
Naarmate ik de mogelijk heden de revue liet passeren werd ik steeds somberder. Ik rolde met mijn koude vingers een zware Van Nelle (ik rookte toen nog) en stak deze aan met mijn zippo aansteker. Ik schermde automatisch de grote vlam af met mijn hand. Ik voelde de warmte van de vlam aan de binnenkant van mijn hand en dacht ineens
..Dat
. dat is het !!. Ik ga de motor opwarmen, dat zou wel eens kunnen werken. Ik ging meteen aan de slag.
We hadden altijd een voorraadje vloerbedekking bij ons welke als bescherming diende bij het vastzetten van de boten. Het waren ongelijke stukken tapijt en zeer brandbaar. Ik zocht er een paar geschikte stukken uit en draaide er kokertjes van. Deze stopte ik in de grote vulopening van mijn brandstof tank en liet ze Diesel absorberen, daarna legde ik ze op een hoopje naast mijn cabine. Toen zocht ik een geschikte stok die ik kon gebruiken om het vuur onder de Carterpan van de motor te duwen en het daarna bij te sturen, want er bevonden zich links en rechts en ook aan de voorkant van de motor rubber slangen en Electra draden die onder de olie zaten en dus erg gauw vlam zouden vatten.
Ik had sneeuw genoeg bij de hand om te blussen als dat nodig zou zijn dus zei ik tegen mezelf, niet verder nadenken maar gewoon doen.
Ik stak de tapijtjes in brand en het bleek een mooi fikkie te zijn. Ik wachtte tot de hoogte van de vlammen aanvaardbaar was en schoof toen het vuurbergje onder de carterpan van de motor. Ik bleef alles goed in de gaten houden zodat er niets verkeerds in de fik vloog. Zelf zat ik gebukt met mijn knieën op een stuk droog tapijt in de sneeuw en voelde de warmte van het vuur tegen mijn gezicht, terwijl mijn knieën ondanks het tapijt zowat bevroren van de kou. Nu niet zeuren maar vol houden zei ik tegen mijzelf. De tapijtjes bleven goed branden en na een kwartier, welke mij voorkwam als zijnde een uur, besloot ik het er dan in godsnaam maar op te wagen. Volgens mij moest de olie in het carter nu zo ongeveer heet genoeg zijn om er in te kunnen frituren.
Ik liet het inmiddels smeulende hoopje tapijt liggen en stapte de cabine in. ik draaide de sleutel een kwartslag om en wachtte even voordat ik er definitief achter zou komen of mijn plannetje was gelukt.
Eigenlijk durfde ik de sleutel niet helemaal door te draaien want dan werd het zo definitief dat het niet had gewerkt. Nu had ik in ieder geval nog de illusie dat het misschien wel zou werken.
Impulsief sloot ik mijn ogen en draaide in een wilde beweging de sleutel door
. Het bleef een ijzige seconde doodstil en toen ineens ging de startmotor rond en begon de motor te schudden en af en toe te ploffen onderwijl een pikzwart roet wolk uit de uitlaat blazend. De motor kwam met ongelijk hakkelen en puffen tot leven. Eerst nog met tegen zin, maar er deden steeds meer cilinders mee aan het feestje en even later loeide de motor oorverdovend door de ijle ochtend lucht. De rook ging van zwart naar blauw en werd minder dik en even later durfde ik het gas voorzichtig los te laten en hem op het hand gas vast te zetten op 2000 toeren p/m
Ik sprong de cabine uit, bleef dit keer overeind en voelde een onbeschrijfelijk gevoel van opluchting door mijn lijf trekken. Ik moest me serieus inhouden om niet keihard te gaan juichen daar in mijn uppie boven op die berg.
Alles klopte nu weer, wat kan zo'n motor toch een belangrijke rol spelen voor een mens in nood!.
Ik kon weer lucht draaien, ik kon weer rijden, ik kon de kachel van de hoofd motor weer gebruiken, de radio gezellig aanzetten of mijn cassettebandjes, de cabine ontdooien en wat had ik een waardering voor die motor dat hij onder deze barre omstandigheden en op zo'n primitieve manier verwarmd, toch nog aan sloeg. Ik kon hem wel zoenen, bij wijze van spreken dan !.
En dat bedoelde ik nou aan het begin van dit verhaal, ik heb respect voor mijn oude Fordje en ik toon hem dat respect door zuinig op hem te zijn, hem goed te onderhouden en het niet vanzelfsprekend te vinden wanneer hij me na een barre reis in de hitte of de kou weer thuis brengt. En ik weet wel dat het overdreven klinkt maar ik praat af en toe met hem en geef hem zelfs zo nu en dan een schouder klopje en weet je.... ik heb gemerkt dat wanneer je dat doet, hij je nooit in de steek zal laten. En denkt U, dat is Truckerslatijn.....kan best zijn
maar geloof mij maar, want ik ben in mijn leven al duizend keer door mensen bedrogen, maar een door mij gerespecteerde truck heeft mij nog nooit in de steek gelaten.
Proost mensen doe mij nog maar een flinke scheut vuurwater !.
* Een stand kachel is een zelfstandig werkende kachel, welke onafhankelijk van de hoofd motor van auto of boot zijn werk doet Ze kunnen op diesel of op gas branden en gebruiken relatief weinig stroom. Ze worden veel toegepast in vrachtwagens en boten om deze te verwarmen wanneer de hoofdmotor niet wordt gebruikt.