Truckerslatijn voor Mei
2007
Acht mollen is ook een jas
De verdwaalde Marokkaan
IJsselmeer dijk bij Katwoude
Foto Ad Bruynzeel
Noorse Trol
Ring van Parijs
Acht mollen is ook een jas!
In de bossen  bij Amot (Telemark Noorwegen)
Hotel Scania
In de buurt van 'Amot' (Telemark Noorwegen).

Acht Mollen
Prachtig liedje hoor van Henk Wijngaard over de vlam in de pijp en de Brenner pas en ik zou liegen wanneer ik zou ontkennen dat ik dat niet uit volle borst had meegezongen, laat dat voor iedereen duidelijk zijn. Maar dit is toch wel een heel ander verhaal waarin ik, door eigen schuld verzeild ben geraakt.
Dat ging zo.
Oké eerst even uitleggen wat er eigenlijk aan de hand was en waar op Gods aardbodem ik me toen bevond.  Die bewuste maandagmorgen geladen in Rjukan, een beroemd plaatsje in “Noorwegen”. Beroemd vanwege zijn waterkracht centrale die in de afgelopen wereld oorlog een cruciale rol had gespeeld in een wedloop wie het eerste de waterstofbom zou maken, de Duitsers of de Amerikanen. Dat is op zich al een indrukwekkend verhaal, (zie de film “De Hero's of Telemark”)
Maar dat is verleden tijd en ik wilde nu vertellen wat mij net is overkomen. Het is wel niet zo spectaculair als die story over die waterstof bom, maar ik durf wel te beweren dat het een zeer merkwaardig verhaal is en dat het er in ieder geval voor gezorgd heeft dat ik mensen, die beweren dat er meer is tussen hemel en Aarde, met andere ogen ben gaan kijken.
Ik had die morgen dus twee boten geladen bij de “Fjordboot” fabriek in Rjukan en was nu op weg naar Kristiansant, vanwaar ik de ferry zou nemen naar “Hirtshals”, een plaatsje in de kop van Jutland,  (Denemarken).  Maar nu even over een domme beslissing van mij. Ik had alle tijd om naar die ferry te rijden, want die zou pas die avond om 22.00 uur vertrekken en ik besloot daarom om eens een andere weg te nemen dan normaal. Die zgn. normale weg liep voor een groot deel langs de Oostkust van Noorwegen en was heel goed te rijden. Maar dacht ik dit keer wijs bij mij zelf, ik heb toch tijd genoeg, laat ik deze keer eens binnendoor rijden naar Kristiansant.  Dat moest zo op de kaart te zien een mooie weg zijn, door bergen en dalen en langs prachtige meren. Mooi om er een paar unieke foto's te maken.
Maar geloof mij, begin daar nooit aan met een vrachtwagencombinatie van 20 meter, want dat is het domste watje kunt doen kan. Maar ja ik was nu eenmaal zo ver, dus besloot ik toch maar door te rijden omdat omdraaien eigenlijk geen optie was, of je moest het risico van in een peilloos diepe afgrond  storten op de koop toe nemen. De haarspeld bochten waren zo scherp dat ik bij een bocht naar links, de indruk kreeg dat ik met mijn linkerhand mijn aanhanger kon aanraken die ik links naast me zag opduiken. En denk nou niet “ja hoor, hij heeft weer wat”, want ik daag u uit om die weg ook eens te gaan rijden en ik beloof u dat u mij na afloop van die reis met knikkende knieën gelijk zult geven
Kortom dat was de reden dat ik mijn verhaal begon met het liedje van Henk wijngaard en de beroemde 'Brennerpas, want die 'Brennerpas' is een zielig Mols hoopje vergeleken met het gebergte waar ik me nu in bevond. Ik val u niet lastig met technische zaken en details over het schakelen, toerental en remmen, maar wat wel van belang is in dit verhaal, dat mijn remmen zó gloeiend heet werden dat ik verplicht werd te stoppen voordat ze helemaal af zouden branden met alle gevolgen van dien. Ik moest dus minstens een uur inlassen om het hele systeem weer normaal te laten functioneren. Ik probeerde nog even om de remmen af te koelen met water, maar er viel zelfs niet één druppel water op de grond, omdat het door de aanraking met het wiel gelijk met sissend geweld in stoom veranderde waar ik mijn gezicht bijna aan verbrandde. Ik berustte in het feit dat ik een verplicht uurtje stil moest staan en had het spul in een krappe uitsparing aan de boskant van de bergweg geparkeerd. Er lagen daar een aantal grote keien verspreid, waarvan er één de vorm had van een ligbed en ik besloot daar mijn slaapzak op te leggen om even lekker in de zon te gaan soezen. Ik had alle tijd voor de ferry zou vertrekken en zo kon ik het nuttige met het aangename verenigen.
Toen ik de motor afzette ontdekte ik hoe aangenaam stil het eigenlijk was. Ik bevond me ver van de bewoonde wereld en verbaasde me over die absolute afwezigheid van elk onnatuurlijk geluid. Wel drong het geluid van de zingende vogels tot me door en het aangename rustgevende geruis en geritsel van de hoge dennen bomen.  Het was een aangename plek om uit te rusten daar op die eenzame hoogte aan de rand van dat oerbos. Ik moet daar met een prettig gevoel in slaap zijn gevallen, voor zover ik me dat tenminste nog kon herinneren.
Opeens schrok ik wakker, richtte mij half steunend op mijn ellebogen op en keek wat slaperig om me heen. Ik keek op mijn horloge en zag dat ik ongeveer een half uurtje geslapen had. Ik liet me weer achterover zakken en keek naar de schapen wolkjes hoog aan de hemel, toen ik merkte dat er iets aan mijn slaapzak trok. Ik begreep het niet meteen, want ik had niemand gezien toen ik zo net om me heen keek. Toen hoorde ik ineens……… hier moet je kijken sufferd hier naast je op de grond.  Ik draaide me met een ruk om in de richting van die stem en keek recht in het gezicht van een onooglijk klein lelijk mannetje, volgens mij niet groter dan 40 centimeter. Ik moet wel heel stom gekeken hebben want hij begon onbedaarlijk te lachen en kraaide het uit van plezier toen hij zag hoe verbaasd ik hem aankeek. Hij hield daarbij zijn niet onaanzienlijke buik vast en er liepen tranen van het lachen over zijn pokdalige wangen. Terwijl hij bijna stikte van het lachen, pakte hij een smerige zakdoek uit zijn broekzak en begon daarmee zijn ogen af te drogen  hè, hè,  is me dat lachen. Ha ha ik moet elke keer weer vreselijk lachen wanneer ik me aan de mensen vertoon ha ha, acht mollen is ook een jas ha ha ha, je staat te kijken of je nog nooit een Trol hebt gezien. Hier zie je er eentje kijk maar goed, hier, dit is de voorkant en hier met dat lelijke staartje, dat is de  achterkant, ha ha vier mollen is ook een jas maar dan een korte ha ha.  En drie mollen een nog kortere jas gierde hij. Langzaam kwam ik tot mij zelf en kneep behoorkijk stevig in mijn arm omdat ik een keer had gelezen dat je dat moest doen wanneer je dacht dat je droomde. Het deed behoorlijk pijn en de Trol stond er nog steeds. Hij schreeuwde, wat doe je, ik sta hier nog steeds hoor ha ha, twee mollen is…….Ja, ja, ik weet nu wel wat je wil zeggen. Oké dan mens vertel me eens, heb je drank bij je, lekkere whisky of Rum dat is ook lekker. Voor acht slokken koop ik ook een jas ha ha. Zeg eens mens vind je me lelijk. Nou zeg je nog wat, of ben je soms doofstom. Ha ha één mol is geen jas maar wel een warme sok. Maar nogmaals heb je nou wat te zuipen  bij je of niet, ben ik lelijk … ja hè lekker lelijk. Hé man kom op, geef me wat te drinken het kan me niet schelen wat het is als er maar alcohol in zit, of wacht je soms dat de mollen zelf hun jas uit trekken en die cadeau doen aan de kleermaker, nou dan kan je lang wachten hoor, ha ha heb jij wel eens een naakte mol gezien, dan moet je maar eens bij de kleermaker gaan kijken, daar vind je er genoeg. Hé dooie zeg je nou nog wat, ik heb dorst en wil me vol laten lopen, je weet het hè twee mollen is….. Ja nou weet ik het wel antwoordde ik, dat is geen jas maar hooguit twee sokken en jij wil van mij een antwoord, nou ik kom er bij jou gewoon niet tussen, wat ben jij een kletsmeier zeg niet te geloven. Ja ja lekker kletsen en zuipen, maar heb je nu wat te drinken bij je…..ja of nee. Kom op mens, laat me niet zo lang in spanning.
Ho nou eventjes, laat mij eerst alles even op een rijtje zetten. Ik zit hier tussen Rjukan en Amot boven op een berg op klaarlichte dag met een lelijke trol te kletsen. Dat is nog erger dan midden in Turkije met een stelletje mieren. En dit figuur wil ook al drank, ik snap hier echt niets meer van. Ik keek de trol nog eens goed aan en hoorde mezelf zeggen, oké ik heb ergens nog een halve fles whisky staan die mag je wat mij betreft wel hebben, als je mij wil beloven even je kwek te houden zal ik hem voor je pakken. Ik liep naar mijn cabine en was even later terug met een fles “Johnny Walker” driekwart vol en overhandigde deze aan de Trol. Deze zette de fles onmiddellijk aan zijn mond, nam er zonder ook maar één spier te vertrekken een respectabel aantal slokken uit, veegde daarna met de rug van zijn hand zijn mond  af en liet een ongegeneerde harde boer. Vervolgens keek hij mij met een gelukzalige grijns aan en zei….. zo, en nu wil jij zeker wel weten hoe wij leven hè, dat vragen de mensen tenminste altijd aan ons, wanneer ze ons zien!
Nou dat zal ik je vertellen, want ik heb tenslotte een fles drank van je gehad en dat moet beloond worden. Ik knikte wat stom naar hem omdat ik nog steeds niet precies wist of ik nou droomde of wakker was. Oké mens luister goed wat ik je vertel, we leven alleen vandaag, dus niet gisteren en ook niet morgen snap je? Ons motto luidt dan ook, leve de lol, pak en pik wat je kan en pest en plaag wie je kan,  zuip wat je kan en doe dat allemaal vandaag en wanneer dat vandaag niet in één keer lukt, nou dat geeft niets want als de zon weer op komt is er weer een nieuwe vandaag en dan begin je gewoon weer overnieuw zo simpel leven de trollen nou. Ik zelf pik vooral 's nachts veel drank uit de huizen van de mensen. Ik pas makkelijk door elk toilet raampje en geen hond die er echt in trollen geloofd, dus wat ik uit de kast van de mensen pik, daar krijgen andere mensen de schuld van. Ik heb er dan voor gezorgd dat daar ruzie over wordt gemaakt,  goed hé. Lekker gestolen drank zuipen en op de koop toe nog ruzie veroorzaken ook, prachtig…. ha ha, acht mollen is ook een jas vind je dat gemeen, ja hè ik ben een gluiperig gemeen manneke. Ik steel en pest zoveel mogelijk, dus eigenlijk zit er niet eens zo veel verschil tussen ons en jullie mensen, alleen de lengte en dit lelijke staartje natuurlijk. Maar in tegenstelling tot de mensen kom ik er eerlijk voor uit dat ik graag pest, wil je nog meer weten?..... Ja zeker antwoordde  ik, blij dat ik er even tussen kon komen, vertel mij eens waarom jij je aan mij durft te vertonen, ben je er niet bang voor dat we wel in jullie gaan geloven en misschien jacht op jullie gaan maken ?
Ha ha ha, hij nam nog minstens acht slokken voor hij antwoord gaf en zei toen na de tweede keiharde boer, bang… ik…. ha ha, laat me niet lachen, wanneer jij verteld dat je een trol bent tegen gekomen dan zullen ze je voor gek verklaren. Nee hoor vriend dat is in de natuur zeer goed geregeld. We hebben allemaal onze eigen wereld en die wordt onzichtbaar gescheiden door geloof en bijgeloof. En geloof mij maar dat er geen mens op aarde jouw verhaal zal geloven, nee hoor ze zullen je eerder zeggen dat je te veel gedronken hebt of dat je het gedroomd hebt ha ha ha… zo zit het dus in elkaar maatje. Hij nam nog een aantal slokken en stond daarna te zwaaien op zijn korte beentjes, keek lodderig omhoog en zei met een dikke tong van dronkenschap, ik geloof dat ik nu behoorlijk dronken ben, héééérlijk dronken en hij zette zowaar een liedje in

Alléé hup ik ben een Trol
Ik zuip me suf en schop wat lol
Het liefste pest ik zo'n stomme Mol
En schop die schele voor zijn hol
Hoeladiejé, hoeladiejo
je krijgt het niet zomaar cadeau.

Ha ha wat zing ik vals hè mens, moet je ook een slok whisky. Hij zette de fles opnieuw aan zijn mond en ging net zo lang door tot de hele inhoud in zijn gulzige keel was geklokt, liet nogmaals een luide boer en liet zich toen als een blok achterover op het gras vallen en begon luid te snurken…… Daar stond ik dan boven op die berg naast een laveloze Trol.  Ik ging peinzend op een steen zitten en keek toen ongelovig naar het schouwspel wat zich nu voor mijn ogen afspeelde .  Ik zag de grond achter de steen bewegen en er kropen zeker tien  potige mollen uit de grond. Ze liepen regelrecht naar de dronken Trol en begonnen met z'n allen deskundig aan de Trol te trekken en sleepten zonder mij een blik waardig te achten de lavenloze Trol naar een hol, zorgvuldig verborgen onder een boom en ik zweer je dat ik ze hoorden zingen.

Een Trol, een Trol, een Whisky flis
wij wachten tot hij dronken is
We  slepen hem dan naar ons hol
En vreten daar de buikjes vol.
Hoeladiejo, hoeladiejé
Kom er bij en eet maar mee ,
Wij laten u bij deze weten ………
Één  trol is ook acht weken eten!.

Verbaast bleef ik achter en dacht er over na hoe wreed de natuur eigenlijk was, liet me weer achterover zakken op mijn tijdelijke slaapplaats en viel prompt opnieuw in slaap. Toen ik een uurtje later wakker werd herinnerde ik me de ontmoeting met de trol nauwelijks,  haalde mijn schouders op en deed het af als gedroomd ….. maar toen ik een paar uur later bij de ferry stond te wachten en een glaasje Whisky wilde pakken om de wachttijd te doden was mijn fles spoorloos en heb ik die ook nooit meer gevonden …
Maar jullie denken toch niet….dat ik er ooit met iemand over heb gesproken hè… ha ha ha ik kijk wel uit, ze zouden me voor een in sprookjes gelovende gek uitmaken, of zeggen dat ik het allemaal gedroomd had, of zelfs dat ik te diep in het glaasje had gekeken …..
                 En waar heb ik dat nou nog meer gehoord?
                                 Wie het weet mag het zeggen.




Hotel Scania
De verdwaalde Marokkaan


Overdenking op de boulevard  “Périphérique”  (Paris)               30 juni 1986

Op de ringweg van Parijs rijdt een Marokkaan.
Het Renault busje torst zijn complete huisraad.
Onwillekeurig doet me dat aan een overladen kameel denken.
De Marokkaan kijkt verbijsterd om zich heen.
Het is duidelijk dat hij de weg kwijt is.
De zon hamert genadeloos op zijn volgepakte voertuig
Vrouw en kinderen zitten ingebouwd tussen de door hun verworven schatten.
Met liefde verzameld, nuttig te gebruiken dáár….. waar ze nu naar op weg zijn.
Maar het lijkt ze niet erg te lukken, dat kan je van hun gezichten af lezen.
De man is de vreugde van het vertrek naar zijn thuisland allang vergeten en
vraagt zich vertwijfeld af of hij ooit nog uit dit labyrint zal geraken en zo ja…..of dat dan wel aan de juiste kant zal zijn?.
Want één ding is hem wel duidelijk hij moet naar het Zuiden, maar hij reed al drie keer langs de zelfde plaats!!

Natuurlijk is dat maar een vermoeden van mij.
Ik,  die alles vanaf mijn hoge zitplaats achter het stuur gade sla.
En ik bedenk me ineens peinzend, dat er buiten de discriminatie nog zoveel meer wordt geleden door een gewone gastarbeiders familie.






Hotel Scania

Het was 's avonds  9 uur in Torremolinos en het begon al aardig kil te worden, wat overigens niet zo verwonderlijk was voor de tijd van het jaar, het was tenslotte al Oktober.
De meeste toeristen waren alweer thuis en droomden daar van hun volgende vakantie.
Ikzelf was hier niet op vakantie, maar had die middag een speed boot gelost in het nabij gelegen Marbella.
Omdat het me daar een beetje te sjiek was, was ik naar Torremolinos gereden op zoek naar een goed en betaalbaar restaurant.
Ik heb het wel steeds over mij zelf maar ik was deze reis niet alleen, mijn vrouw was met me mee, in de hoop een beetje bij te bruinen.
We rammelden allebei van de honger en na wat zoeken ontdekte ik een aantrekkelijk uitziend restaurantje,  “Ome Henk's  echte Hollandse pot” stond er uitnodigend op de rijk verlichtte kunstgevel.
Daar heb je ons restaurant riep ik opgetogen vanwege mijn honger. Mijn vrouw vond het allang goed. Zij vond sowieso dat ik altijd te lang doorreed voor we gingen eten en om eerlijk te zijn is dat inderdaad een chauffeurs kwaaltje..
Ik parkeerde de reeds afgekoppelde trekker in een straatje achter het restaurant van “Ome Henk” en niet veel later liepen we vanuit dat stille straatje naar het restaurant van 'Ome Henk'.
Toen we daar binnentraden zag ik dat het er ongewoon druk was voor de tijd van het jaar en já hoor, allemaal Hollandse overwinteraars.
Wij sloten de deur achter ons, het geroezemoes verstomde op slag en het werd doodstil.
Ik kreeg het onaangename gevoel dat iedereen in de tent naar ons zat te kijken.
We liepen gelijk door naar een vrij tafeltje bij het raam en namen plaats.
We keken opnieuw de ruimte in en ontdekten dat iedereen ons nog steeds zat aan te kijken met nietszeggende blikken, wat me een onaangenaam gevoel bezorgde..
Het enige geluid wat te horen was, was een liedje van “tante Leen” dat zachtjes uit een transistor radio klonk.  Het klonk zo zachtjes dat het er op leek of dat ze zich verontschuldigde omdat ze de stilte op deze manier verstoorde.
Ineens stond er een grote man op met een enorme bos grijs haar op zijn hoofd.  Zonder enige aarzeling liep hij recht op ons tafeltje af.
Daar aangekomen stelde hij zich nogal imponerend wijdbeens naast onze tafel op en vroeg op autoritaire toon:  ”wie heeft jullie toestemming gegeven om hier te gaan zitten” Ik keek vanaf mijn zitplaats naar hem op en vroeg ”bent u Ome Henk”. Dat ben ik niet zei de man maar ik vroeg jou wat, wie heeft jou toestemming gegeven om hier te gaan zitten.
Alle aanwezigen keken met ingehouden adem toe wat er verder ging gebeuren.

Ik stond op en bleek net zo groot te zijn als de man. Ik keek hem recht in de ogen en zei:
Twee dingen vriend… één, wanneer jij niet 'Ome Henk' bent heb ik met jou niets te maken….. en punt twee  geef  ik je precies tien tellen om op te rotten anders sta ik niet voor de gevolgen in begrepen?
Er klonk een opgewonden gemompel vanuit de zaal en de spanning was om te snijden. De man was zichtbaar onder de indruk en deinsde geschrokken terug.
Tevreden ging ik zitten en gaf de menu kaart aan mijn vrouw, me intussen niets aantrekkend van het verontwaardigde geroezemoes in de zaal.  Ik zelf pakte ook  een menu kaart en zocht op mijn gemak wat lekkers uit.
Maar de man was blijkbaar nog niet met mij klaar. Hij schraapte zijn keel en zei  bijna fluisterend: ”daar zul je spijt van krijgen vriend, daar zal ik persoonlijk voor zorgen…..mijn naam is geen Henk , maar Jan en deze gewone jongen kan hier in Torremolinos alles regelen, zowel in je voor als in je nadeel en daar zal jij als overwinteraar vanaf nu alles van gaan merken. Gaat er nu misschien een lichtje bij je branden”
Toen hij dat zei verscheen er een valse grijns op zijn gezicht en klonk er van verschillende kanten bijval uit de zaal.
Oké Jan zei ik, ik neem aan dat je je zegje nu hebt gezegd dus doe mij een plezier en bemoei je verder met je eigen zaken. Ik kom hier alleen maar een hapje eten en heb verder niets met jouw maffia praktijken te maken.
Ik wenkte de Spaanse ober die tot nu toe bescheiden op de achtergrond was gebleven om onze bestelling te plaatsen.
Maar 'Jan' hield hem met opgeheven arm tegen en snauwde, ho vriend, als jij hem durft te bedienen verlies je in één keer al je klanten en je weet wat dat betekent, dan kan jij je tent wel sluiten. Grijnzend richtte hij het woord weer tot mij en sprak: ”begrijp je nu wat ik bedoel met: ik regel hier alles”.
Ik keek de zaal rond en zag dat iedereen zwijgend voor zich uit zat te kijken en dacht bij mezelf, wat een waardeloos slap zooitje is het hier.
En hoe dacht jij ons het leven nog meer zuur te kunnen maken vroeg ik hem nieuwsgierig.
Wel ik zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat jullie moeilijkheden krijgen in jullie hotel of appartement. Je bent niet de eerste die ik op die manier heb weggewerkt.
Knappe jongen als jij mij uit mijn hotel krijgt antwoordde ik hem zelfverzekerd.
Welk hotel zitten jullie dan vroeg  hij nieuwsgierig?
Hotel Scania een straat hier achter vertelde ik hem.
Er is hier helemaal geen hotel met die naam in Torremolinos riep de man en al helemaal niet in de straat hierachter en ik kan het weten want ik kom hier al meer dan tien jaar.
Dan ben je toch niet goed op de hoogte vriend, want er staat wel degelijk een hotel in de straat hierachter waar mijn vrouw en ik slapen.
De man keek me nu met medelijden aan en antwoordde, als hier om de hoek zo'n hotel staat, dan ben ik een klein meisje met roze strikjes in mijn haar… ha ha ha.
Zullen we wedden zei ik ineens op een idee gekomen.
Ik beweer dat mijn vrouw en ik in de straat hierachter overnachten. Is dat niet zo dan houd ik deze zaak de hele avond vrij en mag iedere aanwezige eten en drinken op mijn rekening. Maar…. is het wel zo, dan houd jij vanavond de hele tent vrij, inclusief onze biefstukken die ik nu alvast ga bestellen.
De man keek me even onzeker aan, maar zei toen toch krachtig.…..aangenomen!.
Oké laten we meteen maar gaan kijken, des te eerder kan ik aan mijn biefstuk beginnen zei ik terwijl ik opstond .
Ik liep naar buiten en werd gevolgd door de gehele tent, inclusief de Spaanse ober die blijkbaar goed Hollands verstond.
We liepen naar de straat achter het restaurant en daar stond mijn Scania. Ik opende de deur en zei tegen de verbijsterde man….. alsjeblieft, hotel Scania. Ziedaar, twee keurig opgemaakte bedden en warm en koud stromend water als ik mijn dak luik open laat staan.
Jan kreeg alle kleuren en protesteerde, ja maar dat is geen hotel.
Nee dat klopt, maar het zijn wel twee slaapplaatsen waar mijn vrouw en ik slapen en ze bevinden zich in de straat achter het restaurant en daar hebben we om gewed weet je nog?
Ja maar dat is niet eerlijk riep de man.
Weet ik, maar jij bent ook niet zuiver op de graat, dus ga mij dát nou niet verwijten hè.
Hulpeloos keek Jan naar de meegekomen mensen, maar die stonden te grinniken  van de pret. Van hen hoefde hij geen bijval te verwachten.
Als hij zijn gezicht niet wilde verliezen, moest hij wel over de brug komen.
En zo is het toen toch nog gezellig geworden.
Laat in de nacht werden wij door een stel jolige overwinteraars naar onze truck begeleid .
Daar aangekomen ontdekte ik een parkeerbon achter mijn ruitenwisser. Ik pakte hem en gaf hem aan één van de overwinteraar met de mededeling, geef deze maar aan Jan, die regelt hier toch alles dan moet dit een peulenschilletje voor hem zijn.
Proost mensen doe mij nóg maar zo'n lekkere biefstuk,…… wel op de rekening van Jan zijn natuurlijk!  

terug naar verhalen index
Terug naar verhalen index