Door Ad Bruynzeel
                                                                              Istanbul    zomer 1987.



Lands wijs lands eer, luidt het gezegde en dat zal ook wel zo zijn, maar wanneer je daar niet van op de hoogte bent, kan je behoorlijk in moeilijkheden raken.
Dat begon zo…

Ik was twee weken onderweg geweest, geladen met een motorjacht.
Mijn vertrek punt was Arendal in Noorwegen en mijn bestemming was Istanbul in Turkije.
Het was een zware reis geweest omdat je in die tijd nog over land naar Turkije reed. Dat was een hachelijke onderneming, maar wanneer dit verhaal begint bevond ik me reeds in Istanbul en zou mijn lading, een mooi motor jacht nu eindelijk gelost worden. Voor het zo ver was moest de boot eerst nog even schoon gemaakt worden, dat was geen luxe na twee weken dwars door Europa naar Azië te zijn gereden ( ik stond nu aan de Aziatische kant van de Bosporus)
Er waren vijf Turken ijverig bezig met het soppen en wassen en dat werkte bij mij nogal aanstekelijk, daarom besloot ik mijn truck ook even te gaan wassen.  Het was mooi weer en de nodige attributen om de truck te boenen lagen voor het grijpen.
Even later was ik dus ook druk bezig met het wassen van mijn cabine en kreeg zelfs hulp van een aardige Turkse opa die er als toeschouwer bij stond. Hij was trouwens niet de enige toeschouwer, er hadden zich tientallen mensen verzameld daar aan de water kant van de Bosporus.
Het gebeurde niet iedere dag dat zo'n mooi jacht van een trailer af, in het water werd gehesen.
Na een kwartiertje glom mijn Scania weer in het ochtend zonnetje. Ik liep er nog eens omheen met een poetsdoek om de laatste druppels weg te vegen toen er het volgende gebeurde.



















Er kwam een fraai uitgedoste man aan lopen met onder zijn rechter arm een nogal grote kip. Aan zijn brede riem die hij om zijn pij droeg hing een gevaarlijk uitziend 'kromzwaard'. De man werd met de nodige respect ontvangen en ik maakte daaruit op, dat het een soort priester was.
De priester had de grootste moeite om de nogal groot uitgevallen kip die hij onder zijn arm knelde de baas te blijven en ja hoor, de kip worstelde zich los en nam in een wolk van veren de kuierlatten. De Turken gooiden hun schoonmaak borstels weg en zetten onmiddellijk de achtervolging in. De kip rende luid kakelend de rijweg over richting het water
Er kwam een klein driewielig karretje aanrijden afgeladen met hoog opgestapelde meloenen. Deze moest om de kip en de achtervolgers te ontwijken een onverwachte manoeuvre maken waardoor hij even op twee wieltjes kwam te rijden en vervolgens omdonderde.
Daar bleef het met luid knetterende uitlaat en nog draaiende wieltjes op zijn kant  liggen.
De meloenen rolde naar alle kanten en die werden weer achtervolgd door de kinderen onder de toeschouwers. De chauffeur van het driewielertje kwam luidkeels vloekend uit zijn karretje gekropen en moest machteloos toe zien hoe zijn handel naar alle kanten weg rolde, kortom het was een zooitje. Kinderen gingen met meloenen aan de haal en niemand deed er wat tegen.
Inmiddels was de kip wonder boven wonder weer gevangen en werd onder luid gekakel aan de priester teruggegeven.
De boot eigenaar stapte naar de nog steeds tierende meloenen koopman toe en na wat onderhandelen werd zijn karretje door een paar potige Turken overeind gezet en zag ik de man vertrekken, tevreden met het pakje bankbiljetten wat hij meteen na begon te tellden. Zijn dag kon niet meer stuk.

Ik overzag alles vanaf het lage muurtje waarop ik zat en vermaakte me uitstekend.
Afijn de priester liep naar een afvoer putje, begon daar wat te zingen, zakte vervolgens neer op zijn knieën en begon de kop van de kip er af te hakken met dat ongemakkelijke kromzwaard. Na een paar vergeefse pogingen, gepaard  gaande met zijn zang en het gekrijs van de doodsbange kip, lukte dat hem eindelijk. Ik slaakte een zucht van verlichtingen. De priester liet het bloed in een kommetje lopen dat door zijn assistent werd vast gehouden, waste zijn handen er in en liep toen al zingend naar het schoongewassen jacht gevolgd door zijn hulpje die de dode kip en het schaaltje bloed mee droeg en er voor zorgde dat de rest van het bloed niet verloren ging en werd opgevangen in het schaaltje.
De priester ging al zingend het pas gewassen jacht met het bloed besprenkelen.




Moet hij weten dacht ik nog, het is mijn boot niet. De priester werkte lekker door en kwam zo bij de neus van het schip terecht, dat is het dan dacht ik …. Maar nee hoor de man ging gewoon verder en gooide bloed tegen mijn net schoongewassen cabine en maakte nog wat vieze strepen op de motorkap van mijn glimmende schone Scania. Ik sprong op en schreeuwde, hé idioot blijf met je vieze bloed handen van mijn truck af mafketel, maar ik werd bijna onmiddellijk door twee Turken stevig onder mijn beide armen gepakt en hard handig terug gezet op het muurtje met de boodschap om te blijven zitten waar ik zat.
De priester ging onverstoorbaar verder met zijn ritueel en kwam via mijn cabine aan de andere kant van de boot terecht waar hij zijn werk afmaakte
Ik hield me wijselijk op de achtergrond. Het was eigenlijk niet zo erg, ik kon hem immers zo weer wassen alle spullen stonden er nog. Toen de priester klaar was met zijn ceremonie kwam de eigenaar van de boot naar me toe en legde mij uit dat het bij hun de gewoonte was, om een nieuw bezit op deze manier in te zegenen, dat bracht geluk voegde hij er nog aan toe. Ik schaamde me een beetje dat ik me zo had laten gaan en maakte hem mijn excuus door wat onhandig sorry te mompelen, ja weet ik veel!.
Ondertussen was er een drijvende stoom kraan aan gekomen. Deze kwam van de scheep werf aan de overkant en werd gesleept door een kleine sleepboot.
De mensen op de stoomkraan waren gewend om met grote bonken ijzer om te gaan, dus ik was benieuwd hoe ze zo'n delicaat polyester motorjacht zouden behandelen. Maar ja, ik zat eerste rang en iedereen bemoeide zich er mee dus het leek me het beste dat ik mij op een afstand hield, of ze moesten het me vragen, maar daar zag het niet naar uit. De één schreeuwde nog harder dan de ander. Ik was blij dat ik niet de kraanmachinist was, want ik zou er gek van worden .
Ik moest van de parkeer plaats af rijden en de trailer vlak langs het water zetten.



























Het begon steeds drukker te worden met toeschouwers en de eigenaar liep daar zichtbaar trots van te genieten.
Er werden hijs singels onder de boot doorgetrokken en het zag er tot mijn opluchting redelijk betrouwbaar uit. Ik begon te geloven dat het niet meer zo lang zou duren, dat ik eindelijk na twee weken verlost zou worden van mijn kostbare lading en inderdaad na wat heen en weer geschreeuw wat voor mij onduidelijke bevelen waren, hing de boot ineens in de kraan. Eenmaal los van de trailer werd de stoom kraan van de kant afgeduwd door het kleine sleepbootje en wonder boven wonder werd hij toen met de grootste voorzichtigheid te water gelaten. De mensen op de kant hadden het met ingehouden adem gaande geslagen en juichten toen de boot in het water dreef.
De eigenaar liep zo trots als een pauw tussen het publiek door en had twee mooie dames aan zijn zij. Dat zullen zijn vrouw en dochter wel zijn dacht ik. Hij kwam op me af en stelde mij voor aan een man met een kapiteins pet.  
Dit is mijn kapitein sprak hij officieel, wilt u hem even vertellen hoe alles werkt op de boot, dat heeft men mij namelijk beloofd toen ik hem kocht in Noorwegen.
Natuurlijk antwoordde ik, geen probleem. Ik had in Noorwegen met de boot mogen varen en toen was mij al gezegd dat ik het in Istanbul aan de eigenaar moest uitleggen hoe alles werkte. Het jacht was intussen al voorzichtig naar de kant getrokken en je kon nu aan boord stappen via een kleine loopplank. De eigenaar ging als eerste aan boord gevolgd door zijn vrouw en dochter, die daarbij werden geholpen door de behulpzame kapitein. Er bevonden zich nog twee mensen aan boord die de boot al hadden ontdaan van de hijs singels en haar naar de kant hadden getrokken en netjes hadden vast gemaakt,
Ik kwam als laatste aan boord en liep meteen door naar boven vanwaar je het jacht kon besturen. De kapitein kwam direct achter me aan. Boven gekomen begon ik meteen met mijn uitleg. De motoren dat zijn er twee zei ik, ze zijn per stuk 350 pk dat is 700 pk daar moet je heel voorzichtig mee omspringen vertelde ik met nadruk. De kapitein die gebrekkig Engels sprak en naar ik hoopte het ook verstond, knikte op alles wat ik hem vertelde en ik kon er eerlijk gezegd geen hoogte krijgen of hij het nou wel of niet begreep.
Ik startte de beide zware motoren en voer nadat de trossen waren los gegooid, rustig van de kant weg. De kapitein maakte mij duidelijk dat hij het nu wel wist en duwde mij bazig opzij om het roer van mij over te nemen.
De eigenaar en de twee mooie vrouwen stonden beneden op het achterdek en wij bevonden ons op de flying bridge. Toen ik naar beneden keek schreeuwde de eigenaar omhoog, hij kan toch wel wat harder!! Jawel knikte ik en tegen de kapitein zei ik, je baas wil zien hoe hard hij kan, maar je moet de snelheid voorzichtig opvoeren en goed uitkijken met die PK's. Hij knikte weer dat hij het begrepen had, maar voor de zekerheid hield ik mij toch maar goed vast.
Ik zag zijn hand naar de dubbele gas hendels gaan, hield mijn adem in en……. ja hoor, die idioot duwde in één klap alle twee de gas hendels helemaal naar voren. Er ging een rilling door het schip en de motoren werden hardhandig wakker geschud. Het schip werd als het ware naar voren afgeschoten en ging er als een pijl vandoor. Ik keek geschrokken naar achteren de kuip in en zag de eigenaar en de twee vrouwen met hun benen omhoog op hun rug liggen spartelen en schreeuwen 'Dur Dur Dur stop stop stop',…..  maar de kapitein zat als versteend voor zich uit te staren. We snelden met een rotgang op de drijvende bok af. Ik sprong als een kat naar voren, trok de hem weg, gooide het stuur om en bracht de beide hendels naar de neutrale stand.  We misten de drijvende bok op een haar en ik stuurde de boot toen rustig naar de wal terug. De eigenaar en de beide vrouwen waren inmiddels ook opgekrabbeld. De vrouwen waren krijtwit en de eigenaar knalrood. Wat hij allemaal uitkraamde verstond ik niet maar ik begreep wel dat de kapitein zijn laatste reisje had gemaakt.
De toeschouwers op de wal hadden waar voor hun geld gehad, eerst gratis fruit en toen deze unieke voorstelling. Toen ik zwierig afmeerde kreeg ik een luid applaus en het gejuich was niet van de lucht. Ik sprong van boord haalde mijn vrachtbrief en liet de eigenaar aftekenen. Hij gaf me een dikke fooi en schudde mijn arm zowat uit de kom. Even later was ik alweer op weg naar mijn volgende laadadres in Athene, maar dat is weer een ander verhaal.
Toen ik Istanbul achter me liet en een paar loslopende kippen de weg over zag rennen dacht ik bij me zelf….. zou die kip dan toch geluk hebben gebracht.
Ik zal het nooit weten, maar bij de eerste meters van de boot in de Turkse wateren scheelde het maar de dikte van een kippen nekkie of we waren tegen de bok te pletter gevaren.
 
                               Oké doe mij nog maar een potje 'EFES'……proost.            
De kippen slachter.
                                                 10 km voor Heilbron  25 Augustus 1976
Slemielige Hond.

Door een nu even niet terzake doende oorzaak stond ik op bovengenoemde plaats met twee lekke banden onder mijn aanhanger.
Een heel gedoe om die te verwisselen, vooral omdat het aan de linker voorkant was, dus aan de autobaan zijde. Wanneer een college even zat te suffen zou hij zo de vouw uit je broek rijden, plus de rest.
Maar goed, ik stond daar dus wat gevaarlijk mijn banden te verwisselen.
Even vijf pakken besloot ik halverwege de klus. Ik liep achter de wagen om en ging op de vangrail zitten.
Direct achter de vangrail liep het steil naar beneden, daar bevond zich een  bos. Ik zat een beetje voor me uit te kijken toen ik ineens wat zag bewegen. In de eerste instantie dacht ik dat het een wild zwijn was, maar toen ik wat beter keek zag ik dat het twee hondjes waren, die aan een boom waren vast gebonden.
Nu hoorde ik ze ook piepen, het waren ongetwijfeld broers of broer en zus want ze leken als twee druppels water op elkaar, alleen was de ene iets groter dan de ander.
Ik liep voorzichtig de steile helling af om de hondjes los te maken. Toen ik dat had gedaan wilde ik ze weg sturen het bos in, aan de andere kant bevond zich immers de autobaan. Maar zoals je wel kan verwachten huppelden ze dankbaar kwispelend achter hun 'redder' aan omhoog naar de autobaan. Ik liep naar de bijrijders kant van mijn cabine en gaf ze wat water en brood. Dit werd dankbaar genuttigd en ik zag nu ook meteen hoe het kwam dat de ene hond wat kleiner was dan de ander.
Het was eigenlijk heel simpel, de grootste was veel bijdehanter.
Hij hapte de boterham direct raak en ging met kennis van zaken aan het smikkelen. De kleine keek daarbij maar een beetje toe en was zielig aan het piepen, dus ik hielp hem maar aan beetje. Zo deelde ik mijn brood eerlijk op tussen ons drieën. Ik had meteen een zwak voor die kleine sloeber. Aan alles zag je dat hij eigenlijk een vergissing was, maar hij had zich voorgenomen geen stap van mij te wijken, met alle gevolgen van dien.
Ik moest weer aan het werk daar ontkwam ik niet aan, maar wat ik ook deed ze bleven maar achter me aan huppelen. Toen ik achter mijn aanhanger om liep kwam de grootste vlak achter me aan, maar die kleine sufferd nam al kwispelend en huppelend een hele ruime bocht achter de aanhanger om en belandde daardoor halverwege de rijbaan
Er kwam een grote truck aangedenderd. Het hondje bleef een seconde stokstijf staan en schoot toen als door een katapult gelanceerd opzij en in plaats van door het rechter voorwiel werd het nu door het linker voorwiel vermorzeld.
Het klinkt luguber maar hij werd in één keer leeggereden, ik zag het voor mijn  ogen gebeuren. Ik volgde gebiologeerd een rode klomp vlees ter grote van een tennis bal. Deze vloog zo'n twintig meter over het beton van de autobahn en bleef toen naast mijn cabine liggen en daar gebeurde het ongelofelijke.
Daar klopte het hartje (want dat was het) gewoon door, waardoor het steeds een klein sprongetje maakte. Een paar seconde later walste de volgende vrachtwagen er overheen en voorbij was het. Voor ik op adem kon komen liep de andere hond naar het kadaver toe en begon er aan te snuffelen. Kom hier idioot schreeuwde ik. Maar dat was niet nodig, deze was slim genoeg om het gevaar te herkennen en vluchtte op tijd naar de veilige vluchtstrook.
Ik ging weer op de vangrail zitten en begon op de hond te schelden.
Verdomme kon je nou niet wat beter op je zusje letten, je bent toch zo bijdehand!. Hij keek me met een scheef koppie aan en blafte tegen me alsof hij protesteerde tegen mijn onvriendelijke gedrag. Verdomme dacht ik, ik heb dat kleintje nog niet eens horen blaffen, maar ja… zo is het leven, het is even wennen maar ik denk dat ik er nooit hélemaal aan zal wennen.
De “grote” heb ik meegenomen en hem ook die naam “Grote”gegeven.
Hij is jaren mijn beste vriend geweest. Vorige week heb ik hem begraven. Op zijn graf mompelde ik, oké vriend groet die kleine van mij, want ik ben er van overtuigd dat jullie elkaar weer zullen zien daar in de hondenhemel, waar jullie niets meer te vrezen hebben van de mensen, want dat blijken toch vaak jullie
grootste vijanden.

Slemielige hond
Tekening van Peter Zadelaar
                                                                        13 Juli 2005
La Jonquera.    
(Een impressie) door Ad Bruynzeel.                                                  

Je hoort mij niet zeggen dat elke reis een goed verhaal oplevert, maar soms ontkom je er gewoon niet aan.
We schrijven 13 Juli 2005, de dag voor de 14de Juli de nationale feestdag in Frankrijk.
De plaats “La Jonquera” een klein grens plaatsje aan de Frans-Spaanse grens.
La Jonquera is ondanks het afschaffen van de douane formaliteiten een levendig handelsplaatsje gebleven, niet in de laatste plaats vanwege de verkoop van goedkope drank en sigaretten.
Genoeg aanleiding voor de passerende toeristen om even een voorraad drank en sigaretten in te slaan.
Ongeveer een kilometer vóór dat handels centrum, bevonden zich de wat rustigere grote parkeer plaatsen, speciaal aangelegd voor de vracht wagens die gedurende het weekeinde daar moesten blijven staan ( deze mogen gedurende het weekeinde niet rijden in Frankrijk en Spanje ) .
Maar ook op die parkeerplaats was het big business. Er bevonden zich daar grote supermarkten en er waren ook goede restaurants te vinden.
Bovendien waren er faciliteiten om je zelf te kunnen wassen en ook je kleding.
Welnu, op zo'n parkeer plaats stond ik dus en moest zoals ieder andere chauffeur wachten tot de 14de Juli voorbij was. Ik had zo gezegd een verplichtte vrije dag.
Ik wandelde over de parkeerplaats en zal proberen te beschrijven wat je daar zoal kan tegen komen, want zo'n parkeer plaats is een wereldje op zichzelf en wordt gevormd door een bont gezelschap Europese chauffeurs.
Inderdaad de moeite waard om te bekijken of zoals onze Oosterburen het zo treffend weten te verwoorden “te beobachten”.
Zo zag ik bijvoorbeeld een 'Portugees' op zijn klapstoeltje zitten bij zijn opengeklapte etenskist opzij van zijn trailer. De deksel van zijn etenskist hing horizontaal open aan twee kettingen. Zijn etenskist was ingericht als een complete keuken/eethoek, met een kookstelletje, een watertank en ik zag zelfs een keurig tafelkleedje waar zijn bord op stond, met daar omheen allerlei lekkere dingen uitgestald. Het ontbrak hem werkelijk aan niets.
Hij straalde een Zuid-Europese rust uit. Hij nuttigde zijn maaltijd niet, maar beleefde het als een mooi moment van de dag. Dat is toch heel wat anders dan bij ons, waar ik een moeder al hoor roepen Jantje schiet op eet je bord leeg!! Deze man stond rustig op, liep naar de koelkast in zijn cabine en kwam even later terug met zowaar een inktvis in zijn handen, welke hij even later op zijn gemak ging bereiden in zijn geïmproviseerde kombuis. Ik heb wel eens gezegd “nu verbaast me niets meer”, maar dat is dus niet zo dat bleek maar weer.
Ik maakte mij met moeite los van dit boeiende schouwspel en mijn aandacht werd nu in beslag genomen door, laat ik zeggen een mannetje.  Hij liep mij houterig voorbij of dat hij deel nam aan een snelwandel wedstrijd. Hij nam kleine driftige stapjes en keek intens naar het warme asfalt waar hij met zijn ongetwijfeld voor het milieu goedgekeurde sandalen overheen snelde. Hij droeg een slobberig nog net niet zelf gebreid kort broekje met voor zijn buik zo'n buiktasje. Aan het riempje van dat buiktasje hing in een schattig gekleurd etuitje een mobieltje. Als je het mij zou vragen was de man hopeloos verdwaald en probeerde hij hier zonder kleerscheuren weg te komen.
Er kwam een enorme Renault Magnum aan rijden en het mannetje haastte zich met ongetwijfeld wild kloppend hart uit de weg. De chauffeur van de Renault vroeg ons om even achter te kijken bij het insteken van zijn trailer en we deden  dat vanzelf sprekend met plezier.
Het is een gemoedelijke wereld waarin dit alles plaats vond in tegenstelling met wat vaak wordt beweerd over de vrachtwagen chauffeurs.
Verderop zag ik vier Roemenen ook uit de kist eten. Het zag er nogal gezellig uit en de mannen gedroegen zich uitgelaten, wat mij deed vermoeden dat ze al een paar pittige Oost-Europese borrels achter de kiezen hadden, maar wat zou dat? Ze hadden de volgende dag immers de hele dag om weer recht te trekken en ze vielen er ook geen mens mee lastig. Bovendien kregen deze mensen het ook niet cadeau.
Iets verderop rechts zat een nogal corpulente Duitser in zijn interlockje en veel te grote korte broek uitgebreid te dineren voor zijn toren hoge “MAN XXL”. Hij had zijn klaptafeltje voor zijn cabine staan en zat daar echt te dineren ofdat hij in een sjiek hotel zat, met een goede fles wijn en hij gebruikte daarbij zelfs een echt glas op een pootje nota bene en ik zag dat er zelfs servetten naast zijn bord stonden opgesteld. Ik knikte hem onder het langs lopen vriendelijk toe en wenste hem 'guten appetit'. De man keek verstoord op en knikte me minzaam toe en ging daarna weer onverstoorbaar verder met zijn dinér in stijl.
Uit de deur van zijn openstaande cabine klonken straffe 'Heimat' liederen', het deed me aan Lederhose en Bratkartoffeln denken en ik liep grinnikend verder.
Er liepen groepjes chauffeurs heen en weer op de parkeerplaats wat mij weer even terug bracht naar mijn schooltijd, toen de meesters en juffen heen en weer liepen op het schoolplein in het speelkwartier.
Weer drie andere chauffeurs stonden met een opengevouwen wegen kaart in hun handen, te discussiëren hoe je het beste ergens naar toe kon rijden.
Even verder op de parkeerplaats zag ik zowaar een vrachtwagen met een Hollands kenteken staan en ik liep er verheugd op af maar ik zag al snel dat het hier geen Hollander betrof. Voor het voorraam van zijn truck stond een naambordje met een duidelijk Poolse naam. Links en rechts van hem stonden Poolse trucks geparkeerd, dus de conclusie lag nogal voor de hand. Ik had zoiets al vaker meegemaakt op weg náár Turkije of in Turkije.
Dan verheugde ik me eindelijk op een leuk gesprek in mijn eigen taal en dan bleek er een Turk of in dit geval een Poolse chauffeur op de wagen te zitten.
Maar even voor alle duidelijkheid, ik zou in hun plaats ook het eerste aan mijn familie denken voordat ik me wat van het commentaar van de Nederlandse chauffeur zou aantrekken over vermeende valse concurrentie op de arbeidsmarkt.
Sorry collega's maar in dit wereldje worden nou eenmaal geen zoete broodjes gebakken
Er kwam nu een chauffeur langs lopen met een knotje in zijn haar zoals mijn juffrouw dat op de kleuterschool ook had. De man was zwaar getatoeëerd en was daar kennelijk zeer trots op. Hij droeg een veel te klein hemdje zodat zijn kunstwerken er mooi in uit kwamen. Eigenlijk niet eens zo lelijk, wat maar weer bevestigde dat ook chauffeurs een doorsnee vormen van de bevolking (uit welk land dan ook) en niets menselijks is hun vreemd.
Ik zag twee Bulgaarse chauffeurs gebroederlijk naast elkaar staan met de deuren van hun truck wijd open en zelfs de 'frontgril' stond omhoog met de bedoeling hun oude Mercedes af te laten koelen, zodat ze vannacht niet hun bed uit zouden drijven van de warmte. Deze Bulgaren hadden ook geen keus en moesten zoals iederéén wachten tot de vrije dag voorbij was. Ik vroeg me af of die dag voor hun eigen rekening zou zijn, of dat deze op de één of ander manier werd gecompenseerd.  Ik dacht het eigenlijk niet, de dure Euro was voor hun drie keer zo hard aangekomen als voor ons. Ze konden praktisch  niets kopen onderweg in Europa, als ze tenminste nog wat geld voor hun gezin wilden over houden. Ze namen vaak zoveel mogelijk eten mee van huis,  soms wel voor meer dan een maand. Er werd onderweg alleen af en toe een vers brood gekocht, petje af voor deze jongens.
Maar ja Frankrijk is gesloten de sleutel is gebroken en is er dan geen smid in het land die deze sleutel maken kan landore landore……… dit verhaal is voor verstandige oren….Wat ik eigenlijk met zoveel woorden wil zeggen is…wat leven wij toch op een prachtig kleurrijke wereld met zoveel verschillende culturen, volkeren en talen. Ik ben er trots op, Europeaan te zijn en blij dat ik van dat bonte gezelschap deel mag uitmaken. Goede reis mannen en houd de glimmende kant boven.

Jullie collega Ad Bruynzeel.


La Jongquera
Mijn meest trouwe vriend
Truckers Latijn.
Op deze site bevinden zich 3 verhalen
De kippenslachter.
Slemielige hond.
La jonquera.
info over jachttransporten door heel Europa en daar buiten ga naar
Tekening Peter Zadelaar
Daar komt de drijvende bok aan, helemaal rechts ziet u nog een deel van de Scania geladen met de boot.
terug naar keuze site
terug naar verhalen index
http://www.vdwetering.nl