Truckers latijn voor Juli
2007
Centrum Belfast op zondagmiddag
Foto Ad Bruynzeel
Door het voorportaal van de hel !
Vrienden voor één nacht....
Door het voorportaal van de hel  !
Vrienden voor één nacht...
Raar wakker worden?
Oslo fjord (Noorwegen)
Foto Ad Bruynzeel
Raar wakker worden.
Ierse zangeres
Dichte mist
Dure wekker











Dwars  Door  het  voorportaal  van  de  hel…                              

Oude E-10 tussen Wieringerwerf en Hoorn           Herfst 1970
Wanneer je door de jaren heen al van alles hebt meegemaakt.
Doorgewinterd en schokproef denkt te zijn en er heilig van overtuigd dat jou niets meer zal verbazen, verrassen of bang kan maken, moet je vooral de volgende gebeurtenis eens aandachtig  lezen en besef vooral……………. dat zoiets jou ook kan gebeuren!.
Stel je voor zeer dichte mist. Je bevindt je op een twee baan's weg zonder de mogelijkheid om daar af te kunnen, geen vluchtstrook en geen parkeerplaats voorhanden alleen die smalle weg van betonnen platen waarop de onderbroken midden streep nauwelijks te zien is door achterstallig onderhoud en op sommige plaatsen zelfs geheel is weggesleten.
Je rijdt zo hard als het zicht dat toelaat en dat is niets meer of minder dan voortkruipen.
Je ogen staan op stokjes en je hebt al je zintuigen op scherp staan. Het is je grootste nachtmerrie om zonder dat je er erg in hebt, op de tegemoet komende weg helft terecht te komen om vervolgens  frontaal op een tegenligger te knallen.
Je beleeft af en toe angstige momenten wanneer je de onderbroken middenstreep even niet meer ziet en je dientengevolge even op de tast moet door rollen. Maar gelukkig komen de strepen even later weer in zicht, wat dan weer een hele opluchting is, helemaal wanneer blijkt dat je je nog steeds op de goede weghelft bevindt.
Stoppen is geen optie, dan loop je het risico om door achterop komend verkeer aangereden te worden met alle vreselijke gevolgen van dien.
De weg waar ik me op bevind is mij wel bekend, omdat ik hem al tientallen malen eerder heb gereden. Er zal zo'n flauwe bocht naar links gaan komen, dat weet ik omdat ik zo-even een groot verkeersbord ben tegengekomen die een afslag naar links aangaf over 600 meter.
Rechts van de weg staan hoge slanke ratelpopulieren en links van mij zal even verderop de middenberm beginnen, die daar ten behoeve van de afslag is aangelegd, dát weet ik me in ieder geval nog goed te herinneren van alle vorige keren.
Ook komt er straks een uitvoegstrook naar links weet ik met zekerheid!.
Ik moet rechtdoor, dus ik span mijn ogen tot het uiterste in om op de juiste weghelft te blijven.
Maar de voorsorteer strook om links af te slaan blijft volgens mij veel te lang weg en een angstig voorgevoel begint zich van mij meester te maken.
Ineens ontdek ik tot mijn schrik links van mij de zijweg …… Het wordt me ineens pijnlijk duidelijk dat ik me aan de verkeerde kant van de midden berm bevind en eigenlijk aan het spookrijden ben ……..die angst aanjagende waarheid dringt als een mokerslag tot me door.
Wanneer mij nu een wagen tegemoet zou komen, zouden we elkaar niet meer kunnen ontwijken en onherroepelijk op elkaar knallen .
Ik kon op de plaats waar ik me op dat moment bevond niets anders doen dan doorrijden. De afslag was ik al voorbij voordat ik er erg in had en ik moest nog zeker 200 meter doorrijden voor ik weer terug zou kunnen keren naar mijn eigen weghelft. De breed begroeide middenberm ontnam mij immers de mogelijkheid om naar de goede weghelft terug te keren.
Ik moest dus nog 200 meter doorrijden als spookrijder in die potdichte en levensgevaarlijke mist.
Deze tweehonderd meters waren de meest onvoorspelbare gevaarlijke en griezeligste meters die ik ooit zou rijden, als ik daarna überhaupt nog aan rijden toe zou komen.
Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegstromen en mijn hart klopte ineens zo hard in mijn keel, of dat het zich er op die plek uit wilde klauwen.
Ik zat verstijfd van angst naar buiten te staren en kneep zó hard in mijn stuur dat mijn vingers er pijn van deden. Ik boog zo ver mogelijk naar voren in de hoop dwars door de mist te kunnen zien.
Er kon nu elk moment een donkere vlek voor me opdoemen….en dat zou dan het allerlaatste zijn wat ik ooit nog zou zien.
Hoeveel kan een mens eigenlijk verdragen voordat hij van angst van zijn stokje gaat, flitste het door me heen?
Een ontmoeting op deze baan zou gegarandeerd het einde betekenen van mij en van de tegemoet komende automobilist!
Ondertussen gaf ik ongemerkt gas bij, om maar zo snel mogelijk uit deze onheilspellende situatie te geraken.
De 200 resterende meters leken eeuwig te duren.
De dood stelde zich aan mij voor, met een lugubere grijns op zijn nevelige gezicht en ik keek hem recht in zijn angstaanjagende  ogen…..Dit moet een nachtmerrie zijn, verweerde mijn getergde geest zich tegen deze afgrijselijke  waarheid!...... Maar uit het niets doemde ineens een donkere vlek voor mij op en bracht mij hardhandig terug naar de werkelijkheid.
Ik stuurde in een reflex beweging welke niets met verstand maar alles met overleven te maken had scherp naar rechts, weg van het aanstormende gevaar en kwam daardoor terecht in het laatste stuk  smalle strook middenberm, welke vlak daarna godzijdank eindigde.
Ik ploegde me door het stuk gras en zag in mijn linker buitenspiegel dat ik de luid toeterende grote truck op een haar na miste.
Voordat ik daarvan kon bijkomen, moest ik mijn truck weer met een woeste ruk aan het stuur naar links trekken, om de populieren te ontwijken waar ik toen op af stormde.
Ik slingerde opnieuw terug de rijbaan op, onderwijl de stukken aarde tussen mijn wielen hoog door de lucht vlogen. Inmiddels had ik het gas alweer los gelaten en liet ik mijn trailer uitrollen.
Ik verlangde er hevig naar om het hele spul stil te zetten, om weer op adem te komen, maar daar was nog steeds geen gelegenheid  voor.
Ik moest wel door gaan en pas na ongeveer 5 kilometer zag ik eindelijk een afslag waar ik het spul kon stil zetten, zonder dat het gevaar opleverde voor mijn mede weggebruikers.
Toen pas kon ik me ontspannen en merkte ik dat mijn hele lichaam drijf nat was van het zweet en mijn T-shirt als een natte dweil aan mijn body plakte. Met een zucht van verlichting liet ik me achterover  zakken in mijn stoel en sloot mijn ogen.
Ik realiseerde me dondersgoed dat ik door het oog van de naald was gekropen en als door een wonder aan de dood was ontsnapt.
Ik ben praktisch overal in Europa geweest, maar zo-even was ik gedurende een aantal seconden dwars door het voorportaal van de hel gereden. De duivel was slechts één seconde te laat, om mij uit mijn cabine te rukken.
Of….. had er een engeltje op mijn schouder meegereden?
Oké mensen doe mij toch nog maar zo'n 'hostie' op mijn tong en een slokje rode wijn.            
     (Ik denk namelijk dat ik wat met iemand heb goed te maken!)

Raar wakker worden                                           Oslo 19 mei 1987

Vanmorgen overkwam me toch zo iets raars, dat wil ik even vertellen hoor.
Je moet weten dat ik bijna nooit de gordijntjes dicht doe in mijn truck wanneer ik ga slapen, tenzij ik op een hel verlichte parkeerplaats sta.
Gisteravond ben ik aangekomen met de ferry vanuit Denemarken in Oslo.
Ik moet hier morgen (Zaterdag) twee zeilboten lossen die ik afgelopen week in West Frankrijk geladen heb
Nadat ik een rustig parkeer plaatsje had gevonden in de haven, ben ik nog even een paar peperdure pilsjes wezen kopen in de stad en had daarmee gelijk mijn dagelijkse loopje te pakken.

Enfin, weer terug gewandeld in de frisse voorjaarsnacht en toen genoeglijk onder de wol gekropen
Vanmorgen om ongeveer zeven uur werd ik alweer wakker, omdat het licht was geworden en ik rond mijn wagen geroezemoes hoorde.
Ik kom nog wat duf van de slaap overeind en kijk lodderig door mijn voorraam naar buiten.  Tot mijn grote verbazing zie ik dat er overal mensen om en bij mijn wagen staan.

Ik overdrijf niet, wanneer ik zeg dat het er tientallen, zoniet misschien wel honderd waren. Ze waren op een gemoedelijke manier met elkaar in gesprek en er werd hier en daar wat gelachen, dus trok ik de conclusie dat hier niet gedemonstreerd werd of iets dergelijks.  Nee deze mensen stonden duidelijk op iets of iemand te wachten zo vroeg in de morgen maar waar op, of op wie.

Ik wist het niet en dacht zelf aan een mooi zeilschip wat elk moment langs zou komen varen net zoiets als bij “Sail Amsterdam” .
Er stonden  namelijk een aantal mensen klaar om iets te gaan filmen of fotograferen. Meerdere statieven stonden opgesteld met daarop video en foto apparatuur .
Maar in de verste verte zag ik geen schip aan komen, dus werd ik steeds   nieuwsgieriger wat er ging gebeuren. Ik werkte me in mijn onderbroek op de bijrijders stoel en wachtte gelaten af.

Ik sukkelde al weer bijna in slaap toen ik ineens hevig werd opgeschrikt door een aantal enorme explosies achter elkaar en ik hoorde de mensen luid en enthousiast schreeuwen en in de handen klappen. Vervolgens zag ik tot mijn verbijstering het hoge imponerende gebouw waar ik pakweg honderd meter vandaan stond spontaan in elkaar ploffen. Eerst kon ik het nog aardig volgen maar toen verdween het in zijn eigen stof. Het rommelde nog wat na en toen was er alleen nog maar één grote stof wolk.
Ik zat nog steeds met grote ogen van schik naar de wolk te kijken, toen de eerste mensen al weer aanstalten maakten om te vertrekken, tevreden  gestemd .
Ze hadden wáár voor hun geld gehad en waarschijnlijk mooie foto's en video gemaakt
Ik zelf dacht gelaten bij me zelf….. dit is een rare manier van wakker worden. Ik hoop niet dat dit een gewoonte wordt, want dan blijft er geen huis meer heel waar ik wakker word.
         
Poeh! Poeh, nu eerst even een bakkie koffie zetten hoor…..want dit deed wel erg veel stof opwaaien.                     ”proost”!



Vrienden voor één nacht          Belfast/Noord Ierland                                            

Ja daar stond ik dan op een zondagmiddag aan de rand van het centrum van Belfast. Mijn truck stond al op het losadres geparkeerd en ik stond er met fris gekamde haartjes naast .
Aan boord van de ferry had ik al een lekkere douche genomen en mijn verschoning aangetrokken en nu moest ik alleen deze middag en avond zien door te komen.
De portier van de bier brouwerij waar ik de volgende morgen moest lossen had mij verteld dat de winkels in de stad deze zondag open waren en dat het best gezellig was in de stad. Ik besloot na een kort overleg met mezelf om er een kijkje te nemen. Er kwam net een auto vanuit de fabriek aanrijden welke ook die kant opging en de portier regelde dat ik mee mocht rijden.
Nadat ik in het centrum had rond gelopen en wat winkels had bekeken, (ik ben eigenlijk niet zo'n shopper) en nadat ik wat sleutelhangers van de 'Titanic' had gekocht, daar hebben namelijk  heel wat Ieren aan gewerkt, hield ik het voor gezien.
Ja ik hoor de dames al zeggen, gut wat jammer, maar ja mannen zijn niet zo gek op winkelen dames, sorry!.
Maar daar gaat dit verhaaltje natuurlijk niet over. Ik besloot om helemaal terug te lopen naar de fabriek, welke zich buiten het centrum van Belfast bevond .
Het was mooi najaarsweer en af en toe de benen even strekken is helemaal niet zo verkeerd voor een chauffeur.  Zo gezegd zo gedaan,  het was een flinke wandeling dat had ik op de heen weg vanuit de auto al gezien. Op die rit naar het centrum van Belfast had mijn tijdelijke gastheer me het één en ander over de stad verteld en er was iets wat hij had gezegd, wat mij nogal nieuwsgierig had gemaakt temeer omdat het eigenlijk een waarschuwing was geweest en dat werkt bij mij altijd averechts. We waren namelijk langs een wijk gereden waar nogal wat zijgevels van huizen helemaal waren beschilderd. Het waren afschrikwekkende voorstellingen van strijdende partijen gewapend met machine geweren en bivakmutsen op.
Op weer andere gevels waren ter nagedachtenis van een bloedige strijd de gevels met religieuze voorstellingen beschilderd, eigenlijk behoorlijk indrukwekkend moet ik zeggen.
Mijn tijdelijke gastheer had mij uitdrukkelijk gewaarschuwd daar uit de buurt te blijven, mij daarbij streng aankijkend.
Ik knikte toen gedwee van ja, maar nu ik op de terugweg ook daadwerkelijk langs de wijk liep was de verleiding wel erg groot om daar ondanks de waarschuwing toch dwars doorheen te lopen. Het was tenslotte Zondagmiddag en ik was een domme buitenlander dus wie zou mij kwaad willen doen? Ik besloot me bovendien zo onopvallend mogelijk te gedragen.
Ik passeerde enkele leegstaande huizen en ik zag dat er nog veel meer gevels waren die zo angst aanjagend waren beschilderd, meer dan me eigenlijk lief was. Ook zag ik zo nu en dan iemand op straat lopen en ik voelde dat er naar mij gekeken werd van achter de gordijnen, maar ik liep stug door en deed net of ik gek was, (wat ik natuurlijk ook was om daar te gaan lopen).
Aan de rand van de wijk stond een grote 'pub' met een uitnodigend uithangbord waar ik maar nét weerstand aan kon bieden. Het was nog te vroeg om een pintje te pakken dus ik vermande mijzelf en liep door.  Zo geraakte ik na deze omweg weer terug op de grote doorgaande weg en was de zgn. gevaren zone gepasseerd zonder dat er iets was gebeurd. Het viel dus allemaal erg mee vond ik en maakte plannen om vanavond in die pub een lekker pintje te pakken.
De rest van de middag heb ik in de cabine zitten lezen en toen het donker begon te worden, besloot ik wat te gaan eten in de fabriekskantine. Toen ik later weer terug was bij mijn Truck vroeg ik de portier of er in de buurt nog ergens een gezellige pub was.  Hij dacht even na en schudde toen zijn grijze hoofd en zei, eigenlijk niet daar moet je voor in het centrum zijn.  En die kroeg verderop   richting de stad, is die niet open vanavond vroeg ik hem. Nee, nee  daar moet jij wegblijven daar heb je niets te zoeken, zelfs wij komen daar niet, dus durf ik jou daar helemaal niet naar toe te sturen. Wanneer je daar binnen één verkeerd woord over geloof of politiek zegt heb je de poppen aan het dansen.
Hoezo, vroeg ik hem verbaasd.  Nou je weet dat er in elke kroeg wel eens dingen worden gezegd in een dronken bui, maar daar in die kroeg kun je dat maar beter niet doen. Die lui van de IRA komen daar over de vloer en daar kun je maar beter niet mee te maken krijgen. Geloof mij maar, er zijn daar al verschillende mensen met hun voeten vooruit naar buiten gedragen en de daders liggen altijd op het kerkhof. Nee vriend daar zou ik als ik jou was maar wegblijven.

Ik bel wel een taxi voor je die je naar het centrum kan rijden.
Hij pakte de telefoon en bestelde zonder mij verder te raadplegen een taxi. Hij keek pas weer opgelucht toen hij me naast de chauffeur zag weg rijden.
Waar gaat de reis heen vroeg de Taxi chauffeur.
Naar de eerste de beste gezellige pub die we tegen komen gebood ik hem. Hij knikte en reed richting centrum, de zelfde weg die ik die dag al eerder gereden had en stopte niet eerder dan in het centrum van Belfast voor een grote pub die ik eerder die dag al had gezien toen ik er langs was gelopen de stad uit.  
Even later stond ik met een pint aan de bar en merkte dat er in dit lokaal weinig loos was. Het was tenslotte Zondagavond en de mensen moesten morgen vroeg weer aan het werk. Ik besloot in een impuls weer terug te gaan lopen naar de fabriek en onderweg in die zgn. gevaarlijke pub nog een afzakkertje te halen, ik zou wel zien waar het schip zou stranden.
Ik liep de zelfde weg als die middag, ook weer door het gevaarlijke buurtje waar de muurschilderingen er nu nog dreigender uitzagen vanwege de slechte verlichting in deze verpauperde arbeiders wijk.
Ik stapte stevig door met mijn hoofd gebogen, zonder op of om te kijken om vooral niet de indruk te wekken nieuwsgierig te zijn.
Ik bereikte de rand van de wijk zonder moeilijkheden en dacht dat al die waarschuwingen zwaar overdreven waren wat me temeer aanmoedigde om een bezoek te gaan brengen aan die bewuste kroeg  welke nu voor me in het schaarse avondlicht opdook. Ik keek nog even om me heen voor ik de dubbele deuren open duwde en naar binnen stapte.
De kroeg bleek een langgerekte pijpenla met helemaal aan het eind een kleine half ronde bar. Ik liep het eerste gedeelte waar niemand zat door naar achteren. Aan de bar stonden twee mannen. Ze leunden met hun rug tegen de toog en keken naar een zwart wit documentaire over een beroemde Amerikaanse bokser.
De TV hing hoog aan de wand tegenover de bar. De mannen negeerden mijn binnenkomst volkomen en ook toen ik aan de bar arriveerde, keurden ze me geen blik waardig .
De waard keek me vragend aan en ik bestelde een 'pint' lager bier. Die werd gelijk in getapt en voor mijn neus gezet. Daarna keek de man me indringend aan en bleef kijken, zelfs zo lang dat ik er nerveus van werd en hem vroeg of er iets was. Wat dacht je van betalen zei hij zonder zijn blik van mij af te wenden. Oh sorry hoor, dat ben ik niet gewend neem me niet kwalijk. Oké geeft niets mompelde de waard nadat hij het geld in een ouderwetse kassa had gestopt en het wisselgeld uit de lade had genomen en dit vervolgens met een zetje van zijn buik weer dicht duwde.
Een van de twee bezoekers draaide zich om en vroeg me: “waar kom jij in hemelsnaam vandaan met dat komische accent”
“Uit Holland”,
Dacht ik het niet, ik ben daar eens geweest. Mijn zuster is getrouwd met een Hollander en ik ben op hun bruiloft in Rotterdam geweest.
“En hoe vond je Holland”
Ach, we zijn toen met de auto naar Holland geweest met de rest van de familie en het was er wel aardig, maar als ik het eerlijk zeggen mag, die bruiloft was helemaal niets, dat was me een saaie boel zeg,  het leek wel een begrafenis. Een goed feest kunnen jullie daar op het vaste land niet vieren'.
Ja antwoordde ik dat hoor ik wel meer, voor een goed uitbundig feest moet je meer naar het Zuiden.
Wij in het Noorden zijn daar denk ik te nuchter voor verontschuldigde ik mij.
Ha …Zuidelijker zeg jij en wat denk je dan van Ierland!
Ja inderdaad zoiets heb ik wel eens op de film gezien, maar nooit in het echt mee gemaakt bekende ik hem.
'Barman' geef die Hollander eens een echte pint te drinken van mij en geef ons ook nog wat. De barman knikte en zette de toog vol met drie halve liters donker bier. De man rekende gelijk af, hief zijn grote glas omhoog en beval ons dat ook te doen. Hij bracht een proost uit in een voor mij onbekende taal waar ik alleen het woord Ierland uit kon halen en we toostten daar op.
Ik bestelde ook gelijk drie van die zelfde halve liters, wat me dan ook in dank werd afgenomen. De andere man zei iets tegen mijn gulle gastheer waar ik opnieuw echt niets van verstond, of eigenlijk ik verstond het natuurlijk wel, ( ik ben niet doof) maar die taal kon ik niet thuisbrengen. Hij keek even bedenkelijk naar mij en knikte toen naar zijn maat dat het oké was.
De waard keek op de klok aan de wand en maakte duidelijk dat de zitting werd opgeheven, met die paar mensen word ik niet rijk merkte hij cynisch op.
De mannen waren dat blijkbaar van hem gewend, want ze accepteerden zonder morren zijn besluit.  
Jij gaat met óns mee stelde mijn gastheer vast zonder te vragen of ik dat wel wilde. De manier waarop hij dat zei duldde geen tegenspraak.
Laat maar komen wat komt dacht ik gelaten, na drie halve liters is een mens makkelijker over te halen kan ik u zeggen.
De waard liep met ons mee naar het einde van zijn pijpenla en sloot de deur achter ons. Ik werd tussen de twee vrienden de gevaarlijke  wijk in getroond en vandaar liepen we naar een straatje wat nog meer achteraf lag. Daar stonden een aantal lege en zwart geblakerde huizen. Bij één er van klopte hij in een bepaald ritme op de deur.
Er werd een luik in de deur geopend en bij het zien van de beide mannen zwaaide de deur onmiddellijk wagen wijd open en konden we naar binnen.
Er hing een sterke brand lucht in het halletje wat slechts door een zwak peertje werd verlicht. Ik werd naar een trap van de kelder geleid waar me een doordringende dranklucht tegemoet kwam en  hoorde geroezemoes vanuit de donkere spelonken van de kelder omhoog komen.
Eenmaal beneden aangekomen liepen we een zware houten deur door en stond ik ineens in een enorm kelder gewelf, sfeervol verlicht en gevuld met naar ik schat wel veertig of vijftig mannen en vrouwen. Gewone  mensen niet speciaal uitgedost voor een avondje stappen,  maar gewoon alledaags. Langs de hele linkerzijde van het gewelf, bevond zich een toog met verschillende biertaps. De bar werd bediend door meerdere mensen, mannen en vrouwen. Mijn beide vrienden werden bijzonder hartelijk ontvangen en ik kreeg de indruk dat iedereen elkaar kende.
Mijn gastheren stelden mij steeds opnieuw voor aan een aantal mannen en vrouwen en bestelden gelijk een aantal halve liters. Even later zat ik in een soort van nis aan een ruw getimmerde ronde tafel op een houten bank geschikt voor minstens tien personen. Op tafel stonden schaaltjes met nootjes en tientallen potten bier en ik werd omringd door vrolijk pratende mensen.
Er werd iets door een luidspreker omgeroepen en iedereen werd op slag doodstil. In het midden van de dansvloer weken de mensen uiteen om ook de rest van de bezoekers zicht te geven op een klein podium waar zich een kleine groep muziekanten bevond.
Er werd door de microfoon een titel van een song gefluisterd en het publiek klapte enthousiast in de handen, waarna ze gelijk ook weer muistil waren.
Ik wachtte gespannen af wat er ging komen en ook mijn gastheer knikte me bemoedigend toe alsof hij wilde zeggen, let op nu zal je eens wat gaan meemaken”
De Pianist zette zijn vingers op de toetsen, maar raakte deze amper aan. Hij toverde een dromerige mysterieuze melodie uit het instrument welke je onmiddellijk meevoerde naar de prachtige groene heuvels en de ruige steile kliffen en rotsen waar je als het ware de golven kon horen breken. Toen de laatste tonen van het intro wegstierven in de stilte van de kelder, stapte er uit de duisternis  achter de pianist een mooie donkergeklede vrouw tevoorschijn die zacht en klagend een lied begon te zingen. Het was weer in die taal die ik niet kon verstaan, maar dat was in dit geval ook niet nodig.  
Het ging over de liefde en de dood. Het kippenvel voelde ik over heel mijn lijf opkomen en voor ik wist wat er gebeurde zat ik met tranen in mijn ogen en ingehouden adem te luisteren. Ik was ineens helemaal alleen op de wereld en begreep niet wat me overkwam. Nog nooit in mijn leven was ik zo in de ban geraakt van een levens lied. Het was zo puur en niet van deze wereld dat, wanneer ze me op dat moment hadden gevraagd om voor dat lied te sterven ik dat zonder er één seconde over te twijfelen ook zou hebben gedaan .

Zoiets was mij nog nooit overkomen en ik wist niet hoe ik er mee om moest gaan. Het was de oprechtheid waar mee het lied werd gezongen door een vrouw waarvan je gelijk wist dat ze het verdriet ook zelf van dichtbij had mee gemaakt.
De tranen liepen over mijn wangen en ik voelde opeens een arm om mijn schouder. Ik keek op en zag dat iedereen in de kelder zijn arm over de schouder van zijn buurman had geslagen. Toen de zangeres bij het refrein kwam zong iedereen in de kelder mee, zware mannen stemmen en lichtere vrouwen stemmen. De tranen stroomden over mijn wangen en ik deinde mee met de hemels meeslepende melodie, niet begrijpend wat er allemaal met me gebeurde.
Plotseling was het afgelopen en voelde ik hoe mijn buurman naar mijn natte wangen keek. Hij gaf me een gemoedelijke klap op mijn schouder en verklaarde, dat was een song voor onze gesneuvelde broeders, maar hierna zingen wij altijd een vrolijk lied over de toekomst. Let op, dan kan je zien waarom je niet naar het Zuiden hoeft te gaan voor wat temperament.  Ik liet een bestelling komen voor de hele tafel en proostte met iedereen om me heen.
Het geroezemoes stopte weer en er klonk een accordeon en een fluit. Er werd ruimte gemaakt op de dans vloer en de muziek begon te spelen, eerst langzaam en toen steeds sneller en heftiger. De dansvloer liep vol en er werd woest en met volle overgave gedanst. Zowel jong als oud danste dat het een lust was en voor ik wist wat me overkwam werd ik van mijn plaats getrokken en danste ik mee tussen al die uitbundig feestende Ieren. Ik werd van links naar rechts gegooid en had moeite om overeind te blijven maar dat lukte me wonder boven wonder gelukkig wel.
Het zweet brak me aan alle kanten uit en ik danste als in een roes. Ik liet me meevoeren met de opzwepende muziek en was opnieuw weer even helemaal alleen in die zelfde wondere wereld als daarnet.
Toen de muziek eindelijk zweeg werd ik naar mijn plaats terug gebracht door mijn gastheer die me trots aankeek en vroeg, ben je nu overtuigd van het Ierse temperament? Ik knikte met een rood aangelopen hoofd en liet me vermoeid op de bank zakken. Kom op, dan haal ik een bak koffie voor je dan kan je weer een beetje bij komen zei hij lachend want dat doen jullie in Holland ook altijd, dat heb ik bij mijn zus op haar bruiloft gezien.
De avond werd nacht en de nacht werd weer ochtend.  
De frisse buiten lucht had een ontnuchterende werking op me en ik snoof hem dankbaar naar binnen.
Waar staat je Truck vroeg mijn inmiddels vriend geworden gastheer. Bij de brouwerij antwoordde ik. Goed we lopen zo ver met je mee en zorgen er voor dat jij heel thuis komt. Ik werd inderdaad helemaal tot aan de poort van de brouwerij gebracht tot grote verbazing van de portier.
De mannen wisselden nog wat woorden met de portier en deze knikte heftig. Ze namen afscheid van me met een stevige omhelzing en weg waren ze, nagestaard door een verbijsterde portier.
Is er iets wilde ik van hem weten, het lijkt wel of je een spook hebt gezien!
Hij keek me geschrokken aan en zei, nou dat scheelt weinig ik wist niet eens dat ze nog leefden!.... Hoezo vroeg ik nieuwsgierig? Nee nee dat is iets waar jij niets mee te maken hebt, vergeet het maar wat ik daarnet zei en ga maar lekker naar je kooi over een paar uur begint het circus hier weer te draaien.
Maar ik kan je dit wel zeggen, wanneer je door die twee mannen als vriend behandeld wordt, hoef jij hier in Belfast nooit meer ergens bang voor te zijn, geloof dat maar van mij .
De man was om zijn neus wit weggetrokken, maar dat kan ook aan mijn gezichtsvermogen hebben gelegen ik was al weer een tijdje in touw nietwaar
Hij schudde nogmaals ongelovig zijn grijze bol en verdween in zijn portiersloge.
Zelf kroop ik er even later ook in en ben zo onschuldig als een pas geboren lammetje in slaap gevallen.

De volgende morgen werd mijn wagen gelost en het viel me op dat de mensen bijzonder aardig tegen me deden, maar dat kan ook verbeelding zijn geweest. Hoewel…. ik denk toch wel dat ik de afgelopen nacht een aantal bijzondere mensen heb ontmoet en of ze nu aan de goede of de verkeerde kant van de wet stonden, zal ik nooit weten . Maar dat ze met hart en ziel achter hun ideaal stonden dát weet ik met absolute zekerheid .

Ik heb de beide songs nooit meer gehoord, maar mijn Ierse avontuur zal ik nooit vergeten.


Terug naar verhalen index
Terug naar verhalen index