Truckerslatijn voor Oktober
Donkere wolken
Pools leergeld
Zonnebloemen zee
Donkere wolken
Pools leergeld
Een zee van Zonnebloemen
Donkere wolken                              Herfst   1986 Zuid West Turkije
Tussen Soko en Selimiye 16.00 uur
Ik had mijzelf en ook mijn kleren zojuist gewassen in het meer waar je langs rijdt op weg naar Selimiye (Bafo Gölü).
Vergeet die moeilijke namen maar en denk aan het gebied ten Zuiden van Izmir. Om alles te kunnen wassen kon ik makkelijk in mijn blootje rondlopen, want er konden uren voorbijgaan voor er hier iemand langs kwam.
Nadat ik mijn kleren op een paar rotsblokken te drogen had gelegd was ik heerlijk gaan zwemmen.
Er liepen hier overal schildpadden rond, zelfs hele grote. Een leuk gezicht om die zo in het wild te zien rond scharrelen. Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen is heel wat minder idyllisch. Nadat ik klaar was met poedelen en weer verder reed over de slecht onderhouden bergweg vol met kuilen en waar de wegmarkeringen nauwelijks te zien waren of gewoon ontbraken, bedacht ik me dat je hier in de avond of de nacht beter niet kon rijden, want dan was het nog maar een kwestie van tijd voor je beneden vanuit de afgrond Linéa Recta naar de hemel zou verhuizen (bij goed gedrag ! )
Kortom het was een onherbergzaam, gevaarlijk en eenzaam gebied, uitstekend geschikt om er een griezelfilm op te nemen dacht ik bij mijzelf, maar ja daar was ik hier niet voor gekomen.
Onderwijl ik dit alles overdacht merkte ik dat de zon af en toe helemaal verdween achter een stapel donkere wolken. Het werd steeds donkerder en op een gegeven moment was de zon helemaal achter de voortjagende wolken verdwenen en begon het er steeds dreigender uit te zien. Ook begon het harder te waaien en werd ik me bewust van een sluimerend gevoel van angst en onzekerheid. Normaal had ik daar nooit last van, maar de natuurelementen die zo nadrukkelijk op mij inwerkten, domineerden mijn geest.
Ik werd daardoor gedwongen mijzelf te zien als een nietig stofje op deze Aardkloot. Zonder erg was ik nóg langzamer gaan rijden en voelde ik zware rukwinden die mijn wagen deden schudden. Ik besloot dat het beter was als ik het hele spul aan de kant zou zetten.  
Inmiddels had ik zonder erg de verlichting ontstoken en zou het wat mij betreft net zo goed nacht kunnen zijn zo donker was het geworden. Ik zette de wagen links van de bergweg bijna tegen de hoge rotswand aan en sprong er uit. De storm rukte mijn onafscheidelijke pet van mijn kop die ik nog net met een grote 'hink stap' sprong kon redden van een vrije val in de gapende afgrond .
Ik keek in de diepte en mompelde tegen mijn pet, daar kom je goed weg jochie, anders had je de rest van je leven daar beneden tussen de schildpadjes moeten slijten.
Ik worstelde met mijn pet in de hand, tegen de wind in terug naar de truck en voelde de inmiddels tot storm aangewakkerde wind met duizend handjes aan mijn kleren rukken, om me mee te voeren naar god weet waar heen, ieder geval ergens waar ik niet naar toe wilde.
Ik vroeg mijzelf wanhopig af, waarom ik toch altijd weer zo nodig van die zogenaamde avontuurlijke reizen moest maken. Een beetje fatsoenlijke huisvader zat nu lekker thuis met zijn ballen voor de T.V. naar één of andere quiz te koekeloeren en ik stond hier met mijn zure balletjes gezicht midden in dit woeste Turkse gebergte, het door mijzelf gekozen lot te vervloeken. Bij mijn wagen aangekomen werd ineens de hele omgeving door een duizend aderig bliksemflits verlicht en voor ik van dié schrik bekomen was, werd deze gevolgd door een oorverdovende serie donderslagen die tussen de bergen resoneerden en eindeloos na dreunden in mijn oren. Ik was er van overtuigd dat dit het absolute Armageddon moest wezen en dat het voortbestaan van deze aardbol nog maar een kwestie van enkele secondes zou zijn.
Doodsbang zocht ik een tiental meters verwijderd van mijn truck dekking tegen de rotswand. Ik begreep dat ik nú niet in de buurt van mijn truck moest gaan staan omdat deze het enige bonk ijzer in de verre omtrek was. Ik wachtte met kloppend hart wat er verder ging gebeuren. De hemel opende zonder enige waarschuwing haar sluizen en stortte een bijna massieve waterval naar beneden. De grove druppels spatten centimeters hoog op van de stoffige bodem. Een ijskoude luchtstroom verraste mij ineens in de broeierige temperatuur en verkilde mijn lijf in een paar seconden tot op het bot. Ik zag  grote hagelstenen opspringen van de grond die maar niet nat leek te worden. Ik drukte me angstig tegen de rotswand en werd me gewaar van een warme stroom vocht welke van de rotsen naar beneden stroomden. Ik sprong naar voren en zag een boomdikke bliksemstraal vlak voor me in de weg slaan. Als aan de grond genageld bleef ik staan en was niet in staat om nog iets te zien. De bliksem had mij tijdelijk verblind en ik had moeite met ademen. Een scherpe brandlucht bereikte mijn neus en ik liet me in een reflex voorover op de grond vallen. Ik beschermde mijn oren met mijn modderige handen omdat ik wist dat er een oorverdovende donderslag zou volgen. En inderdaad, ik voelde de grond onder me schudden. De regen had inmiddels wat “normalere” vormen aangenomen en ik lag daar omgeven door een regengordijn te midden van stroompjes en plassen die zich samenvoegden in een klein riviertje en naar de rand van de afgrond stroomden  om daar als een forse waterval naar beneden te storten. Alle los gekomen grond werd meegevoerd, wat meteen de verklaring was voor de slechte toestand van deze bergweg.
Wanneer ik me daarnet eenzaam en zielig had gevoeld, dan was ik nu wel héél eenzaam en héél zielig zoals ik hier lag, zeiknat en smerig van de rode aarde. Mijn kleren waren opnieuw smerig en ik voelde me nu toch wel doodsbang zo in mijn eentje hier in “the middle of nowhere”
Ineens begon het op te klaren en zo snel als eerder de hel was los gebarsten,   werd het nu weer licht en rustig. De wind was gaan liggen en het was weer droog. Er steeg een frisse damp omhoog van het wegdek. Ik krabbelde overeind en stond verbaasd over de plotselinge veranderingen, om me heen te kijken. In de verte hoorde ik nog een zwak gerommel wat mij in de oren klonk of dat moedertje natuur mij uitlachte vanwege mijn angstige gedrag van het afgelopen half uur
Ik haalde mijn schouders op en merkte dat met het terug komen van de zon ook mijn humeur met stappen vooruit was gegaan  en stoer zei ik tegen mezelf…...Ach wat brave huisvaders,  ach wat klote T.V… hier beleef je tenminste nog wat.
Ik voelde me vreselijk opgelucht dat het voorbij was en tja……. dan heb je weer lef hé!
Maar toch……..toen ik even later weer onderweg was en een Hollands liedje van Henk Wijngaard op mijn bandje hoorde, die over de familie thuis ging, moest ik toch wel even slikken.
En dat beetje vocht in mijn ogen????
Dat zat er nog van die bui regen van daarnet……………………..of dacht jij soms van niet?
                                                                                      Mei 1974
Tussen Frankfurt Oder en Swiebotzin  (Polen)                                            
Toen ik een enorme knal hoorde, keek ik verschrikt in mijn rechterbuitenspiegel en zag dat mijn buitenste band op de trek as van mijn truck aan flarden was.
Ik stond met het hele spul (Volvo F88 trekker met tank oplegger) midden in een langgerekt dorp en ook nog (zou later blijken), precies bij de burgermeester voor de deur.
Eigenlijk heette het dorpshoofd in die tijd van de Communistische overheersing anders, maar ik stond nog geen 5 minuten stil of ik had al een aantal nieuwsgierige toeschouwers om mijn truck staan.  Ik stond in mijn uppie de bouten los te draaien met behulp van een wielsleutel verlengd met een stevige stalen pijp. Meestal moest ik eerst enkele malen op de stang springen om de bouten los te krijgen en dat lukte nu ook op die manier. Ik had die dag nog niets gegeten met het gevolg dat mijn maag behoorlijk begon te knorren. Ik keek om me heen en vroeg aan een opgeschoten jongen die ook stond te kijken of hij wat te eten voor me wilde halen in de plaatselijke toko.
Hij knikte gretig, blij dat hij me ergens mee mocht helpen en ik gaf hem wat pools geld wat ik aan de grens had gewisseld. Je moest toen in 1974 voor het aantal dagen dat je in Polen verbleef verplicht wisselen en dat was meestel meer dan je kon opmaken. Ik had het niet klein, dus gaf ik hem een biljet grootgeld. Hij keek er verbaasd naar en toen hij weer naar mij keek maakte ik hem duidelijk dat ik het niet kleiner had. Hij knikte dat hij het begreep en ging op weg met mijn geld…. Zijn opdracht luidde, een vers brood, wat eieren en wanneer het mogelijke was een stuk spek. Ik dacht er helemaal niet bij na dat de jongen wel eens kon besluiten om niet meer terug te komen.  Maar nog geen kwartier later was hij er al weer met alle boodschappen plus het wisselgeld. Ik wilde hem wat geld geven voor de moeite maar daar wilde hij niets van weten, dus legde ik het geld ( zo stom als maar kan) op de bijrijders stoel naast de boodschappen. Ik beet een flink stuk brood af en stilde zo voor even de ergste honger. Later zou ik mijn eten wel klaar maken want dat deed ik liever op een rustige parkeerplaats in plaats van hier midden in het dorp.
Er was een klein mannetje met een paar grote kaplaarzen, die mij op allerlei manieren probeerde te helpen. Hij stonk verdacht veel naar de Wodka en kon volgens mij nog geen deuk in een pakje boter slaan. Hij liep me eerder in de weg dan dat ik er wat aan had maar ja, het was goed bedoeld en ik liet hem zijn gang maar gaan. Als ik straks klaar ben zal ik hem wat geld geven dacht ik, dan kan hij een fles wodka kopen. Toen ik zover was en hij me op zijn manier had geholpen om onder andere wat gereedschap terug te leggen in de cabine wilde ik wat geld voor hem pakken maar het geld was weg, alleen de boodschappen lagen nog op de bijrijders stoel. Bovendien zag ik de kleine man met de grote laarzen niet meer naast me staan en toen ik rond keek, zag ik hem nog net met grote stappen achter een huis verdwijnen.
De burgermeester of wat hij ook was zag dat ik om me heen keek en vroeg in het Engels wat er aan de hand was. Ik vertelde hem dat mijn wisselgeld verdwenen was met een tegenwaarde van ongeveer 100 mark. Hij keek vragend de kring rond en vroeg iets aan de omstanders maar die haalden hun schouders op. De burgermeester verontschuldigde zich voor het nare voorval en nodigde me uit mee te komen naar zijn huis om me daar wat te kunnen op knappen. Onderwijl ik daar mee bezig was, was zijn vrouw koffie aan het zetten. Daarna heb ik nog even gezellig zitten babbelen en beloofde ik wanneer ik weer in de buurt zou komen,  ik een paar pakken lekkere koffie mee zou nemen.
De volgende reis al kwam ik er weer en heb ik de koffie langs gebracht. En toen hoorde ik van de burgermeester dat hij inmiddels wist wie het geld had gestolen. Het kleine mannetje met zijn té grote laarzen was sinds mijn vertrek niet meer nuchter geweest en hij had rijkelijk rondjes gegeven aan een ieder die dat maar wilde.
De burgervader vroeg mij of ik maatregelen wilde nemen, maar hij vertelde er gelijk bij dat het eigenlijk niet zo'n verkeerd mannetje was. Het was van mij ook wel een beetje dom geweest om de kat zó op het spek te binden…. Ik vertelde hem dat ik er geen werk van wilde maken omdat ik zelf eigenlijk de schuldige was vanwege mijn gemakzucht. Ik nam het de man niet kwalijk, bovendien verdiende ik in die tijd nogal wat extra geld met het smokkelen van Wodka en Kirsch wat ik voor goed geld in Holland kon verkopen . Met schade en schande wordt men wijs en dit was dus mijn Poolse les.
En zo kon het gebeuren dat een 'klapband' van een Hollander er in Polen voor kon zorgen dat een half dorp een paar dagen met hoofd pijn rond liep….. en dat was echt niet van die harde knal van de klapband………..wedden ?

                                                   Bulgarije Zomer 1984

Op een zee van zonnebloemen.      
Ik was die keer onderweg met een motorjacht van Arendal ( Noorwegen) naar Istanbul toen me de volgende wonderlijke gebeurtenis overkwam.
Ergens onderweg dat was inmiddels al in Bulgarije, raakte ik in een omleiding verzeild, zo één waar maar geen eind aan leek te komen op een soort karren spoor vol plassen en kuilen en waar draaien op die plaats uitgesloten was. Er zat daarom niets anders op dan langzaam door te rijden. Wel moest ik af en toe stoppen en uitstappen om vervolgens op mijn blote voeten de plassen in te lopen om uit te vinden hoe diep ze waren zodat ik er niet met het hele spul in vast zou komen te zitten, want dat zou op deze plaats een regelrechte ramp betekenen.
Het was er doodstil en wat ik nu inmiddels wel begrepen had geen doorgaande weg, ik was dus gewoon verdwaald. Ik maakte me dus niet ten onrechte bezorgd dat ik hier hopeloos vast zou komen te zitten. Ik nam geen enkel risico en zigzagde zo veel mogelijk om de kuilen en plassen heen. Ik schoot daar natuurlijk niet echt erg mee op, maar dat was op het moment mijn laatste zorg. Als ik eerst maar weer op een verharde weg zat dan pas zou ik me weer gerust voelen. Enfin dat even over de situatie waar in me op dat moment in bevond.
Nu eerst even iets over mijn truck en mijn lading. Ik reed op een Scania met een neus, dat is niet zo'n hoge truck en ik was geladen met een motorjacht. Dat jacht was veel hoger dan de cabine van de Scania. Dit wetende begrijpt u beter waar het in dit verhaal eigenlijk over gaat.

Wat betreft de omgeving, ik had al vermeld dat ik op een soort van karrenspoor reed en dat ik daar langzaam aan het zigzaggen was maar wat in dit geval ook van belang is, is het feit dat ik me tussen duizenden hectare zonnebloemen bevond. Aan weerzijde rezen deze mooie grote bloemen hoog naast me op en daar liep het karrenspoor als het ware dwars doorheen.
Wat ik niet wist was, dat er ergens in die zonnebloem velden mensen aan het werk waren. Deze mensen hoorden ineens een zware motor. Ze klommen op een stro baal en keken nieuwsgierig over de zonnebloemen heen om te zien wat er gaande was en konden hun ogen niet geloven. Omdat mijn cabine veel lager was dan het motorjacht zagen ze alleen de bovenkant van het jacht boven de zonnebloemen uit toornen. Een jacht wat zich over een zee van golvende zonnebloemen voort ploegde. Dat golven van het jacht kwam door de kuilen en het zigzaggen wat ik deed.
De mensen waren dusdanig in de war dat ze hun gereedschap uit hun handen lieten vallen en onmiddellijk tussen de zonnebloemen door naar het karrenspoor snelden om dat fenomeen eens van dichtbij te bekijken.
Ik daarentegen wist nergens van en zat geconcentreerd achter het stuurwiel van mijn Scania, toen ik ineens werd opgeschrikt door de drommen vrouwen die al wuivend en juichend uit het zonnebloemen veld tevoorschijn kwamen.  Ik zat op mijn beurt verbaasd achter het stuur en begreep absoluut niet wat er aan de hand was, maar de vrouwen drongen op naar de truck en ik moest wel stoppen om ongelukken te voorkomen. Ik stapte uit en werd gelijk omarmd en geknuffeld door een aantal vrouwen met gebloemde jurken en bonte hoofddoeken. Ze roken naar een mengeling van zweet knoflook en uien en ik worstelde me voorzichtig los uit hun greep. Ik keek ze verbijsterd aan, maar ze bleven mij op mijn schouder slaan, lachen en grapjes maken in hun taal. Ik begreep zonder dat ik ze verstond ook wel dat ze de grootste lol hadden en langzaam drong het tot me door wat er nu eigenlijk aan de hand was. Stel je voor, je hoort iets aankomen en wanneer je nieuwsgierig gaat kijken zie je een motorjacht in een zee van zonnebloemen varen. Het idee dat de boot zelf voer werd nog versterkt door het geluid van mijn motor, dus begreep ik ineens dat het inderdaad een bizarre en vreemde situatie moet zijn geweest om dat onvoorbereid te zien en logisch dat de dames daardoor zo uitgelaten en spontaan hadden gereageerd. Ik moest met de dames mee naar de plaats waar ze aan het werk waren en kon van daaruit de boot zien liggen op de zonnebloemen zee ( erg jammer dat ik daar toen geen foto van heb gemaakt)
Ik ontkwam er niet aan, ik moest met ze mee eten en drinken zittend op de stro balen.  
Het taal probleem leek niet te bestaan, we hadden de grootste lol onder elkaar. De drankjes die ik rijkelijk van iedereen kreeg aangeboden werkten daar ook aan mee en zorgden er voor dat ik de dames steeds aardiger begon te vinden en volgens mij heb ik zelfs een dansje met enkele van hen gemaakt op de vrolijke liedjes die door de dames werden gezongen. Bovendien geloof ik dat ik ze bij het afscheid nemen allemaal een dikke pakkerd heb gegeven, dat was toen ik weer terug was bij mijn truck waar ze mij met z'n allen luid zingend naar toe hadden begeleid.
Ik ben toen met een gelukzalig gevoel weer verder gereden en geraakte niet veel later 'goddank' weer terug op de verharde weg.
Maar geloof me dat elke keer wanneer ik zomers langs een zonnebloemen veld rijd, wáár dan ook in Europa, ik weer opnieuw aan die wonderlijke ontmoeting terug denk en het geeft me nog steeds een hartverwarmend gevoel.  En dan denk ik weer bij mezelf, wat is het beroep van een internationaal vrachtwagen chauffeur toch fantastisch, want ik zie het bovenstaande nou niet zo gauw op een Haags ministerie gebeuren. Of heeft u wel eens een Haagse  ambtenaar met opgerolde broekspijpen en natte voeten een Bulgaarse schone in een bloemetjes jurk zien zoenen, genietend van haar provinciale parfum van knoflook uien en zweet?
Ik weet het wel, zoiets kan en mag je niet met elkaar vergelijken maar toch………….Nou ja doe mij nog maar zo'n lokaal drankje uit Bulgarije, want daar weet ik zeker van dat je er vrolijk van wordt …Enne……Proost meiden het gaat jullie goed.

In de verte rijdt Nico van de Wetering senior. (ome Nico )voor me uit, met de 1113 (telefooncel ) door de bergen op weg naar Bodrum (Zuid West Turkije)
Terug naar verhalen index 2
Terug naar verhalen index 2