Mijn Guardian Angel
Kerst verhaal December 2008
Bayerische alpen
Foto Ad Bruynzeel
Geluk moeten we onderweg zoeken en niet aan het eind van de weg,want dan is de reis afgelopen
Maxim Drabon
Resultaat van 's nachts doorrijden op de oude autuput
De autoput uit de jaren 80, de beruchte dodenweg door Joegoslavië
Weegbriefje halen voor de laadofficier
Onze ferry, 's avonds pas opgereden, als laatste aan boord.
Kaik in de haven van Kos
                                                                                           

                           
Het avontuur was als zo vaak zorgvuldig verpakt en meldde zich als een  onschuldige vraag aan mij, gesteld door mijn baas via de telefoon. Ik bevond me op dat moment tussen Gouda en Utrecht en was onderweg naar Loosdrecht. We hadden in die tijd (1984) nog geen mobiele telefoon vandaar dat  ik stond te bellen in een Shell station langs de snelweg.
Nadat hij had geluisterd naar mijn relaas over de boot die ik had gelost in Gouda zei hij zo langs zijn neus weg: “zeg Ad er moet voor de kerstdagen nog even een bootje naar KOS, is dat misschien wat voor jou?”
Naar KOS vroeg ik hem nieuwsgierig waar ligt dat ergens, volgens mij ben ik daar nog nooit geweest.
Dat kan kloppen antwoordde hij lachend, daar zijn we tot op heden ook nog nooit geweest, maar eens moet de eerste keer zijn nietwaar en dit lijkt me echt iets voor jou.
Oké, maar waar ligt het dan precies vroeg ik hem nog steeds nieuwsgierig?
Het is een Grieks eilandje aan de Turkse kust op de hoogte van Bodrum en dat jacht wat je gaat laden is daar ook voor bestemd.
Ze willen het jacht vanaf KOS overvaren naar Bodrum want denken dat het op die manier goedkoper is dan over land zoals jij al meerdere keren hebt gedaan. We kunnen nu dus gelijk zien of dat ook werkelijk zo is.
Je gaat met een enkele motorwagen dus…. kat in 't bakkie.
En als ik jou was zou ik Greetje meenemen want die voelt volgens mij ook wel  wat voor zo'n uitje naar Griekenland in deze tijd van het jaar.
Ik hoefde er niet lang over na te denken en vroeg dan ook waar en wanneer ik het jacht kon laden.
De boot moet overmorgen in Engeland worden geladen, om precies te zijn in Brighton en vanaf daar kan je op je gemak naar Athene rijden. We hebben daar een Ferry geboekt naar KOS dat wil zeggen, de ferry gaat naar het eiland Rhodos via KOS.
Oké  bevestigde ik nogmaals dat is wel wat voor mij. Ik ga Greet gelijk bellen zodat ze het één en ander kan regelen, maar ik ga er sowieso heen. Het moet  makkelijk te doen zijn voor de kerstdagen .
En daarmee waren de eerste stappen gezet op weg naar een nieuw avontuur. Een avontuur wat we niet snel zouden vergeten, maar wat we achteraf ook voor geen goud hadden willen missen, hoewel …zoals de titel van dit verhaal al doet vermoeden….we die keer door het oog van de naald zijn gekropen.
Twee dagen later dat was 6 December, stonden we te laden in het jachthaventje  wat was gesitueerd direct aan de kust, goed beschermd door meters hoge stenen kribben. Het jacht stond al klaar om geladen te worden en leverde verder geen enkel probleem op. Die zelfde avond stonden we al weer maar nu geladen, op de ferry naar Oostende waar we de volgende morgen in alle vroegte aan zouden komen.
Het jacht wat ik had geladen was een motor kruiser (maxi boot) van de Zweedse firma “Pelle Petterson” waar ik al verschillende boten voor naar Bodrum had vervoerd maar zoals al eerder vermeld allemaal over de weg.  Deze zouden we dus via Athene met de Ferry naar KOS varen en vandaar naar Bodrum worden overgevaren door mensen van een Engelse chartermaatschappij.  De jachten werden in Bodrum verhuurd aan vakantiegangers om vandaar tripjes rond de Griekse en Turkse eilandjes te maken.
De reis vanaf Oostende ging door België via Duitsland en Oostenrijk naar de Hongaarse Grens  ”Nickelsdorf-Hegyeshalom”  en daar begon het behoorlijk te sneeuwen. In Duitsland en Oostenrijk had het ook aardig gesneeuwd maar de autobanen waren redelijk goed. Maar vanaf hier werd er binnendoor gereden en waren de wegen lang niet zo goed schoongehouden. Al met al viel de transit door Hongarije wel mee. We stopten onderweg nog even om bij de 'ABC' winkel die we tegenkwamen om wat lekkere flesjes vruchten likeur te kopen en in een volksrestaurant aten we een portie onvervalste Hongaarse Goulash en dronken daar smakelijk van die goedkope 'Crime Sekt' (DM 2,50 per fles) en zo sukkelden we rustig door het met sneeuw bedekte Hongarije via  Budapest naar Szeged. Vandaar reden we richting Hongaars-Joegoslavische grens “Horgos-Kanjiza” wat makkelijk in één dag zou kunnen. We besloten die avond dat we de grens wel over zouden rijden maar beslist niet verder
. Het was toen levensgevaarlijk om 's nachts door Joegoslavië te rijden, de 'autoput' had niet voor niets een dodelijke reputatie! Een reputatie waar ik toen ook al een diep respect voor had. Een collega-chauffeur die deze waarschuwing negeerde vonden we de volgende dag met zijn trailer op zijn kant in de verraderlijke berm en dat gaf me alsnog een unheimisch gevoel in mijn onderbuik, vooral toen we hoorden dat de chauffeur het ongeluk niet had overleefd. Het viel Greet op dat er zoveel altaartjes langs de autoput stonden opgesteld en werd daar behoorlijk nerveus van. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk wanneer je je realiseert dat je daar eigenlijk over een langgerekt kerkhof rijdt en wanneer je dat voor het eerst meemaakt is dat wel even slikken.
Ik moest mijn rij gedrag  ook aanpassen, met name aan het krankzinnige kamikaze gedrag van de Joegoslavische weggebruikers. Je leert nogal snel dat de enige manier van overleven defensief rijden is, met name de buschauffeurs daar verbeelden zich over röntgen ogen te beschikken. Ze komen vooral op de beruchte kustweg ijskoud op jouw weghelft door de bocht zetten en dat heeft al menig automobilist het leven gekost, maar dat heeft het rijgedrag van deze kamikaze chauffeurs nooit kunnen veranderen ofschoon het voor velen niet is voor te stellen dat er zo respectloos met een mensenlevens wordt omgesprongen!  Oké voorzichtig en defensief rijden was dus het credo. Bij die verongelukte trailer stopte een Hollandse collega en we spraken af om samen verder te rijden. Hij moest naar Thessaloniki en zo zouden we tot vlak over de Griekse grens samen op kunnen rijden. Ergens was dat wel een prettig gevoel want je ondervond wanneer je samen opreed op de één of andere manier toch steun aan elkaar. We konden over de 27 MC bak met elkaar praten en elkaar waarschuwen voor eventuele gevaren. Die eerste dag reden we door tot  Belgrado, waar een goede truckstop zat (Europa hotel) langs de doorgaande weg door die stad. We besloten daar die avond te blijven staan want konden ons daar lekker douchen en ook eten wat toen in Joegoslavië (vooral buiten het toeristen gebied ) niet zo vanzelfsprekend was. En natuurlijk dronken we een lekker potje bier, terwijl Greet genoot van haar geliefde droge witte wijntje. De volgende morgen gingen we vroeg rijden, verder naar Nis en daar bogen we af naar het zuiden door Macedonija naar de Griekse  grensplaats Gevgelija.
Wanneer je vanuit Joegoslavië, Griekenland binnen reed kwam je min of meer van de hel in de hemel. Als eerste werd je aangenaam verrast door die blij makende Griekse muziek die je daar werkelijk door het hele land hoorde en ook wanneer je in Gevgelija de grens over kwam, kon je meteen lekker douchen en weer helemaal recht trekken van de geleden ontberingen die je onvermijdelijk onderging in dat armoedzaaierige Joegoslavië. Deze heerlijkheden kon je al gelijk ondergaan wanneer je een paar honderd meter de Griekse grens over was, dat was in het onvolprezen Shell tankstation dat over een uitstekend restaurant en keuken beschikte en ik weet uit ervaring dat zich  daar honderden internationale truckers hebben gelaafd aan deze boven aardse heerlijkheden.  
Die avond dus gelijk maar een klein feestje gebouwd omdat we opnieuw terug in de bewoonde wereld waren beland, de kater van de volgende dag werd op de koop toe genomen. De volgende morgen wat later op pad na een stevig ontbijt en ook die zelfde morgen onder het rijden over de 27 MC bak afscheid genomen van onze tijdelijke vriend en collega. Vanaf de afslag van Thesselonica, net over de lange brug aldaar gingen we dus weer alleen verder.
We schoten die dag aardig op maar bereikten nog niet onze bestemming. Ik vergeet te vertellen dat de buitentemperatuur inmiddels een stuk warmer was geworden, dat scheelde zelfs meer dan een jas. We stopten die avond halverwege  Athene en natuurlijk bij een uitstekend Restaurant! De volgende dag zouden we in Athene aankomen en dan zouden we wel weer zien hoe het verder zou gaan, wat betreft de ferry en de boekingen. We gingen die avond vroeg naar bed, we hadden nog wat in te halen. De volgende morgen werden we al vroeg wakker gemaakt door mensen die op de deur van de cabine bonsden. Het bleek dat we op een plaats geparkeerd stonden waar ze de markt aan het opbouwen waren. In mijn onderkleren reed ik naar een andere plaats waar we ons rustig konden wassen en aankleden. Vandaag zouden we in Athene aankomen en zouden we uitzoeken waar onze ferry zich bevond tussen de tientallen andere ferry's die daar in de haven van Athene (Pyreus) lagen.  
Rond de middag kwamen we aan in de haven en na wat vragen, begaven we ons naar het boeking bureau wat tussen tientallen andere boekingsbureaus aan de haven was ingebouwd. We ontvingen onze tickets en er werd verteld dat we ons bij de laadofficier moesten melden, aangezien hij de truck moest indelen zodat we er in KOS ook inderdaad zo uit konden rijden en niet ergens midden in de boot zouden staan. Eerst moesten we nog over de weegbrug en dat weegbriefje met de tickets moesten we aan de laadofficier geven.
Het lijkt simpel maar dat was het dus niet! Eerst aansluiten in de rij voor de weegbrug en daarna de laad officier zien te vinden van de juiste boot!  Gelukkig kreeg ik daar hulp bij in de vorm van een klein watervlug jochie!
Over dat jochie moet ik eigenlijk wat meer vertellen. Hij stond ineens voor me en keek me heel even doordringend aan en in die zelfde paar seconden flitste er een haast vergeten herinnering uit het verre verleden door me heen…. Het betrof een zwarte bladzijde uit mijn jeugd, ik zal net zo oud geweest zijn als deze jongen, ongeveer dertien jaar
Hij zat bij mij in de zelfde klas, we waren vriendjes en voordurend bezig met kattenkwaad.  Tot die vreselijke dag dat hij werd vermist en gevonden werd in de sloot die om een voetbalveld heen lag. Hij was daar alleen aan het spelen en is door onbekende reden in de prutsloot geraakt en verdronken. Ik heb daar nog maanden nachtmerries van gehad, dan zag ik steeds weer opnieuw hoe hij in de armen van een zieken broeder naar de ambulance werd gedragen, zijn bleke hoofd lag geknakt achterover. Dat was voor het eerst dat ik zo nadrukkelijk met de dood werd geconfronteerd en het heeft toen een onuitwisbare indruk op me gemaakt.  Deze jongen hier in Athene leek als twee druppels water op het vriendje uit mijn jeugd en ik keek hem geschrokken aan,  maar realiseerde me gelijk dat het onmogelijk was dat hij het was en herstelde me gelijk weer.  Die kwajongens daar in de haven verdienden hun geld door er voor te zorgen dat jouw papieren zo snel mogelijk bij de laadofficier terecht kwamen.  Deze man stond op de kade achter de Ferry en werd omringd door honderden chauffeurs die met luid geschreeuw, hun ticket hoog opgeheven zich aan de laadofficier opdrongen. Wij als nuchtere Hollanders kwamen daar niet tussen, tenzij je geholpen werd door zo'n watervlug jochie. Hij vroeg naar mijn ticket en weegbriefje en ook een bijdrage voor zijn hulp. Ik betaalde hem, nog steeds van streek door de angstige gelijkenis. Met ware doodsverachting dook hij tussen de kluwen joelende mensen, mij verbijsterd achterlatend. Greet keek me nieuwsgierig aan en vroeg of ik een geest had gezien,want ik zag zo bleek.  
Ik knikte afwezig van nee en probeerde aan iets anders te denken.  Ineens stond de jongen weer naast me en overhandigde mij met een stralend gezicht
mijn laad ticket en zei waar ik me moest opstellen voor de Ferry en weg was hij weer, net zo plotseling als hij in mijn leven was gekomen.
Ik weet zeker wanneer ik hem niet had ontmoet, ik de afvaart van deze Ferry zou hebben gemist en dientengevolge twee dagen had moeten wachten op de volgende.
Ik reed naar de aangewezen plaats en hoorde daar, dat we pas die avond laat aan boord konden rijden omdat we er als laatste op moesten om er als eerste af te kunnen in KOS. Oké we hadden dus de hele dag om de stad te bekijken en besloten een taxi te pakken naar Akropolis om dit bouwwerk te bekijken. Daarna lekker gegeten in de haven en 's avonds reden we de Ferryboot op. De hutten waren niet slecht maar ook niet goed en het restaurant was vanaf een bepaalde tijd gedurende twee uurtjes open. Maar toen wij daar wilden gaan eten was het alweer gesloten omdat we vergeten waren i.v.m. het tijdsverschil onze horloges gelijk te zetten. Teleurgesteld hebben we toen maar een tosti genomen en na nog wat rondgelopen te hebben zijn we tenslotte met een hongerig gevoel naar bed ge gaan.
Omdat het die nacht behoorlijk stormde konden we slecht in slaap komen. In de loop van de volgende morgen arriveerden we in de haven van KOS. Nog steeds stormde het en het zag er niet naar uit dat het de komende dagen minder zou worden. Gisteren was het nog twee en twintig graden op de Akropolis, vandaag hier op Kos leek het rond het vriespunt. Toen we de Ferry afreden werden we gelijk verwelkomd door de vertegenwoordigers van de Engelse charter firma die de boot in ontvangst zouden nemen en hem tevens naar Bodrum zouden overvaren.
Beiden werden ze omgeven door een wolk alcohol en spraken duidelijk met een dubbele tong waarmee ze ons duidelijk maakten dat ze ons pas over drie dagen hadden verwacht. Ik vertelde hun van het jochie wat onze papieren zo handig aan de laadofficier had toegespeeld en dat dit de reden was dat we twee dagen vroeger waren aangekomen. De mannen knikte ons lodderig toe en troonden ons, nadat we de wagen op het haventerrein hadden geparkeerd,  mee naar de havenkroeg waar we ongevraagd werden getrakteerd op een grote bel Metaxa. Zelf namen ze er ook nog één en de grootste van de twee die zich als James had voorgesteld was zo dronken, dat hij nog net niet naast zijn stoel ging zitten welke hij nogal wild onder het tafeltje vandaan trok.
Toen hij eenmaal zat keek hij me wat langer aan en zei toen met aangename
verbazing….. Heééé, jij bént al een paar keer in Bodrum  geweest, wacht even ….niets zeggen euhh …Ad? Ja Adriaan dat was het, ik weet het zeker. Hé john  dit is Ad weet je wel die Hollander, hij heeft al een paar keer een aantal bootjes bij ons gebracht in Bodrum.  John bekeek me wat langer en langzaam drong het ook bij hem door wie ik was en werd er gelijk een nieuw rondje door hem besteld op het weerzien. Ik stelde Greet voor als mijn vrouw en ze gingen zelfs staan om haar een hand te geven, ik was blij dat ze daarna weer heelhuids terug keerden op hun stoel. James keerde zich weer tot mij en zei met een bezorgde blik in zijn troebele ogen, je vraagt je natuurlijk af waarom we…. laten we zeggen, een ietse pietsie gedronken hebben. Och antwoordde ik, daar zullen jullie wel je redenen voor hebben denk ik zo. Bovendien is er hier op het eiland in deze tijd van het jaar niets te beleven, dus ik kan me wel voorstellen dat je dan een gezellig borreltje gaat drinken?
Mij zal je daar niet over horen hoor, ik ben alleen maar geïnteresseerd in het lossen van de boot, verder maken jullie zelf maar uit hoe je je vrije tijd doorbrengt.  Ja dat is ook zo, maar er is nog iets wat we je moeten vertellen en dat is eerlijk gezegd niet zo mooi…. luister goed ….wat ik je nu ga vertellen is heel belangrijk ook voorjou. Hij keek nogmaals zijn maat aan en deze knikte hem bemoedigend toe zo van….zeg het hem nou maar want hij komt het toch wel te weten!
Ik keek hen nieuwsgierig aan en zei, Ja kom maar op wat is er zo erg dat jullie je daarvoor heb laten vol lopen? Oké hier komt ie dan ……We hebben vergeten toen we besloten om de boot hier naar toe te laten transporteren te informeren of ze op het eiland wel een hijskraan hadden en nu zijn we er achter dat er op het hele eiland geen hijskraan te vinden is dus weten we niet hoe we die boot van je wagen af in het water moeten krijgen. Hij keek toen hij dat zei zo schuldig naar me dat ik bijna medelijden met hem kreeg  Zijn maat keek ineens zeer geïnteresseerd naar buiten waar niets anders te zien was dan de vertrekkende Ferry boot. Ik keek hem met grote verbaasde ogen aan en stotterde ..geen hijskraan? Nergens op het eiland een hijskraan?.
Precies sliste James met dubbele tong, nergens op het eiland is een kraan te vinden en die zal er ook nooit komen geloof mij maar! Begrijp je nu ons probleem?
We hebben het zelfs nog niet aan het hoofdkantoor in Londen durven melden,  ze zullen niet blij zijn wanneer ze dit horen, dat kost ons geheid onze job!!
En dat zou vreselijk zijn, dat snap je zelf ook wel, zo'n prachtige job vind ik nooit meer. Ze staan met bosjes te wachten om het van ons over te nemen reken daar maar op, we zijn echt ten einde raad, vandaar dat we naar de fles hebben gegrepen om ons verdriet te verdrinken en vooral om het probleem te verdringen!
Ik keek ze beiden verslagen aan en vroeg nog ten overvloede…… en het leger hebben jullie het daar al geprobeerd, die hebben misschien wel een kraanwagen op het eiland gestationeerd. James schudde misnoegd zijn hoofd en zei ; geloof me maar Adriaan er is hier geen kraan te vinden nu niet en nooit niet.
Nou schenk er dan nog maar eentje in zei ik grootmoedig, want ik zag  mij in gedachten de kerstdagen hier op het eiland al doorbrengen.
Greet keek me vragend aan en ik haalde gelaten mijn schouders op. Er werd weer een rondje Metaxa gebracht maar ik liet er voor Greet en mij een grote kom Nescafé bij serveren want ik had geen zin om ons eerste uurtje op KOS al dronken te worden daar zou niemand bij gebaat zijn. Ik keek naar buiten naar de vertrekkende Ferry en zag dat er buiten de haven een paar coasters voor anker lagen en vroeg… die kustvaarders hebben die geen kraan aan boord, hebben jullie dat al onderzocht. De mannen keken mij lodderig aan en schudden van nee, daar waren ze nog niet opgekomen.
Die coasters kunnen niet binnen komen, die wachten beter weer af anders mogen en kunnen ze niet voor de wal komen dat is veel te riskant, je weet zelf hoe het stormde toen je de Ferry af reed!
Toch wil ik die coasters wel eens van dichtbij bekijken, wie weet beschikt er één over een laadboom en met een beetje geluk kan hij de boot er dan afpakken!
Beide mannen veerden op en keken me hoopvol aan, verrek daar zeg je wat wie weet is het dan toch nog niet met ons gedaan. We liepen naar buiten en spanden ons in om wat te zien, maar het was donker winterweer en regenachtig. Maar bij de mannen gloeide weer iets van hoop op en ik hoopte ook van harte dat er inderdaad een coaster bij zou zijn (er lagen er drie buitengaats) met iets aan boord, waar we wat aan zouden hebben.
In de haven zelf waren geen los mogelijkheden, zoals op bijna alle kleine Griekse eilandjes moest een schip zelf zorgen dat zijn lading aan wal kwam.
    
Oké mannen ik ga naar die coasters om uit te vinden of we daar iets mee kunnen. Blijven jullie hier maar wachten dan ben ik met een uurtje weer terug. Ga je mee Greet dan scharrel ik in de vissershaven wel iemand op die ons naar die coasters wil brengen. Er is overal en altijd wel iemand te vinden die wat extra's wil verdienen.
Dat bleek inderdaad niet zo moeilijk en nog geen tien minuten later waren we al onderweg aan boord van een echte Griekse Kaïk. We moesten ons stevig vast houden tegen het slingeren. Het bootje danste over de golven, maar bleek toch goed zeewaardig. De regen zwiepte ons in het gezicht. In de stuurhuis was maar ruimte voor één persoon en dat was de schipper, wij stonden rechts en links van de smalle stuurhut en klampten ons aan de zijkanten er van vast.
Toen we de haven uitvoeren werden de schepen steeds duidelijker zichtbaar en tot mijn grote vreugde ontdekte ik op één van de drie coasters een soort kraan. Het leek me een dreglijn waarvan de mast gestreken op de ijzeren luiken rustte. Daar heb je onze kraan schreeuwde ik boven het gehuil van de wind uit tegen Greet en gaf de schipper opdracht er heen te varen. Daar aangekomen zag ik een touwladder buiten boord hangen met daar onder een klein sloepje die ze gebruikten om naar de wal te varen. Het feit dat deze naast het schip lag was voor mij reden om aan te nemen dat er mensen aan boord waren.
Ik liet Greet op de Kaïk achter en klom zelf aan boord van de Evangelosh,
en liep voorzichtig naar het achterschip. Daar bevonden zich de stuurhut en het kombuis bovendeks en de verblijven van de bemanning bevonden zich waarschijnlijk benedendeks. Ik stapte over de waterkering de kombuis binnen waar zich niemand bevond. Ik riep luid ahoi…..iemand aan boord, maar kreeg geen antwoord.  Mijn zoektocht ging verder, eerst een verkeerde deur die naar de machine kamer leidde. Daarna klom ik naar boven de stuurhut in, maar ook  daar was geen kip te bekennen. Er zal toch wel iemand aan boord zijn vroeg ik me vertwijfeld af.   Weer naar beneden naar het voorschip, daar bevond zich ook een deur naar het vooronder en ik besloot het daar maar eens te proberen. Toen ik de deur opende kwam mij een broeierige weeïge drank en rooklucht tegemoet en ik voelde meteen dat daar beneden volk te vinden was. Ik schreeuwde boven de gierende storm uit …ahoi is daar iemand.  Er verscheen ineens een woest uitziende man onder aan de trap van het vooronder die me wenkte naar beneden te komen. Ik stapte over de waterkering heen naar beneden. Daar zaten nog drie man om een tafel die nieuwsgierig naar me op keken. Er lagen speelkaarten op tafel en er stonden overvolle asbakken en glazen drank op tafel. De rook was om te snijden en begon te kriebelen in mijn keel. Toen ik de ijzeren trap af was gedaald wendde ik mij tot de man die me naar beneden had gewenkt en begon mijn gesprek in het Engels. Ik legde hem mijn probleem uit en vroeg hem of ik gebruik mocht maken van zijn hijskraan wanneer hij van de week voor de wal kwam. Hij vond het direct goed, maar eerst moest de storm gaan liggen. Daarna wilde hij nog een dagje wachten tot de deining wat was geluwd en dan wilden ze mij graag  helpen. Ik sprak een prijs met hem af en was helemaal blij. Ik moest nog een glaasje Ouzo met ze drinken en klinken op de goede afloop.
Even later voeren we alweer terug naar de haven. Ik rekende af met de visserman en we togen opnieuw naar de havenkroeg waar de twee Engelsen vol verwachting op ons zaten te wachten. Toen ik binnen kwam keken ze mij hoopvol aan en ik stak onmiddellijk mijn duim omhoog als teken dat het goed zat. Het is oké mannen zei ik, wanneer de storm is gaan liggen komen ze een dag later voor de wal en word ik gelost.
Ze keken me geroerd aan en het scheelde weinig of ze stonden te janken, maar daar zal de drank wel iets mee te maken hebben gehad. Wij en ook zij bestelden een Nescafé en je zag dat ze hun best wilden doen om het me naar de zin te maken. Hun toekomst zag er ineens weer veel rooskleuriger uit en dat drong weliswaar langzaam maar toch wel degelijk tot hen door.
Greet en ik zochten een hotelletje, wat in de wintertijd geen probleem bleek te zijn en we installeerden ons daar voor de komende dagen.
We waren ieder geval op onze losplaats, of we met de kerstdagen thuis zouden zijn wisten we nog niet, maar met een beetje geluk zou dat nog steeds kunnen lukken. 's Avonds lekker gegeten in het restaurant van het hotel en daarna moe naar bed na deze enerverende dag.
Je gelooft het niet, maar we keken de volgende morgen vanuit het grote raam van onze kamer naar een stralend blauwe hemel. De storm was gaan liggen hoewel ik me niet kon herinneren dat ik daar gisteravond een gebed aan had gewijd, maar wie zal het zeggen misschien werden niet uitgesproken gebeden wel verhoord en wel uitgesproken gebeden niet, want werden die wel verhoord dan was er nu vrede op aarde en was iedereen schatrijk en gelukkig geweest.
We konden zelfs buiten op het terras ontbijten, mijn beide Engelse vrienden waren nog niet op waar ik me wel iets bij voor kon stellen. Na het ontbijt met de onvermijdelijke grote mokken Nescafé besloten we de omgeving te verkennen middels een wandeling. Er heerste nu een redelijke temperatuur en het was heerlijk om zo 's morgens vroeg door de stille straatjes van het stadje te lopen. Het was er doodstil wat normaal was voor de tijd van het jaar.
Wat me opviel waren de citroen bomen die daar overal langs de weg stonden. Je kon de citroenen zo plukken en ook op de grond onder de bomen lagen ze. We ontdekten een gezellige bistro welke ons zo aanstond, dat we besloten om daar die avond te gaan dineren. Toen we na twee uurtjes wandelen terug waren bij ons hotel zaten de Engelsen inmiddels op het terras en wij schoven  bij hen aan.
Verder gebeurde er die dag niets bijzonders. Ik probeerde nog naar de zaak in Loosdrecht te bellen wat niet lukte. Een hotel medewerker vertelde dat dit in de winter wel vaker voor kwam op het eiland omdat er dan nog wel eens iets  gerepareerd werd. 's Zomers was daar geen tijd voor met al die toeristen.
Oké morgen maar weer eens proberen dacht ik. Die avond romantisch  gedineerd in de Bistro die we eerder die dag hadden ontdekt en het was een waar feest. We kregen alle aandacht aangezien er maar een paar gasten waren wat niet zo gek was voor de tijd van het jaar. Er werd prachtige muziek gedraaid (toen nog een grammofoonplaat). Het was romantische muziek van de toen ongewoon populaire band van 'James Last'. Het nummer heette Biscaja en nu na al die jaren moet ik nog steeds onmiddellijk aan dat Bistrootje op KOS denken wanneer ik dit nummer van James Last hoor.

Zaterdag 17 dec.
Klik op het plaatje voor de muziek
Toen we de volgende morgen om ongeveer 10 uur op het terras van het hotel koffie zaten te drinken zag ik tot mijn grote vreugde een klein rookpluimpje uit de schoorsteen van de “Evangelosh” komen. Kijk riep ik enthousiast, ze halen het anker binnen en komen hier heen om me te lossen…. hoeraaaaa!  De coaster kwam inderdaad de haven binnen varen en ik was meteen al op weg naar mijn wagen die in de haven geparkeerd stond. Ik reed naar een plek bij het water en parkeerde hem vlak langs de waterkant. Ik maakte alle spanbanden los en wachtte geduldig af tot de coaster voor de wal kwam.
Maar deze bleef een tiental meters uit de wal liggen en maakte ons duidelijk dat hij zijn neus aan een ander schip zou vastleggen omdat hij anders te heftig tegen de kade aan zou schurken wat schade op zou kunnen opleveren. Er stond nog steeds een respectabele deining, dus was ik blij dat ze het evengoed wilden proberen.
We zagen dat de kraan gebruiksklaar werd gemaakt. Het was maar een klein kraantje maar dat kon mij niet schelen. Wanneer hij mijn boot kon tillen was dat voor mij voldoende, je mag een gekregen paard tenslotte niet in de bek (mond) kijken heb ik geleerd, dus god zegen de greep!!
Inmiddels waren de twee Engelsen op hun jacht geklommen en stonden met de hijssingels klaar om die aan de haak van de kraan vast te maken zodra deze bij hen in de buurt kwam. De kraan was inmiddels gebruiksklaar en draaide met zijn mast naar de wal. De haak zwaaide gevaarlijk door de lucht en de Engelsen boven op de boot  probeerden deze te pakken, maar de coaster bewoog zelf ook nog behoorlijk zodat de ene keer de haak voor het grijpen leek en even later een aantal meters van hun vandaan zwaaide. Je moest heel snel reageren wanneer je de haak eenmaal had en dan ook nog  gelijk de stroppen van de hijs singels er aan pikken en dan wegwezen. Het zag er allemaal behoorlijk gevaarlijk uit en geloof me dat was het ook. De motor van mijn truck had ik laten draaien want mijn plan was, wanneer de boot maar even los kwam van de truck deze er meteen onder uit te rijden. Op die manier hoefde de kraan hem niet zo hoog op te tillen en zou hij hem gelijk naar links kunnen draaien en boven het water neer kunnen laten dat was in ieder geval het plan had ik begrepen.
De haak kwam weer aan zwaaien en ik zag dat de Engels mannen op de boot deze met doodsverachting vastgrepen en er zelfs een stukje door werden mee gesleurd, maar ze hielden hem vast en wisten wonderwel de stroppen aan de haak te slaan.
De kraan hoefde niet te hijsen aangezien de coaster door de deining omhoog werd gestuwd en daardoor werd de boot in één keer van de truck getild …. Ik gaf meteen gas en stoof er onder weg. Toen hing de boot een meter of twee van de grond in de kraan welke ik hoorde piepen en kreunen in zijn tuig. De wind pakte de boot en die ging een eigen leven leiden. Hij nam de giek van de kraan mee en zwaaide angstig snel naar de ruimte tussen de wal en het schip. De kraanmachinist bedacht zich geen moment en toen de boot boven het water hing liet hij hem zonder pardon omlaag zeulen met zo'n snelheid dat hij met een klap op het water terecht kwam en de twee Engelsen zich nog maar            net konden vastgrijpen aan het relingwerk, anders waren ze zeker overboord geslagen! Iedereen juichte toen het schip te water was gelaten en ik betrapte mijzelf er op dat ik mee stond te juichen, opgelucht dat het ons nu toch was gelukt.
De beide Engelsen staken met een bleek vertrokken bekkie hun duim omhoog en waren zo te zien blij dat ze het leven nog hadden. Maar vooruit de klus was geklaard en wij konden weer op huis aan.
Ik ruimde de wagen op en reed gelijk naar het kleine boekingskantoortje aan de andere kant van de baai maar zag dat het nog dicht was. Toen maar door naar het haven kroegje om daar eerst maar even de laatste zaken met de Engelsen af te handelen, vrachtbrief tekenen enz. De Engelsen zouden gelijk de oversteek maken naar Bodrum en waren hartstikke blij dat het toch nog allemaal gelukt was. Een half uur later voeren ze al weg door ons nagezwaaid.
Aan de hotel balie vroegen we naar de vertrektijden van de Ferry. We kregen een folder waar we de aankomst en vertrek tijden in konden zien. Morgenmiddag om 3 uur zou hij aan komen vanuit Rhodos en het boekingskantoor aan de haven was twee uur van te voren geopend. We hadden een retour ticket dus hoefden ons morgen alleen maar aan te melden en dan zouden we in principe terug naar Athene kunnen varen ….Kat in't bakkie…toch?..
Nee dus… de volgende dag Zondag 19 December, kwam de ferry inderdaad om twee uur. Er liepen alleen een paar passagiers af maar geen auto's en hij was tjokvol vanaf Rhodos vertrokken. We pasten er dus niet op en moesten twee dagen wachten op de volgende boot dan zou men er in Rhodos al rekening mee houden dat wij er op KOS wel bij zouden passen werd ons beloofd.
Dinsdag 20 December.
Gisteren niet veel beleefd, het was hier uitgestorven op het eiland  en het weer was opnieuw snijdend koud geworden. De douche in het Hotel gaf ook niet thuis wat het hete water betrof, dus maar gauw vergeten die dag .
Woensdag 21 December
Vandaag de boot op gereden waar we nog maar net oppasten, maar niet zeuren we stonden aan boord en zouden zonder tegenslag precies op tijd thuis zijn om de kerst met de hele familie te vieren.
We hadden inmiddels nog steeds geen contact gehad met mijn baas en het thuisfront vanwege het feit dat we gewoon geen contact konden krijgen vanaf het eiland, maar zo gauw we in Athene waren zou ik gelijk bellen nam ik me heilig voor.  
22 December
De volgende morgen reden we de ferry af in Athene. Het was prachtig helder weer en weer een drukte van belang. Ik reed er de ferry als eerste af omdat ik zowat tegen de laadklep aanstond. Toen ik naar de uitgang van het haventerrein reed werd mijn aandacht  getrokken door een kwajongen die boven op een stapel kisten naar me stond te zwaaien. Toen hij merkte dat ik hem zag stak hij zijn duim omhoog  en grijnsde breed naar me. ik kreeg weer dat vreemde gevoel in mijn buik maar liet niets merken. Greet had de jongen ook opgemerkt en vroeg, zag je dat, dat was toch dat joch wat ons op de heen weg heeft geholpen.
Ik knikte met mijn weer opnieuw bleek vertrokken koppie en antwoordde, ja ik zag hem en om haar van mijn witte koppie af te leiden zei ik er meteen achteraan, we moeten zo gauw mogelijk met Loosdrecht bellen die weten zo langzamerhand ook niet meer waar ze met mij aan toe zijn.
Bij de eerste de beste parkeer gelegenheid probeerde ik bij een kiosk waar je toentertijd vanuit Athene naar het buitenland kon bellen contact met mijn baas te krijgen. Gelukkig werd er meteen opgenomen, maar nadat ik mijn naam had genoemd bleef het aan de andere kant dood stil, zelfs zo lang dat ik vroeg … ben je daar nog?? En toen brak er aan de andere kant een ongekende scheld kanonnade los en gelijkertijd merkte ik daar doorheen een enorme opluchting, maar waar ik vreselijk van schrok was dat hij me tussen het vloeken en tieren door vertelde dat we als vermist waren opgegeven.
Hij was er van overtuigd,  dat we met onze Ferry schipbreuk hadden geleden halverwege KOS. Het bericht was breed uitgemeten op de televisie geweest en had ook nog uitgebreid in de kranten gestaan, dat de Ferry waarvan hij dacht dat we aan boord waren op volle zee was vergaan, er werden minstens 80 mensen vermist.
Er had zich een explosie aan boord voorgedaan en het schip was razend snel gezonken. Naarmate hij het verhaal vertelde werd hij wat rustiger en werd ik als maar zenuwachtiger. Ik vertelde mijn baas dat we door storingen in het telefoon verkeer op KOS, niet in de gelegenheid waren geweest om te bellen. En dat we dankzij een jochie, een Ferry eerder hadden kunnen nemen.  Toen ik dat zei kroop het kippenvel tot in mijn nek omhoog…….wie was dat jochie?? ik durfde daar verder haast niet over na te denken en klapte in paniek dicht. Ik hoorde mijn baas nog wel zeggen…nou daar mag je dat jochie dan wel voor bedanken!.
Daarna hoorde ik  wel dat er door Greet en mijn baas tegen mij gesproken werd, maar dat alles ging aan mij voorbij als in een droom. Ik zag mijn school vriendje weer in de armen van die man liggen met zijn bleke hoofdje  achterover geknakt. Ik stond te trillen op mijn benen, legde de zwarte hoorn van de bakelieten telefoon zachtjes terug op het toestel en bleef er gebiologeerd naar kijken of dat het een buitenaards wezen was. De man in de kiosk maande mij dat ik moest betalen wat ik afwezig zonder een bonnetje te vragen deed.
We liepen terug naar de wagen en pas daar merkte ik dat Greet nadrukkelijk tegen mij aan het praten was. We stapten de cabine in en daar vertelde ik haar nog steeds aangeslagen wat er was gebeurd. Ook zij raakte er diep van onder de indruk en zei heel praktisch zoals vrouwen nou eenmaal zijn, kom op we gaan nog een keer bellen en nu naar onze kinderen en de oppas, die moeten nu ook gelijk weten dat het in orde is!
Het bleek dat ook deze dachten dat het met ons gedaan was en ze hadden al over voorlopige maatregelen nagedacht waar de kinderen zouden worden ondergebracht.
Ze schrokken zich ook een ongeluk toen ze Greet ineens aan de lijn hadden maar de blijdschap was groter dan de schrik. Ze hadden de kinderen gelukkig nog niets van de vermissing verteld, wel hadden ze een paar zeer slechte dagen achter de rug.
We vertelden opgelucht dat we voor de kerstdagen weer thuis zouden zijn en dat we er dan met zijn allen een groot feest van zouden maken. Opgelucht legden ze de telefoon neer en belde ik opnieuw met mijn baas in Loosdrecht en vertelde nu wat rustiger wat er allemaal was gebeurd en stelde ze daar ook gerust.
Kom maar rustig naar huis was het advies uit Loosdrecht en neem geen onnodig risico want overal in Europa ligt een laag sneeuw en is het slecht weer. We reden inderdaad zeer voorzichtig terug, opnieuw over die dodelijk autoput in Joegoslavië waar nog steeds als waanzinnigen werd gereden.
Daarna door het ondergesneeuwde Hongarije, Oostenrijk en tenslotte door Duitsland naar ons geliefde kikkerlandje. Onderweg raakte de kachel stuk en zijn we met dekens over onze knieën verder gereden, maar dat mocht de pret niet drukken. We gingen richting huis en waren wel koud maar…. spring levend!
We zullen nooit met zekerheid weten of dat ook het geval was geweest wanneer ik in Athene mijn jeugd vriendje niet had ontmoet!  Hij heeft ons behoed voor wat hem ooit was overkomen. Vanaf die tijd zie ik mijn Guardian Angel alleen nog maar voor me met een opgeheven hoofd en een lachend gezicht.
                                                       

                                       Een mooier kerst cadeau had ik me niet kunnen wensen.

De foto's zijn van mijn oude film afgehaald vandaar dat ze wat onduidelijk zijn
Maar ze spreken voor zich
Door het oog van de naald
Sneeuwschuiver Hongarije
'S morgens eerst zelf sneeuw ruimen
Gelukkig kerstfeest lieve lezers
en wees blij met het leven
want we zijn hier maar even
Ad en Greet Bruynzeel
Terug naar keuze site
Terug naar de keuze site