Truckers
latijn
Voor September
De vader van Gijsje
Patras 16 Juli 1984
Herfst in midden Frankrijk
Veel leesplezier !
00000000000000000
0000000000000000
888888888888888
ggggggggggggggggggg
Franse staart klok
                                                                  Pátrai 16 juli 1984(Griekenland)

De vader van Gijsje.

Piraeus (de haven van Athene).
Nadat ik een transport achter de rug had van een motorjacht vanaf Noorwegen naar  Piraeus ( de haven van Athene), hoorde ik na twee dagen wachten (overigens niet met tegenzin), van het thuisfront dat er voor mij een terug vracht was gevonden vanaf 'Brindisi' in Zuid Italië naar een klein plaatsje in Friesland. De naam van het plaatsje ben ik vergeten maar dat doet er in dit verhaal verder niet toe.
Ik nam afscheid van wat collega's waar ik twee weken mee had opgereden (er werd in die tijd nog over land naar Griekenland gereden) en ging op weg naar de haven plaats Pátrai ongeveer drie uurtjes rijden vanaf Athene.

Op mijn weg daarheen passeerde ik de plaats Korinthe. Het was prachtig weer en er bevonden zich daar nogal wat toeristen, vooral in de buurt van de brug over de straat van Korinthe.  
Gezellige restaurantjes en souvenirs winkeltjes zorgden er voor dat ik besloot om daar even te stoppen en een terrasje te pakken.
Mijn ferry zou pas laat in de middag vertrekken, er was al geboekt dus ik had alle tijd.
Ik streek neer op een terras vlak bij de brug en genoot van de bonte verzameling toeristen die gewapend met hun foto toestel de brug opliepen om daar het kanaal van Korinthe te fotograferen.
Het is ook een indrukwekkend gezicht hoe het kanaal daar tussen de Saronische Golf en de golf van Korinthe is gegraven.
Het ziet er uit alsof het er met een groot mes tussen uit is gesneden. De wanden van het kanaal lopen maar liefst tachtig meter stijl naar beneden en dan staat er nog acht meter water in het kanaal zelf. Het is een prachtig gezicht wanneer je van af de brug naar beneden kijkt en menig één voelt daarbij zijn maag omdraaien

Na een uurtje relaxen reed ik weer verder. Het was van Korinthe af nog ruim een uur rijden, maar ik arriveerde ruim op tijd.
Ik haalde mijn tickets bij het boeking kantoor en nadat ik mijn truck op de ferry parkeerplaats had geparkeerd, was er nog tijd genoeg voor een wandeling langs de vele terrassen aan de boulevard .
Om klokslag vijf reed ik de ferry op en nog geen kwartier later stond ik al onder de douche. Nog een kwartier later stapte ik, met mijn haar netjes gekamd en schone kleren aan mijn hut uit om het schip te gaan verkennen. We voeren inmiddels al op zee en ik ontdekte toen dat er meerdere soorten tickets waren.
Je had de zogenaamde dekplaatsen, deze werden hoofdzakelijk ingenomen door lifters of de zogenaamde rugzak toeristen die ruimschoots aanwezig waren
Ik zelf had een hut en de daarbij behorende maaltijd bonnen.
Tot zover was alles oké

Ik zat lekker op het achterschip in een dekstoel met een potje bier in mijn hand van de reis te genieten, toen er opeens een jochie naast me opdook van zo'n jaar of elf. Deze begon spontaan in het Hollands tegen me te praten en zei: hallo, u bent toch van die Hollandse vrachtwagen hè? De man naast hem die vermoedelijk de vader was stond er als een niet helemaal uitgevouwen duimstok naast en keek me nogal dom aan.
Ik keek verrast, vooral omdat ik hier aan boord niet zo gauw Hollanders had verwacht.
De jongen lachte wat verlegen naar me en de vader keek zonodig nog stommer uit zijn magere tronie.
Wat een minkukel dacht ik, arme jongen je zal toch maar zo'n vader hebben.

Jawel ik ben van die Hollandse vrachtwagen antwoordde ik de jongen vriendelijk, hoezo?
Wij zijn óók met de auto ging de jongen vrolijk verder, alleen wij hebben geen geld meer om naar huis te gaan hè pa, zei hij terwijl hij omhoog keek naar de  duimstok. Deze grijnsde dom en zei, ja dat klopt ze hebben ons geld gestolen.
We hadden nog net genoeg over om de boot te betalen maar nu hebben we niets meer, we kunnen niet eens meer eten.
Ja, vulde de jongen aan en ze hebben ook mijn Suske en Wiske boekjes gepikt,
hè pa?
Ja ja, dat ook bevestigde de 'bal' ondertussen zijn neus afvegend omdat deze nu wel erg ging jeuken van al die leugens.
Ik keek hem nog eens goed aan, maar hij draaide zijn gezicht van mij weg. Hij stond glas hard te liegen wist ik ineens zeker. Die eikel heeft zijn geld gewoon te snel opgemaakt en probeert nu met medelijden wat geld van mij los te bietsen.

Dat is niet zo mooi hé antwoordde ik hem, hoe denk je nu thuis te komen.
Kan je niet wat geld over laten sturen of zo.
Nee, ik leef van een uitkering en dat geld moet ik persoonlijk ophalen.
Dat sturen ze niet zomaar op en het duurt ook nog een week voordat ik daar weer recht op heb ziet u!
En wat nog erger is, Gijsje moet maandag weer naar school (het was vrijdag) en zijn moeder verwacht hem morgen al thuis. Maar ja ik heb natuurlijk ook geen geld om haar op te bellen, ik ben van haar geschieden ziet u!
Hij deed nu zijn best om nog dommer te kijken dan hij al deed maar die poging was vergeefs, dat lukte natuurlijk niet.
Geen wonder dat zijn vrouw van hem gescheiden is dacht ik, maar hoe kon ze nou zo dom zijn om haar zoon aan die eikel mee te geven en nog wel naar zo'n ver land.

Ik besloot dat hij zijn problemen zelf maar moest oplossen en adviseerde hem zijn auto te verkopen en voor dat geld naar huis te vliegen,
Er is een vliegveld op Brindisi dan zou Gijsje morgen ook weer thuis zijn en kon  hij maandag gewoon weer naar school.
Maar ik heb bijna geen benzine meer, ik kan nog net de boot afrijden en daarbij, mijn auto is zo oud daar krijg ik nooit genoeg geld meer voor om er twee tickets voor te kopen.
Wat voor auto heb je dan in Gods naam vroeg ik nieuwsgierig.
Een Fiat 500 antwoordde de 'bal' en hij rijdt ook niet meer zo best, ik kan alleen zijn eerste drie versnellingen gebruiken. Ik moet de hele reis op de vluchtstrook rijden, ik ga te langzaam voor de snelweg!!.Bovendien loopt hij om de 50 kilometer warm.

Deze man heeft écht geen verstand dacht ik, hoe komt zo'n idioot in Gods naam aan zo'n leuke zoon, die zal wel op zijn moeder lijken dat kan haast niet anders.
Inmiddels was de duimstok ingevouwen naast me gaan zitten en begon zo dorstig mogelijk naar mijn bierglas te kijken dat naast me op het dek stond. Ik pakte wat Griekse muntjes en gaf die aan Gijsje, ga maar wat te drinken voor ons halen man zei ik tegen hem. Voor mij een grote bier meldde de duimstok nadrukkelijk voordat ik wat kon zeggen. Oké Gijs, doe dat maar en neem voor je zelf ook wat lekkers te drinken mee.
Wat wilt u drinken vroeg de jongen me beleefd. Geef mij ook maar een potje bier. Ik keek opzij naar de bal maar die had zich al helemaal geïnstalleerd en zat met zijn ogen dicht achterover, met de binnen kanten van zijn armen naar buiten gekeerd van de zon te genieten. Ik begreep naar aanleiding van zijn zelfingenomene houding dat hij dacht, zo weer ééntje gevonden die er in trapt. Toch wel makkelijk zo'n joch bij de hand op vakantie.

Ik vroeg me verbaasd af hoe hij daar zo rustig kon gaan zitten zonnen en stelde vast, deze man had absoluut geen verantwoordelijkheids gevoel en miste ook alles wat daar bij in de buurt kwam.
Gijs verscheen met twee flesjes bier en een flesje cola voor zichzelf. Zijn vader pakte het zonder een woord van dank aan en zette de fles gelijk aan zijn mond, dronk het in één keer leeg en liet een keiharde boer. Daarna gaf hij het flesje weer aan Gijs en zei, oké Gijs deze was voor de dorst, haal er nu nog maar één voor de smaak.
Gijs pakte de fles van zijn vader aan en wilde alweer op weg gaan, hij had blijkbaar nog wat van mijn geld over en gehoorzaamde zijn vader blindelings (wist hij veel).
Ho!, Gijs beval ik met nadruk, stoppen en terug dat geld!! Gijs hield zijn pas in en keek vragend naar zijn vader, maar voordat deze iets kon zeggen beval ik opnieuw hierrrrr met dat geld jongen, of ik draai die magere strot van je vader om!!
De jongen haalde zijn schouders op en overhandigde mij het restant aan geld wat inderdaad genoeg was voor nog een rondje.
Ik keek vragend naar de man en deze keek brutaal terug, haalde zijn magere schouders op en mompelde onduidelijk, nou nou ik wist niet dat je zo gauw kwaad werd!    
Párdon, wat zei je?
Nou ja zo erg is het toch niet dat ik nog een pilsje lust.
Nee dat klopt, van mijn part zuip jij je helemaal klem dat moet je zelf weten, alleen niet van mijn geld vriend.
Oh sorry hoor ik dacht dat je er wel begrip voor zou hebben dat we honger en dorst hadden.
Gijs was aan de andere kant naast me gaan zitten en onderbrak onze discussie met de onschuldige opmerking: weet u dat ze mijn rugzak ook gestolen hebben, daar zaten mooie schelpen en stenen in die ik op het strand gevonden had. Ik dacht eerst dat mijn vader hem vergeten was maar die zegt dat het samen met de stripboekjes en het geld gestolen is.
Ja Gijs, ze moeten je vader wel hebben hé hier in Griekenland.
Het liep inmiddels al tegen etens tijd en ik had daar mijn etens bonnen voor. Ik zag Gijs zijn vader met gesloten ogen diep adem halen en dacht, mooi die slaapt als de spreekwoordelijke roos, daar moet ik van profiteren en fluisterde  tegen Gijs,  kom op Gijs dan gaan we wat te eten halen. Gijs zijn gezicht klaarde op en hij schreeuwde keihard, hé pa we gaan eten hoor, kom op!
Zijn vader veerde uit zijn dekstoel op en stond gelijk klaar wakker naast me. Lekker, ik sterf van de honger. Hij rekte zich uit en trok zijn hemd recht. Hij maakte een uitnodigend gebaar naar mij om me voor te laten gaan en deed een elegante stap achteruit. Verbluft ging ik daar op in en even later zaten we samen aan tafel in de eetsalon,
Dat Gijs nog geen tafelmanieren had nam ik de jongen niet kwalijk, maar de manieren van zijn vader waren gewoonweg asociaal.
Hij arresteerde praktisch alles wat er binnen zijn bereik stond, sloeg toen zijn arm om het etensbord en keek spiedend om zich heen of er geen kapers op de kust waren, intussen zijn mond volproppend om vervolgens als een kameel zijn voedsel te vermalen.
Ik zat met verbijstering naar hem te kijken en zei, ga je lekker. Hij knikte me ernstig toe terwijl er een kippenpoot uit zijn mond stak.
Heb je voor mij ook wat brood pa, vroeg Gijs op een toon die deed vermoeden dat hij er niet op rekende.
Zijn vader keek verstoord op en overhandigde zijn zoon een fliedertje brood. Krijgen we er niets te drinken bij, vroeg hij zo in het algemeen, hoewel hij mij daar bij aankeek,
Je pakt maar wat water uit de karaf opperde ik inmiddels een beetje van mijn verbazing bekomen.
Dat verdraag ik niet dat Griekse water, daarvan raak ik aan de dunne hé Gijs, weet je nog vorige week toen we…..
Ho maar, we zijn nu aan het eten, laat dat verhaal maar even wachten zei ik nadrukkelijk,
Ik riep de steward en bestelde een fles rode wijn en een cola voor Gijs.
Toen de steward me even later vroeg de wijn te proeven, hield de vader zijn glas al op en gebood deze helemaal vol te gieten, sloeg deze vervolgens in één keer achterover, knikte toen minzaam tegen de steward en gebood hem zijn glas opnieuw vol te schenken.
De steward keek me vragend aan en ik knikte dat het goed was. Na het dessert zakte Gijs zijn vader genoeglijk op zijn buik wrijvend achterover en zei: zo nou nog een lekkere kop koffie en dan een uiltje knappen,
Ik bestelde de koffie en zo liep de vreetpartij van Gijs zijn vader af, enkel en alleen omdat hij zich te barsten had gevreten want anders was hij nu nog steeds bezig geweest met bunkeren,
Zonder verder nog wat te zeggen stond hij op en liep naar het zonnedek, keerde zijn armen weer naar buiten sloot zijn ogen en was voor niemand meer aanspreekbaar.
Hoofdschuddend zag ik dat aan en dacht bij me zelf, kon ik dat jochie maar helpen. Zijn vader mag wat mij betreft in de stront zakken, maar die jongen, daar voel ik me toch wel enigszins verantwoordelijk voor. Ik zal om te beginnen die jongen mijn hut geven en een fatsoenlijk bad. Zelf sliep ik op de grond in mijn slaapzak. Zijn vader sliep opgevouwen in de Fiat en vond het allemaal wel goed. Een bad hoefde hij niet, hij had gisteren nog gezwommen zei hij.
De volgende morgen raakte ik hem ook niet kwijt. Bij alles wat ik voor Gijs kocht een drankje of een koek, de man zat in een dekstoel te zonnen, maar zo gauw er wat te halen viel verscheen hij uit het niets om mee te delen.
De man begon me op mijn zenuwen te werken en ik piekerde me suf hoe ik de jongen kon helpen.

Tenslotte kwam ik tot een oplossing en ik hoopte er maar het beste van.
Ik maakte de duimstok wakker uit zijn schoonheids slaapje. Hij keek verstoord omhoog met half dicht geknepen ogen tegen het zonlicht,
Weet je nu al hoe je het verder gaat doen vroeg ik hem een beetje geïrriteerd vanwege zijn laconieke houding.
Hij keek me brutaal aan en zei, daar heb jij vast wel wat op gevonden wed ik!
Ik moest me inhouden om hem niet op zijn magere bek te slaan maar ik hield me in en antwoordde,  ja ik heb inderdaad een oplossing luister goed. Jij krijgt van mij genoeg geld om thuis te komen geen cent meer. Dat geld is voor benzine en de tolweg, plus eten 500 gulden, dat heb ik al voor je uitgerekend. Het is geen vet pot maar je hoeft ook niet elke nacht in de Hilton te slapen. Je kan er mee thuiskomen en daar gaat het nu om. Het is twee dagen rijden en je koopt maar een brood met een salami worst en je gaat maar aan een kraan hangen als je dorst hebt.
Zo gauw je thuis bent stuur je mij die 500 gulden op dat wil zeggen, wanneer ik eind volgende week thuis kom dat bedrag al op mijn rekening staat, je krijgt mijn adres en telefoon nummer en ik moet die van jou hebben,

Bovendien geef je mij je rijbewijs en je auto papieren. Ik laat je een brief tekenen waar alles zwart op wit in staat dat wil zeggen, dat ik je auto kan komen ophalen en dat je je rijbewijs kwijt bent wanneer jij je niet aan onze afspraak houd.
Dat is de deal:  “take it or leave it”.
De 'bal' keek me met gemengde gevoelens aan en opperde: en wat als ze onderweg naar mijn papieren vragen, wat moet ik dan?
Dan zijn die gestolen, gelijktijdig met je geld en de rugzak van Gijs als je begrijpt wat ik hiermee bedoel. Hij keek me tussen zijn bij elkaar geknepen oogleden aan en zei: vertrouw je me soms niet?
Nee, antwoordde ik.
Waarom niet vroeg hij verbaasd?
Omdat je een ruggengraat loze lul bent zonder een greintje verantwoordelijkheidsgevoel in je donder, ben ik duidelijk genoeg.
Nou moe, reageerde hij.
Nogmaals graag of niet, dat is de deal en geloof me je mag onder deze omstandigheden je handen dicht knijpen.
Hij keek me lodderig aan, zo'n deal had hij van mij niet verwacht,























Oké, ga je papieren maar halen want daar in de verte heb je de haven van Brindisi al en vergeet het derde deel niet mee te nemen.
Niet veel later was de deal rond en de papieren getekend.
Ik zag het Fiatje even later met horten en stoten de ferry afrijden en voelde me er nog steeds niet helemaal happy bij dat Gijsje aan die 'dorpsgek' was overgeleverd, maar ik begreep ook wel dat ik er verder ook niets meer aan kon doen.
Ik had er heel wat voor over gehad om nu te weten of Gijs gezond en wel thuis zou komen.
Twee weken later kwam ik pas weer thuis. Ik had nog een week moeten wachten in Brindisi op de zeilboot. Intussen had ik mijn vrouw al op de hoogte gebracht van het verhaal van Gijs en gevraagd of er al geld was overgemaakt. Toen dat niet zo bleek te zijn, vroeg ik haar of ze hem wilde bellen.
Ze meldde mij later dat ze geprobeerd had hem te bellen, maar dat ze een pieptoon kreeg te horen wat bij navraag bij de PTT  een toon bleek te zijn van een afgesloten lijn. Ze had de telefooncentrale meteen gevraagd een briefje bij hem in de bus te doen waar op stond dat hij ons moest bellen.
Zo was het ook door de PTT gedaan maar nog steeds zonder resultaat.

Dat was voor ons de reden om er op mijn vrije Zondag op uit te trekken om meneer even een bezoekje te brengen,
We besloten vroeg van huis te gaan, dan zou meneer waarschijnlijk nog op bed liggen.
Hij woonde in een klein pittoresk plaatsje in Zeeland, vanaf Purmerend toch nog een aardig eindje rijden

We stapten om 06.00 uur in de auto en stonden na even zoeken klokslag 08.00 uur bij hem voor de deur. Hij woonde in een klein arbeiders huisje.
In de hele omgeving was geen Fiatje te bekennen en ik trok daar zo mijn conclusies uit
We belden aan en even later werd er door een jong meisje gekleed in een ochtend jas open gemaakt.
Goeden morgen dame is meneer de vries thuis, vroeg ik haar.
Ja zeker antwoordde ze vriendelijk, maar die durf ik nu niet wakker te maken. Hij is vannacht nogal laat thuisgekomen, ik hoorde hem tenminste om een uur of twee vanmorgen luidruchtig in de keuken scharrelen.
Wie ben jij dan dat je hem niet durft wakker te maken, vroeg ik.
Ik ben een student die hier een kamer huurt, dus u begrijpt dat ik met hem verder niets te maken heb.
Oké, meneer de huisbaas ligt dus nog op bed zei ik, maar ik durf hem wel wakker te maken hoor, let maar eens op. Wijs mij maar de weg naar zijn slaapkamer.

Het meisje ging ons voor en bleef nieuwsgierig voor de deur staan. Ik gooide de deur open en stapte de slaapkamer binnen. Het was een ongelofelijk rommelige kamer waar in het midden een ouderwets metalen ledikant stond, dat midden in deze uitdragerij als bizar hoogtepunt tegen beter weten in ledikant stond te zijn.
Ik herkende aan het voeteneind van het bed de hamertenen aan de buitenmaatse voet van de duimstok.
Dit is een uitstekend handvat concludeerde ik hardop. Ik pakte de voet met twee handen vast en trok hem met al mijn kracht in één keer ruggelings uit zijn ledikant.
Hij greep zich instinctief aan zijn kussen vast, maar dat dempte alleen maar de klap waarmee hij op de grond terecht kwam.
Als door een wesp gestoken sprong hij overeind en nam de boks houding aan van de 'dunne' van het komische duo 'Stan  laurel en Oliver Hardy'. Het was een belachelijk gezicht, deze duimstok in zijn veel te grote onderbroek en zijn haren die nog overeind stonden van het slapen.
Ik liep naar hem toe en duwde hem als een oude schutting ondersteboven. Daar bleef hij angstig omhoogkijkend liggen. Hij bekeek me nog wat beter en herkende ineens wie ik was.
Ik deed een stap naar voren en ging boven hem staan. Hij kroop op zijn sprinkhaan armen en benen ruggelings achteruit, kwam moeizaam tegen de muur overeind en keek me angstig aan.
Hallo vriend zei ik vriendelijk, is Gijs nog gezond thuis gekomen? Hij knikte, mooi zei ik, het doet me een genoegen dat te horen en verder kom ik even mijn poen halen wat ik je heb voorgeschoten, als je je dat tenminste nog kan herinneren.
Ik keek hem daarbij vragend aan en wachtte op zijn antwoord,
Ja dat geld, dat wilde ik morgen gelijk overmaken, daar hoef je toch niet zo moeilijk over te doen. Ik schrok me zowat een rolberoerte zoals jij hier binnen kwam stormen!!.
Dus je hebt het geld in huis vroeg ik hem tegen beter weten in.
Nou nee ik moet het nog ophalen maar dat is het eerste wat ik morgen ga doen, dat zweer ik je op alles wat me lief is.
Je hebt het dus nog steeds niet in huis na twee weken, stelde ik ten overvloede vast. Oké jongen dat geeft niets hoor, ik zal daarvoor in de plaats wel iets anders bij je weg halen.
Ik ga op mijn gemak jouw huis even bekijken om te zien of er nog iets van waarde valt weg te halen, iets wat overeen komt met wat ik jou heb geleend om zodoende de kosten te compenseren die ik heb gemaakt door op mijn vrije Zondag naar jou toe te komen om achter mijn geld aan te moeten gaan.
Ik liep zonder hem nog een blik waardig te keuren naar de gang en vroeg het giechelende meisje of ze ons voor wilde gaan naar de woonkamer.
Ondertussen vroeg ik haar, of zij wist of die lapzwans nog wat van waarde in huis had.
Jazeker antwoordde het meisje, hij schept altijd nogal op over zijn antieke Fransen staart klok, die schijnt hij van een oude tante te hebben geërfd.
We gingen de woonkamer binnen en zij wees me een mooie échte antieke Franse staartklok aan.
Mooi zo, zei ik tevreden en haalde voorzichtig de staart van de klok af om vervolgens de hele klok van de muur af te halen. Deze zal ruim voldoende zijn als voorlopig onderpand, dan mag hij hem weer terug komen halen tegen het bedrag dat hij mij schuldig is vertelde ik het meisje. Ik liep naar mijn auto en even later was ik weer terug om de zware slinger te halen  
De minkukel stond inmiddels in de deur opening verbijsterd te kijken wat er gebeurde en had eindelijk genoeg moed verzameld om iets te zeggen.
Ho ho, dat is diefstal dat mag je niet zo maar meenemen, daar haal ik de politie bij dit hoef ik niet te pikken.
Nee vriend, dit is geen diefstal dit is een koekje van eigen deeg en dit meisje hier is mijn getuige dat ik dit ding even van jou leen en dat ik je hierbij plechtig  beloof dat je hem terug kan komen halen, zodra je mij mijn geld waar ik recht op heb kan betalen.
Als het je niet bevalt dan wil ik dat je nu mijn geld betaalt en anders, kop dicht!
De man keek vertwijfeld naar het meisje, maar die stond alleen maar te grijnzen,
Nou wat doe je, betaal je me nu of kom je me morgen het geld brengen,
dan geef ik je ook gelijk je papieren terug.
Hij haalde zijn schouders op en keek met een domme blik naar de grond,
Oké we gaan zei ik tegen mijn vrouw, we hebben hier niets meer te zoeken. Ik draaide me om en stapte de deur uit.
Toen we even later weg reden stond de 'onderbroek' verslagen in de deur opening medelijden op te wekken, maar die tijd was nu dus absoluut voorbij.

Het is inmiddels 21 jaar later en ik kan nog steeds op mijn Franse staartklok kijken hoe laat het is,

                              Oké, doe mij nog maar een potje bier.
                                                                                               
         
Pireus 3 Juni 1983


Knipoog van een dode.

Het verhaal begint op de Sint Nicolaas platz in Pireus (Haven van Athene )de plek waar je toentertijd stond geparkeerd (zie de datum), wanneer je goederen moest vrijmaken voordat je deze mocht gaan lossen.
Ik stond daar met tientallen andere vrachtwagens afkomstig uit alle delen van Europa, maar dit keer stonden er toevallig geen Hollanders bij.
Ik had dus geen contact met mijn landgenoten en verveelde me een beetje.
Het was prachtig weer en ik besloot dan ook om mijn cabine te gaan wassen. Ik had er niet de juiste spullen voor, maar met een oud T-shirt, een plastic jerry tankje en een kraantje in de buurt kom je een heel eind. Ik had immers geen haast. Bovendien was het wel lekker om met die warmte een beetje met water te knoeien nietwaar.
Nog geen twintig meter van de plaats waar ik geparkeerd stond, bevond zich een bushokje met daar opzij van een kraantje. Daar vulde ik mijn kleine jerry tankje met water en begon op mijn gemak de cabine onder handen te nemen.
De bushalte waar ook een kiosk aan vast zat waar je van alles kon kopen, tijdschriften, kranten, bier, cola enz., die bushalte was ook een soort ontmoeting plaats waar gedurende de hele dag mensen rond hingen die wat dronken  discussieerden of gewoon op het bankje van de zon zaten te genieten.
Bovendien was het een komen en gaan van bussen.
Ik was al vier keer heen en weer geweest om mijn tankje te vullen. Toen ik voor de vijfde keer weer de kortste weg naar het kraantje wilden lopen, mijn doorgang versperd zag door een lange zwarte lijkwagen. Ik kon nu niet meer in één rechte lijn naar het kraantje lopen maar moest nu om de lijkauto heen. Nieuwsgierig bleef ik even naast de wagen staan en keek onwillekeurig door het lange zijraam naar binnen
Daar stond een doodskist, niet zo groot en met een glazen venster op de hoogte van het gezicht van dode.
Er lag een vreselijk oud gerimpeld mannetje in. Zijn mond was als een streep en zijn ogen waren gesloten. Op de kist lagen wat armzalige bosjes bloemen. De deur van de oude Amerikaanse auto stond wijd open en de chauffeur stond uitgebreid met zijn begeleider te praten en sigaretten te roken. Ik keek nogmaals naar het gezicht van de dode man en dacht.. veel respect hebben ze niet voor jou. Dat was volgens mij bij je leven ook niet veel beter aan die armzalige bloemen te zien.
De twee mannen die bij de wagen hoorden stonden er bij alsof ze even de vuilnis bij de stoep gingen zetten. Peinzend liep ik naar het kraantje en dacht, nou ja de mensen leven hier nou eenmaal anders dan bij ons.
Toen ik een paar tellen later weer met mijn volle tankje langs de wagen liep en toch weer een blik naar binnen wierp schrok ik me dood. De oude man had zijn ogen nu open. Ik bukte me voorzichtig wat dichter naar het raam en keek hem goed aan. Heel langzaam zag ik zijn mond hoeken omhoog trekken tot een grimas. Ik gaf van schrik een schreeuw, liet mijn kannetje vallen en sprong achteruit. De mensen en ook de chauffeur van de lijk wagen kwamen geschrokken aanlopen en vroegen mij wat er gebeurd was. Ik wees met een bleek koppie naar de doodkist. De chauffeur liep er heen en keek naar binnen, maar daar lag het oude mannetje keurig met strakke mond en gesloten ogen dood te wezen alsof er niets was gebeurd.
Ik schaamde mezelf voor mijn gedrag en begreep aan de manier waarop de mensen naar me keken en over me spraken, dat mijn gedrag me kwalijk werd genomen.
Ik stotterde nog iets van sorry hoor en liep snel terug naar mijn wagen. Daar aangekomen ontdekte ik dat mijn kannetje nog steeds naast de lijkwagen lag. Ik liep terug en raapte het kannetje met een rood hoofd op. Weer wierp ik als vanzelf nog een vluchtige blik naar binnen en keek de man recht in zijn gezicht. Deze glimlachte me toe en gaf me een gerust stellende  knipoog, sloot daarna langzaam zijn ogen en lag daar weer netjes dood te wezen.
Moeder natuur kan misschien zo nu en dan wel wat rare grappen uit halen, maar dit keer ging ze volgens mij toch even te ver hoor. Het had weinig gescheeld of ze hadden mij ook kunnen begraven, van de schrik natuurlijk !.
Daarna ben ik eerst maar even een stevige pint gaan pakken,  daar knapte ik aardig van op.
Of was dat er nou vóór……… ach ik weet het niet meer… proost.

.
Knipoog van een dode
Dorussen







                                                                                   Pireus.(Griekenland) 10 maart 1987
Dorussen

Wat zijn dat nou in Gods naam Dorussen?.
Nou Dorussen is het meervoud van Dorus. Ik noem al jarenlang elke voor mij onbekende hond Dorus.
Op de St. Nikolaasplatz in Pireus ( haven van Athene) stikt het op het douane parkeer terrein van de zwerfhonden, allemaal Dorussen dus.
Het leuke is, wanneer je daar aan komt rijden met je truck word je meteen verwelkomd door de daar levende Dorussen en dat zijn er nog al wat. Ze kiezen je meteen uit als je nieuwe baas en dan begint eigenlijk de rottigheid en moet er orde geschapen worden en dat doet de 'hoofd' Dorus.
Dat is de meest lelijke en gehavende Dorus maar wel degelijk de baas. Er wordt naar hem geluisterd en zo niet, dan kan je ter plekke zien hoe het komt dat hij zo gehavend is. Hij vecht als een leeuw en dat weet wel respect af te dwingen.
Deze Dorus stuurt alle andere honden weg op één na en dat is de komende dagen dan jouw hond. Hij volgt je overal en wanneer je ergens naar binnen gaat blijft hij netjes wachten tot je weer buiten komt. Hij rekent er op dat, wanneer je een restaurantje binnen gaat je er later weer uit komt met wat botjes van je karbonaadje of wat anders, trouw moet tenslotte beloond worden nietwaar.
Ook wanneer je op een terras je pintje zit te drinken, blijft Dorus rustig bij je zitten en verdedigt je tegen al het kwaad, althans die indruk krijg je. Gedurende de nacht slaapt hij onder je truck en houdt alles nauwlettend in de gaten.
Tot zo ver is alles wel aardig en leuk maar ze hebben ook wat minder aardige eigenschappen en die zijn ook de moeite van het vermelden waard.
Zo kan je ze maar beter niet aaien, want dan kan je gelijk je handen wassen omdat één van hun favorieten plekjes zich direct onder je oliecarter bevindt en dat is dan ook de reden dat ze bijna altijd onder de vieze olie zitten. Dus pas op, ze bijten niet maar ze geven wel af als carbonpapier. Ook kan je beter niet je luxe auto op de St Nikolaas platz parkeren, want Dorus wacht tot je weg bent en dan springt hij grommend van genoegen op je motorkap en ligt daar dan lekker met het zonnetje op zijn rug en een warme motorkap onder zijn buik en geloof me, zijn buik geeft ook af dus dat is ook niet zo'n prettige eigenschap van Dorus.
Maar verder doen ze geen mens kwaad, tenzij je naar ze schopt en dat is de reden dat sommige mensen bang voor ze zijn, maar geloof me daar hebben ze het zelf naar gemaakt.
Ik heb een Bulgaar eens naar een hond zien schoppen en de man heeft drie dagen geen leven meer gehad. Hij werd gedurende de drie dagen die hij daar moest wachten, achterna gezeten door bijna alle honden die daar leefden….. of dat ze het aan elkaar hadden door gegeven. Ik kreeg bijna medelijden met de man, hij werd bovendien door alle andere chauffeurs uitgelachen.
Af en toe en dat is toch wel zielig, worden de zwakste gevangen en door de overheid afgemaakt, maar de sterkste en de slimste krijgen ze niet te pakken.
Dus wanneer je als hond onder die omstandigheden oud bent geworden kan je rustig aannemen dat het een sterke en slimme hond is

Zo dit even over het fenomeen zwerf honden in Pireus. Er is ook zo'n verzamelplaats voor zwerfkatten maar daar heb ik niet zo veel mee.
Maar genoeg daarover. Wanneer u eens in pireus komt wees dan vriendelijk en bewaar een botje voor ze, vast bedankt.
Zweden E 6                                                       26 november 1985 21.30 uur


Worstjes koffie.

Zo ik ben weer eens gestopt, het ging ineens hard sneeuwen. Ik kon niet harder rijden dan 40 km per uur, dus toen ben ik er maar mee gestopt. Morgen is het waarschijnlijk beter weer en schiet ik twee keer zo snel op, er wacht nergens een ferry op me dus ik heb de tijd.
Ik sta hier op een mooie parkeerplaats ongeveer 25 km voorbij Götenburg richting Malmö op de E6, ik heb net een blikje worstjes open gemaakt en opgewarmd.
En toen in het zelfde steelpannetje schoon water gegooid voor een bakkie koffie  en nu smaakt mijn koffie een beetje naar de worstjes. Maar ja, het ruikt toch het meest naar koffie en dan is het toch nog wel gezellig.


Of niet soms, ja toch en voor straks, welterusten.
De hoofd Dorus
Worstjes koffie !
terug naar keuze site
terug naar verhalen index