Truckers latijn  
Juli 2006
DIEPE SPOREN.                                                Wloclawek/Wisla  ( Polen ) April 1977

Polen 1977.
Een heel ander Polen dan we nu kennen.
Ik reed er in die tijd regelmatig naar toe  met een tanktrailer. De trailer was geladen met vloeibare grondstoffen voor een verf fabriek in Wlocklawek, gelegen aan de mooie rivier de 'Wisla' die van Szczecin helemaal doorloopt naar Krakáu.
Op één van die reizen daar naar toe overkwam mij het volgende.
Vrolijk met een plaatje van de “Cats” meezingend reed ik die keer richting Wloclawek toen ik ineens zin kreeg in een bakkie koffie. En nu niet eens zelf gezette koffie maar ik zou me zelf eens trakteren op een lekker bakkie in een restaurant.
Vanaf dat moment keek ik uit naar een bord met de mededeling dat er een restaurant in aantocht was en inderdaad een aantal kilometers later ontdekte ik zo'n bord met een dampende kop koffie er op afgebeeld. Dat wordt mijn koffiehuis zei ik tegen mezelf ( dat doen wel meer chauffeurs die lang onderweg zijn) daar ga ik eens lekker mijn rug en benen strekken. Even later kwam het restaurant in zicht
Naast het restaurant op de grote parkeer plaats stond een wat oudere man die, toen hij zag dat ik aanstalten maakte om te parkeren, mij wenkte om daar te gaan staan. Nú weet ik wel beter maar toén draaide ik er zo met mijn zure balletjes gezicht op, sprong nogal stoer uit mijn wagen en beende zonder om te kijken of de cabine af te sluiten op de ingang van het restaurant af.
De oude man liep achter mij aan en vertelde mij met een vrolijk gezicht dat het restaurant voorlopig nog gesloten was maar dat het die avond ongetwijfeld open zou gaan( het was een oude Pruis en hij sprak goed Duits)
Ik keek hem niet begrijpend aan en vroeg hem, waarom sta je dan te wenken en wijs je me een parkeerplaats.
Hebt u dan zo'n haast vroeg de man mij oprecht verbaast. Ach laat ook maar zitten antwoordde  ik vriendelijk. Ja, weet die man veel dat wij Hollanders altijd haast hebben. Ik draaide me om en wilde terug naar mijn trailer lopen, maar zo ver kwam het niet eens. Ik hapte naar adem door wat er zich voor mijn ogen afspeelde.
Mijn trailer met zijn totaal gewicht van 50 ton was bezig compleet en vierkant weg te zakken. De buik van de tanktrailer rustte al op de grond en ook het chassis en de brandstof tanks van de truck ( Volvo F 89). De moed zakte mij onmiddellijk in de schoenen en ik maakte me absoluut geen illusie dat ik het spul er zelf ooit nog uit zou krijgen en geloof me, op zo'n moment staat het huilen je nader dan het lachen dat kan ik je verzekeren.
Ik stond er zeker een volle minuut met ontzetting naar te kijken, toen de 'Pool' mij weer bij mijn positieve bracht en zei, dat ziet er niet zo mooi uit hé. Hij zei het alsof hij vaststelde dat het weer vandaag niet zo mooi was als gisteren.
Ik keek de man wanhopig aan en vroeg, tegen beter weten in: “hebben jullie hier in de buurt dusdanig zwaar materiaal dat je deze trailer eruit zou kunnen trekken”?
De man keek me hoofdschuddend aan en bracht zijn verweerde hand naar zijn stoppelige kin. Ik zou het niet weten mompelde hij, maar ik zal even naar mijn buurman lopen, die werkt bij het staatsbedrijf en die hebben een aantal tractoren, maar of die sterk genoeg zijn om jou er uit te trekken betwijfel ik. Hoeveel weegt dat spulletje bij elkaar eigenlijk vroeg de man. Zo'n veertig ton zei ik zachtjes op een manier die deed vermoeden dat ik dacht, dat wanneer ik het maar zachtjes zei het misschien wel mee viel.
Veertig ton herhaalde de man nu ontzet, veertig ton? Hij floot tussen zijn bruine tanden en keek mij met medelijden aan. Dat zal om de donder niet meevallen, wat heb je in godsnaam geladen.
In ieder geval geen wodka antwoordde ik nu nog meer uit het veld geslagen vanwege de man zijn ontmoedigende houding.
Nou blijf jij maar even bij je wagen, ik ben zo terug met mijn buurman mompelde de man onderwijl hij zich uit de voeten maakte.
Ik ga nergens heen riep ik hem nog in het Hollands na, maar de man reageerde er niet op en verdween achter de enorme beukenbomen die verspreid op de parkeerplaats stonden.
Daar stond ik dus alleen, het huilen stond me nog steeds nader dan het lachen. Ik stond daar trouwens niet lang meer alleen, want er kwamen van alle kanten mensen aan lopen. Deze gingen geanimeerd met elkaar staan praten en het werd steeds drukker, god weet waar ze vandaan kwamen. Ik kreeg sterk de indruk dat ik met mijn weggezakte trailer hard op weg was de plaatselijke attractie te worden.
Onwillekeurig dacht ik bij mezelf, ik kan hier wel met ijs gaan staan dan kan ik goede zaken doen. Er werden nu ook oude mannen in antieke rolstoelen aangevoerd en zelfs moeders met zuigelingen op hun arm kwamen opgetogen aangesneld om maar niets van het spektakel te hoeven missen.
Ik zag dit alles met verbazing aan en dacht dat hier sinds de afgelopen oorlog  niets spectaculairs meer had plaats gevonden. Er kwamen nu ook mensen naar me toe en vroegen mij allerlei dingen, uiteraard in het Pools en daar verstond ik toen nog niets van. Ik haalde mijn schouders op en zei:” sorry mensen ik begrijp u niet, ik begrijp er echt geen bal van” .
Gelukkig kwam de Duits sprekende man die hulp was gaan halen aan lopen en ik klampte me gelijk aan hem vast. Tenslotte was hij voor mij de enige die mij misschien uit de penarie kon helpen en hij kon mij verstaan en ik hém.
Heeft u wat kunnen regelen vroeg ik hem hoopvol. De man knikte zelfverzekerd en antwoordde, er zijn drie grote tractoren onderweg, maar het gaat je wel wat kosten voegde hij er streng aan toe. Ik knikte gretig en antwoordde, dat komt helemaal dik in orde daar kunt u op rekenen.
Oké, mompelde de man maar ik beloof u niets,
Ik was allang blij dat er hulp onderweg was en een sprankje hoop nestelde zich in mijn zo getergde geest. Misschien valt het achteraf nog wel mee en ben ik hier met een uurtje weer weg.
De Pruis was inmiddels het middelpunt van de belangstelling. Hij had tenslotte als enige contact met mij en kon de mensen alles vertellen en was dientengevolge de meest interessante man van het dorp.
De man genoot daar zichtbaar van en was met grootse gebaren de menigte aan het voorlichten die mij dientengevolge weer met meewarige blikken aankeken.
Ik voelde me een beetje de dikke dame op de boeren kermis en onderging gelaten mij lot. Ook merkte ik dat een aantal toeschouwers zich uitgebreid gingen installeren en zich aan het voorbereiden waren op een lange zit. Er werden kleedjes neer gelegd en hele families namen daarop plaats. Er werd gegeten en gedronken en vooral gelachen. Nog even en ik zou me schuldig voelen als mijn trailer er té snel uitgetrokken zou worden.
Aan de andere kant deed het me de moed in de schoenen zakken. Men was er schijnbaar van overtuigd dat het minstens de hele dag zou gaan duren.
Opeens begon de menigte te juichen en opgewonden met de armen te zwaaien. Toen ik hun kant opkeek ontdekte ik de oorzaak. Er kwamen drie enorme tracktoren aangereden. Ze maakten alle drie een enorm kabaal en bliezen vette zwarte rookpluimen uit die bij ons in de Botlek alarmfase 1 zou hebben veroorzaakt, maar hier raakten de mensen er alleen maar opgewonden van.
De drie bestuurders werden als helden verwelkomd en genoten zichtbaar van de belangstelling. Ze liepen om de weggezakte trailer heen en gingen er deskundig naar staan kijken. Gelijktijdig zag ik ze misnoegd met hun hoofd schudden. Het sprankje hoop wat zich in mijn binnenste had genesteld werd spontaan om zeep geholpen. De oude Pruis kwam op mij toegelopen, gevolgd door een menigte belangstellenden.
Hij vertelde mij dat ze de drie tractoren in lijn aan elkaar zouden koppelen en zo zouden ze proberen mij er uit te trekken. Ik moest mijn motor ook starten en mee helpen. Zo gezegd zo gedaan, de tractoren werden in een lijn gezet en met elkaar verbonden door middel van dikke kettingen. Ik sloeg een kruis, sloot vervolgens mijn ogen en bad tot de god van de gestrande truckers, oh Heer heb medelijden met mij en help me hier alstublieft uit, dan beloof ik u enz enz.
Ik had mijn motor al gestart en de trekkers begonnen aan hun helse karwei. Ik opende voorzichtig mijn ogen en als er nog een beetje hoop aanwezig was daarnet, dan werd deze nu rigoureus de grond in geboord, letterlijk en figuurlijk zo gezegd.
Vlak voor mijn ogen groeven de drie tractoren zich als mollen in, onder het oorverdovend gebrul van hun motoren. De ongelofelijke vette zwarte rook verduisterde de hemel en zo groeven zij zich een weg naar de hel. Hun grote wielen draaiden weliswaar met geweld doelloos rond en de bagger vloog huizenhoog de lucht in, maar de trailer kwam geen millimeter van zijn plaats.
En dit alles vond plaats onder luid gejuich van de toeschouwer die honderd procent waar voor hun geld kregen(welk geld?) De bestuurders van de tractoren werden door het gejuich op gezweept en bewogen zelfs hun lichaam naar voren en naar achter als zou dat helpen bij het los trekken.
De hemel werd verduisterd door de zwarte wolken en dat zorgde er voor dat het geheel op een lugubere film leek waarin ik zelf ongewild de hoofd rol speelde.
Eindelijk stopten de drie monsters met draaien en er klonk meteen een teleurstellend gemompel vanuit het publiek.
De trekkers stonden stijl achterover ingegraven en de bestuurders konden er zo afstappen. Ze schudden vertwijfeld hun hoofd en het was iedereen duidelijk dat het niet en nooit zou lukken.
Inmiddels was het restaurant ook open gegaan en werden er gouden zaken gedaan. De wodka vloeide rijkelijk en ook ik ontkwam daar niet aan.
Ik keek er eerst wat vreemd naar en dacht toen ineens, “what the hell” en nam gelijk drie grote slokken uit een aan mij aangeboden fles.  Afijn, nadat ik na een paar minuten was uitgehoest en mijn eigen kleur weer terug had, besloot ik toch maar eerst een bak koffie te gaan pakken alvorens me opnieuw aan de wodka te wagen.
Ik nodigde de drie trekker chauffeurs uit in het restaurant en uiteraard ook de Pruis. We werden op de voet gevolgd door een deel van de opgewonden menigte en ik zag de baas van de tent met een gelukzalige grijns in zijn handen wrijven. Van zo'n klandizie kon hij alleen maar dromen
Het ontging mij niet dat de man mij dankbaar aan keek alsof ik door de hemel gezonden was.
Zijn zaak zat tot aan de nok vol en er werden maatregelen genomen om tijdelijk personeel aan te nemen om iedereen op tijd te kunnen bedienen.
We hadden met zijn vieren aan een tafeltje plaatsgenomen en bijna onmiddellijk stond de dankbare uitbater naast ons met een fles wodka, deze is van de zaak grijnsde hij. Er werden hardhandig vier glazen op onze tafel gezet, gelijk door hem gevuld en door ons bijna onmiddellijk achterover geslagen. Ik deed het dit keer wel iets kalmer aan want ik begon de uitwerking ervan al te voelen.
Ik had nog geprobeerd om zachtjes het woord koffie uit te spreken maar dat werd door niemand gehoord. Wel werd er steeds opnieuw “nastrofje” geroepen, wat proost betekende en ik moest mee proosten op de goede afloop of ik wilde of niet. Er werd een pick-up aan gezet en het feest was blijkbaar begonnen. Ik merkte dat goed nadenken voor mij al wat moeilijker werd en ik begon alles ook wat ruimer te zien. Tevreden nam ik nog een glaasje wodka wat als door een wonder steeds weer vol voor mijn neus stond.
Opeens werd ik wreed in mijn roes gestoord door de komst van drie militairen die uit het niets oprezen en ineens naast onze tafel stonden. Ik keek geschrokken naar hen op maar zag ook onmiddellijk dat zij ook niet zo zeker meer op hun benen stonden. Ze zwaaiden lichtjes heen en weer en keken me lodderig aan (ik denk dat ik er zelf op dat moment ook zo uitgezien moet hebben). Afijn, ik vroeg aan de Pruis wat ze van me wilden, want dat ze iets van me wilden daar leed geen twijfel aan.
De Pruis vroeg het hun en even later vertaalde hij hun voorstel voor mij. Het kwam er in het kort op neer dat de heren beweerden zonder veel moeite de wagen te kunnen vlot trekken, maar ze vermeldden er uitdrukkelijk bij dat ik hun vooraf wel de garantie moest geven dat ik ze rijkelijk zou belonen. Ze bedoelden daarmee geen geld, maar over minstens een krat wodka.
Ik keek omhoog naar de mannen en zei met dikke tong één krat? Jullie krijgen van mij twee kratten als ik hier maar weg kom daar heb ik alles voor over. De Pruis vertaalde het en de mannen gaven mij een vriendschappelijke klap op mijn schouder. Één gaf me zelfs een stevige knuffel zodat zijn ongeschoren wang mijn gezicht bijna open haalde, maar ja in dat stadium deed me dat niets.
De soldaten begonnen met de tracktor chauffeurs te onderhandelen. Deze knikten geestdriftig en even later gingen ze met zijn zessen op stap. Ik moest daar blijven en rustig afwachten werd mij verteld, wanneer het zo ver was zouden ze me wel komen halen.
Neem nog maar een borrel zeiden ze bemoedigend en weg waren ze.
Ik ging er natuurlijk meteen achter aan, benieuwd wat er nu weer ging gebeuren en gelijk met mij liep het halve restaurant leeg, inclusief de eigenaar.
Buiten gekomen ontdekte ik dat het al begon te schemeren. Er bevonden zich naar mijn mening nog meer mensen rond mijn wagen dan voorheen.
Ik bekeek alles met een gelaten blik. Het kon me blijkbaar niet zo veel meer schelen en ik wist gelijktijdig dat dat door de wodka kwam. Ik begreep nu ook waarom er in dat soort landen zoveel gezopen werd, het is een uitstekend middel om je rottigheid tijdelijk te vergeten, vandaar dat de soldaten hun hulp niet voor geld maar voor drank hadden aan geboden,
Maar goed nu weer even ter zaken, ik was de soldaten en de chauffeurs uit het oog verloren maar de Pruis stond nog steeds bij mij in de buurt. Nieuwsgierig vroeg ik hem of hij soms wist wat er ging gebeuren maar de man schudde ontkennend zijn hoofd en zei, “wacht het maar af we zullen het gauw genoeg weten” We namen nog een slokje van de Pruis zijn meegenomen fles en wachtten af.
Opeens ontstond er opnieuw beroering in de menigte en inderdaad daar kwamen de tracktoren weer aan. Vol gas uiteraard met op de gammele spatborden de soldaten die met ware doods verachting heen en weer zwaaiden onderhand de tractoren tussen de menigte door loodsend. Straks valt er één van dat gammele spatbord af en wordt hij overreden, dan krijg ik nog de schuld ook omdat ik ze aan het werk heb gezet dacht ik met me dronken kop.
Achter de tractor werd een enorme boomstam gesleept zeker wel 15 meter lang, dik aan de ene kant en dun uitlopend naar het einde.
Op de boomstam stonden een paar opgeschoten jongens te balanceren  Levens gevaarlijk natuurlijk, maar dat schenen ze niet te beseffen met hun dronken kop.
De mensen weken opzij toen de trekker met veel rook en lawaai naar de achterkant van de trailer manoeuvreerde. Ik begreep er nog steeds niets van en het kon me eigenlijk ook niet zo veel meer schelen. Wat ze ook van plan waren, één ding stond voor mij vast het werd niets, want inmiddels zag ik dat de chauffeurs van de trekkers ook prettig aangeschoten waren. Ik bleef het geheel bekijken of dat ik er niets mee te maken had en vroeg nu zelfs aan mijn buurman een slokje wodka.
Erger dan het nu is zal het wel niet worden dacht ik berustend
De soldaten waren blijkbaar klaar met de voorbereidingen want er kwam er één naar me toe lopen en vroeg me of ik een ketting wilde vastmaken aan mijn achter bumper. Maar zo nuchter was ik nog wel dat ik begreep dat wanneer ik de ketting aan mijn trailer bumper zou vast maken ze de bumper finaal aan gort zouden trekken.
We maken de ketting aan de achteras vast gebaarde ik en liet me op mijn knieën zakken en begon met blote handen te graven om bij de achteras te komen. Ik kreeg al snel hulp van mensen met een schep en even later kroop ik onder de wagen en maakte met een harp sluiting de ketting vast aan de achterste as van het tandemstel. Ik kroop weer achter uit het donkere hol en voelde dat mijn knieën nat waren geworden van het vocht wat omhoog kwam in de gegraven geul.
De boomstam lag met het dikke gedeelte dwars achter mijn trailer. Ongeveer drie meter verder lag de stam tegen een dikke beuk en aan het uiteinde van de boom stonden de drie  tractoren naast elkaar opgesteld en hadden hun ketting aan de boom vast gemaakt. Ik zag het geheel aan en begreep ineens dat ze de boom wilden gaan gebruiken als een soort hefboom die de trailer er achterwaarts uit moest trekken. Op zich niet zo'n gek idee, maar ja om een 50 ton zware weggezakte trailer los te trekken met zo'n boomstam, dat was wel héél optimistisch gedacht.
Ik moest in de cabine gaan zitten, de motor starten en hem in zijn achteruit zetten om langzaam te proberen los te komen. Ik stapte tegen beter weten in en startte de motor.  
De trekkers zetten zich schrap om de spanning te verhogen en gaven hem toen van 'jetje'.
De lucht werd opnieuw pikzwart wat in de schemering betekende dat je praktisch geen hand meer voor ogen kom zien. Het lawaai was opnieuw oorverdovend en daarboven uit klonk het gejoel van de menigte. Het was een macaber gezicht en de trailer bewoog zoals verwacht geen millimeter. De boom werd angstig krom getrokken en knapte zoals verwacht met een luide knal in tweeën. De trekkers schoten als ongeleide projectielen een paar meter naar voren en raakten wonder boven wonder niemand van de omstanders,
Men was weer op een onvergetelijk spektakel getrakteerd en iedereen zag er blozend van opwinding (en de drank) uit.
Ik stapte niet eens teleurgesteld uit en begaf me net als iedereen weer naar het restaurant. Ook de soldaten en de trekker chauffeurs waren daar weer en we schaarden ons opnieuw rond de tafel en hervatten het drankgelag of dat er niets was gebeurd.
De soldaten waren een illusie armer en ik was een ervaring rijker.
(Ga nooit met een paar dronken soldaten in zee want je verzuipt gegarandeerd).
Kortom we zaten dus weer om de tafel te drinken en deden net of we over een oplossing zaten na te denken, totdat de Pruis inééns opstond en zei  “NU weet ik het in eens” en voor ik wist wat er gebeurde was hij al weg.
Ik geloofde nergens meer in en dacht laat maar lullen, ik neem er nog één
Een kwartier later was de Pruis weer terug en hij keek mij opgetogen aan terwijl hij zei, morgen vroeg word jij hier uitgesleept dat heb ik voor je geregeld, maak je maar geen zorgen meer en vertrouw op mij. Ik keek hem nieuwsgierig aan en vroeg hem met dubbele tong, meen je dat nou ouwe jonge. Als je dat voor elkaar krijgt koop ik alle wodka hier in de buurt op en krijg jij dat van mij cadeau zodat je je leven lang geen wodka meer hoeft te kopen.
Ga jij nou maar naar bed zei de Pruis en zorg dat je morgen om zes uur weer fit naast je wagen staat dan garandeer ik jou dat je om zeven uur weer rijdt, ére woord!.
Om de één of andere reden geloofde ik de Pruis en ben toen inderdaad naar bed gegaan.
Buiten is het feest nog tot in de late uurtjes doorgegaan, maar ik ben tenslotte toch in een onrustige slaap gevallen.

De volgende morgen  kwart voor zes werd er op mijn deur gebonsd.  Daar stond de Pruis naast mijn cabine. Kom er uit vriend we moeten aan het werk alles is al geregeld, we gaan over vijf min beginnen!
Ik kleedde me razend snel aan, onderwijl ik me er over verbaasde dat ik geen hoofdpijn had van al die drank van de vorige avond.
Ik sprong uit de cabine en keek naar een vernuftig touw en blok netwerk wat gespannen was tussen de verschillende dikke beuken bomen, waarvan het ene einde van de kabel aan mijn voorste as was verbonden met een sluiting en het andere einde zat na een ingewikkelde constructie op een kleine lier gewikkeld die zich voor op een vrachtwagentje bevond. De kleine vrachtwagen was met een dikke ketting aan de boom vastgesjord waar hij voor stond. De motor van het vrachtwagentje liep stationair en bij de lier stond een man die een handel overhaalde. De lier kwam in beweging en begon tergend langzaam te draaien. Het hele kunstwerk aan kabels begon zich langzaam te spannen en er klonk een onheilspannend gekraak en andere griezelige protest geluiden, maar oh wonder de trailer kwam in beweging. Spring er maar gauw in beval de Pruis en start de motor alleen om te kunnen sturen, verder doen wij het wel.
Ik sprong in de cabine en startte de motor. Een ongelofelijk gevoel van opluchting maakte zich van mij meester, toen ik duidelijk merkte dat de wagen vooruit ging en ik kon wel janken van geluk. De trailer liet een diep spoor achter, als van een volwassen vaar geul en ze trokken me zelfs dwars door een stuk bossage heen, maar ik stond inderdaad om kwart voor zeven op het asfalt, een enorm litteken achterlatend op de parkeerplaats.
Natuurlijk heb ik de mensen die me geholpen hebben zeer uitgebreid bedankt en natuurlijk rijkelijk beloond met de beloofde drank. De waard van het restaurant was gelijk door zijn maand voorraad drank heen, maar het moet me toch van het hart dat het ze niet alleen om de drank ging. Het zijn in de eerste plaats zeer aardige en vooral hulpvaardige mensen.
Ik heb de sporen van dit voorval nog jaren lang gezien. Het waren de sporen van een wat naïeve Hollander…….. maar het dorp heeft in ieder geval de avond van hun leven gehad,
Zo zie je maar weer overal waar een Hollandse chauffeur is geweest laat hij DIEPE SPOREN na
Drie nieuwe verhalen voor Juli.
                                                                           Tussen Bergen en Oslo  
                                                                       Maart 1985.
De Passage.

Ik bevond me die keer in het noorden van de provincie Telemark, in het zuiden van het naar mijn mening onvolprezen Noorwegen.
Mijn Scania combinatie was leeg. De vorige dag had ik een mooi motorjacht gelost in “Bergen” en ik was nu halverwege de oversteek van “Bergen” naar Oslo.
In Oslo zou ik opnieuw een Jacht laden voor een bestemming in Zuid Frankrijk.
Ik reed op het moment dat dit verhaal begint zo hoog in het gebergte dat daar alleen nog maar mos groeide (boven de bomengrens dus). Mijn motor begon voor mijn gevoel ook slechter te trekken vanwege de ijle lucht.
Plotseling stond ik met mijn neus voor een omleiding en werd ik van de al niet zo brede weg omhoog, nog hoger de bergen in gestuurd. De weg kreeg het uiterlijk van een geiten pad, maar dat was niet zo vreemd op deze hoogte  in Noorwegen. Het was er stil en eenzaam en na nog een tiental minuten gereden te hebben doemde er een donkere massieve berg voor me op en stond ik opeens voor een donkere tunnel. Deze tunnel was duidelijk dwars door de berg heen geblazen met dynamiet. Niet zo'n mooie gepolijste tunnel, zoals je die in West Europa vindt, maar een ruw en ruig onafgewerkt hol. Hij was smal en onheilspellend en ik reed er met gemengde gevoelens binnen. Ik zag dat hij onverlicht en stikdonker was en ik had ook geen idee hoe lang hij was.  Meestal stond dat voor de tunnel op een bord,  maar bij deze tunnel stond niets ook geen hoogte bord, dus goed uitkijken was hier geboden.
Mijn verlichting scheen spookachtig de inkt zwarte tunnel in. Ik zag dat de wanden en het plafond uit ruwe rotsblokken bestonden met hier en daar behoorlijke uitsteeksels die onduidelijke schaduwen vooruit wierpen.
Wanneer hier mijn verlichting zou uit vallen zou ik mijzelf te pletter rijden tegen die ruwe wand realiseerde ik me opeens en liet mijn snelheid meteen zakken. Het water stroomde langs de oneffen wanden omlaag en ook van bovenaf  kwam het water naar beneden sijpelen en wel zo erg dat ik mijn ruitenwisser aan moest zetten. Maar daardoor werd het zicht alleen maar slechter. De vette vliegen en muggen troep op mijn raam zorgde er voor dat het raam bijna dicht slipte van de vuiligheid en ik deed de ruitensproeiers aan wat gelukkig een beetje hielp.
Ik voelde me alles behalve op mijn gemak in deze tunnel, maar ik had geen keus en ik durfde ook niet te stoppen. De tunnel liep in een bocht en je wist maar nooit wat er achter je aan zou komen en wat dan ?
Rustig rijdend maar met kloppend hart en goed door de smerige voor ruit kijkend reed ik verder de lugubere tunnel in. Ik voelde me naarmate ik verder de tunnel in reed steeds  meer opgesloten en draaide impulsief mijn zijraam open. Er stroomde heerlijke frisse lucht binnen. Ik haalde diep adem en dacht bemoedigend, ik zal er nu zo wel weer uit rijden, zo lang zal hij wel niet zijn. Ik tuurde voor mij uit naar een verlossende oplichtende plek die de uitgang van de tunnel zou markeren, maar nee hoor niets te zien .
Wel hoorde ik nu duidelijk een andere vrachtwagen achter mij aankomen. Ik keek in mijn natte buiten spiegel maar zag alleen maar de inktzwarte duisternis. Toch hoorde ik hem dichterbij komen. Eigenaardig dacht ik, maar hij bevindt zich waarschijnlijk nog achter de bocht, dus zal ik zo zijn lichten wel zien. Het geluid werd nu luider en ik hoorde nu ook duidelijk het wiegen van een huif. Een typisch herkenbaar geluid van een vrachtwagen. Ik zag nog steeds niets in mijn spiegels hoewel het geluid nu toch wel heel erg dichtbij kwam, maar er was nog geen spoortje van licht te bekennen. Zou ik het me verbeelden dacht ik koortsachtig. Maar nee hoor, het geluid kwam steeds dichterbij en volgens mij was hij me nu aan het inhalen. Ik hoorde het zingen van zijn wielen boven het wapperen van zijn huif uit, hij zat verdomme nu vlak naast me en ik kreeg moeite met sturen. Ik moest me tot het uiterste inspannen om niet tegen de rechter wand aan te knallen. Ik bewoog mijn stuur schokkend heen en weer en wist de zware Scania amper vrij van de rechter rotswand te houden. Het kippenvel stond nu hoogpolig op mijn lijf. De wagen was mij nu zo te horen voor de helft voorbij en ik hoorde de supersingels naast mijn cabine zingen op het natte asfalt. Ook deze gingen aan mij voorbij en het lawaai werd langzaam wat minder. ik haalde opgelucht adem, maar ik had te vroeg gejuicht want een volgende vrachtwagen meldde zich nadrukkelijk achter me. Ik gaf gas bij, maar de wagen achter mij deed het zelfde en vermeerderde gelijk met mij ook zijn vaart. Ik gooide er nog een schepje boven op en tuurde wanhopig door het smerige voorraam of het eind van de tunnel te zien was. Dit was nog niet het geval en ik reed nu zowat 100 km per uur wat waanzin was in deze levens gevaarlijke tunnel. Daar zag ik ineens in de verte een lichte vlek opduiken en goddank dat was het eind van de tunnel. Ik raasde er op af en knalde met 110 km per uur de spooktunnel uit. Pas op dat moment gaf de achtervolger het op en reed ik weer alleen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------

Natuurlijk gelooft niemand dit verhaal, maar het gekke van deze hele story is….
dat het werkelijk is gebeurd. Laat een kenner mij dat maar eens uitleggen wat daar nou precies aan de hand was. Er zal gerust wel een rationele verklaring voor zijn maar daar had ik gedurende mijn spookrit geen boodschap aan. Ik was dolblij dat ik er eindelijk uit was.

                              Proost mannen, doe mij nog maar een potje bier!!
De mysterieuze Passage
De boot van de biokroot                                                   Munster Juli 1984


Vanmorgen vroeg van huis weggereden voor een kort ritje.
Ik moet op een particulier adres een casco van een zeilboot gaan laden en deze in Monnickendam weer lossen, dat moet kunnen op één dag.
Deze moet ik gaan laden op een boerderij en die zou in de buurt van Munster (Duitsland) liggen.
Na wat vragen en zoeken, stond ik inderdaad om tien uur voor een oprit waarvan ik dacht dat het de goede boerderij was. Eerst maar even voor de zekerheid  achterom lopen om te controleren of dat ook inderdaad zo is.
De boerderij lag rondom ingesloten door prachtige bomen. Toen ik de cabine uitstapte hoorde ik ze ruisen in de zomerwind. Het geurde er naar pas gemaaid gras en het was een prettige gewaarwording waar ik onverwachts mee werd geconfronteerd. Toen ik vanaf de oprijlaan achterom het erf opliep, merkte ik dat de bewoners geen boeren waren maar bewoners van een boerderij. Het waren vreselijke rommel konten want overal lag rommel en kinderspeelgoed.
Eenmaal helemaal achterom kwam er een ielig mannetje op me af lopen.
Deze man was een wandelend voorbeeld van een zogenaamde biokroot.
Hij was gekleed in een manchester jasje, met daaronder een khaki wijde korte broek waaruit een paar magere harige benen staken, halverwege onderbroken door een paar knolknieën. Aan zijn voeten, ik zou haast zeggen vanzelfsprekend een paar volgens mij veel te grote sandalen en verdomd als het niet waar is, hij had zelfs nu midden in de zomer een paar onvervalste geitenwollen sokken aan.
Hij was niet alleen. Achter hem doken, pakweg nog eens tien biokrootjes op die er ongeveer net zo uit zagen als pa, maar dan zonder baard.
Ik begon nu toch wel erg nieuwsgierig te worden hoe moeder de gans er uit zou zien. Ik hoefde niet lang te wachten, want ze kwam met een handdoek in haar handen naar buiten schuiven. Eerst kwamen haar borsten als twee torpedo's naar buiten en toen volgde de rest wat bij een vrouw hoort. Het was een echt moederdier. Je kon aan alles zien dat ze uitsluitend op de wereld was gezet om kinderen te baren, op te voeden en lief te hebben. Bovendien was ze helemaal in wol gekleed en zo te zien had ze alles ook zelf gebreid.
Het rekte mee op de plaatsen waar het een beetje strak zat en geloof me, dat was op heel wat plaatsen.
De man onderbrak mijn genante gestaar door mij te vragen:”komt u voor de boot”? Ik voelde me betrapt en keek ik op, recht in het gezicht van de vriendelijk lachende man. Ja ik kom een zeilboot casco ophalen als het goed is.  Ik keek spiedend om me heen maar zag niets wat op een boot leek. Het enige vervoermiddel wat ik zag was een lelijke eend met paarse gordijntjes.
Nou komt u eerst maar even mee naar binnen dan zullen we eerst even een lekker bakkie brandnetel thee gaan drinken. Brandnetel thee herhaalde ik, heeft u geen flesje onbespoten bier voor me? De biokroot lachte vriendelijk en zei,  u kunt ook wel een glaasje jus de orange krijgen hoor, kom maar mee naar binnen.
In optocht gingen we naar binnen, de man voorop en alle tien de kleintjes er als jonge eendjes achter aan. Tenslotte moeder de gans die nog steeds bezig was haar handen af te vegen aan de handdoek waar ze mee naar buiten was gekomen.
Binnen gekomen viel ik bijna om van verbazing. Hier kon een blind paard de boel alleen nog maar opknappen. Met een wijds gebaar toonde de man trots zijn imperium. Kijk eens allemaal eigen werk en stevig ook zoals u ziet. Trots klopte hij op de onverwoestbare tafel die net als alle andere meubelen in de keuken waren gemaakt van onvervalste spoorweg bielzen. Gaat eeuwen lang mee ging de man verder, onderwijl de rommel op de grond voor zich uit schoppend, om zich een weg naar het aanrecht te banen waar de drankjes vandaan moesten komen. Hout meneer allemaal eerlijk hout wat je hier ziet, puur natuur net als alles in ons leven hé vrouw. Toen hij dat zei gaf hij zijn vrouw een stevige tik op haar kont. Zij sprong met een wulps kreetje opzij en volgens mij stond nummer elf alweer in de steigers.
Zeg!.. hoe heet je eigenlijk vroeg hij mij ineens op de man af. Oh sorry! verontschuldigde ik mij, mijn naam is Adriaan, voor mijn vrienden Ad.
Dan noem ik je Ad, oké?  Mijn naam is Pim en mijn vrouw hier is Gerda.
Onder het praten schonk hij de jus de orange in een glas waar je aan kon zien wat er de afgelopen vier keer in gezeten had.
Ik zal je vertellen waarom ik de zeilboot verkopen moet zei Pim nu ineens. Onderwijl hij mij naar een bank aan tafel geleidde zei hij, ga zitten man je hebt tenslotte al een flinke reis achter de rug. Maar wat ik zeggen wilde wat betreft de zeilboot, we hebben er tien jaar aan gewerkt, af en toe een stukje want alles voor zo'n boot is even duur. Het was mijn liefste wens om wanneer de boot klaar was daar dan met de hele familie een wereld reis mee te maken. Maar helaas is het geld nu op en moet ik haar verkopen met een bloedend hart.
De boerderij moet ook afgelost worden en er komt elk jaar een kindje bij en dat kan bruin nu dus niet meer trekken.
Ik zag dat hij het er erg moeilijk mee had en ook de andere waren muisstil. Ik ben niet zo handig in dit soort situaties dus ik was blij dat hij na een korte pijnlijke pauze ineens resoluut opstond en zei, kom op man dan zal ik je mijn geesteskind laten zien. We liepen naar de andere zijde van de boerderij en ja hoor daar stond zij een prachtige twee en veertig voet aluminium knikspant in volle glorie. Alleen de mast ontbreekt er nog aan zei Pim trots, verder is het een plaatje. Ik heb hem persoonlijk met erg veel liefde en geduld afgetimmerd en ik weet elke schroef te zitten. Er bekroop mij ineens een angstig gevoel en het leek wel of Pim dat meteen merkte en hij vroeg me bezorgd  ís er iets niet in orde”?
Nou dat zal ik je vertellen antwoordde ik hem met tegenzin, het zal moeilijk worden om hem hier weg te halen. Pim keek me verbaasd aan. Bedoel je dat hij niet op jouw trailer past?
Nee dat is het niet, ik kan ze zelfs veel groter laden, maar ik denk dat we een probleem hebben om haar het erf af te krijgen.
Die prachtige bomen met hun wijde kruin versperren ons de weg. Deze zijn de afgelopen tien jaar doorgegroeid. Toen het casco tien jaar geleden het erf op reed waren het nog dunnen twijgen die kon je toen nog makkelijk opzij duwen,  maar kijk nu eens naar die dikke takken, dat gaat nu niet meer die moeten afgezaagd worden, anders is het helaas niet mogelijk de boot hier weg te halen. Het huilen stond Pim nader dan het lachen en ik had opnieuw medelijden met hem. Hij moest niet alleen afscheid nemen van zijn geliefde boot maar hij moest bovendien zijn prachtige bomen mis maken ..
Het was die avond erg laat voordat ik het erf af reed, in de buiten spiegel keek en de treurig achterblijvende familie zag staan.  Ik moest  toch wel een paar keer slikken.
Ja!.........
Wat wil je, ik ben ook maar een mens.  
De boot van de biokroot
Polen 1977 lekker rustig
Tekening Peter Zadelaar
  • Diepe sporen.
  • De Passage
  • De Boot van de Biokroot
terug naar verhalen index
terug naarverhalen index