Truckers latijn voor Oktober
Vergezicht  Roemenië
Met dit keer verhalen uit Roemenië
Een griezelverhaal uit Roemenië.
                                                                                                                                                                                                                                               Frankrijk Avesnes herfst 1986

Griezelen in Roemenië                                                                        

Wat onvermijdelijk is en wat elke chauffeur wel eens overkomt is, dat je onderweg ziek kan worden.
Meestal beperkt zich dat tot een griepje of een ongemakkelijke buikloop maar hoe dan ook, ik was er deze keer dus slachtoffer van geworden.
Niet van die buikloop gelukkig, maar van een lelijke griep.
Wanneer je nou van acht tot vijf op een kantoor of fabriek werkt, dan bel je 's morgens je baas op en blijf je lekker thuis uitzieken, maar dat is voor ons niet weggelegd.
Toch was mijn baas bereid toen hij hoorde dat ik met koorts rond reed, mij een chauffeur te sturen.
Zo kon ik in mijn bed blijven liggen terwijl mijn collega de truck verder reed naar zijn bestemming.
Ik kwam van de Franse west kust en was onderweg naar Oslo in Noorwegen.
Mijn lading bestond uit twee zeilboten, want ik reed op een wagen met aanhanger.
Mijn collega was een tiental jaren jonger dan ik, maar deed zijn werk  uitstekend. Na twee dagen in bed met de nodige pillen achter mijn kiezen, begon ik weer wat levendiger te worden en voelde me al snel weer de oude.
Toen we die avond de combinatie hadden stilgezet en in een routiertje hadden gegeten zei ik tegen Erik want zo heette mijn tijdelijke maat, ik zal je vanavond maar geen griezelverhaal vertellen hè, want ik ben bang dat je daar niet van kan slapen en je nachtrust heb je veel te hard nodig.
Nieuwsgierig keek hij me aan en vroeg verbaasd, denk jij dat je me bang kan maken met een lullig verhaaltje!.
Nou een lullig verhaaltje, ik kan je een verhaal vertellen wat me écht is overkomen en dat is geen lullig verhaaltje hoor!.  
Erik keek me met een mengeling van spot en nieuwsgierigheid aan.  
Dat was voor mij reden genoeg om met het verhaal te beginnen.
Het was inmiddels gaan schemeren. We stonden onder een paar hoge ruisende bomen op de parkeerplaats naast het Routiertje, vlak voor het plaatsje Avesnes in Frankrijk.
Het motregende en dat gaf die avond een wat triest uiterlijk, maar een ideaal sfeertje voor een sterk verhaal. Alleen een knapperend kampvuurtje ontbrak er nog aan,  maar als alternatief had ik de standkachel gestart en het begon al aangenaam warm te worden in de cabine.
Oké begon ik, ik zal het je vertellen maar kom later niet bij me dat je de hele nacht geen oog hebt dichtgedaan, ik heb je dus gewaarschuwd!
Kom nou maar op met dat verhaal komediant, grinnikte Erik.
Oké, voor dit verhaal gaan we een jaartje of drie terug in de tijd, want het vond plaats in de herfst van 1983,

Griezelen in Roemenië


Ik was die bewuste reis onderweg met een motorjacht vanuit Noorwegen naar Istanbul inTurkije.
Ja spotte Erik, dacht jij dat ik dacht dat Istanbul in België lag.
Ja hou nou even je muil man als je wil dat ik verder vertel.
Oké ik zeg niets meer, ga maar door lachte Erik.
Nou goed, ik rijd dus op die herfstachtige namiddag in een iets of wat bergachtig gebied in het zuiden van Roemenië.
De wegen zijn daar slecht en vooral als het regent, moet je daar goed oppassen. Het wordt er dan spekglad, de weg zit vol gaten en scheuren, dus je moet goed uit je doppen kijken wil je geen brokken maken.
Maar ja  wat ik eigenlijk zeggen wil, ik kom op een gegeven moment met mijn zurenballetjes gezicht voor een te laag viaduct te staan!.
Je weet wel zo één die daar maar staat te staan en waar nooit een weg overheen is gelegd, die kom je daar in de buurt wel vaker tegen.
Erik knikte instemmend waarop ik mijn relaas vervolgde met, ik stopte en stapte uit om het viaduct na te meten en inderdaad hier kon ik niet onder door..
Ook al zou ik mijn luchtvering helemaal laten zakken dan nog bleef ik een paar centimeter te hoog.
Er zat dus niets anders op dan achteruit terug te rijden.
Draaien was geen optie, daar was de weg te smal voor. Bovendien bevond zich aan beide zijden van de weg een diepe greppel.  
En ik hoef jou niet te vertellen wat er gebeurd wanneer je daar in terecht komt nietwaar!.
Het achteruit rijden viel niet mee omdat het motorjacht breder was dan mijn cabine, maar door half uit de cabine te hangen, kon ik nog genoeg zien om aardig achteruit te kunnen rijden.
Het was er gelukkig dood stil zodat het betrekkelijk veilig was om dat te doen.
Toen ik ongeveer een kilometer achteruit had gereden en al aardig kramp in mijn nek begon te krijgen, zag ik tot mijn opluchting een klein zijweggetje opduiken.  
Bijna was ik er voorbij gereden omdat het gras in de berm zo hoog stond, maar ik ontdekte het gelukkig op tijd.
Misschien kon ik hier achteruit in steken om zo het hele spul te kunnen draaien. Het was verdomd krap maar, niet geschoten altijd mis nietwaar.
Ik reed de trailer eerst een stukje naar voren en probeerde toen de dieplader achteruit het geitenpad in te wringen
We hadden toen nog geen meesturende achterassen en het tandem stel van mijn trailer kraakte angstig, maar weigerde te doen wat ik wilde.  
Het achterste wiel van het tandem stel hing op een gegeven moment al boven de greppel waardoor ik besloot de poging om hem zo te draaien, maar te staken.  
Ik trok hem weer terug op het zogenaamde doorgaande weggetje en stapte uit om de situatie rond het zijpaadje te bekijken.
De grond bleek gelukkig nogal stevig en goed droog waardoor ik besloot om het er maar op te wagen.
Ik zou proberen er vooruit in te rijden en dan maar kijken waar ik uit kwam. Wie weet kon ik verderop wel rechtsaf slaan om zodoende ergens voorbij het viaduct uit te komen.
Ik reed de trailer nog wat verder achteruit om wat vaart te kunnen maken, omdat ik toen al zeker wist dat de linker achter wielen van mijn trailer bij deze manoeuvre in de greppel terecht zouden komen.
Maar dacht ik, wanneer ik snelheid genoeg zou houden zou ik hem er volgens mij ook wel weer uit kunnen trekken. Zonder geluk vaart niemand wel nietwaar.
Het was op die plek nog steeds dood stil en sinds ik achteruit reed was ik gelukkig nog steeds niemand tegengekomen.  
Ik zette mijn Scania in de versnelling en gaf gas, schakelde gelijk door naar een hogere versnelling en gooide vlak voor de bocht het stuur om. De voorwielen slipten even door, waardoor ik nog even rechtdoor bleef rijden maar toen toch ineens heftig naar links trokken. De neus van de Scania scheerde maar net over de greppel maar ik trok de truck in ieder geval ongeschonden de bocht door, nu de trailer nog. Ik hield het gas er goed op en de motor brulde het uit in zijn lage versnelling. Ik keek in mijn linkerbuiten spiegel naar de achterste wielen van mijn oplegger en ik kneep mijn knokkels wit van de spanning waarmee ik het stuur vast hield. Terwijl ik in mijn linker buitenspiegel bleef kijken, zag ik de beide achterwielen de greppel in glijden en de dieplader kwam een angstig moment op zijn buik te schuiven. Ik hield het gas er op en sleepte hem door naar het kritische punt waar ik de wielen er weer uit moest sleuren.  Daar kon ik vast lopen wist ik en lanceerde een schiet gebedje omhoog.
Wanneer ik hier vast kwam te staan, was het echt einde oefening.
De afsleepdienst in deze uithoek van Oost-Europa kwam hooguit met een koppel paarden te hulp en dat zou in mijn geval twintig koppels te weinig zijn.
De wielen raakten de zijkant van de greppel en de trailer kraakte in zijn voegen. De wielen van de truck begonnen angstig door te slaan en de truck maakte een paar heftige bokken sprongen op de plaats om ineens weer vooruit te schieten. En  “oh wonder” de wielen sleepten zich een diep spoor achterlatend uit de greppel.  
Ik reed nog een paar meter door tot ik helemaal op het pad stond en stapte toen nat van het zweet uit.
Even bleef ik naast mijn truck staan om bij te komen maar niet lang, want ik wilde graag de onderkant van de trailer inspecteren.
De motorboot stond er nog prima op, daar was ik in de eerste instantie ook niet bang voor geweest,
Deze stond niet alleen stevig in zijn bok, maar werd bovendien nog gesteund door de vier kruisersteunen.
Ik keek nadat ik mijn luchtvering omhoog had gezet onder de trailer en ontdekte tot mijn opluchting dat alles nog in orde was. Ik slaakte een zucht van verlichting, kroop onder de trailer vandaan, klopte het zand van mijn kleren en stapte zelfs een beetje verheugd mijn cabine weer in.
Ik droogde mijn bezwete gezicht nogmaals af en schakelde de Scania weer in zijn versnelling.  
Zo reed ik het eerste stukje rustig in zijn tweede versnelling over het smalle pad het ongewisse tegemoet.
De weg was breed genoeg voor een paard en wagen, maar wanneer er een wagen van de andere kant zou komen, moest deze uitwijken naar het omgeploegde land ernaast. Mij zouden ze dit pad niet meer afkrijgen met nog geen honderd paarden.
Ik reed zo nog ongeveer tien minuten rustig door, zonder iemand of iets tegen te komen.
Het begon al schemerig te worden en ik kreeg het gevoel dat de weg echt nergens heen leidde. Tot overmaat van ramp merkte ik dat hij naar links afboog en dat wilde eigenlijk zeggen dat, wanneer dat zo zou doorgaan ik gewoon weer op de terug weg was in plaats van de heen weg.
Het begon daarbij ook nog te miezeren en ik moest mijn ruitenwissers aanzetten. Het had al dagenlang niet meer geregend met het gevolg dat mijn ramen smerig en vet werden van de dode insecten.
Ik zette mijn ruitensproeiers aan en dat hielp. Ik begon me aardig eenzaam te voelen, niet in de laatste plaats door de stille en droefgeestige omgeving.
De ondergaande zon had de hemel aan de horizon in een mooie roze gloed gehuld, maar boven mijn hoofd was het zwaar bewolkt en onheilspellend donker.
Ik werd door een 'onheimlich' gevoel in mijn onderlijf geplaagd, maar ik gaf daar niet aan toe en begon een liedje te fluiten, weliswaar zo vals als een kraai, maar geen hond die daar op lette.
Het omgeploegde veld naast het pad had plaats gemaakt voor een oer landschap waar hier en daar wat stuiken stonden.  
Rond draaien en terug gaan kon ik nog steeds niet omdat zich ook hier, aan beide zijden een soort greppel bevond.
Dat was wel jammer, want de grond er naast zag er tamelijk stabiel uit. Ik begon te geloven dat ik nergens uit zou komen, toen zich in de verte wat onduidelijke contouren begonnen af te tekenen tegen de inmiddels roze rode horizon.
Toen ik even later wat dichterbij was gekomen, zag ik dat het een oude boeren hofstede was en wat nog erger was,  ik zag ook dat mijn  weggetje daar gewoon dood liep.
De moed zonk me in de schoenen, want dat zou betekenen dat ik het hele stuk weer achteruit terug zou moeten rijden.
Ik stopte ongeveer twintig meter voor de hofstede en stapte gelaten uit. Eerst maar even alles op mijn gemak bekijken en niet janken voor je geslagen wordt nietwaar.
Er kwamen een paar mensen aanlopen die me van verre al hadden horen aankomen. Ze riepen me wat toe wat ik niet begreep, maar het was wel duidelijk dat ze hoogst verbaasd waren door wat ze zagen.  
Geen wonder ook, ze woonden hier ver van de zee of het water en de doorgaande weg. Ze hadden hier in geen duizend jaar een motorjacht op hun boeren erf verwacht.
Nadat ze, (het waren er vier) drie keer om mijn wagen waren gelopen onder het slaken van bewonderende kreten kwamen ze op mij af. Ik had intussen de conditie van de grond voor de hofstede onderzocht en tot mijn grote opluchting vastgesteld dat die stevig genoeg was om er op te rijden en ruim genoeg om er in één keer rond te draaien, mits ik dat maar met een gangetje zou doen, maar dan zou het me geheid lukken!.
De Roemenen begonnen allemaal tegelijk met me te praten en aan mijn kleren te trekken om me duidelijk te maken dat ik met ze mee moest naar binnen.
Ik protesteerde en maakte met weidse gebaren duidelijk dat ik weer weg moest.
Toch stonden ze er op dat ik met ze mee ging naar binnen. Uit hun gebaren begreep ik dat er iets was, wat ze mij wilden laten zien.
Ik besloot om van het gezeur af te zijn mee te gaan en zo liepen we dus even later als eendjes achter elkaar de hofstede in. We liepen onder een ronde poort, de binnenplaats op en staken deze bijna recht over. Helemaal rechtdoor kon niet, omdat er zich een stenen waterput in het midden bevond.
We liepen door een kleurloze deur de grote donkere woonkeuken binnen, waar een enorm fornuis vol met sputterende potten en pannen onmiddellijk alle aandacht opeiste,  
Daarnaast zat een stok oud vrouwtje in een luie stoel.  Haar ogen lagen diep in hun kassen en ze keek mij bij binnenkomst vriendelijk aan en zei in het Duits: “welkom vreemdeling, wees welkom”.
U spreekt Duits stelde ik verheugd vast.
Jazeker, ik heb de afgelopen wereld oorlog in een Duits gevangen kamp gezeten en daar noodgedwongen deze taal geleerd.
Ze sprak verbazend duidelijk voor een vrouw van haar leeftijd,  
hoewel deze moeilijk te schatten was tenzij je genoegen zou nemen met twee honderd jaar.
Ze leunde iets voorover vanuit haar stoel en keek me geïnteresseerd aan en vroeg: vertel eens hoe bent u hier terecht gekomen?
Ik vertelde haar dat ik de weg volledig kwijt was geraakt en dat ik hoopte dat zij mij kon vertellen hoe ik die terug kon vinden.
Toen ik was uitgepraat bestormden de overige bewoners haar gelijk met vragen.
Ze hief haar stok op en maande ze tot kalmte, waardoor ik ontdekte dat ze helemaal niet zo broos was als dat ik aanvankelijk had gedacht.
Ze legde rustig aan de bewoners uit wat er was gebeurd en wendde zich toen weer tot mij met de vraag en wat bent u nu van plan?
Ik haalde mijn schouders op en zei, eerst probeer ik mijn wagen te draaien en dan ga ik weer verder, ik ben nog steeds op weg naar de Bulgaars Turkse grens, vandaar moet ik door naar Istanbul
De oude vrouw schudde zo heftig haar hoofd dat ik even bang was dat deze er af zou vallen.
Maar ze bleek een stuk taaier te zijn dan dat het zich aanvankelijk liet aanzien en ze zei krachtig, néé néé, u blijft vannacht hier. Het is nu donker buiten en met licht weet u de weg al niet te vinden, laat staan dat u deze in het donker wel weet.
U blijft hier!  Ik sta niet toe dat u vanavond nog gaat rijden.

We gaan bovendien zo eten en u eet met ons mee.
We hebben ook nog wel een bed voor een onverwachte gast en verder wil ik geen tegenspraak meer begrépen .
Ze keek me daarbij streng aan.
Ik maakte haar duidelijk dat ik het erg gastvrij vond dat ik bij hun mocht overnachten, maar dat ik mijn eigen bed bij me had in de vrachtwagen en dat ik daar vannacht zou slapen.
Ze schudde opnieuw haar hoofd. Daar komt niets van in, u blijft hier in de boerderij slapen want het is hier buiten 's nachts niet veilig, voor ons niet en voor jou dus ook niet!.
Ik haalde berustend  mijn schouders op en verzoende me met de situatie
Tenslotte werd mij door deze, voor mij onbekende mensen een  buitengewoon gastvrij aanbod gedaan en het zou onbeleefd zijn om dit zo maar af te slaan.
Het omaatje knikte tevreden toen ik aan haar wensen tegemoet kwam en gaf de overige bewoners de nodige instructies. Er werd een rijkelijk voorziene maaltijd op tafel gezet waar we nadat er een gebed door oma over was uitgesproken, uitgebreid van konden genieten.
Na het eten bleef iedereen aan tafel en werd het pas echt gezellig. Het na tafelen ging gepaard met een locale borrel en ik merkte dat ik daar een stuk minder gestrest door raakte.
Bovendien kwam ik nu ook wat meer te weten over de bewoners en werd het mij duidelijk dat de stokoude vrouw inderdaad de oma was en de andere gezinsleden respectievelijk bestonden uit haar dochter en schoonzoon plus twee kinderen, een jongen en een meisje rond de twintig schatte ik..
De boeren hofstede behoorde al meer dan een eeuw toe aan deze familie.
Stroom hadden ze via een generator en water kwam nog uit een waterput welke zich in het midden van de binnenplaats bevond. Ze bezaten verder nog twee paarden en een dozijn koeien. Voor Roemeense begrippen hadden ze het goed.
Ze wilden ook alles van mij weten en met Oma als tolk werd ik helemaal uitgehoord. Erg vond ik het niet en naarmate de avond vorderde voelde ik me alleen nog maar meer ontspannen.
Ik was nog wel erg nieuwsgierig naar de reden waarom men vond dat het hier buiten 's nachts gevaarlijk was. Dus vlak voordat ik naar mijn bed vertrok vroeg ik dat nog even aan 'Oma'.
De oude vrouw keek me doordringend aan en zei op een manier of dat ze iets vaststelde, jij bent zeker voor het eerst in Roemenië is het niet?
Ik knikte bevestigend.  Dat dacht ik al zei ze, Luister goed dan zal ik je vertellen waarvoor men in dit land moet oppassen en dat geldt vooral voor mensen zoals jij, die hier voor het eerst komen en geen notie hebben van wat hier kan gebeuren.
Oma schonk zichzelf nog een huis gestookt likeurtje in, sloeg het borrelglaasje in één keer achterover en plaatste het demonstratief voor zich op tafel. Ze keek me doordringend aan en zei toen veelbetekenend zigeuners!! dáár hebben we het hier over en niet zomaar zigeuners maar hele families. Soms meerdere generaties bij elkaar, die vooral bij nacht en ontij uit hun schuilhol kruipen en op roof uit gaan.  En oh wee als je daar het slachtoffer van wordt.  
Het wordt niet officieel door de overheid bijgehouden, maar wij op het platte land weten wel beter.  
Er verdwijnen af en toe zo maar kinderen die nooit meer worden terug gevonden en ook waardevolle spullen van mensen verdwijnen hier op een geheimzinnige manier.
Deze zigeuners houden zich overdag schuil in de bergen en bossen zodat je nooit weet of ze in de buurt van je boerderij zijn.
Maar laat ik jou daar verder niet mee lastig vallen zo vlak voor het slapen gaan want hier binnen ben je veilig voor dat tuig.
Ik ga nu naar bed en de kinderen zullen een veilige slaapplaats voor je in orde maken.
Ze stond moeizaam op en begaf zich naar de zijdeur van het vertrek, draaide zich nog één keer om en wenste ons allen een welterusten.
Ik werd naar een klein kamertje gebracht, wat vol stond met naar het leek meubels onder wat goor gekleurde lakens en daartussen stond inderdaad een bed.
Het werd netjes opgemaakt en men wenste mij vriendelijk welterusten.
Ineens lag ik daar in mijn ééntje onder een gestikte deken in dat vreemde kamertje na te denken.  Deze dag was me eerder  “overkomen”, dan dat ik er zelf de hand in had gehad.  
Mijn ogen waren inmiddels aan het donker gewend en ik zag wat onduidelijke contouren van de bedekte meubels. Ook zag ik dat het vensterraam met een haakje op een kiertje stond. Dat was het laatste wat ik me daar achteraf nog van herinner, daarna moet ik in slaap gesukkeld zijn.
Het was alles bij elkaar toch wel een behoorlijk enerverende dag geweest. Bovendien bleek het zelf gestookte drankje,  welke ik na het eten rijkelijk had gedronken niet zo onschuldig te zijn, als dat ik aanvankelijk had gedacht.
Midden in de nacht schrok ik wakker!. Eerst moest ik me oriënteren waar ik was.
Toen ik dat wist wilde ik weten wat mij uit mijn slaap had gehaald, Ik richtte mij op, leunde op mijn ellebogen en zag meteen dat het raampje open was.
De volle maan scheen mij midden in het gezicht. Ik hoorde het ruisen van de populieren die naast de boerderij stonden. Ik zal wel wakker zijn geschrokken door het losslaan van het raampje stelde ik mezelf gerust en trok de gestikte deken wat omhoog.  
Ik nestelde mij vervolgens onder de deken en probeerde de slaap opnieuw te vatten.
Ineens hoorde ik een geluid wat uit de buurt van de deur kwam en ik keek angstig die kant op. Er was daar niets veranderd, de deur was nog steeds dicht en verder was er ook niets te zien.
Opnieuw hoorde ik een gerucht bij de deur en nu zag ik wel dat deze heel langzaam naar binnen open ging. Ik kon echter geen mens ontdekken, maar de deur ging verder open
Er zat geen slot op de deur dus werd hij, nadat hij helemaal was geopend weer heel voorzichtig toegedrukt, maar door wie?
Mijn ogen waren inmiddels aan het donker gewend, dus kon ik alles duidelijk onderscheiden, temeer omdat het maanlicht zo helder naar binnenscheen.
Ik begon hem toch al aardig te knijpen en vroeg met een dun stemmetje, is daar iemand?
Ik hoorde nu duidelijk wat over de houten vloer slepen. Het leek op een jutte zak met aardappels of zo iets, maar ik zag nog steeds geen mens.
Het slepende geluid kwam steeds dichterbij en nu hoorde ik ook duidelijk iemand astmatisch ademhalen.
Een stinkende walm kwam me tegemoet en ik kon een neiging om te braken maar nauwelijks onderdrukken.
Het werd mij allemaal een beetje te veel en ik wist ook niet meer of ik nu wakker was of me midden in een nachtmerrie bevond.
Ik kroop met mijn kop onder de gestikte deken om verlost te zijn van die vreselijke stank die zich in de kamer begon te verspreiden.  Op eens voelde ik aan het voeten eind een beweging.  
Er werd aan de deken getrokken. Deze hield ik stijf vast en voelde dat er aan het voeteneind iets omhoog kroop wat aardig zwaar was, Door de deken heen voelde ik een stevige hand die zich om mijn enkel vast greep. Ik dacht te sterven van angst en uitte een gesmoorde kreet.  
Een andere hand pakte mijn knie vast. Toen trok het zich wat het ook was, helemaal op mijn bed boven op mij!  Dit is geen mens dacht ik in een flits, daar is het te klein voor. Maar het heeft wel handen en een enorme kracht.  Ik wilde schreeuwen maar er kwam geen geluid uit mijn keel alleen een gesmoorde snik. Er begon nu iets bij mijn hoofd aan de deken te trekken.
Ik greep deze nog steviger vast, maar voelde dat “het iets” zich schrap ging zetten om zodoende zijn kracht te verdubbelen. Mijn nagels braken af en de deken scheurde kapot. Onmiddellijk sprong er iets van een vleesklomp boven op mijn gezicht. De twee armen sloegen zich om mijn hoofd en klemde het als in een bankschroef zo vast, dat ik bijna geen lucht meer kon krijgen. Daarbij werd mijn gezicht tegen iets vochtigs en vlezigs aan gedrukt dat vreselijke stonk, wat ik rook ondanks dat mijn neus werd platgedrukt. Tevens hoorde ik het 'ding' astmatisch hijgen.
Ik stikte zowat maar goddank waren mijn armen nog vrij. Ik worstelde me omhoog en sprong uit het lage bed en met bovenmenselijke kracht trok ik het ding van mijn gezicht. Het hield me nog steeds bij mijn haren vast maar nu kon ik zien wat ik in mijn armen hield.
Ik dacht een hartverlamming te krijgen van schrik, maar tegelijk kon ik weer schreeuwen en ik schreeuwde het dan ook uit terwijl ik met verbijstering naar een gruwelijk groot smerig hoofd keek wat ik in mijn handen omhoog hield. Een hoofd waaronder op een onduidelijke manier twee armen vast zaten met daar weer onder een baby lichaam met twee baby beentjes. Alles was vreselijk smerig het kwijl liep uit de half openhangende bek waarin een paar verrotte tanden te zien waren in het vale maanlicht.
Ik probeerde me van het roggelende hoofd te bevrijden door mijn bovenlijf en hoofd heen en weer te slingeren, maar het hoofd bleef mijn haren vast houden en greep mij zelfs opnieuw vast, zette zijn bruine tanden in mijn oor en beet er vervolgens een stuk uit. Het bloed gutste op mijn T-shirt en ik raakte nog meer in paniek . Waarom komt er niemand opdagen ging het door me heen, ze moeten dit toch in de hele boerderij horen verdomme!.
Opeens vloog de deur met een klap open en kwamen er drie mensen binnen stormen gewapend met stokken.  Ze begonnen gelijk met alle kracht op het hoofd in te rammen, net zo lang tot het los liet.  Het viel met een klap op de grond en ging er via zijn enorme sterke armen en handen als een haas vandoor. Ik stond daar midden in de kamer met anderhalf oor te sidderen in mijn tuig. De andere kwamen ook binnen en namen me mee naar de woonkeuken om mij te verzorgen.
Ik was inderdaad een stuk van mijn oor kwijt en ze verbonden me zo goed en zo kwaad als het ging.
Even later zaten we met zijn allen weer rond de keuken tafel met een drankje.
Ik zat spierwit te klappertanden en de anderen waren ook duidelijk aangeslagen. En toén vertelde oma het verhaal van de zwervende hoofden:

Zoals ik je gisteravond al vertelde hebben we in dit land erg veel last van rond zwervende zigeuners.
Deze mensen leven in huifkarren met de hele familie, van Oma tot de laatst geboren baby. Sterven en geboren worden gebeurd allemaal in en om de huifkarren. Sommigen families trekken wel met vijf of meer huifkaren rond. Het is een gesloten groep mensen die een geheel eigen leven leiden.
Soms wordt er net zoals bij ons, een kind geboren dat mismaakt is of een andere gebrek heeft.
Omdat er niets van ze geregistreerd wordt of staat, wie er dood gaan of geboren worden, kunnen ze zo'n pas geboren misbaksel makkelijk weg moffelen of zelfs laten verdwijnen, laten we het zo maar even zeggen. Maar het is ook mogelijk dat ze de handicap gaan misbruiken om bijvoorbeeld te bedelen.
Dat is wel bekend, maar waar jij vannacht mee te maken hebt gekregen is een misbaksel dat ze door kleine openingen in huizen, winkels of boerderij naar binnen duwen door bv. een klein raampje. . Dan kunnen ze de deur van binnen uit openen om de rovers en moordenaars binnen te laten!
Deze kleine misbakseltjes zijn daar op getraind en worden hier in Roemenie de zwervende hoofden genoemd.
Ze opereren vooral in de nacht, vandaar dat ik jou niet buiten wilden laten slapen.

Ik had met verbazing zitten luisteren en als ik het zelf niet had mee gemaakt zou ik het nooit hebben geloofd.
De volgende dag ben ik weer verder gegaan en als bewijs dat ik niet uit mijn nek zit te lullen kijk dan maar even naar mijn oor, dan kan je zien dat ik je de waarheid heb gesproken.
Het was inmiddels donker geworden in de cabine en terwijl Erik naar mijn rechteroor keek, zag ik hem zachtjes knikken. Hij was zichtbaar onder de indruk van het verhaal en we besloten maar meteen onder de wol te kruipen, het zou morgen weer vroeg dag zijn.
De volgende morgen was ik al vroeg wakker.
Het was nog schemerig en ik zag dat Erik nog vredig lag te slapen.
Langzaam trok ik bij het voeten eind aan zijn deken. Zijn schouder kwam bloot en ik zag dat hij de deken weer wilde terug trekken. Ik trok nog wat harder en greep hem door de deken heen bij zijn enkel vast.
Hij schrok zich kapot en veerde met een sprong overeind.  
Hij stootte daarbij zijn hoofd lelijk tegen het cabine dak en liet zich met een vloek weer terug op bed vallen.
Kijk eens Erik riep ik hem vrolijk toe, kijk nou eens wat er vannacht gebeurd is, mijn oor wat stuk was is vannacht weer aangegroeid is dat geen wonder!
Ach man val dood schold Erik, zich op de pijnlijke plek op het hoofd wrijvend. Ga een ander hoofd lastig vallen maar laat mij met rust.

Toen we later in het routiertje aan de bar stonden om ons bakkie koffie met het onvermijdelijke croissantje te nuttigen, keek Erik me schuin aan en zei: je gelooft toch zeker niet dat ik dat verhaal van jou gisteravond geloofde hè?.
Nee, natuurlijk niet antwoordde ik genoeglijk op mijn croissantje  knabbelend,  
Maar kom 's nachts wat minder luidruchtig je bed uit als je zo nodig de beide zijramen hermetisch gaat afsluiten, wil je!!            

          Oké doe mij nog maar zo'n home made borrel, Oma!
Discussiepunt.                                                    Roemenië augustus 1984.


Het is een warme zomer avond als we met drie vrachtwagens achter elkaar rijden in het bergachtige zuidoosten van Roemenië. We zijn op weg naar Turkije. Lekker doorrijden is er niet bij vanwege de slechte condities van de wegen.
Het is acht uur in de avond en nog volop licht.
Ik rijd in het midden van dit konvooi. Voor me uit rijdt een collega uit 'Siebengewald' en achter mij een collega van de zelfde firma als waar ik toe behoor.
Mijn collega en ik zijn al meer dan een week onderweg. Vanuit zweden zijn we op weg naar 'Bodrum', een klein kust plaatsje ver achter Izmir in Turkije.
De collega uit 'Siebengewald' die nu voor ons rijdt heeft zich in Wenen bij ons gevoegd, maar rijdt niet verder mee dan de Turks Bulgaarse  grens 'Kapikule'.
Daar gaat hij dan door naar 'Istanbul' en wij gaan bij 'Canakela de veerpond op, over de 'Bosporus' richting 'Izmir'.
Maar nu even waar het hier werkelijk om gaat. Ik zat me een beetje te vervelen omdat ik alleen maar de achterkant van mijn voorganger in de gaten hoefde te houden.
Ineens zag ik dat mijn voorganger een enorme slinger naar links maakte. Ik volgde hem impulsief en zag in mijn rechter zijspiegel dat mijn collega het zelfde deed. Tegelijker tijd zag ik wat de reden was van die vreemde manoeuvre. Rechts van de weg lag een man met een fiets, waar duidelijk een paar zware wielen overheen waren gegaan. Het was een afschuwelijk gezicht.
Dankzij de snelle reactie van mijn voorganger denderden we er vlak langs en er gelukkig niet overheen.
Ik verwachtte dat onze 'kopman' zou stoppen om te kijken wat er aan de hand was maar hij reed stug door en ook mijn collega achter mij gaf mij lichtsignalen en beduidde me door te rijden. Ik bevond me tussen hen in, dus had weinig keus.
Er flitsten allerlei gemengde gevoelens door mijn kop zo van, was hij al dood, wie doet zoiets nou en rijdt dan door, hoe lang zou de man daar al liggen enz.  

Onze kopman hield het gas erop en wij volgden. Even later naderden we een voor ons uitrijdend zwaar transport trailer. Op zijn dieplader lagen drie platte betonnen platen waarvan het betonijzer opzij uitstak. Hij reed midden op de weg en je hoefde geen kenner te zijn om te zien dat de chauffeur te veel gedronken had. Hij slingerde van de ene naar de ander kant van de weg en ik hield mijn hart vast wanneer hij bijna de afgrond in reed. Ik zag zijn rechter voorwiel even boven het ravijn zweven voor hij de truck weer met een woeste zwaai terug draaide. We bleven verbijsterd achter hem rijden. Het was nog maar een kwestie van tijd of hij zou verongelukken. Goddank had hij ons op een gegeven moment in de gaten en reed meteen naar links, een uit de rotsen gehakte parkeerplaats op. De bloedsporen op de kapotte spatborden van de oude dieplader waren duidelijk te zien. Wij spoedden ons er langs en bleven door rijden..
In het volgende dorpje kwamen we langs een politiepost, maar onze kopman bleef ijzerenheinig doorrijden. Na nog ongeveer een uur gaf de kopman te kennen dat we gingen stoppen en niet veel later stonden we met onze combinaties geparkeerd op een stille parkeerplaats diep in de bergen. Het was inmiddels donker geworden. De klaptafel en stoelen werden tevoorschijn gehaald en zo ook een gaslamp. We zaten daar eerst zwijgend van onze vers gezette koffie te slurpen, toen de man uit 'Siebengewald' de stilte verbrak met de mededeling, in dit soort landen kun je je maar beter niet met zulke zaken bemoeien mannen!.
Je gaat hier eerst de bak in en wordt dan voor je het weet beschuldigd van alles en nog wat en dan moet je maar zien te bewijzen dat je er niets mee te maken had
Daarom kun je maar beter je ogen sluiten en doorrijden, hoe verder hoe beter.
Maar misschien hadden we hem nog wel kunnen helpen, probeerde ik nog in te brengen. Ja misschien wel antwoordde onze tijdelijke kopman, maar begin er toch maar niet aan. Daarmee was voor hem de discussie gesloten.
Mijn collega staarde zwijgend in zijn koffie en onthield zich van commentaar.
Nu, na al die jaren weet ik nog steeds niet hoe ik in zo'n geval zou moeten reageren ik bedoel, wanneer ik niet tussen die twee in had gereden was ik waarschijnlijk gestopt. Maar….. had ik dit alles dan wel kunnen opschrijven, of had ik daar nog steeds ten onrechte vast gezeten ?. Ik zal het wel nooit weten…. Maar u heeft in ieder geval een onderwerp voor een discussie  
Onderweg in Roemenië

Sommigen verhalen zijn inderdaad verhalen geïnspireerd naar aanleiding van wat ik onderweg heb mee gemaakt. Dit verhaal is echt gebeurd (helaas wel!).

Jeugd liedje met een boodschap.                 Craiova Juli 1987                                                                        


Het zal zo'n 17 jaar geleden zijn in de zomer van 1987 toen ik onderweg was met een motorboot van Arendal in Noorwegen naar Istanbul in Turkije
Ik bevond mij op het moment van dit verhaal halverwege Roemenië in de buurt van Craiova, richting Boekarest. Over de conditie van de wegen in Roemenië heb ik het al vaker gehad dus dat laat ik nu maar even voor wat het is.
Oké ik reed daar dus rustig over die slechte weg zo veel mogelijk de grote gaten en scheuren te vermijden.
Het viel me op toen ik voorbij zo'n onduidelijk gehucht was gereden, er mensen op de rijweg liepen met grote tassen vol boodschappen.
Vraag mij niet wat voor boodschappen dat waren want dat kon ik vanuit mijn positie achter het stuur niet zien. Maar zoals je misschien wel weet, komt er in dit soort arme landen af en toe een proviand wagen langs om de zo goed als lege winkels te bevoorraden voor een dag of wat. Het is voor de bewoners in de wijde omtrek dan belangrijk, dat ze er als de kippen bij zijn om hun provisie kast weer wat bij te vullen.
Wanneer zoiets dus gebeurd komen de mensen van heinde en verre, om te  proberen wat van die vers geleverde producten te bemachtigen.
Meestal komen ze te voet en vaak zijn het de oude oma's die voor dat klusje opdraaien.
Ik denk dat de rest van de familie overdag tot laat in de avond op het land werkt  en dat oma er op uit wordt gestuurd om een poging te doen wat van die spullen te bemachtigen.
Dat gaat dan zoals ik al zei, lopend. Ze gaan dan 's morgens al heel vroeg op pad in de hoop op tijd te zijn en niet te lang of zelfs tevergeefs in de rij te hoeven  staan. Er worden vaak tientallen kilometers voor afgelegd.
Goed ik rijd daar dus langzaam op die slechte weg en zie daar een omaatje staan met twee enorme tassen met boodschappen.
Ze had haar hand opgestoken om duidelijk te maken dat ze wilde dat ik zou stoppen, om haar een stukje mee te nemen met haar kostbare lading.
En ik die mij al een tijdje zat te vervelen op dat stuk weg dacht, ach waarom ook niet laat ik dat arme mensje maar een stukje meenemen.
.
Ik stopte en hielp het vrouwtje instappen en ook met haar tassen die ze haast niet los wilde laten.
Ik installeerde haar op de bijrijders stoel en plaatste de beide tassen op het bed. Maar dat wilde ze niet, ze wilde tussen haar twee enorme tassen in zitten. Ik reed toentertijd op een Scania 110 super met neus en daar kon je het bed ook als bank gebruiken, maar dan moest je niet van die korte pootjes hebben als dat omaatje .
Ze zat dus met haar rug tegen het achterschot en haar korte pootjes staken recht vooruit. Ze steunde met beide armen op de enorme tassen, die ze koesterde als een kloek haar kuikens.
Enfin onder het rijden gaf ik oma de wegenkaart die open gevouwen lag op het stuk waar wij ons op dat moment bevonden.  Ze keek mij aan met haar gerimpelde aardappelgezichtje en liet me weten dat ze van die kaart niets begreep en gebaarde dat ik rechtdoor moest rijden. Ik dacht nou ja ik kan in ieder geval doorrijden tot aan het volgende dorp en het haar dan opnieuw vragen. Ongeveer een kwartiertje later naderden we de volgende nederzetting.  
Deze bestond uit een paar huisjes, een water put en welgeteld één boom.
Ik stopte en wilde oma vragen of ze er al was, maar oma hing op één van de tassen te slapen
Tenminste dat hoopte ik, want ze zag er uit als een geprepareerde mummie.
Ik schudde haar wakker en ze keek mij geschrokken aan. Moet u er hier uit, vroeg ik haar in het Duits.
Ze keek naar buiten nadat ze zich eerst omslachtig op het bed naar voren had gewerkt.
Haar bloemetjes jurk of schort ging daarbij omhoog en ik keek tegen twee magere beentjes aan waar de nylons veel te ruim omheen gedraaid zaten.
Ze schudde van nee en wees weer vooruit. Ze schoof weer naar achteren tussen haar tassen en sloot haar ogen weer.
Ik reed verder naar het volgende gehucht wat zeker tien kilometer verderop lag, maakte haar weer wakker en het hele ritueel begon weer opnieuw.
Weer moest ik verder rijden gebaarde ze. Nog één dorp dacht ik, dan gaat ze er uit.
Na nog eens een tiental kilometers gereden te hebben stopte ik op een stil pleintje midden in een wat groter dorpje en stapte uit.
Ik liep naar de bijrijders kant, trok de deur open en maakte omaatje opnieuw wakker.
Weer was ik blij dat ze nog leefde, want ze zag er wanneer ze sliep met haar mond zo half open, uit als een échte dode.
Ik maakte oma dus wakker en zei “oma je moet er hier écht uit hoor”
Ze keek mij aan, schudde van nee en wees weer vooruit.
Ik vond dat het wel mooi was geweest en pakte haar bij haar stokkerige armpjes en probeerde haar uit de auto te krijgen. Maar ze begon tot mijn schrik te krijsen en te trappelen met haar korte beentjes . Ik dacht nog, oh god direct valt ze uit elkaar en dan krijg ik daar de schuld van.
En zoiets moet je in Roemenië helemaal niet hebben een dooie opoe in je auto.
Ik stond mij net hulpeloos achter mijn oren te krabbelen toen ik een stem achter mij hoorde zeggen “moeilijkheden kameraad”. Toen ik me geschrokken om draaide keek ik tegen een ongeschoren niet onvriendelijk gezicht aan van een man.
Hij was gekleed in een Jogging pak wat veel werd gedragen door de Oost Europese chauffeurs.
Achter hem stond nog iemand en ik zag in mijn buiten spiegel dat het Poolse chauffeurs waren van de PEKAES, het Poolse staatsbedrijf,
Ze reden toen nog in die F88 ers waar je je kont niet in kon keren, laat staan als je met twee man op zo'n kippenhok reed, maar goed nu was ik blij met elke hulp die zich aanbood.  Die Pool vroeg dus in het Duits aan me, wat is het probleem chauffeur. Ik vertelde hem dat het omaatje de truck niet uit wilde.
Oh maar dat heb ik zo voor elkaar hoor lachte de Pool. Ho, ho zei ik, ik wil wel dat het voorzichtig gebeurd hoor, niet dat haar iets overkomt.
De Pool keek me breed lachend aan en zei, ik beloof je dat ik haar niet eens zal aanraken, ze komt er uit zich zelf uit let jij maar op!
De Pool stapte mijn truck in en pakte in één greep één van de twee tassen onder de armen van het arme vrouwtje vandaan en zette die buiten de truck weer op  straat.
Het Omaatje schreeuwde moord en brand maar de Pool stapte wéér in en graaide ook de andere tas onder haar broze armpjes vandaan en zette die naast de eerste op straat.
Het duurde geen volle seconde of het Omaatje schoof weer op een zeer onsmakelijke manier naar voren het bed af en stond verrassend snel naast haar twee tassen op straat de twee lachende Polen uit te schelden.
Ze keek er zo kwaad bij dat ik spontaan aan een toverheks moest denken.
Het was dus eigenlijk alleen maar een kwestie van de juiste volgorde, eerst de tassen en dan het omaatje.
Ze had waarschijnlijk gedacht dat ik er met haar kostbare boodschappen vandoor wilde gaan.( weet zij veel)
Ik heb de beide Polen bedankt en was weer een beetje wijzer geworden. De les was…...neem nooit oude Oma's mee in je wagen, dat brengt je alleen maar ellende.
Maar ik had het natuurlijk kunnen weten hé!  Ik had het als kind al op school geleerd!
In het overbekende  liedje dat ging zo…………..
                                       Ik heb me wagen vol geladen vol met oude wijven
                                       Toe we op de markt kwamen begonnen zij te kijven
Dus………..nu neem ik van mijn levens dagen, geen oude wijven meer mee op mijn wagen
Hop paartje hop! Hop paartje hop.
                                                      Oké, doe mij maar een zak haver hiiiihiiii

   



 







 


Liedje met een boodschap
Dringers!                                                                                         Brühl 8 Augustus 1986

Vooralsnog even deze vraag:
Wanneer u een dwangmatige dringer bent, zou u zich dan zo snel mogelijk met mij in verbinding willen stellen?
Ik heb namelijk een paar dringende vragen aan u te stellen, maar u bent zo moeilijk te vinden. Vaak denk ik; já nu heb ik er één, vlak achter me. Maar wanneer ik er dan naar vraag, word ik altijd weer verder naar achteren verwezen en dan blijf ik daar vooraan staan lijden, onder de druk van het gedrang van kennelijk alleen de achterste rij!
Want dringers staan altijd ergens in de achterste rij is mij verteld.  In ieder geval op een plaats waar ik ze niet te spreken kan krijgen.
Vandaar mijn verzoek, zou ik a.u.b. een dringer te spreken kunnen krijgen?
En dan heb ik nog een bescheiden verzoekje.
Wanneer jullie met meerdere tegelijk bij mij aan de deur komen, doe me dan een lol en ga dan niet staan dringen om aan te bellen….. afgesproken?
Dringers
Discussiepunt.
tekening Peter Zadelaar
Griezelverhaal      Discussie punt      Liedje met een boodschap      Dringers (toegift)
Tekening Peter Zadelaar.
terug naar verhalen index
terug naar verhalen index