Truckers latijn voor Januari 2007
Mierenbier
foto Ad Bruynzeel 2005
De lifter
Een bange nacht
Mierenbier
Siegburg (Duitsland)
                                                                               Zomer  1972.
De lifter

In die tijd reed ik een lijndienst op Zuid Duitsland voor de firma Gerlach uit Amsterdam
Twee keer per week reden wij naar: Heilbron, Stuttgart, Ulm, Neurenberg en München.
Eigenlijk niet zo'n interessante job maar je had brood op de plank en dat was waar het om ging.
De volgende gebeurtenis overkwam mij in die tijd
.
Siegburg had en heeft nog steeds een 'DKV' tankstation en daar werd door mij elke reis getankt.( je mocht in die tijd nog niet met een volle tank Duitsland inrijden) Ik was net klaar met afrekenen en wilde instappen toen ik werd aangesproken door een jongeman van zo'n jaar of vijfentwintig, die mij vroeg of ik richting Frankfurt ging en of hij zo ver met mij mee mocht rijden.
Hij had twee grote tassen bij zich en stond wat moeilijk op zijn benen te zwaaien.
Ik dacht Frankfurt is twee uurtjes hier vandaan en het is nu twee uur, om vier uur kan ik hem dus weer dumpen. Laat ik het maar doen, dan heb ik een beetje aanspraak ook op dat vervelende stuk autobaan.
Oké zei ik, gooi je tassen maar op bed en kom er maar in. Ikzelf sprong er aan de stuurkant in en merkte dat hij met erg veel moeite de cabine in klom van de Volvo F. 88,
Toen hij eindelijk op zijn plaats zat en zijn tassen op bed had gegooid  trok hij de deur met een klap dicht.
Maar dat scheen niet helemaal goed te gaan aangezien zijn voet er nog tussen zat. Hij pakte met beide handen zijn bovenbeen vast en trok zijn rechter been naar binnen keek me aan en zei, oké ik ben binnen rijden maar.

Even later waren we op weg en begon hij mij ongevraagd zijn levensloop te vertellen. Ja, je zal wel denken wat heeft die gozer een hoop spullen bij zich hè, maar die ene tas is niet van mij maar van mijn ex-vriendin. Ach zei ik, is dat zo?
Ja en ik ben nu op weg naar haar ouders in Frankfurt om haar spullen terug te brengen, want ze is bij me weggelopen.
Wat rot voor je zei ik meelevend (want zo ben ik). Ja dat is het ook haakte hij er gelijk weer op in want ik was stapel gek op haar. Maar toen mijn geld op was, was haar liefde voor mij ook ineens over.
Gek eigenlijk ik heb het altijd al geweten, maar ja je blijft toch tegen beter weten in hopen nietwaar? Ik knikte geluidloos.
Hij keek me zielig aan en wachtte duidelijk op een antwoord. Ik knikte en zei,
eigenlijk is het beter zo, als het toch geen echte liefde is kan je zo'n meid maar beter kwijt zijn dan rijk. Ja daar heb je wel gelijk in antwoordde hij, maar laat ik je vertellen wat er precies gebeurd is. Zoals je wel gemerkt zult hebben loop ik een beetje moeilijk maar dat komt vanwege mijn kunstpoot. Hij stroopte zijn broekspijp omhoog en er kwam een roze prothese te voorschijn. Hij klopte er met zijn knokkels op om mij er van te overtuigen dat het een echte prothese was en keek me betekenisvol aan.
Ik knikte dat ik het begreep en hij ging weer verder met zijn betoog en zei; kijk deze poot heeft er voor gezorgd dat ik een hoop geld kreeg van de verzekering. Ik heb namelijk een motor ongeluk gehad buiten mijn schuld en daar is dik voor betaald. En door dat poot en het geld kwam ik aan een mooi meisje. Zij werkte namelijk op het kantoor van die verzekering en wist natuurlijk dat ik die paar ton had gevangen en zag mij als een vette kluif. Maar nu het geld op is heeft dat zelfde poot er dus weer voor gezorgd dat ik haar kwijt ben, want laten we eerlijk wezen wie wil er nou een mankpoot zonder poen.
Och antwoordde ik troostend, echte liefde kan wel een stootje hebben hoor.
Ja échte liefde wel, maar bij haar ging het duidelijk om de knikkers en niet om het spel snap je. Afijn ze is dus bij me weggelopen, maar haar pullen heeft ze achtergelaten en nu ben ik dus onderweg om die spullen naar haar ouders te brengen, vandaar die twee tassen. Ik knikte dat ik het begreep maar het interesseerde me eigenlijk helemaal niet. Maar waar ga jij eigenlijk naar toe vroeg hij toen nieuwsgierig?. Ik vertelde hem dat ik eerst naar Neurenberg ging en daarna naar München. Verrek zei hij opgetogen, daar ben ik nog nooit geweest, mag ik met je mee rijden naar München? Ik vond het een beetje rot om hem dat te weigeren en knikte dat het goed was. Dat wordt dan wel een paar uurtjes later zei ik hem.
Oh dat geeft niet hoor, er is toch niemand meer die thuis op me wacht.
En die spullen van je meisje dan, moet je die dan niet terug brengen? Ach laat ze de pest krijgen zei hij nu ineens stoer, ik heb ze tenslotte allemaal betaald. Zeg wacht eens even, ben jij eigenlijk getrouwd of heb je een meisje?
Ja zeker ik ben getrouwd antwoordde ik hem. Nou dan moet jij maar eens kijken of er wat van je gading bij is, het is goed spul hoor want ze had een dure smaak, dat kan ik je verzekeren. Ben je gek antwoordde ik, jij hebt die spullen aan dat meisje gegeven en die behoren nu van haar die mag je niet zo maar weggeven. Maar ik kon kletsen wat ik wilde, ik móest allerlei spullen aannemen. Ik heb het hier over een paar zo goed als nieuwe leren laarzen, een make-up koffer met allerlei opmaak spullen er in, een hand tasje en nog een hoop van dat soort dingen.

Toen hij was uitgestapt in München en ik een tijdje later alles zat te bekijken overviel me ineens de gedachte, welk meisje loopt nou weg zonder haar tasje en make-up spullen enz. Een griezelige gedachte begon zich in me te nestelen en wilde niet meer weg……..Hij zou haar toch niet…. Het zal altijd wel een raadsel blijven .
Maar wat betreft één benige lifters, ik weet dat ze het niet makkelijk hebben, maar ik laat ze in het gevolg toch maar lekker lopen al torsen ze een tas zo groot als een huis.. … of  heb ik nu te veel fantasie? Nou ja laat ook maar ik neem er nog één en spoel die nare gedachte naar het hiernamaals..  proost.!
De lifter
Mierenbier                                                           Orans. 6 Oktober 1978

Ik herinner mij ineens een voorval van twee jaar geleden. Dat komt omdat ik zo-even  zeker een kwartier naar een stelletje mieren heb zitten kijken.
Ze waren maar heen en weer aan het rennen. Ze liepen geen 5 centimeter rechtuit en maar rennen.
Op een gegeven moment liep er één met zijn zurenballetjes gezicht in een plas water.
Ik ontdekte dat hij geen goede zwemmer was. Hij lag daar maar te spartelen en maakte het voor zichzelf volgens mij alleen nog maar erger.
Zijn maatjes trokken zich niets van hem aan en bleven onverdroten heen en weer rennen en lieten hem doodgemoedereerd aan zijn lot over.
Dan zal ik jou maar even helpen dacht ik. Ik plukte een grote grasspriet en stak hem die toe.
Maar in plaats dat de sufferd zich daar aan vast klemde, bleef hij maar rondjes op zijn rug zwemmen.
Toen heb ik hem maar met de grasspriet naar de kant geduwd.
Zo nu kan je weer heen en weer gaan rennen mompelde ik tegen hem.
Maar nee hoor, die gek liep met die zelfde gang opnieuw de plas in.
Oké dacht ik, je wil dus naar de overkant jij je zin. Ik hielp hem daar bij en daar liep hij inderdaad weg van de plas. Bedankt zei ik nog, maar hij haalde zijn kleine natte schoudertjes op en zonder me nog één blik waardig te achten liep hij weg.
Hij sleepte met zijn achterlijfje over de grond en liet een klein nat spoortje achter, ik denk doordat zijn ketelpakje  drijfnat was.
Toen ik dat zo zag herinnerde me dat aan een ander voorval waarbij ik ook wat langer bij wat mieren was blijven stilstaan, of eigenlijk zitten.
Het was ongeveer twee jaar geleden en het speelde zich af in Turkije, in het pittoreske plaatsje Ecebat.
Dat plaatsje ligt aan de zee van Marmara. Op die plaats vaart een veerpontje 'de straat van Marmara' over naar het stadje Canakkale. Met helder weer kon je het aan de overkant zien liggen.
Ik moest op die plaats “Ecebat” dus, een paar dagen blijven wachten omdat het veerpontje waar ik het zo-even over had motor schade had opgelopen en nu voor de wal lag te wachten op onderdelen uit Istanbul. Er voer zolang een andere veerpont, maar die was niet groot genoeg om mij te kunnen laden althans hij was niet hoog genoeg. Er liep in het midden van de veerboot een boog over het laaddek waarop zich de stuurhut van die ballentent bevond en die boog was te laag voor mijn truck met lading (twee motor boten ). Na wat informatie te hebben ingewonnen vond ik uit, dat de onderdelen die moesten komen nog wel een paar dagen op zich zouden laten wachten. Ik had noodgedwongen een paar dagen vrij, dus… tijd genoeg om de omgeving eens aan een nader onderzoek te onderwerpen.

De sprekende mieren.

Eigenlijk was er in dat plaatsje weinig loos. Er bevond zich een theehuis aan het water direct naast de aanlegplaats van de pont. Daar speelde zich het openbare leven hoofdzakelijk af.
Dat bestond onder andere uit een aantal schoen poetsers variërend in leeftijd en er stond een driewielig karretje  waar je nootjes kon kopen. Verder liepen er wat van die onvermijdelijke soldaten die de plaatselijke bevolking er doorlopend aan herinnerden wie het er toen (1987) in dat land voor het zeggen hadden.
Luizig uitziende jonge jongens die interesseloos rond doolden en hier en daar wat sigaretten probeerden te bietsen. Kortom, na 5 min had ik het daar wel bekeken.
Ik besloot de omgeving te gaan verkennen, eigenlijk meer uit balorigheid dan werkelijke interesse. Het was behoorlijk warm en dat nodigde ook niet uit tot bovenmatige inspanning.
Ik besloot wat proviand mee te nemen voor onderweg. Proviand was wel een erg groot woord voor de dingen die ik bij me stak.
Eigenlijk belachelijk spul, maar ja ik moest het tenslotte doen met wat ik nog in voorraad had.
Belachelijk om dat het bestond uit een blikje sardienen in tomatensaus, een chocolade reep (puur), een potje zure uitjes en vier blikjes bier. Mijn doel was de berg op te klimmen want dan zou ik een mooi uitzicht hebben over de zee en het dorpje. Ik nam mijn foto toestel mee en ging welgemutst op pad.
Maar toen ik nog maar halverwege de berg was geklommen, had ik alweer spijt van mijn hachelijke onderneming. Ik durfde inmiddels ook niet meer naar beneden, want het bleek veel steiler dan ik had verwacht.  Ik moest dus door gaan met klimmen tot ik helemaal boven op de berg was en vandaar een minder steile weg terug zoeken.
Aanvankelijk had ik niet in de gaten gehad dat het zo stijl was, maar toen ik voor het eerst achterom naar beneden keek draaide mijn maag om in mijn lijf. Echt weer wat voor mij hoor dacht ik timide, om mezelf in zo'n stomme situatie te manoeuvreren. Maar ja het was nou eenmaal zo en ging ik eerst even op een uitstekend stuk rots zitten om bij te komen en wat te eten.
Bovendien had ik een behoorlijke droge keel gekregen van de droge hete lucht welke ik, nu ik even zat, trillend omhoog zag komen vanaf de gortdroge bodem.
De krekels zongen het hoogste lied en ik dacht lodderig bij me zelf…. “zouden die krekels dat nou in het Turks doen”?
De bodem bestond uit rotsen met wat aarde, waar tussen wat stekelige struiken groeiden. Ik begon aan mijn voorraad proviand. Eerst maar die reep chocolade dacht ik, voordat hij helemaal gesmolten is met die warmte.  Toen meteen de zure uitjes en de sardientjes er achteraan.  Ja ik weet het is belachelijk, maar wel lekker. Ik had gelijk nog meer dorst gekregen en verheugde me al op mijn potje bier. Ik pakte het uit mijn stoffen  boodschappen tas en ontdekte dat ze lauwwarm waren.
Dat is natuurlijk geen drinken en ik kreeg daardoor natuurlijk de pest in.
Ik zat teleurgesteld naar de rotsbodem te kijken en ontdekte daar een heel leger grote rode mieren. Deze waren  allen druk bezig ergens naar toe te rennen. Er ging een stroom omhoog en er vlak naast kwamen er duizenden ergens van terug. Er liepen dus duidelijk twee wegen, de één ging omhoog en de ander naar beneden. De bodem was gortdroog en ineens dacht ik bij me zelf dat ze best eens trek in een pilsje konden hebben.
Ik goot mijn blikje leeg in het spoor dat omhoog liep, want deze mannen zouden wel het meeste dorst hebben dacht ik.  
De mieren rolden onmiddellijk met het vocht mee naar beneden holderdebolder over elkaar heen,
Ook de mieren die omlaag liepen raakte er bij betrokken en rolden ook mee naar beneden. De stroom bier werd steeds breder en alle mieren rolden naar beneden.
Toen was mijn blikje leeg en was ik benieuwd wat er nu zou gebeuren, ik wachtte in spanning af.
Nu de sterke stroom weg was renden ze weliswaar nog wat paniekerig door elkaar heen, maar ik zag duidelijk dat ze bezig waren zich te hergroeperen.
Alleen nu trokken ze allemaal naar boven in de richting van mijn rotsblok en als ik mij niet vergiste, hoorde ik ze zachtjes lallen, of verbeeldde ik me dat maar? Ik luisterde nogmaals goed en ja hoor, boven het gesnerp van de krekels uit, hoorde ik duidelijk dat er gezongen werd.
Niet geheel zuiver maar wel degelijk gezongen. Ik zag nu ook dat sommige mieren zelfs op hun achterpootjes gingen lopen en andere ondersteunden elkaar onder hun okseltjes.
Ik vroeg de grote rode die helemaal vooraan liep en het hardste zong, “hé ben je dronken”? Deze keek me lodderig aan en schreeuwde “hé jongens, daar heb je hem…Ik heb het jullie altijd al gezegd, eens zal hij komen… en zal hij de dorstige laven….. de grote dorstlesser”.
Zien jullie het nou, we hebben al die jaren niet voor niets gebeden… halleluja jutte peren, schreeuwde hij en alle andere riepen hem na in koor “halleluja jutte peren”, loof de grote dorstlesser die ons na jaren heeft beloond met het hemelse vocht.
Met toenemende verbazing had ik dat alles aangezien en wreef me zelf heftig in de ogen. Verdikkeme zat ik hier nu halverwege die rotberg met een zonnesteek te hallucineren, of hoe zat dat?
Opnieuw keek ik naar beneden en zag hoe de mieren zich allemaal netjes opstelden voor hun leider.
Deze sloeg een paar keer met een klein stokje op een voor hem liggend steentje en zong mi mi mi mi mi.
Daarna keek hij streng naar zijn mieren, schraapte zijn keel, telde tot drie en begon te zingen. Alle mieren vielen onmiddellijk in en ik hoorde zelfs een deel van hen met de tweede stem zingen. Werkelijk prachtig en heel zacht, maar toch goed hoorbaar boven het gesjerp van de krekels uit.
Plotseling hield het gezang op en trad de aanvoerder mier naar voren. Hij keek omhoog en vroeg: “vond u het mooi, grote dorstlesser” Ik zat nog steeds sprakeloos naar het bizarre tafereeltje te staren en mijn verstand weigerde mijn ogen te geloven. Nou, zeg je nog wat, of ben je je tong verloren schreeuwde de aanvoerder mier.
Ja ja het was prachtig haastte ik me te zeggen, sorry dat ik zo suffig doe maar dit maak ik ook niet elke dag mee, zit ik nou te dromen of hoe zit dat.
Wel nee zei de aanvoerder mier je bent klaar wakker. Maar vertel eens heb je nog meer van dat kostelijke vocht, of was dat van daarnet het enige wat je bij je had, dat mag ik toch niet hopen hé?
Nee nee ik heb nog drie volle blikken bij me antwoordde ik nog steeds suffig,  maar wat wilde je daarmee?
Wat we daar mee willen, ha ha wat is dat voor een vraag. Dat zal ik je vertellen wat ik daar mee wil….. Laat ze hier achter en wij hebben voor meerdere generaties dit hemelse vocht. Het vocht wat ons vrolijk en gelukkig  maakt en bovendien ook nog onze dorst lest na een dag hard werken.
Oké stemde ik in, waar wil je ze hebben.
Zet ze daar maar onder die úitstekende rots in de schaduw, daar blijven ze lekker koel en op die plaats kunnen we ze ook goed bewaken. Als je ze dan ook nog voor driekwart wil ingraven scheelt dat ons jaren werk. Ze blijven dan stevig staan en als je dan alleen nog even de lipjes een klein stukje wil lostrekken beloof ik je dat we nog een liedje zullen zingen, halleluja jutte peren en ook alle andere mieren riepen hartstochtelijk halleluja jutte peren.
Ik deed alles wat ze me gevraagd hadden en heb ze toen vriendelijk gegroet. Het extra liedje hoefde van mij niet meer.
Ik was echt volkomen de weg kwijt.
En ik vraag me nog steeds af…………..is de combinatie van chocolade, Amsterdamse uitjes in combinatie met sardine in tomaten saus misschien verantwoordelijk voor die zware hallucinatie ( misschien een onbekende drugs soort, weet ik veel)  
Of heb ik op die rots zitten slapen en een zonnesteek opgelopen. Ik zal er wel nooit achterkomen……. Maar als ik een stelletje mieren door elkaar nergens naar toe zie rennen, ontkom ik niet aan de gedachten dat ze misschien toch ergens een voorraadje bier hebben staan.…… of zeg ik nu weer iets vreemds?    
Een bange nacht
Foto Ad Bruynzeel 2004
Een bange nacht.                                       Kapikule zomer 1985



Het moet in de zomer van 1985 zijn geweest toen mij het volgende overkwam.
Stel je voor, je bent voor een rot geintje vast gezet aan de Turks Bulgaarse grens, om precies te zijn op dat stukje niemands land tussen die twee landen in.
Ik was Bulgarije probleemloos doorgereden en ook uitgereden. Toen door gereden naar de parkeer plaats tussen de twee landen in en mocht vandaar uit niet meer verder omdat mijn papieren voor Turkije niet geheel in orde waren.
Om precies te zijn was mijn 'carnet de passage” precies op die dag verlopen en dat was aanleiding genoeg om mij de toegang tot Turkije te weigeren
Fluitje van een cent zou je nu ( 2006) zeggen. Een belletje naar Holland en een uurtje later ligt er een tijdelijke fax met de toestemming om te gaan, maar dit was dus in 1985, een tijd waarin je al problemen had om gewoon naar Holland te bellen.
Een fax machine bestond nog niet en zelfs de telex was, althans op die plaats waar ik stond een onbetrouwbaar apparaat die niet zelden gemixt binnen kwam, áls hij überhaupt al binnen kwam.
In die tijd waren ze die grensplaats ook nog aan het renoveren en lagen er kabels links en rechts bloot op de weg die dientengevolge regelmatig stuk werden gereden en dan had je weer een paar dagen geen telefoon en telex verkeer . Kortom het was daar een slechte plek om te bivakkeren, maar ik had geen keus, Ik probeerde het me daar toch zo aangenaam mogelijk te maken gedurende het wachten.
In Nederland had ik ze op de hoogte gebracht van het probleem en ze deden er alles aan om mij weer zo snel mogelijk aan het rijden te krijgen, maar ik wist dat het best wel even kon gaan duren.
De Turkse douane had tevens mijn paspoort ingenomen en deelde me mede dat ik die niet eerder terug zou krijgen dan dat ik hen een geldig 'carnet de passage' zou tonen.
Kom nou alsjeblieft niet aan met het verhaal dat ze je paspoort niet in beslag mogen nemen, want dat is klinkklare onzin!
De Turkse douane en veel andere Oost Europese landen doen precies waar ze zin in hebben en jij hebt gewoon te gehoorzamen, anders kom je hun land niet in en maken ze je duidelijk dat wanneer het je niet bevalt, je lekker terug gaat naar je comfortabele eigen landje en dat je je daar dan maar lekker moet gaan zitten koesterend in je beschermend bestaan. (Maar ja als we dat allemaal hadden gedaan, was Amerika  nooit ontdekt nietwaar).
Het was inmiddels de derde dag dat ik daar stond. Het was zaak dat je in de buurt van je wagen bleef, want er werd daar nogal eens wat gestolen.
Er waren al wat losse spullen van mijn open laadbak verdwenen en daarom had ik al zo veel mogelijk waardevolle spullen in mijn afgesloten cabine gezet zodat ik 's nachts eerst over allerlei spullen moest kruipen om in mijn bed te geraken. Maar goed tot zo ver over de situatie waar ik me daar op dat moment in bevond.
Maar nu even over die bewuste nacht die ik daar beleefde.
Zoals gezegd was het de derde dag dat ik me daar bevond en ik was onderhand toe aan een goede maaltijd dus besloot ik mezelf daar maar eens op te trakteren.
Ik stond dus met mijn wagen tussen de twee grenzen in op een stoffige smerige parkeerplaats vol kuilen en een aantal in beslag genomen voertuigen.
Er kwam een niet aflatende stroom vrachtwagens langs, die nogal wat stof deden opwaaien (letterlijk), zodat mijn wagen en ik onder het stof zaten waardoor ik er  niet meer zo fris uit zag.
Mijn plan kwam er dus op neer om een lekkere douche te pakken en lekker uitgebreid te gaan eten.
Douchen kon ik in een hotel aan de Turkse kant van de grens en eten kon ik daar in één van de tientallen restaurantjes vlak over de grens
Voor ik op het Turkse gedeelte kwam moest ik eerst een grens post met een slagboom passeren, maar de wachtpost was op de hoogte van mijn situatie en liet mij er ongestoord door, wel bietste hij elke keer een paar sigaretten van me welke ik hem dan ook gaf, dat hoort daar nou eenmaal bij het leven.
Zo gauw je daar over de grens was gelopen kwam je gelijk in een gezellige omgeving terecht. Er waren daar allerlei winkeltjes waar je eten en drinken kon kopen, rookgerei levensmiddelen enz. Er stonden ook handelaren met die drie wielige karretjes waar schapen boutjes op geroosterd werden. Het rook allemaal heerlijk, bovendien bevonden zich aan de Turkse kant van deze grens ook verschillende restaurants met terrassen. Genoeg gelegenheid dus om je lekker te ontspannen en je buikje rond te eten en uiteraard een glaasje raki drinken.
In de eerste plaats om het stof uit je keel weg te spoelen en ook in de eerste plaats om het verdriet vanwege mijn tegenslag een beetje te vergeten.
Tenslotte zag de wereld er na een paar glazen raki veel rooskleuriger uit nietwaar behalve vanavond, dat ging zo….
Na een werkelijk uitstekende maaltijd met de daar bij behorende toetjes en drankjes en nog wat drankjes en….werd ik door”Elco” de vriendelijke uitbater van het kleine restaurant, met zachte hand naar buiten gewerkt, om vervolgens zijn tent te kunnen sluiten.
Daar stond ik dan, alle andere zaken in de buurt hadden hun schreeuwerige verlichting ook al uitgedaan en geen twee tellen later floepten de vrolijk gekleurde peertjes boven mijn hoofd ook uit.
Het was ineens stik donker, een donkere wolk schoof voor de maan en er trok een kille luchtstoom langs mijn gezicht en ineens werd ik bang. Ik weet niet waarom maar er bekroop mij een onaangenaam gevoel vanuit mijn buik omhoog.
Ik ging op de rand van het vierkant betegelde bassin zitten welke zich in het midden van de U-vormige binnenplaats van het restaurant bevond en die Elco overdag gebruikte om zijn meloenen in koel te houden.
Ik draaide me om en schepte met mijn handen wat lauw water uit het bassin en gooide dat in mijn verhitte gezicht. Ik knapte er een beetje van op, wreef het water uit mijn ogen en keek weer op…… nu keek ik in een griezelig groen zwart gezicht en gaf een schreeuw van schrik. Ik merkte dat het een gezicht was van een zwaar gecamoufleerde Turkse soldaat. Ik hoorde om me heen een spottend gelach en zag dat er nog een tiental andere soldaten om me heen stonden. Opgelucht haalde ik adem, dat waren natuurlijk soldaten op patrouille.
De soldaat zei wat tegen mij in zijn taal en de andere soldaten moesten er weer om lachen.
Ik voelde me niet lekker, temeer omdat die soldaten als bij vergissing altijd hun geweer op je buik gericht hielden. Ik weet wel dat het ver gezocht was maar stel je voor dat er één kramp in zijn vinger zou krijgen, dan liep ik toch de rest van mijn leven met een gaatje in mijn buik rond of misschien erger.
Ik besloot gewoon terug te lopen naar mijn auto en de soldaten weken gewillig uiteen om me er door te laten,  niet na eerst nog een paar vervelende opmerkingen te hebben gemaakt, maar die begreep ik toch niet en liep, niet geheel stabiel terug, richting parkeerplaats.
Ik moest me nogal concerteren waar ik liep en botste daardoor prompt opnieuw tegen een andere patrouille op. Deze lachten en gaven me een vriendschappelijk  klap op mijn schouder.
Ik vond het maar niets en beloofde mezelf een beetje beter op te letten waar ik liep.
Ik zag nu overal soldaten, allemaal zwaar bewapend en begon een steeds onheilspannender gevoel in mijn maag te voelen.
De soldaten keken mij zwijgend aan met hun in het donker glimmende ogen in hun gecamoufleerde gezicht en het leek wel iets uit een onwezenlijke film waar ik me in bevond en ik verlangde er vurig naar om op een andere plek te zijn dan daar, maar ja ik had geen keus.
Op de parkeerplaats barste het ook van de soldaten en er zaten er zelfs een aantal op mijn dieplader een sigaret te roken en te fluisteren.
Ik stapte mijn cabine binnen en ging daar ongemakkelijk op de stuurstoel zitten en keek bezorgd naar buiten terwijl ik dacht…. stel je voor dat ze één of andere coup aan het voorbereiden zijn en dat hier vannacht de hel losbarst, dan zit ik er midden in.
Het wil toch wel wat zeggen wanneer er zich duizenden soldaten samen trekken hier aan de grens .
Ik besloot mijn tas in te pakken voor het geval ik ineens op de vlucht moest slaan.
Ik zat ongemakkelijk achter het stuur met mijn tas naast me angstig naar buiten te staren, maar ben waarschijnlijk toch ondanks de ongemakkelijke houding in slaap gevallen.
De volgende morgen toen de zon traag boven de horizon uit kroop werd ik wakker. Verwilderd keek ik om me heen, maar alles was rustig en vredig.
Ik kon me bijna niet meer bewegen van de pijn in mijn botten door de krampachtige houding waar ik in had zitten slapen.
Ik gooide de deur van mijn cabine open en klom er als een bejaarde man omslachtig uit, de tas volkomen nutteloos met me meeslepend.
Een Duitse trucker die naast me stond en het tafereeltje van nabij stond te bekijken zei spottend… zo vriend ga je van hier af verder maar lopen?
Ik keek hem geïrriteerd aan, ik was namelijk helemaal niet in de stemming voor grapjes en dacht nog steeds aan mijn onaangename nachtelijke avontuur met de soldaten en dat in combinatie met die Duitser zorgde er voor dat ik hem gelijk pareerde met… Ja, dat zal ik wel moeten slijmerd, nadat jullie onze fietsen hebben gejat!.
De arme man zal tot op heden nog steeds niet begrijpen wat ik daarmee bedoelde, maar wat wil je ook na zo'n nacht.  
Nu ik er jaren later nog eens rustig over nadenk, was ik eigenlijk de échte boosdoener…Uiteindelijk had ik alleen maar een paar Turkse soldaten gezien en het waren er hoogst waarschijnlijk ook geen duizenden .
Tenslotte had ik een fles Raki achter mijn kiezen en al die andere waren broodnuchter nietwaar!
En zo klopt het toch maar weer wat men altijd pleegt te beweren… is de drank in de man …. dan is de wijsheid in de kan.
Proost vrienden doe mij maar een glas ijskoud mineraal water met een handje vol aspirines! ..
terug naar verhalen index
terug naar verhalen index