08.oo uur ontbijt helemaal alleen in die grote eetzaal. Men zegt hier bv helemaal niets tegen je wanneer je daar 's morgens binnen komt, ze kijken je niet aan en hebben alleen interesse wat er op de televisie is. Ze schuiven een geplastificeerd A4 onder je neus, waar aan de ene kant het ontbijtmenu in het Engels staat en aan de andere kant in hun eigen taal (cyrillisch), maar ja laat ik er maar mee volstaan dat het ongeïnteresseerd personeel is en dat zal voorlopig wel niet veranderen, dat gedrag zit er nou eenmaal in gebakken. Ik durf wel te zeggen dat het bij ons wat de bediening betreft, veel en veel beter geregeld is.
Informatie over een busdienst was er bij de receptie ook niet te krijgen om de eenvoudige reden dat die dame ook geen Engels of andere taal spreekt en de foldertjes zijn ook allemaal in het cyrillisch gedrukt dus geef mijn portie maar aan fikkie. Ik ga op straat wel uitzoeken hoe ik in het dichtstbijzijnde dorpje kan komen, want dat is wat ik graag zou willen doen vandaag. Ik besloot naar het dichtstbijzijnde tankstation te lopen om daar een plaatselijke kaart te kopen om zo uit te vinden hoe ver het was naar het eerste plaatsje vanaf de grens gerekend. Bij het pompstation liep een jonge man in het uniform van het tankstation (Go) die me graag overal bij wilde helpen en die er op zijn beurt weer voor zorgde dat ik mijn mening over de service in dit land weer moest bijstellen. Op de map die ik daar had gekocht zag ik dat het dichtstbijzijnde plaatsje op ongeveer 65 km van de grens lag. Ik dacht misschien is het een idee wanneer ik iemand, die hier tankt te vragen of ik een stukje mee kan rijden die kant op ( er rijden hier namelijk geen taxi's) Ik ben wel geen sexy jonge meid, maar niet geschoten altijd mis nietwaar. Er stopte een soort bestelbusje om te tanken en ik zag dat hij plaats had voor een mede passagier. Het aardige mannetje van het pompstation was op de hoogte van mijn liftplannen en vroeg de man of ik een stukje met hem mee mocht rijden richting die plaats (Kovél).
De man ( een Rus ) knikte van nee, hij had geen plaats zei hij en draaide zich gelijk om. De pompbediende die zich ook een beetje teleurgesteld voelde vroeg het nog een keer, maar de Rus maakte nogmaals duidelijk dat hij daar geen ruimte voor had. Nou, pech gehad zei ik tegen die jongen en haalde een pak geld uit mijn zak met zo'n twintig briefjes van tweehonderd Hryvnia (spreek het uit als grynia) en zei toen, jammer dan nu verdient hij ook niets, want anders had ik hem er dik voor betaald. Ik nam afscheid van die aardige behulpzame jongen en liep het tankstation af met de bedoeling naar een bushalte te gaan zoeken of misschien toch een lift te scoren. Ik liep net weer op de weg of daar stopte de Rus met zijn bestelwagentje naast me en gooide de rechterdeur voor mijn neus open en nodigde me uit in te stappen. Ik gaf de deur een gier dicht en stak mijn middelvinger op. Steek die bus maar in je reet zei ik in onvervalst Hollands, omdat ik wist dat hij dat toch niet verstond maar wel begreep. Hij reed zwaar beledigd met slippende bande weg.
Verderop stond een mevrouwtje met een paar grote tassen te wachten, en verdomd even later kwam er een klein busje aanrijden die voor ons stopte. Ik stapte in en gaf de chauffeur wat geld wat blijkbaar voldoende was, want hij maakte aanstalten om me wat terug te geven maar ik reageerde meteen door te zeggen
. laat maat zitten en liep door naar een zitplaatsje. Een minuut of 10 later was de bus op zijn eindbestemming en moest ik weer verder zien te liften. Nog geen 5 minuten later stopte er een grote tanktrailer die mij meenam helemaal tot het plaatsje Kovél. Ik gaf de chauffeur 200 hryvnia die hij dankbaar in ontvangst nam. Voor een potje biertje zei ik nog en hij knikte dat hij het begreep.
Nu kon ik op mijn gemak dit plaatsje gaan bekijken. Het was prachtig weer en nog lekker vroeg, wat wil je nog meer. Eerst nog even een lekker broodje gehaald in een pompstation waar een klein restaurantje bij was en toen op weg. Het enige spectaculaire in dit plaatsje bleek de kerk te zijn en verder eigenlijk niets. Ik maakte er wat foto's van en ook nog van wat huisjes en flats en van wat kinderen die daar achter die flats aan het spelen waren. Ze zagen er allemaal gelukkig uit en vermaakten zich prima met kaartspelletjes of op de schommel. Deze kinderen wisten niet beter en waren gelukkig met wat ze hadden. Wat betreft die flats hier, was het wel grappig dat je aan de buitenkant de status van de bewoners kon zien. Dat kon je aan hun balkon zien want sommige waren bijna allemaal dicht gemaakt door de bewoners. De één had daar duidelijk meer geld voor dan de ander. Hieronder plaats ik een fotootje zodat u kunt zien wat ik bedoel.
Om ongeveer 17.00 uur dacht ik dat het verstandig zou zijn, wanneer ik maar eens ging uitzoeken hoe ik terug moest komen naar mijn hotel, dus liep ik de weg terug die eerder gekomen was. Ik had toen ik uit de vrachtwagen was gestapt aan de overkant van die weg een bushalte gezien die volgens mij de goede kant op ging. Er ging naar de grens maar één hoofdweg en dat was deze, dus wilde ik eerst naar die bushalte lopen, zodat ik daar kon vragen of dat ook zo was.
Toen ik dus vanuit het plaatsje rustig op weg was naar die bushalte gebeurde het volgende
..
De rijweg waarlangs ik naar de bushalte liep was ongeveer acht meter breed en aan beide zijden bevond zich een tegelpad, niet zo netjes bestraat als bij ons, maar rommelig met ongelijke tegels. Op dat tegelpad aan de overkant liep een broodmager oud vrouwtje. Ze steunde op haar wandelstok en schuifelde kromgebogen, voetje voor voetje vooruit.
Het was een zielig en treurig gezicht, temeer omdat wij dit hier in Holland niet meer gewend zijn. In Holland rijdt iedereen die een beetje pijn voelt gelijk in een zwaar gesubsidieerd scootmobiel waarmee ze jou, wanneer je even niet oplet zomaar van de sokken rijden, uiteraard de goeden niet te na gesproken.
En onderwijl ik daar over na loop te denken, zie ik haar ineens vanuit mijn ooghoeken voorover vallen, plat met haar muizengezichtje op die vieze straat, zonder op tijd haar val te kunnen breken met haar handen, en blijft tot mijn schrik voor dood liggen. Ik rende naar de overkant waar nog een vrouw en een jonge jongen op dat zielige hoopje mens toe lopen. Ik knielde naast het hoofd van het vrouwtje neer en zag dat er bloed uit haar neus en wangen liep. Haar ogen waren dicht en ik vreesde het ergste. Voorzichtig probeerde ik haar hoofdje op te tillen om mijn opgevouwen vest er onder te leggen en toen ik dat deed, hoorde ik haar heel zachtjes kreunen en voelde ik mij opgelucht dat ze nog leefde. Nog steeds bleef ze doodstil liggen en ik zag en hoorde dat de jongen aan het bellen was. 112 hoorde ik hem zeggen
.. ambulance, goddank er was professionele hulp onderweg. Het vrouwtje bewoog en probeerde overeind te komen maar dat lukte haar niet. Ze bleef het proberen tot ik besloot haar te helpen. Even later zat ze scheef overeind met haar beentjes dwars onder zich. Ze had hele broze dunne beentjes en haar beide knieën waren geschaafd. Ook probeerde ze steeds haar rok naar beneden te trekken omdat ze voor schut zat, maar ook dat lukte haar niet omdat ze zelf op haar rok zat. Ik begreep dat ze zich geneerde en pakte mijn inmiddels beschikbare vest op en spreidde dat uit over haar beentjes zodat alles waarvoor zij zich blijkbaar schaamde bedekt was. Onderwijl ik daarmee bezig was, dreigde ze weer om te vallen en besloot ik om op mijn knieën achter haar te gaan zitten en haar stevig vast te houden. Zo heb ik ongeveer een minuut of 10 gezeten voordat er eindelijk een ambulance arriveerde.
Zelf moest ik haar de ambulance in helpen, terwijl het personeel met de handen in de zakken stond toe te kijken met een smoelwerk van
.hebben jullie ons daarvoor laten komen. Eenmaal in de ambulance waar ik haar via de zijdeur had ingedragen zonder hun hulp, wilden ze dat ik haar ook nog even op de brancard zou leggen, maar toen was voor mij de maat vol en riep ik luid en duidelijk, dat ze hun luie poten uit hun zak moesten halen en mij daarbij moesten helpen. Ze haalden gelaten hun schouders op en ik begreep dat zulk soort mensen alleen in actie kwamen wanneer je zou dreigen met afnemen van hun Wodka. Gelukkig is dat bij ons veel beter geregeld.
Even later sloegen ze de deur van de ambulance dicht en kon ik mijn weg weer vervolgen. Na een tiental meters draaide ik me nog één keer om en heb deze foto gemaakt van de ambulance.
Wel heb ik die zelfde avond nog een paar keer aan haar moeten denken. Wat zal dat omaatje zich ongelukkig hebben gevoeld toen ze daar zo hulpeloos op straat lag. Had ik niet wat minder gêne moeten voelen en haar wat liefdevoller moeten helpen door een arm om haar heen te slaan of een aaitje over haar knokige ruggetje. Maar nee zo zijn wij Hollanders niet, eigenlijk jammer want een beetje liefde voor een ander tonen kost niets. Het zal hopelijk nooit meer gebeuren maar als het wel gebeurt, heb ik mij voorgenomen om alle vooroordelen overboord te gooien en zo'n mensje liefdevol bij te staan waar het ook is, want één ding weet ik zeker, eenzamer kan een oud mens niet zijn als dat je daar alleen, met je gezicht op straat denkt dood te gaan op die smerige stoep.
De bus ging inderdaad helemaal tot aan de grens en zo was mijn dag weer om.
Zondag 26 juni Yarodyn hotel
Links en rechts van de weg naar de grens bevonden zich moerasachtige poelen waar de plaatselijke bevolking kleine visjes uit ving. Dat was het eerste wat me opviel. Zie de foto
Over een onverharde weg tussen het moeras door liep ik het bos in, fototoestel bij de hand want wie weet wat je tegen kwam nietwaar. Er liep een soort karrenspoor door het bos en direct naast het karrenspoor lagen regelmatig boomstammen in lengtes van twee meter opgestapeld. Er werd dus geregeld gekapt en gezaagd in dat bos. Naast de boomstammen lagen steevast een aantal lege Wodka flessen, waar je duidelijk de conclusie uit kon trekken dat er waarschijnlijk verschillende houthakkers niet meer met één hand 5 bier konden bestellen. Ik wed dat wanneer er statiegeld op de Wodka flessen zou bestaan je van de opbrengst van de weggegooide flessen de Titanic opnieuw zou kunnen bouwen en inrichten. Er was voor mij nog nooit één dag voorbij gegaan dat ik geen lege flessen tegenkwam, zelfs op de meest vreemde plaatsen breek je daar zowat je nek over. Maar goed ik had wat foto's genomen in dat bos en kwam al wandelend op een gegeven moment bij een spoorweg overgang terecht.
Deze werd bewaakt door een soldaat die mij meteen aanhield en naar mijn paspoort vroeg. Deze had ik niet bij mij, maar wel een oude identiteitskaart.
Mijn paspoort lag bij mijn andere papieren in mijn hotel en die nam ik sowieso niet bij elke gelegenheid mee. Dan zou hij misschien in de zakken van een nietszeggend ambtenaartje verdwijnen en moest ik het maar weer zien terug te krijgen. Wanneer ze wat van mij wilden, kon ik altijd mijn paspoort nog halen.
De soldaat spraak natuurlijk geen woord Frans, Duits of Engels, dus een miscommunicatie lag op de loer. Dus rustig blijven en geduldig afwachten en vooral geen aanleiding geven tot wat dan ook. De soldaat pakte zijn mobieltje en had een gesprek, onderwijl mij van opzij aan kijkend. Toen hij naar mij toe kwam lopen en iets vroeg, begreep ik dat hij zei
laat de foto's eens zien die op je fototoestel hebt staan. Ik liet ze dus aan hem zien en terwijl hij knikte sprak hij nog even verder door zijn telefoon. Toen maakte hij mij duidelijk dat ik moest blijven wachten en ik dacht dat hij bedoelde dat er iemand onderweg was naar mij toe. Oké ik berustte daar maar in, bovendien kon ik niets anders ik moest toch even nergens anders heen.
Een kwartiertje later hoorde ik een auto aankomen, een oude Lada met ook een militair er in. Hij beval me in te stappen en weg waren we, weer op weg naar weet ik veel. De man achter het stuur vroeg in gebrekkig Engels, Rusland goed?
Ja ja zei ik, Rusland prima! Ja ik ga me daar tegen zo'n bijgochem in overheidsdienst zeggen dat ik Rusland naatje vindt. Domme vraag, maar dat zei mij genoeg over de persoon. Het was duidelijk het enige Engels wat hij geleerd had, want hij heeft de hele safari niets meer gezegd. Bovendien moest hij zich concentreren op dat geitenpad waarover hij reed, waar hij soms met ware doodsverachting op de gok door diepe plassen reed waar ik van dacht, daar komen we nooit meer uit, maar nee hoor alle respect voor de 'Lada' die zijn niet kapot te krijgen, of ze kunnen in dat soort landen uitstekend repareren dat kan ook natuurlijk. Ineens reden we het bos uit en herkende ik de weg naar de grens. We reden de hele rij wachtende auto's voorbij en kwamen volgens mij bij het hoofdkwartier van de grenspolitie terecht. Hier zou ongetwijfeld iemand zijn die Engels sprak hoopte ik. We gingen twee trappen op en daar werd ik in een klein kamertje geloodst, waar ik even moest wachten begreep ik. Ze zouden iemand halen die Engels sprak. Het duurde niet lang of er kwamen drie mensen binnen, natuurlijk met indrukwekkende uniformen met de daarbij behorende buitenmaatse petten. Één was inburgerkleding een jonge vrouw, dat bleek de tolk te zijn. De man vroeg mij wat ik daar in het bos te zoeken had en de vrouw vertaalde het gelijktijdig voor mij. Ik dacht laat ik meteen maar met grof geschut beginnen, dus vertelde ik de vrouw dat ik in opdracht van de President van de Oekraïne, 5 dagen was ondergebracht in het Hotel Yaredien en dat ik op het Douane terrein stond met het precentje voor de president. Ik liet hen een foto zien van mijn combinatie op het parkeerterrein, met daarop de Riva. Zie de foto hieronder.
Ook liet ik hem meteen het telefoonnummer zien wat ik
had gekregen van die Hotemetoot die me naar het hotel had gebracht en zei, dat ze die meneer maar even moesten bellen, hij kon hun alles uitleggen. Ik drukte het nummer in op mijn Iphone en gaf deze aan de hoge militair, Deze luisterde even en verontschuldigde zich begreep ik aan zijn schrik reactie, want wat hij zei werd niet door de dame vertaald. Hij gaf mij mijn telefoon terug en vroeg met een bleek vertrokken bekkie, of ze mij naar het hotel moesten terug brengen. Nou nee antwoordde ik, ik houd zoals u weet van wandelen dus ik loop wel terug. Ik werd netjes naar buiten begeleid en ondervond lijfelijk de enorme hiërarchische invloed die in dat soort landen leeft. Hieronder toch nog een foto van dat bewuste bos.
Maandag 27 Juni hotel Yoradyn een beetje rond gehangen.
Dinsdag28 Juni hotel Yoradyn
Woensdag 29 Juni.
Vertrokken vanaf de grens met begeleiding van een politiewagen voorop en achter me een SUV met twee gewapende bodyguards. Er was me verteld dat we in één ruk door naar Kiev zouden rijden, alleen voor een bakkie koffie werd er even halt gemaakt. Rijtijden hebben ze hier nog nooit van gehoord, maar ik was fit genoeg om die 600 km in één dag te rijden dus
kom maar op, gaan met die banaan. Over die reis naar Kiev valt eigenlijk niets meer te melden dat de weg beurtelings uitstekend en dan weer allerbelabberdst was, maar dat is jullie wel bekend. 's Avonds om 23.00 uur waren we in Kiev met het hele circus en werd ik gelijk ondergebracht in het Hotel van de American football stadion daar, in de buurt van de haven waar de volgende morgen de boot zou worden gelost.
Donderdag 30 Juni Kiev
Om 07.30 uur werd ik opgehaald en naar mijn wagen terug gereden. Ze wezen mij de plaats waar ik het spul moest neerzetten. Een kraanwagen stond al op mij te wachten, de hijssingels gingen er onderdoor en even later kon ik er voorzichtig onderuit rijden. Hieronder een foto
Zie zo, nu alleen nog de papieren en de handtekeningen en wegwezen dacht ik. Lekker rustig terugrijden, maar dat rustig naar de grens rijden zat er niet in. Ik werd weer begeleid door de politie en die zouden ervoor zorgen dat ik 's avonds om 20.00 uur de Oekraïnse grens weer over was. Ze begeleidden me helemaal tot aan de grens en zo reden we de hele rij van 5 km vrachtauto's met politie met zwaailichten op voorbij. Ik kreeg zelfs nog hulp van een ambtenaar om de laatste papieren voor mij af te laten stempelen en zo stond ik pardoes aan de Poolse kant. Daar liep het ook redelijk vlot en kon ik die zelfde avond al een aardig stuk Polen in rijden. Ik stopte weer op de plek waar ik op de heenweg een potje Wobble had gespeeld met die jongens en heb daar de volgende morgen het spel met ze geruild voor een bak koffie. Zo hoefde ik het spel wat ik ze had beloofd niet op te sturen. Een man een man, een woord een woord.
De volgende morgen ingestapt en lekker doorgereden tot die nacht 03.00 uur. Ja ja ik weet het, dat is een ietsje te lang doorgereden, maar ik werd gelukkig niet gecontroleerd, dus niets aan de hand. Een beetje desperado moet je als internationale trucker wel durven zijn vind ik.
Die Zaterdagmiddag was ik weer thuis en kon ik terugkijken op een geslaagde missie en
beslist niet de laatste wed ik !