Truckerslatijn voor Maart
2008

Voorspan verlenen
Onoverzichtelijke bocht in de Rijn bij de Lorelei
Het ziet er wel romantisch uit maar het is hard werken
Voorspan verlenen
Sleuteltjes zoeken

De grote verdwijn truc(k)
De grote verdwijn truc(k)
Sleuteltjes zoeken
En het leven gaat maar door voor je het weet ben je oud
Dan maar liever een beetje meer risico
Een verhaal uit mijn tijd dat ik schippersknecht was 1959
Een hele tijd geleden
Bekeuring voor te gladde banden op Corsica
Voorspan verlenen.                    St Goar      Zomer 1959
Eerst even uitleggen wat 'voorspan' eigenlijk is.
Het woord komt uit de scheepvaart en het betekent dat een sleepboot een andere motorboot assistentie verleent om tegen een sterke stroom op te varen. Die stroom is in dat geval zo sterk, dat het betreffende motorschip er zelf niet krachtig genoeg voor is.
Dat zijn schip daar inderdaad niet sterk genoeg voor is merkt de kapitein pas, wanneer hij zich op die bewuste plaats bevindt.
Dat klinkt misschien vreemd, maar wanneer we het bijvoorbeeld over de Rijn hebben en daar hebben we het in dit geval dus ook over, dan heb je daar elke reis weer met andere waterstanden te maken zodat je pas op het 'moment suprême' ontdekt of je er wél of niet op eigen houtje doorheen kan varen, of dat je er toch een sleepboot(voorspan) voor nodig hebt.
Dat gaat op de Rijn bijvoorbeeld zo: Je bevindt je vlak voor zo'n zogenaamd “zwaar stuk”, dat is in dit geval bij het plaatsje “St Goar”, daar bevindt zich een sterke stroomversnelling in de Rijn. Dat stukje van de Rijn staat bij de meeste mensen bekend onder de naam “Loreley”
Wanneer je dus op-varig bent (tegen de stroom in dus) en je nadert het zware stuk dan kijkt de schipper vanuit zijn stuurhut naar een vast punt op de linker of rechter oever om te zien of hij inderdaad nog wel vooruit gaat. Op dat moment weet hij dat hij het zelf niet meer redt en dat het hoog tijd wordt om assistentie van een sleepboot te vragen.
En dat is dus in zo'n geval een verzoek om 'voorspan'.
Dat deed je toentertijd  (in de zestiger jaren) door een vlag te hijsen waarmee je aangaf dat je een sleepboot nodig had.
Deze sleepboten lagen al ongeduldig aan de kade van St Goar te wachten en maakten zich dan ook meteen los van de wal wanneer ze zo'n verzoek om assistentie zagen. Die sleepboot kapitein had al met argusogen het gemodder van die gierige Hollandse schipper waargenomen en stak met een vette grijns op zijn gezicht van wal.
Het kostte de schipper een aardige duit om zo'n sleepboot in te huren maar hij had geen keus. Als het goed was dan had hij er met het aannemen van zijn lading in zijn achterhoofd al rekening mee gehouden, want het was leuker geweest wanneer hij het in zijn eentje had kunnen klaren en het geld in zijn eigen zak had kunnen steken. Hoe dan ook, wanneer het signaal eenmaal was gegeven werd ik als schippers knecht naar voren gestuurd, want daar moest een verbinding worden gemaakt met de sleepboot.
De sleepboot kwam met een bruisende snor voor zijn neus op volle kracht aanzetten. Dat ging met grote snelheid omdat hij met de stroom mee (af-varig) kwam. Het is een angstaanjagend gezicht wanneer hij met zo'n rot vaart op je af komt. Ik stond op het voordek op hem te wachten en toen hij nog maar een tiental meters van ons schip verwijderd was gooide hij in één keer het roer om en draaide zo, onderwijl behoorlijke slagzij makend, bij ons langs zij. Er werd door de dekknecht een lijn overgegooid die ik moest binnen halen. Aan de lijn zat een zware staaldraad bevestigd die de sleepboot al aan het afrollen was van zijn enorme winch. Ik trok de draad met veel moeite in de lengte naar binnen een tiental meters het gangboord aan stuurboord kant in. Vervolgens maakte ik hem met een aantal achtjes vast aan de dubbele stuurboord bolders op het voordek.
Ik bond het laatste tamp van de staaldraad  met een stukje touw vast aan de bolderpen en zag toen ik weer op keek dat de sleepboot recht voor ons uit voer en nog steeds de staaldraad van de winch afrolde. Ik kreeg van de brug van de sleepboot een teken dat ik weg moest van het voordek omdat hij ging trekken! Ik sprong naar achteren op de luiken van het ruim en zag dat de staaldraad uit het water omhoog kwam.
Eerst langzaam maar toen sprong hij uit het water omhoog. Hij trilde over de hele lengte en kwam ondertussen zo strak te staan als een pianosnaar. De spetters vlogen er vanaf alsof een natte hond zich stond uit te schudden. Ik hoorde een paar onheilspellende knallen vanaf de dubbele bolders en zag dat de draad zich om de bolders settelde en ik zweer je, ik zag dat het voorschip zich schrap zette tegen het enorme geweld wat op haar werd los gelaten. Er volgden nog een paar onheilspellende knallen vanaf de bolder en ik zag de boeggolf voor ons schip angstig ophoog komen. Het buiswater spatte zelfs vanaf de boeg in mijn gezicht. Op de sleepboot brug stond de kapitein met zijn duim omhoog naar me te zwaaien en dat stelde me gerust, dat hij ons schip niet in tweeën zou trekken.
Het leek er op of dat er achter de sleepboot een kudde op hol geslagen koeien denderden, zo woest kwam het schroefwater als bolle ruggen uit het water omhoog. Een water nevel wervelde omhoog en ik rook en proefde de Rijn in zijn meest pure vorm.
Het was voor mij de eerste keer dat ik dit alles in mijn jonge leventje (ik was toen hooguit 15 jaar) meemaakte en het maakte zo'n  diepe indruk op me, dat ik het na zoveel jaar nog glas helder voor de geest kan halen en dan ruik ik er zelfs de geur van het zuivere Rijnwater bij .
De schipper had inmiddels ook een loods aan boord gekregen want  dat was men daar verplicht. Die loodsen behoorden tot een aparte gilde van vakmensen die onderlinge afspraken hadden gemaakt over de betekenissen van de signaal vlaggen die op strategische  punten werden getoond vanuit kleine seinhuisjes vlak voor de gevaarlijke bochten in de Lorelei, zodat de loodsen als het ware door de bergen heen konden kijken en precies wisten wát er na de bocht op hen afkwam en daar pasten ze hun vaar route op aan.  De afvaart heeft  op de rivier immers voorrang!  En dat is weer vanwege het feit dat wanneer je de rivier af komt varen je niet zo maar even kan stoppen. Daarvoor moest je eerst je schip rond gooien en dat is sowieso een gevaarlijke onderneming vooral daar, in dat smalle en drukke gedeelte van de Rijn. De loodsen zijn dus onmisbaar op dat stuk. Ze werden aan en afgevoerd door de snelle loods boten die ze in St Goar aan boord brachten en in Bingen wanneer ze het gevaarlijke stuk achter de rug hadden, werden ze er weer afgehaald.
Waarom vertel ik u dit alles eigenlijk, zou u zich kunnen afvragen?
Het gaat daar nu nog steeds niet veel anders ondanks dat we nu over veel meer P.K's en geavanceerde navigatie middelen beschikken, zoals radar, satelliet, noem maar op. Maar ik heb nog iets grappigs ontdekt in het bovenstaande verhaal wat overigens helemaal authentiek is. In ons dagelijks leven zijn er nogal wat overeenkomsten te vinden met het  bovenstaande verslag.
Het laatste wat ik wil is, de psychiater uit hangen maar wat zeg je van de volgende vergelijking?
Het leven is al meerdere keren vergeleken met een onvoorspelbare reis.
Gedurende die reis kom je allerlei obstakels tegen en word je geregeld voor moeilijke keuzes gesteld. Kan ik het alleen, of heb ik er hulp bij nodig. Er zijn ook genoeg mensen die klaar staan om je te hulp te schieten wanneer je bijvoorbeeld tegen de sterke stroom in moet zwemmen. maar dat gaat zelden voor niets. Ook schat je de waterstand wel eens verkeerd in en dan moet je later voor die vergissing boeten.
En wie is er niet door een moeilijk stuk heen geloodst waar je eigenlijk veel liever alleen doorheen was gegaan, maar die anderen wisten gewoon meer dan jij en je was daar achteraf maar wat blij mee. Ze zijn er ook die zeggen dat ze je helpen de gevaarlijke klippen te omzeilen, maar in werkelijkheid hun eigen portemonnee aan het spekken zijn en die klippen opzettelijk laten liggen om hun boterham veilig te stellen. Maar ik ben er van overtuigd dat u zelf ook nog een aantal parallellen kunt vinden in het bovenstaande verslag en het echte leven, ja het valt niet altijd mee om op koers te blijven maar…… desondanks is het leven toch het grootste wonder en absoluut de moeite waard om geleefd te worden of je nu onder de indruk raakt van een geboorte, of van een prachtig schilderij van een zeilschip op volle zee, of van het geweld van een door mensen gemaakte stoere sleepboot, het maakt niet uit het blijft prachtig . En laat ik dus afsluiten  met u een zeer goede reis toe te wensen en ach… af en toe een zetje in de goede richting ( lees voorspan) heeft nog nooit een mens kwaad gedaan .
Oké doe mij nog maar een glas heldere Rijn wijn,…. Proost mensen.
U toegewenst door een (voormalige) schippers knecht  
                                   Adje Bruynzeel.  
De grote verdwijn truc(k)                                
Deze reis begon al met de opdracht “Zie maar hoe ver je komt”. De noodzakelijke breedte vergunningen waren op korte termijn niet te verwachten, dus zou ik het deze reis maar weer eens zonder die papieren proberen.
Deze reis betekende een boot transporteren vanaf Plymouth (GB) naar Athene (Greek). De vereiste vergunningen waren die voor Oostenrijk en Joegoslavië. Voor Engeland, Nederland en Duitsland was het voor elkaar en de Grieken keken toentertijd nergens naar, maar Oostenrijk en Joegoslavië dat waren altijd dwarsliggers (nog trouwens).
De lading was een groot motorjacht, niet eentje die je zo maar over het hoofd zag, te breed te hoog en eigenlijk ook een beetje te lang, maar goed als ik vast kwam te staan, zou ik moeten wachten tot de vergunningen naar mij toe gestuurd werden.
Met die wetenschap ging ik dus op pad en zoals gezegd was het eerste stuk geen probleem. Oostenrijk was natuurlijk andere koek, maar het geluk leek me deze reis toe te lachen. Ik wist mijn truck aan de grens (Schwartzbach) een beetje weg te moffelen achter een paar volume trailers en zo rolde ik 's avonds Oostenrijk binnen en reed in één keer door naar de Joegoslavische grens. Nee… niet naar Maribor want dat was vragen om moeilijkheden, ik had een kleine grens overgang gevonden “Dravograd”
Het zag er op de kaart klein uit en dat was het ook, lekker rustig.
Vlak voor de grens hield ik halt op een kleine parkeerplaats en wachtte daar de middag af, etenstijd om precies te zijn want dan gaan sommige beambten thuis eten en is de bezetting aan de grens minimaal.
Er zijn aan de grens een paar dingen die je moet doen en waar je gewoon niet onderuit komt, zoals je TIR Carnet af laten stempelen en er een blad uit laten scheuren en op het onderste strookje de volgende grens overgang in laten vullen, alles bezegelt met de onvermijdelijke stempels. Daarbij moest je ook nog wat andere formaliteiten afhandelen, zoals het betalen van wegenbelasting en wat geld wisselen.
Je moet de ambtenaar vooral niet laten merken dat je te breed bent, want dan heb je de poppen aan het dansen.  Zonder breedte vergunning kom je die grens niet over.  Zie hier mijn probleem.
Ik reed tot aan de grens, het was toen ongeveer 12.30 uur, dat is zo'n beetje de gemiddelde Europese etensklok, dus dat zou het hier ook wel zo zijn.
Ik kon mijn trailer verstoppen achter een combinatie die hoog opgeladen was met balen stro. Met mijn spul verdween er achter. Mooi…..nu naar binnen, eerst mijn geld gewisseld en de wegen belasting betaald. Nu alleen nog mijn carnet af laten stempelen en de operatie kon beginnen.
Het was zaak dat de ambtenaar het carnet niet zo nauwkeurig zou bekijken, maar gewoon zijn stempel zou zetten en daarna het blad er uit zou scheuren.!
Ik sloeg een kruis en liep het kotje binnen. Ja hoor de ambtenaar zat inderdaad pontificaal te eten. Er lag een aangesneden boerenbrood en een enorme salami worst op zijn bureau naast een halfvolle fles rode wijn. Met zijn stropdas en bovenste knoopje los zat hij lekker onderuitgezakt.
Dit zag ik niet alleen, ik merkte ook dat een vette salami walm zich een weg baande naar mijn reukorgaan. De stank nestelde zich daar met een satanisch genoegen in alle beschikbare hoekjes, uiteraard onder hevig protest van de daar aanwezige smaak en reuk orgaantjes die nog geen jaar geleden van het roken waren afgekikt maar die, wanneer ze voor de keus werden gesteld toch liever voor de nicotine hadden gekozen in plaats van deze knoflook stank. Bovendien merkte ik dat die, laten we zeggen exotische geur gemengd werd met een smerige zweet lucht die ook in dat bedompte kotje hing.
Nadat ik de tranen uit mijn ogen had geveegd en weer een beetje kon kijken en ademen, keek ik in een breed grijnzend ongeschoren gezicht van de ambtenaar die me gelijk deed denken aan die dikke politie man uit de tv serie Zorro. Tot overmaat van ramp hield hij mij op de punt van zijn mes een dikke plak salami onder mijn neus en bood mij gul deze plaatselijke lekkernij aan. Ik slikte een paar keer hoorbaar en schudde toen heftig van nee, want ik zweer je dat ik de walm er vanaf zag slaan.
Ik moet zo'n geschrokken gezicht hebben getrokken, dat de man in een bulderend gelach uitbarstte en daardoor gelijk het hele kotje onder sproeide met volgens mij dodelijke gas dat uit zijn mond kwam.
Een blik op de vensterbank overtuigde mij dat ik wel degelijk gelijk moest hebben, want alle planten waren daar mors dood! Zie je wel dacht ik angstig….levens gevaarlijk. De man trok nog steeds lachend de papieren uit mijn handen en knalde er zonder er op te kijken een paar stempels op…. Welke grens ga je hierna over vroeg hij me nog steeds met een brede grijns op zijn ongeschoren gezicht. Gevgelja mompelde ik verbaasd over zoveel gemak waar dat mee ging.
De man noteerde dat op het onderste strookje van mijn carnet, schoof dit toen terug over de vettige tafel en keurde me verder geen blik meer waardig, maar geloof me het carnet heeft de hele verder reis naar salami geroken. Adios zei de man nog op een manier waarvan je de indruk kreeg dat hij de Spaanse taal vloeiend sprak.
Poeh, poeh, dit ging dus van een leien dakje, nu de grens nog over rijden en klaar is kees.
Nu kwam het op een verrassing tactiek aan. Mijn Scania stond nog steeds achter de strowagen met draaiende motor, maar ik liep eerst naar de ambtenaar in het duivenhokje zat die verantwoordelijk voor de slagboom was en toonde hem mijn afgestempelde loopbriefje. Ook deze ambtenaar zat te eten en volgens mij kocht hij zijn verse vleeswaren bij de zelfde slager. De man drukte op een knop en de slagboom ging omhoog. Hij moet gedacht hebben dat ik bij de strowagen hoorde en ging direct weer verder met eten.
Met kloppend hart klom ik achter het stuur en sprong als het ware ineens achter de strowagen vandaan en voor de man wist wat er gebeurde was ik zijn openstaande slagboom al voorbij. Ik zag toen ik zijn kotje voorbij reed dat hij nog een vergeefse poging deed om mij te laten stoppen door zijn hand op te steken, maar ik zwaaide hem vriendelijk terug en weg was ik.
De eerste vijf kilo meter reed ik ondanks de slechte weg toch behoorlijk door, daarna zocht ik een plek in het donkere bos waar de weg langs liep om het hele spul in te verstoppen. Ik vond een geitenpaadje en stak het hele spul er achteruit in en zo was ik onzichtbaar voor eventuele achtervolgers voor het geval de grenswacht deze gewaarschuwd zou hebben. Het was een perfecte schuilplaats tot de avond, immers de donkere nacht bedekt alle zonden en geloof me ik had er wel een paar te verbergen!  Ik zette de wekker op 21.00 uur en probeerde wat te slapen.
Toen mijn wekker af liep leek het of ik nog maar net in mijn mandje lag maar dat zal de inspanning geweest zijn dacht ik. Het was nog schemerig en besloot nog even te wachten tot het helemaal donker was. Ik pakte mijn gasbrander en zette een straffe bak koffie. Om tien uur reed ik voorzichtig het bos uit, het was inmiddels volledig donker. Mijn reisdoel was Hotel Nationaal aan de ring van Belgrado, daar kon je je wagen goed verstoppen op de parkeerplaats achter het Hotel.  Daar vandaan kon ik morgen avond weer een volgende sprong wagen. Bovendien kon je daar redelijk goed eten, douchen en zelfs telefoneren. Het was toentertijd een trefpunt van chauffeurs uit alle delen van Europa.
Het eerste stuk ging niet zo hard. Tot Gelje moest ik alles over slechte binnen wegen rijden. Daarna werd het beter maar het bleef ruim 500 km deels goed en deels slecht. Toen ik 's morgens 06.30 uur Belgrado in reed was ik helemaal kapot. Ik kon me gelukkig goed verstoppen op de parkeerplaats achter het hotel en tot daar was alles goed gelopen. Ik besloot eerst mijn baas te bellen voor ik ging slapen om hem op de hoogte te brengen van de situatie. Na enige tijd kreeg ik inderdaad verbinding en ik bracht hem van de situatie op de hoogte, waar hij zeer content mee was zoals de Belgen dat zo mooi zeggen. Hij vertelde me dat Erik die twee dagen voor mij was vertrokken, vast was gezet en zijn vergunning moest afwachten. Hij stond in Belgrado,  waar hij achter het politie bureau was vastgezet met het hele spul en het lullige was dat die politiepost op een plaats was waar ik onherroepelijk langs moest. Het was de doorgaande weg waar ik liever niet vanaf week vanwege de breedte. Die politiepost stond rechts langs de doorgaande weg die Belgrado uit liep, halverwege een klim en daar was Erik dus  gepakt. Je rijdt als het ware voor hun neus langs, dus je kon er gif op innemen dat er altijd wel een bijdehante smeris naar buiten zat te kijken. Mijn baas waarschuwde mij vooral voorzichtig te zijn, je bent nu min of meer aangeschoten wild dat snap je zelf ook wel zei hij nog ten overvloede. We namen afscheid met de woorden, dat ik hem op de hoogte zou houden. Even later lag ik in mijn kooi en viel gelijk in een diepe droomloze slaap zonder door politie controles en andere onaangename zaken lastig te worden gevallen, ik was afgepeigerd.
Met een schok werd ik wakker door hard gebons op mijn deur. Ik schoof de gordijntjes opzij en keek in het lachende gezicht van een bekende collega. Moet jij niet werken schreeuwde hij, kom je bed uit dan gaan we een lekker happie eten. Ik keek op de klok en zag dat het 19.30 uur was. Ik was dwars door de wekker heen geslapen die op 19.00 uur stond (die was nu gelijk onbruikbaar) Ik kom er aan riep ik, even aankleden en mijn toilettas pakken.
Hans was een collega waar ik wel meer mee was opgereden en zodoende was hij (en ik ook ) blij verrast wanneer we elkaar weer eens tegenkwamen. Na een lekkere douche en een nodige scheer beurt zaten we gezellig in het restaurant aan de maaltijd onze ervaringen uit te wisselen.
En verdomd, Hans kwam met een geniaal idee, hij zei, kijk Ad jij moet wanneer je langs die politie post rijdt gewoon helemaal afgedekt worden door mijn grote volume wagen. Het is eigenlijk heel simpel, we rijden eerst achter elkaar aan op het rechter spoor richting politiepost en wanneer we de post naderen houd ik mijn combinatie wat in en dan ga jij mij in halen, maar je zorgt er voor dat wanneer we langs de politiepost rijden, jij helemaal links naast me zit. Wanneer we er voorbij zijn, geef ik je over de bak een seintje en ga ik weer iets langzamer rijden zodat jij me helemaal kan in halen en zo blijf je met een beetje geluk onzichtbaar voor die smerissen wat zeg je daarvan ….niet geschoten altijd mis nietwaar. Hij keek me met zijn kwajongensgezicht grijnzend aan en ik zag hem glunderen van de voorpret.
Check… riep ik uit, zo gaan we het doen…geniaal man hoe kom je er op. Ach mompelde Hans bescheiden, collega's moeten elkaar helpen nietwaar en bovendien vind ik het zelf ook wel kicken om die smerissen in de maling te nemen. Ik knikte enthousiast en voelde me gelijk een stuk beter. We dronken nog wat en spraken af dat, wanneer ik werd gepakt hij moest doorrijden zodat ze ons niet met elkaar in verband konden brengen.
Toen we de parkeerplaats afreden was het al weer donker en Hans langzaam voor me uit met zijn enorme volume combi en even later reden we zonder tegenslag op de doorgaande weg door Belgrado.
Deze weg was geasfalteerd maar desondanks zeer slecht. Er zaten diepe sporen in en ik hoorde de bodem van mijn dieplader af en toe over de middelste bobbel schuren en zag de vonken er onderuit vliegen alsof er iemand bezig was met een haakse slijper. Ik kon desondanks het spul goed door laten rollen dus niet zeuren en doorzwemmen, we zijn zo in Engeland zou de hardvochtige vader tegen zijn zoontje zeggen. Maar goed de bodem was gelukkig versterkt met een dikke massieve ijzeren plaat en kon wel wat klappen hebben.
Na een kwartier begonnen we de stad uit te klimmen en was het ook minder druk. En zo naderden we dus ook die beruchte politiepost. Mijn hart begon al wat sneller te kloppen toen ik Hans over de bak hoorde zeggen, oké Ad daar gaat ie dan toy toy toy kom er maar langzaam voorbij, ik zal hem iets inhouden. Ik zat in de juiste versnelling en gaf gas. De Scania trilde even en blies een zwarte rook wolk uit zijn staande pijpen. Nu begon hij te trekken en liep zo langzaam op Hans in. Ik zorgde dat ik schuin links achter Hans bleef rijden zodat ze me vanuit de post niet konden zien. Een pikant detail was nog dat je op deze plaats absoluut niet mocht inhalen, maar we hadden nu alles op één kaart gezet dus door rossen maar!!  Ik prevelde hoewel ik hartstikke ongelovig ben toch voor zekerheid een schietgebedje naar de god van de dwalende truckers en zorgde dat ik precies op de hoogte van de politiepost  helemaal naast Hans reed. Ik was nu vanuit de post onzichtbaar, alleen de rook die boven Hans zijn huif uit kwam zou bij een oplettende smeris argwaan hebben kunnen wekken. Ik keek bij het passeren van de cabine in het breed grijnzende gezicht van Hans.
Hij stak zijn duim omhoog en ik lachte nerveus terug en zo  bleven we even met brullende motoren vanwege de lage versnelling en de hoge toeren die we nodig hadden in die toch wel pittige klim naast elkaar rijden. Hans gaf het afgesproken sein over de bak en liet zijn comby bijna ongemerkt afzakken en zo kon ik hem langzaam inhalen. Ongeveer honderd meter verder was ik hem helemaal voorbij en gaf hij me een licht signaal dat ik weer naar rechts kon. We keken geboeid in onze spiegels of er smerissen achter ons aan kwamen maar er gebeurde niets Eenmaal boven ging Hans weer voor me rijden, we reden nog een tijdje door tot aan de betaal hokjes en parkeerden nadat we onze kaartjes hadden getrokken achter de betaalhokjes om nog wat na te praten over onze grandioze verdwijn truc!!!
We besloten na een zelf gezette bak koffie weer op pad te gaan en spraken af om te proberen deze nacht noch tot de Griekse grens te rijden. Daar was ik uit de gevaren zone en daar konden we ook goed eten, drinken en douchen.
Hans moest naar Thesselonica, dus we zouden het hele stuk door Joegoslavië samen oprijden. Er werd die nacht flink doorgereden en tegen het ochtend gloren reden we de parkeerplaats van Gevegelja op.
Ik wist wanneer ik problemen zou krijgen met Joegoslavische ambtenaren betreffende het ontbreken van een vergunning ik ze kon omkopen en daar draaide het uiteraard ook op uit.  
Na deze laatste stuiptrekking reden we om 09.00 uur aan de Griekse kant de parkeerplaats naar het restaurant van de shell, dodelijk vermoeid maar met een voldaan gevoel dat het ons toch maar weer was gelukt.
Toen we later achter een rijk voorziene maaltijd ons ontbijt zaten te nuttige kwam er een ober langs met een overvol beladen bord met Griekse salade.  De  slablaadjes staken er aan alle kanten overheen en ik kon het even niet laten hem te zeggen …… je hebt daar toch wel een breedte vergunning voor hé vriend. Hans moest smakelijk lachen. De ober haalde zijn schouders op en dacht waarschijnlijk laat maar lullen. Ja…. en zo zie je maar weer ieder zijn vak, de één zit op kantoor en een ander rost in twee nachten ! Joegoslavië door .
 
                  Mooi hé !!
De ongewenste bezoeker

Bijna nooit doe ik de gordijntjes in de cabine van mijn vrachtwagen dicht wanneer ik ga slapen, tenzij de parkeerplaats waar ik sta zo helder verlicht is dat ik er last van hebt. Gisteravond echter was het op de smalle parkeerplaats langs de route Nationaal zó donker dat ik ze dus open had gelaten.  Ik stond tussen Fontenay en Villeneuve, dat ligt iets ten Oosten van Parijs. Ik was behoorlijk moe en moet nadat ik in mijn mandje was gekropen bijna meteen in slaap zijn gevallen.  Midden in de nacht werd ik ergens van wakker. Half op mijn ellebogen steunend keek ik door het voorraam naar buiten maar zag niets en toen terloops naar mijn rechter zijraam waarna ik mij helemaal kapot schrok.
Tegen het raam aangedrukt zag ik een wit gezicht van een man die mij recht aan keek. Van schrik hapte ik naar adem maar werd gelijktijdig witheet van kwaadheid. Ik had wel eens verhalen gehoord van collega's dat je in Frankrijk en vooral rond Parijs 's avonds of 's nachts wel eens door vervelende kerels kon worden lastig gevallen, maar ik had nooit gedacht dat ze zo brutaal zouden zijn, dat ze je zelfs uit je slaap haalden.
Hij gebaarde mij het raam open te doen, omdat hij iets wilde vragen. Dat deed ik maar ál te graag!  Het elektrische raam opende ik voor de helft waarop hij prompt zijn kop naar binnen stak en… ja hoor ik had hem in de val want het raam liet ik meteen weer omhoog komen zodat zijn kop er klem tussen zat. De man begon te vloeken en te schreeuwen, waar ik mij uiteraard niets van aan trok. In mijn onderbroekje en slippers stapte ik naar buiten de frisse nacht in en liep naar de achterkant van mijn trailer waar inderdaad zijn “lelijke eendje” stond en ja hoor… de sleutels zaten er nog in. Mooi dacht ik, dáár kan hij een mooi tijdje naar gaan zoeken. Ik pakte ze uit het contact en gaf ze een zwieperd het bos in.
Ik liep weer naar voren, stapte in en startte de motor om lucht te draaien. Dit alles met een nog steeds scheldende kerel in mijn zijraam. Toen ik lucht genoeg had reed ik langzaam de parkeerplaats af en vlak voordat ik de rijbaan op kwam (het was een parkeerplaats aan de route nationaal) deed ik het raam weer omlaag. De man sprong met een luide schreeuw van de treeplank en in mijn buitenspiegel zag ik hem in zijn korte broek een aardig stukje doorstuiteren op zijn billen. Na dit alles ben ik ongeveer een uur wezen rijden naar een andere parkeerplaats en heb daarna gelukkig van niemand meer last gehad. Ik denk dat hij er voorlopig wel van genezen is om midden in de nacht chauffeurs te wakker te maken voor zijn erotische escapades.
Hij zal wel een mooi tijdje in het donker naar zijn sleuteltjes hebben gezocht, maar  ik denk dat hij ze uiteindelijk wel gevonden heeft.
Maar geloof me, voor mij zijn alle mensen gelijk wie of wat ze ook zijn, alleen vind ik dat je je medemens niet moet lastigvallen wanneer deze na een dag hard werken met zijn nachtrust bezig is.
Behalve als er brand is………… maar in dit geval is er maar één die zijn billen heeft gebrand en die zit voorlopig nog wel even op de blaren!
Sindsdien slaap ik altijd met mijn gordijntjes dicht want door ze open te laten, zou je wel eens de kat op het spek kunnen binden

Proost mensen doe mij maar een zakje spekkies, maar geen 'roze' want van die kleur ben ik voorlopig even genezen
Terug naar verhalen index 3