Istanbul zomer 1987.
Lands wijs lands eer, luidt het gezegde en dat zal ook wel zo zijn, maar wanneer je daar niet van op de hoogte bent, kan je behoorlijk in moeilijkheden raken.
Dat begon zo
Ik was twee weken onderweg geweest, geladen met een motorjacht.
Mijn vertrek punt was Arendal in Noorwegen en mijn bestemming was Istanbul in Turkije.
Het was een zware reis geweest omdat je in die tijd nog over land naar Turkije reed. Dat was een hachelijke onderneming, maar wanneer dit verhaal begint bevond ik me reeds in Istanbul en zou mijn lading, een mooi motor jacht nu eindelijk gelost worden. Voor het zo ver was moest de boot eerst nog even schoon gemaakt worden, dat was geen luxe na twee weken dwars door Europa naar Azië te zijn gereden ( ik stond nu aan de Aziatische kant van de Bosporus)
Er waren vijf Turken ijverig bezig met het soppen en wassen en dat werkte bij mij nogal aanstekelijk, daarom besloot ik mijn truck ook even te gaan wassen. Het was mooi weer en de nodige attributen om de truck te boenen lagen voor het grijpen.
Even later was ik dus ook druk bezig met het wassen van mijn cabine en kreeg zelfs hulp van een aardige Turkse opa die er als toeschouwer bij stond. Hij was trouwens niet de enige toeschouwer, er hadden zich tientallen mensen verzameld daar aan de water kant van de Bosporus.
Het gebeurde niet iedere dag dat zo'n mooi jacht van een trailer af, in het water werd gehesen.
Na een kwartiertje glom mijn Scania weer in het ochtend zonnetje. Ik liep er nog eens omheen met een poetsdoek om de laatste druppels weg te vegen toen er het volgende gebeurde.
Er kwam een fraai uitgedoste man aan lopen met onder zijn rechter arm een nogal grote kip. Aan zijn brede riem die hij om zijn pij droeg hing een gevaarlijk uitziend 'kromzwaard'. De man werd met de nodige respect ontvangen en ik maakte daaruit op, dat het een soort priester was.
De priester had de grootste moeite om de nogal groot uitgevallen kip die hij onder zijn arm knelde de baas te blijven en ja hoor, de kip worstelde zich los en nam in een wolk van veren de kuierlatten. De Turken gooiden hun schoonmaak borstels weg en zetten onmiddellijk de achtervolging in. De kip rende luid kakelend de rijweg over richting het water
Er kwam een klein driewielig karretje aanrijden afgeladen met hoog opgestapelde meloenen. Deze moest om de kip en de achtervolgers te ontwijken een onverwachte manoeuvre maken waardoor hij even op twee wieltjes kwam te rijden en vervolgens omdonderde.
Daar bleef het met luid knetterende uitlaat en nog draaiende wieltjes op zijn kant liggen.
De meloenen rolde naar alle kanten en die werden weer achtervolgd door de kinderen onder de toeschouwers. De chauffeur van het driewielertje kwam luidkeels vloekend uit zijn karretje gekropen en moest machteloos toe zien hoe zijn handel naar alle kanten weg rolde, kortom het was een zooitje. Kinderen gingen met meloenen aan de haal en niemand deed er wat tegen.
Inmiddels was de kip wonder boven wonder weer gevangen en werd onder luid gekakel aan de priester teruggegeven.
De boot eigenaar stapte naar de nog steeds tierende meloenen koopman toe en na wat onderhandelen werd zijn karretje door een paar potige Turken overeind gezet en zag ik de man vertrekken, tevreden met het pakje bankbiljetten wat hij meteen na begon te tellden. Zijn dag kon niet meer stuk.
Ik overzag alles vanaf het lage muurtje waarop ik zat en vermaakte me uitstekend.
Afijn de priester liep naar een afvoer putje, begon daar wat te zingen, zakte vervolgens neer op zijn knieën en begon de kop van de kip er af te hakken met dat ongemakkelijke kromzwaard. Na een paar vergeefse pogingen, gepaard gaande met zijn zang en het gekrijs van de doodsbange kip, lukte dat hem eindelijk. Ik slaakte een zucht van verlichtingen. De priester liet het bloed in een kommetje lopen dat door zijn assistent werd vast gehouden, waste zijn handen er in en liep toen al zingend naar het schoongewassen jacht gevolgd door zijn hulpje die de dode kip en het schaaltje bloed mee droeg en er voor zorgde dat de rest van het bloed niet verloren ging en werd opgevangen in het schaaltje.
De priester ging al zingend het pas gewassen jacht met het bloed besprenkelen.
Moet hij weten dacht ik nog, het is mijn boot niet. De priester werkte lekker door en kwam zo bij de neus van het schip terecht, dat is het dan dacht ik
. Maar nee hoor de man ging gewoon verder en gooide bloed tegen mijn net schoongewassen cabine en maakte nog wat vieze strepen op de motorkap van mijn glimmende schone Scania. Ik sprong op en schreeuwde, hé idioot blijf met je vieze bloed handen van mijn truck af mafketel, maar ik werd bijna onmiddellijk door twee Turken stevig onder mijn beide armen gepakt en hard handig terug gezet op het muurtje met de boodschap om te blijven zitten waar ik zat.
De priester ging onverstoorbaar verder met zijn ritueel en kwam via mijn cabine aan de andere kant van de boot terecht waar hij zijn werk afmaakte
Ik hield me wijselijk op de achtergrond. Het was eigenlijk niet zo erg, ik kon hem immers zo weer wassen alle spullen stonden er nog. Toen de priester klaar was met zijn ceremonie kwam de eigenaar van de boot naar me toe en legde mij uit dat het bij hun de gewoonte was, om een nieuw bezit op deze manier in te zegenen, dat bracht geluk voegde hij er nog aan toe. Ik schaamde me een beetje dat ik me zo had laten gaan en maakte hem mijn excuus door wat onhandig sorry te mompelen, ja weet ik veel!.
Ondertussen was er een drijvende stoom kraan aan gekomen. Deze kwam van de scheep werf aan de overkant en werd gesleept door een kleine sleepboot.
De mensen op de stoomkraan waren gewend om met grote bonken ijzer om te gaan, dus ik was benieuwd hoe ze zo'n delicaat polyester motorjacht zouden behandelen. Maar ja, ik zat eerste rang en iedereen bemoeide zich er mee dus het leek me het beste dat ik mij op een afstand hield, of ze moesten het me vragen, maar daar zag het niet naar uit. De één schreeuwde nog harder dan de ander. Ik was blij dat ik niet de kraanmachinist was, want ik zou er gek van worden .
Ik moest van de parkeer plaats af rijden en de trailer vlak langs het water zetten.
Het begon steeds drukker te worden met toeschouwers en de eigenaar liep daar zichtbaar trots van te genieten.
Er werden hijs singels onder de boot doorgetrokken en het zag er tot mijn opluchting redelijk betrouwbaar uit. Ik begon te geloven dat het niet meer zo lang zou duren, dat ik eindelijk na twee weken verlost zou worden van mijn kostbare lading en inderdaad na wat heen en weer geschreeuw wat voor mij onduidelijke bevelen waren, hing de boot ineens in de kraan. Eenmaal los van de trailer werd de stoom kraan van de kant afgeduwd door het kleine sleepbootje en wonder boven wonder werd hij toen met de grootste voorzichtigheid te water gelaten. De mensen op de kant hadden het met ingehouden adem gaande geslagen en juichten toen de boot in het water dreef.
De eigenaar liep zo trots als een pauw tussen het publiek door en had twee mooie dames aan zijn zij. Dat zullen zijn vrouw en dochter wel zijn dacht ik. Hij kwam op me af en stelde mij voor aan een man met een kapiteins pet.
Dit is mijn kapitein sprak hij officieel, wilt u hem even vertellen hoe alles werkt op de boot, dat heeft men mij namelijk beloofd toen ik hem kocht in Noorwegen.
Natuurlijk antwoordde ik, geen probleem. Ik had in Noorwegen met de boot mogen varen en toen was mij al gezegd dat ik het in Istanbul aan de eigenaar moest uitleggen hoe alles werkte. Het jacht was intussen al voorzichtig naar de kant getrokken en je kon nu aan boord stappen via een kleine loopplank. De eigenaar ging als eerste aan boord gevolgd door zijn vrouw en dochter, die daarbij werden geholpen door de behulpzame kapitein. Er bevonden zich nog twee mensen aan boord die de boot al hadden ontdaan van de hijs singels en haar naar de kant hadden getrokken en netjes hadden vast gemaakt,
Ik kwam als laatste aan boord en liep meteen door naar boven vanwaar je het jacht kon besturen. De kapitein kwam direct achter me aan. Boven gekomen begon ik meteen met mijn uitleg. De motoren dat zijn er twee zei ik, ze zijn per stuk 350 pk dat is 700 pk daar moet je heel voorzichtig mee omspringen vertelde ik met nadruk. De kapitein die gebrekkig Engels sprak en naar ik hoopte het ook verstond, knikte op alles wat ik hem vertelde en ik kon er eerlijk gezegd geen hoogte krijgen of hij het nou wel of niet begreep.
Ik startte de beide zware motoren en voer nadat de trossen waren los gegooid, rustig van de kant weg. De kapitein maakte mij duidelijk dat hij het nu wel wist en duwde mij bazig opzij om het roer van mij over te nemen.
De eigenaar en de twee mooie vrouwen stonden beneden op het achterdek en wij bevonden ons op de flying bridge. Toen ik naar beneden keek schreeuwde de eigenaar omhoog, hij kan toch wel wat harder!! Jawel knikte ik en tegen de kapitein zei ik, je baas wil zien hoe hard hij kan, maar je moet de snelheid voorzichtig opvoeren en goed uitkijken met die PK's. Hij knikte weer dat hij het begrepen had, maar voor de zekerheid hield ik mij toch maar goed vast.
Ik zag zijn hand naar de dubbele gas hendels gaan, hield mijn adem in en
. ja hoor, die idioot duwde in één klap alle twee de gas hendels helemaal naar voren. Er ging een rilling door het schip en de motoren werden hardhandig wakker geschud. Het schip werd als het ware naar voren afgeschoten en ging er als een pijl vandoor. Ik keek geschrokken naar achteren de kuip in en zag de eigenaar en de twee vrouwen met hun benen omhoog op hun rug liggen spartelen en schreeuwen 'Dur Dur Dur stop stop stop',
.. maar de kapitein zat als versteend voor zich uit te staren. We snelden met een rotgang op de drijvende bok af. Ik sprong als een kat naar voren, trok de hem weg, gooide het stuur om en bracht de beide hendels naar de neutrale stand. We misten de drijvende bok op een haar en ik stuurde de boot toen rustig naar de wal terug. De eigenaar en de beide vrouwen waren inmiddels ook opgekrabbeld. De vrouwen waren krijtwit en de eigenaar knalrood. Wat hij allemaal uitkraamde verstond ik niet maar ik begreep wel dat de kapitein zijn laatste reisje had gemaakt.
De toeschouwers op de wal hadden waar voor hun geld gehad, eerst gratis fruit en toen deze unieke voorstelling. Toen ik zwierig afmeerde kreeg ik een luid applaus en het gejuich was niet van de lucht. Ik sprong van boord haalde mijn vrachtbrief en liet de eigenaar aftekenen. Hij gaf me een dikke fooi en schudde mijn arm zowat uit de kom. Even later was ik alweer op weg naar mijn volgende laadadres in Athene, maar dat is weer een ander verhaal.
Toen ik Istanbul achter me liet en een paar loslopende kippen de weg over zag rennen dacht ik bij me zelf
.. zou die kip dan toch geluk hebben gebracht.
Ik zal het nooit weten, maar bij de eerste meters van de boot in de Turkse wateren scheelde het maar de dikte van een kippen nekkie of we waren tegen de bok te pletter gevaren.
Oké doe mij nog maar een potje 'EFES'
proost.