Truckers latijn voor April
2008
De truck wacht rustig af wanneer ik even wat water voor hem ga halen
De morbide doe het zelver
De morbide doe het zelver
De keerzijde van de medaille
Tekening Peter Zadelaar
De keerzijde van de medaille
Zuid West Engeland
Helaas voorlopig de laatste verhalen, nu op zoek naar een goede uitgever.
De morbide doe het zelver.
Het gebeurde zo'n jaartje geleden dat ik op weg was naar Plymouth in Zuid West Engeland. Ik zou daar een motorjacht laden voor Zuid Spanje, maar dit verhaal gaat niet over Spanje maar over de soms vreemde excentrieke bewoners van het continentaal  plat.
Ik was zoals gezegd onderweg van Dover naar Plymouth en ik bevond me op dat moment op de motor Highway A 38, tussen Exeter en Plymouth toen de temperatuur van mijn motor angstaanjagend begon op te lopen. Omdat ik wist dat er voorlopig geen parkeerplaats zou komen, nam ik het kloeke besluit om bij de eerste exit die ik tegen zou komen de Highway te verlaten om in een dorpje een garage te gaan zoeken. En zo gebeurde het dat ik onverwachts door de Engelse country reed. Dat is heel wat anders dan die Highway, je voelt je daar ineens écht in Engeland, je weet wel die van: “Keeping up your appearance”.
Het was prachtig weer voor Oktober. Ik stopte bij een kleine uitsparing langs de binnenweg welke net groot genoeg was voor de trailer en stapte uit om eerst zelf de boel even te controleren voordat ik met een lullig dingetje bij de garage zou aan komen. Ik klapte de motorkap van de Scania ( met neus) omhoog en zag onmiddellijk wat er aan de hand was. De kachelslang was losgeraakt en daardoor was er koelvloeistof verloren gegaan, vandaar dat de temperatuur was opgelopen. Ik draaide de boel weer vast en klaar was Kees (ik ook) Nu moest ik als noodoplossing water hebben om het niveau weer op peil te brengen, later zou ik dat wel weer omwisselen voor koelvloeistof. Normaal gesproken kan je in Holland altijd wel ergens water vinden desnoods uit de sloot, maar hier lag dat even anders. Hier waren geen slootjes en ik stond midden in de country. Ik twijfelde of ik nog een stuk zou doorrijden naar het dorpje dat stond aangegeven bij de afrit (South Brent), of dat ik door het pas gemaaide korenveld naar het verderop gelegen boerenhuisje zou lopen.  Ik besloot voor het laatste, pakte mijn plastic Jerry tank en ging op stap over het gemaaide korenveld.
Het huis werd naarmate ik dichterbij kwam steeds groter en lelijker. Verstand van architectuur heb ik niet, maar dit was echt een lelijk geval, erg oud en door de ramen was ook niets te zien, die waren volgens mij in geen 100 jaar gewassen. Maarja als ze maar water hebben dacht ik, wat kan mij het schelen hoe het er verder uit ziet. De voordeur was in geen jaren open geweest dat was duidelijk te zien, dus besloot ik om meteen maar achterom te lopen. Achter het huis was het een enorme bende in de “backyard”. Voorzichtig liep ik tussen allerlei rommel door naar de achterdeur. Deze werd wel regelmatig gebruikt dat kon je duidelijk zien. Je moest eerst een beschadigde stenen opstap op en dan kon je naar binnen. Voorzichtig opende ik de deur en zag een smerige keuken voor me maar….met een kraan!  “Hallo anybody home” schreeuwde ik nogal luid en nogmaals  “anybody here”!
Ik hoorde niets en dacht.. ach wat en stapte naar binnen richting de kraan. Ik zette er mijn jerrycan er onder en liet de kraan lopen tot deze vol was en waste ook meteen maar even mijn handen.
Ik bukte om de jerrycan op te pakken en toen ik overeind kwam keek ik recht in een smerig ongeschoren gezicht van een man. Hij had rood omrande ogen en omdat zijn mond aan één kant een beetje open hing,  liep er een straaltje tabaksap uit. Hij stonk gruwelijk en ik dacht één ogenblik dat ik van mijn graatje zou gaan van schrik of van de stank. Volgens mij heb ik hem zeker een halve minuut verbijsterd aan staan kijken voor ik hakkelde, hallo…… ik had wat water nodig, ik heb eerst nog hard geroepen, maar kreeg geen gehoor vandaar…..
Hij keek me nog steeds zwijgend aan, opende zijn mond, zoog zijn longen vol lucht en spoog toen een straal tabak sap rakelings langs mijn hoofd, precies in de gootsteen. Ik stond aan de grond genageld!  Toen pakte hij me in een ijzeren greep beet en trok me naar de naast gelegen kamer. Daar stond midden in de kamer een ruw getimmerde doodskist op de grond met open deksel. Deze was van binnen bekleed met volgens mij een oud overgordijn en er lag een smerig hoofd kussen in. De man liet me los, klom in de kist, ging liggen en zei met een rauwe stem: “jij moet deze kist dicht timmeren, goed dicht, daar liggen de nagels en de hamer. Hij was even overeind gekomen om ze mij te wijzen en ging toen doodgemoedereerd weer liggen.  Nu……..dacht ik en rende met een rotgang de kamer uit, de keuken in, bukte me om de jerrycan op te pakken en knalde toen ik weer omhoog kwam met mijn gezicht tegen de buik van die kerel die me in de buitendeur stond op te wachten. Ik viel achterover en lag languit op de smerige keukenvloer. De man torende hoog boven me uit met in zijn ene hand de hamer en in de andere hand de spijkers en brieste…. dicht timmeren heb ik je gezegd…. Nu !! begrepen??  Hij sleurde me opnieuw hardhandig de kamer in en ging weer in de kist liggen. Hij keek me onheilspellend aan en snauwde, opschieten!. Hij trok de deksel dicht en……….weg was ik weer door de keuken en ja hoor, weer botste ik tegen hem op. Ik keek weer verbijsterd omhoog, dit kan niet dit is toverij.
De man keek me woest aan en schreeuwde: “wanneer jij die kist dicht timmert kan ik jou niet meer tegen houden en kan je rustig vertrekken”  Wéér trok hij mij mee en ging in de kist liggen. Daar stond ik dan met mijn zurenballetjes gezicht. Nu durfde ik ècht niet meer weg te lopen, maar zo'n doodskist dicht timmeren dat is toch ook wat. Goeie raad is duur, ik pakte de hamer en de spijkers en sloeg ze deskundig in de deksel. Toen ik er na een paar minuten mee klaar was riep ik, alles goed maar er kwam geen antwoord uit de kist. Wel waren er een paar luchtgaatjes in de deksel geboord, wat mij enigszins  gerust stelde. Hij zal in ieder geval niet door mijn schuld stikken dacht ik toen ik naar de auto rende, mijn kannetje water wild zwaaiend mee torsend...Toen ik even later op de treeplank van mijn Scania zat na te hijgen kwam mijn gezonde verstand met stukjes en beetjes weer terug. Ik goot het water in de radiateur, startte de motor en liet hem een tijdje stationair lopen om de temperatuur te controleren en om te kijken of er ergens nog iets lekte. Ik zat koud achter het stuur toen er op mijn deur werd gebonsd. Ik schrok me natuurlijk kapot en keek ontzet naar buiten, recht in het vriendelijke gezicht van een politie agent. Alles in orde vroeg hij vriendelijk? Ik stapte opgelucht uit en antwoordde zo stom als het maar kan… Ja nu wel, maar ik heb zo-even water gehaald in dat huis daar verderop en een kerel in zijn doodskist getimmerd! De agent keek me lachend aan en zei vervolgens…. Dat meent u toch niet hè?..... Ja dat meen ik wel, die man wilde dat graag en toen heb ik dat voor hem gedaan en ik zal u nog wat vertellen, volgens mij was het geen echt mens maar een  geest of zoiets want ik wilde wegrennen maar hij stond tot twee keer toe ineens weer voor me met zijn hamer en spijkers te zwaaien. Ha ha ha wat een grapjas ben jij lachte de agent en stootte zijn collega naast hem aan. Okè lachen jullie maar, maar ik maak dat ik weg kom, ik wil hier niets meer mee te maken hebben. ik ga rijden en kom hier nooit meer terug, ik heb mijn zakken vol van dit spookachtige gedoe, bekijk het maar.
Ik stapte uit, klapte de motor kap naar beneden en sloot deze af met de daarvoor bestemde knevels. De agenten keken mij ondertussen  argwanend aan en één stapte resoluut op mij af, legde zijn hand op mijn schouder en zei… stop jij je motor maar weer en kom met ons mee, we gaan eerst samen eens naar dat huis om uit te vinden wat er werkelijk gebeurd is, daarna mag je wat mij betreft weer gaan rijden En zo liepen we even later de zelfde weg weer terug waar ik zo-even overheen gerend was. Mijn hart klopte in mijn keel, maar ik hield me gedeisd. Even later waren we bij het huis aangekomen. De agenten trokken hun neus op toen ze te troep zagen die overal verspreid lag. Volgens mij woont hier geen mens mompelde de agent tegen zijn maat. Terwijl zij naar binnen liepen dacht ik buiten te kunnen blijven, maar ik werd gemaand achter hun aan te lopen. We liepen door de rommelige keuken naar de kamer. Daar bleven ze als aan de grond genageld staan, de kist stond nog pontificaal midden in de kamer. Zie je nou wel fluisterde ik daar staat hij nog, alsjeblieft geloof je me nu?
De agenten antwoordden mij niet, liepen naar de kist en probeerden de deksel te openen. Maar omdat deze dichtgespijkerd zat, was dat dus een probleem. Plotseling klonk er vanuit de kist een gesmoorde kreet…….afblijven, blijf met je poten van mijn kist en maak dat je mijn  huis uit komt.
De politie stond stijf van schrik en weer klonk er vanuit de kist…wanneer iemand de moed heeft om deze kist te openen, kost hem dat zijn leven, jullie zijn gewaarschuwd! De agenten keken elkaar verward aan en één nam toen het kloeke besluit, kom we nemen de kist mee naar het bureau dan kunnen we daar beslissen wat we er mee gaan doen. Wij rijden de landrover hier naartoe, dan kunnen we hem zo inladen. En zo liepen we even later weer zwijgend achter elkaar, terug naar de landrover die achter mijn trailer stond geparkeerd. Ze stapten in en bevolen mij met ze mee te komen. Even later draaiden ze de landrover zó, dat de kist er makkelijk kon worden ingeschoven. De achter deuren werden geopend en we togen achter elkaar weer naar binnen ( ik natuurlijk als laatste ). We liepen de kamer in en keken tegen een geopende kist aan, er lag niemand in. We keken verschrikt om ons heen maar zagen niemand. Ik sloop geruisloos de kamer uit naar de tuin en daar aangekomen zette ik het op een lopen in één ruk naar mijn truck. Ik sprong achter het stuur startte de motor, zette hem krakend in zijn versnelling en reed slippend op de grove sintelgrond weg zonder ergens op te letten. In mijn buiten spiegel zag ik het huis kleiner en kleiner worden en eindelijk was het helemaal uit het zicht verdwenen. Ik haalde opgelucht adem en reed in één ruk door naar mijn laadadres.
De volgende morgen heb ik mijn jacht geladen en ben terug naar de ferry in Dover gereden. Onderweg begon mijn temperatuur weer op te lopen wat na controle weer de zelfde slang bleek te zijn. Met een extra slangen klem heb ik hem weer vastgezet. Water had ik nog, ik goot het in mijn radiator en reed opgelucht verder en vanaf die tijd zorg ik altijd dat ik een voorraadje water bij me heb, vooral in Engeland en waarom hoef ik u denk ik niet uit te leggen hè…………….. dat voel ik tenminste aan mijn water.



Dit verhaal heb ik zo'n 20 jaar geleden geschreven, in een tijd dat je nog aan elke grens moest stoppen om je papieren in orde te maken.
Ik heb het verhaal zojuist weer opnieuw gelezen en ontdekte dat er op het open stellen van de grenzen na nog maar weinig veranderd is. Maar ik zou zeggen, oordeel zelf (en nu heb ik het tegen mijn collega's). En tegen alle andere lezers en aspirant chauffeurs zou ik willen zeggen lees het a.u.b. ook, want het geeft u een indringend beeld van de werkelijkheid over het werk wat deze mannen doen en wat ze zelf als vanzelfsprekend ervaren.

De keerzijde van de medaille.                                     26  Februari  1988
Ja daar liep ik nou net aan te denken, als men mij zou vragen waar ik de afgelopen week geweest was zou ik simpel antwoorden……. ik ben even naar Italië geweest, daar gelost en ook weer teruggeladen, toen in Zwitserland bijgeladen en Zaterdagmiddag was ik weer thuis. Nou leuk toch……..we gaan nu het echte plaatje bekijken.
Dinsdagmorgen een trailer gelost in Utrecht bij een bedrijf, daarna in Hoorn gelost. Op de Hoogovens mijn trailer geladen voor Italië,  inmiddels was het 's middags 17.00 uur en toén begon de reis pas echt!
Probeer morgenmiddag aan de Italiaanse grens te staan word je te verstaan gegeven, anders kom ik met mijn planning niet uit laat de planner je met een stalen gezicht weten. Lekker gevoel is het dat, voordat je gaat rijden weet je al dat je daar morgen te laat aan komt, want je moet ook je negen rust uren maken en daar ben ik volgens de wegen en verkeerswet nu aan toe. Vanmorgen om 06.00 uur was ik begonnen dus reken maar uit, mijn negen werkuren zaten er al ruim op maar ja, wat is in dit geval wijsheid. Je bent een jonge kerel en nog lang niet toe aan je nachtrust dus niet zeuren, nieuwe kaart in je tacho en gaan.. Twee uurtjes later, ja ja toen hadden we ook al files, sta je voor een loketje in de rij aan de Hollands-Duitse grens (Berg autobaan) papieren maken en weer gaan. Wanneer je net weer twee uurtjes aan het rijden bent begint het op een stuk waar je aan het afdalen bent (de 61 richting Koblenz) hevig te sneeuwen. Je moet snelheid terug nemen om niet het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen en na nog een uur begin je zo langzamerhand gallies te worden van de sneeuwvlokken die onophoudelijk op je afkomen. Ondertussen ben je al diverse keren opnieuw gaan rekenen wanneer en waar je je verplichtte rust moet gaat nemen waarvan je dan ook weer weet dat, wanneer je de volgende morgen wakker wordt het sowieso te laat is om nog op tijd aan de Italiaanse grens te komen. Toen ik de volgende ochtend Woensdag 27 Februari wakker werd zag ik dat het flink had doorgesneeuwd, maar inmiddels waren de strooiwagens en sneeuwschuivers al druk aan het werk geweest en kon je op de twee rechter banen goed doorrijden ( petje af voor deze sneeuw ruimers). Ik besloot meteen maar vierenhalf uur door te rijden dan kon ik wanneer ik stopte meteen even tanken.  Zo gezegd zo gedaan. Op het tankstation kocht ik een fles drinken en een paar broodjes en trakteerde mezelf bovendien op een bak koffie. Daarvandaan reed ik in één keer door naar Bazel. Opnieuw mijn klok op rusten gezet, maar in werkelijkheid ga je je papieren in orde maken voor je transit door Zwitserland. Toen ik na een half uurtje klaar was met mijn papieren wat snel is voor Zwitserland, kreeg ik nog even een extra stempel op mijn loopbriefje, dat betekende dat ik mijn lading aan de Zwitserse kant moest laten controleren. Direct over de grens is de parkeerplaats, dus daar moest je met je trailer achteruit tegen de 'ramp' (laad en los dok)  gaan staan, zodat de ambtenaar er gemakkelijk in kon stappen. Ik reed met een open trailer, geladen met 4 hydraulische kranen.. Eerst dus de trailer tegen de ramp zetten en daarna weer naar binnen om de ambtenaar te gaan zoeken die de controle moet uitvoeren. Dat betekent weer wachten voor een loket tot de ambtenaar zin heeft om mee naar buiten te gaan om de lading te controleren. Het blijkt een jong broekie te zijn met een Hitler brilletje, zo'n type waar je zeker van weet dat hij vroeger op school gepest is omdat hij een pleister op zijn bril had. Na me minachtend te hebben aan gekeken, ging hij met zichtbare tegenzin mee naar buiten want het was koud en het sneeuwde. Mijn achterklep was dicht en ongeveer 40 cm hoog, daar kon je zo overheen stappen dacht ik, nou deze jongen dus niet. Aufmachen beval hij autoritair. Ik stapte over de klep van de laadbak en vroeg hem, waarom. Anders moet ik er overheen stappen antwoordde hij! Nou dan stap je er toch overheen zei ik, dat doe ik toch ook en ik ben een keer zo oud als jij. Ik maak uit wat hier gebeurd en ik zeg je dat je die klep moet openmaken, ander wordt er niet geteld. Nu werd ik echt pissig en vroeg hem, wat moet jij dan tellen?  Die vier kranen antwoordde de gek ijzerenheinig, Dat heb je bij deze dan toch gedaan, je ziet dat die vier kranen het enige is wat ik heb geladen! Ja maar ik moet ook nog de nummers van die kranen controleren! Ik had geen zin in een verdere discussie en nadat ik de trailer eerst een stukje naar voren had gereden maakte ik de achterklep open en reed deze daarna  weer tegen de ramp. Is het zo goed voor meneer vroeg ik sarcastisch toen hij weer uit de luwte van de loods tevoorschijn was gekomen.  Toen hij in de besneeuwde trailer stapte, dacht ik bij mijzelf, ik hoop dat je op je platte bek valt klootzak, maar ik hield me in omdat alles wat ik verkeerd zou zeggen alleen maar meer tijd zou gaan kosten ( een chauffeur moet over een ijzeren zelfbeheersing beschikken geloof mij maar). Hij stapte in de trailer en keek wat oppervlakkig naar de kranen die flink ondergesneeuwd waren. Hij waagde zich er niet aan de sneeuw weg te vegen zodat hij de nummers kon controleren, want dan moest hij zich tussen de besneeuwde kranen door worstelen (stel je voor zeg, dan werd zijn uniform misschien smerig!) Hij keurde me verder geen blik waardig, draaide zich om en liep haastig terug naar zijn bureau, nam daar plaats en ging nadat hij de documenten nauwkeurig had gerangschikt deze weer opnieuw uitgebreid bestuderen. Ik bleef rustig wachten en zag vervolgens dat hij weer van zijn bureau weg liep en geanimeerd met een collega ging praten. Er werd wat gelachen en naar mij gekeken. Ik zette mijn verstand op nul en wachtte  rustig  af. Ondertussen dacht ik bij mijzelf… oké jongen, je hebt het hier dan misschien voor het zeggen en je schept er zelf behagen in de mensen te treiteren, maar ik ben een vrije jongen zonder complexen en lekker onderweg in Europa en dit akkefietje ben ik morgen weer vergeten. Maar als jij 's morgens wakker wordt en in de spiegel kijkt, zie je nog steeds dat misbakseltje wat je gister was en morgen ook weer zal zijn en de rest van je stomme ambtenaren leven zal blijven. ( en geloof me dat soort gedachtes houden je op dat soort momenten op de been).
De minkukel kwam terug lopen, keek mij niet aan en gooide de documenten onbeschoft op de balie  Hem keek ik ook niet aan, greep mijn papieren en maakte me uit de voeten, weg uit dat mierenneukers bolwerk, lekker terug de blije wijde wereld in. Tegen de middag ging het aan de andere kant van de Gorthard écht sneeuwen en moesten er kettingen worden omgelegd. Daarna vorderde ik nog maar langzaam, (de bijdehante planner zat nu lekker thuis aan de koffie!).  De dag begon al op te schieten en bij Belizona Sud werden de wagens die naar de Italiaanse grens onderweg waren tegen gehouden, omdat de parkeerplaats in Chiasso vol stond, dus opnieuw in de wachtkamer.  Twee uur later, het was inmiddels half acht en stikdonker, mochten we weer rijden. Na drie kwartier stond  ik in Chiasso, daar stond de parkeer plaats weer vol. Morgen mocht ik pas de grens over, dus slapen dan maar. Het was nu net negen uur en geen restaurant in de buurt wat te belopen was, dus dan maar met honger naar bed, geeft niet ik moet toch een beetje  afvallen De volgende morgen Donderdag 28 Februari weer vroeg uit de veren (wel lekker geslapen!) Aansluiten in de rij, wel ondertussen van hut naar her vliegen om je papieren in orde te maken. Tegen negen uur sta ik in de buurt van een klein eettentje waar ik een paar broodjes en een hete cappuccino kan bemachtigen. Eindelijk om tien uur rijd ik het douane terrein af, de berg op richting Como. Alles loopt lekker tot Milaan, daar strookt alles bij de betaal hokjes op  maar dat is niets nieuws, bovendien begin ik er al aan te wennen dat ik overal moet wachten.Net voor de middag kom ik aan op het douane terrein in Bergamo. Ik lever daar mijn papieren in en de declarant belooft mij dat ik met een uurtje weer kan rijden. Er bevindt zich een restaurant op het douane terrein, ik dus blij. Ik schuif  aan tafel bij een aantal andere chauffeurs geen Hollanders,  alleen Italianen en wat andere buitenlanders. Het dienstertje duikt naast me op en raffelt in een razend tempo af wat er vandaag te krijgen is. Ik begrijp er écht helemaal niets van. Ze kijkt me geïrriteerd aan of ze zeggen wil, waarom spreek je geen Italiaans. Ik wijs naar het bord van mijn buurman en ze snapt het zowaar. Niet veel later krijg ik mijn spaghetti, maar de bolognaise is even anders als wat ik me er van had voorgesteld. Het smaakte alsof het was gemaakt van de inhoud van een kwispedoor. Ik zelf pruim en rook niet dus die smaak vind ik  smerig. Maar niet zeuren en door eten, tenslotte is de spaghetti in Italië een voorgerecht dus het lekkerste moest nog komen. Wanneer ik de spaghetti op heb komt ze weer langs en raffelt nu alle hoofdgerechten af. In de gauwigheid meen ik het woord schnitzel te herkennen en bestel dat in de  hoop dat het dat ook is. Niet veel later komt ze terug met twee in de lengte doorgesneden worstjes welke zo te zien stevig zijn doorgebakken. Ze blijken brem zout te zijn en onverteerbaar. Ik drink dientengevolge bijna de hele karaf water leeg die op tafel staat en bestel daarna een kop cappuccino waar ik zeker van weet dat het goed is. Intussen zit ik tussen twee straffe rokers ingeklemd en mag gratis mee roken, een rookvrije zone is een Fictie in deze truckers wereld, maar laat ik daar maar over zwijgen, want ik heb zelf twintig jaar iedereen laten meeroken!! Toch word ik het gauw zat en stap op naar de bar waar ik nog een koffie bestel en gelijk alles afreken. Ik ga terug naar mijn truck, want daar zou de declarant om één uur zijn met mijn papieren. Hij verschijnt om twee uur wat mij nog mee valt. Ik rijd snel naar mijn los adres wat slechts 15 min verderop in Albino ligt. Daar word ik redelijk snel gelost en krijg ik er gelijk weer een kraan op voor  IJmuiden waar de importeur zit van deze kranen (Pfalfinger). Na veel heen en weer gepraat (in het Engels) krijg ik het voor elkaar dat mijn T-document in Bergamo gemaakt wordt en kan ik vanavond misschien nog over de grens komen in Chiasso, maar het hek van de parkeerplaats gaat daar om negen uur definitief dicht en ik ben voor die dag uitgereden.  Gelukkig bevindt zich halverwege de afdaling een restaurant. Deze draait volledig en uitsluitend op de daar wachtende chauffeurs en om kwart over negen zit het daar stamp vol. Ik zit daar aan tafel met nog twee Hollanders en een Belg. Die Belg sprak zo onduidelijk Hollands, dat ik moeite had hem te verstaan en niet precies wist wanneer ik ja of nee moest zeggen of knikken. De beide Hollanders waren iets ouder dan ik en reden al een eeuwigheid op Italië, dus die spraken nergens anders over, een goed gesprek was dus uitgesloten.
Ik maakte wel gebruik van hun kennis van de Italiaanse keuken om wat lekkers te bestellen en at die avond dus lekkere dingen wat een hoop goed maakte. Na het eten en de koffie ging het restaurant meteen dicht.  We liepen terug naar de wagens en wensten elkaar een goede nacht.   De volgende morgen Vrijdag 1 Maart, 's morgens om 05,30 uur kwam het hele circus weer in beweging en moest je paraat staan om aan te sluiten in de rij net als gister maar dan anders. Om acht uur reed ik Zwitserland binnen, mooi op tijd dus. Ik moest in Lugano bijladen voor Nieuwekerk aan de IJssel, enkele Winsen en nog wat losse onderdelen was me verteld. De Winsen zaten toen ik op het laadadres aan kwam nog met  bouten vast op een ponton waarmee een pijpleiding was gelegd met een lengte van 18 kilometer dwars over, of eigenlijk onder het meer van Lugano. Die namiddag om 17.00 uur heb ik de Winsen er op staan. Ik ben nu veel te zwaar geladen om verder door Zwitserland te gaan, dus moet ik verder met de trein waar ik mee naar Freiburg ga in Duitsland, Daar mag je wel rijden met zware voertuigen.
Ik sta inmiddels op de platte wagon met achter me ook alweer een aantal vrachtwagens. Er liep een kerel rond in zo'n spoorweg pakkie  en aan zijn tronie te zien had hij net een fles azijn leeg gezopen. Hij kwam aanlopen en beval me in het Duits dat ik de spoorweg keggen voor mijn wielen moest leggen. Ik vroeg hem, kan jij dat niet voor me doen voor die 750 Franken (geintje weet je wel!) maar nee hoor niet bij hem…
Als het je niet aanstaat moet je er ook niet op gaan staan zegt de gek bloedserieus. Zaterdag morgen 2 Maart staat de trein in Freiburg stil en mag ik er afrijden, achteruit over een aantal hobbelige verbindingen van de wagons.
Maar hoe ging het gisteravond eigenlijk verder. Wel, ik had gehoord dat je om negen uur in de slaapwagon moest zijn, die wagon zat ergens tussen de trein en je moest je eigen slaapzak meenemen. Ik bleef dus lekker in mijn warme cabine zitten tot het kwart voor acht was en wat denk je, ik wilde net van de wagon afspringen met mijn slaapzak in mijn armen, begint de trein ineens te rijden, eerst een harde schok en ja hoor toen begon hij echt te rijden. Ik als een haas terug mijn cabine in geklauwd  in afwachting wat er verder ging gebeuren. De trein reed een paar kilometer en stopte toen op een groot rangeer terrein met naar mijn gevoel wel honderden wissels en rails. Ik durfde  niet meer uit te stappen om naar de slaap wagon te lopen, stel je voor dat die idioot weer zou gaan rijden en ik er zeker achteraan rennen met mijn slaapzak onder mijn arm!. Nee ik besluit lekker in mijn cabine te blijven en als ze willen dat ik naar de slaapwagon ga dan komen ze mij maar halen, ik verzet geen poot meer. Ik kleedde  me uit, kroop lekker in mijn mandje en de stand kachel op 10, bekijk het maar. Midden in de nacht werd ik wakker, we reden door een tunnel en het geluid van de trein werd daarin vertienvoudigd. Toen we de tunnel uitkwamen keek ik naar buiten en ontdekte dat we hoog in de bergen traag een helling op reden.  Beneden zag ik in de heldere nacht prachtig verlichtte dorpjes liggen. Zeker een half uur heb ik zitten kijken naar het prachtige nacht landschap, maar toen ik merkte dat ik steen koud werd, ben ik weer lekker onder de wol gekropen. In Basel werd ik opnieuw wakker van het rangeren, er kwam een andere locomotief voor met het gevolg dat de trein voor mij toen achteruit reed.  Het vervelende was dat mijn stand kachel niet meer wilde starten omdat er te veel luchtdruk op de achterkant van mijn cabine stond waar de uitlaat van de stand kachel zat. Van armoede heb ik er een deken bij genomen, mijn motor gestart waarvan ik denk dat het tegen alle regels was maar vooruit,  even later was het weer warm in de cabine. De volgende morgen dus in Freiburg, er daar  achteruit afgereden, papieren opgehaald en rijden van het station Freiburg naar de autobaan Basel/ Karlsruhe. De binnenwegen waren besneeuwd, maar de autobaan was mooi schoon, twee uur doorgereden tot Karlsruhe, daar wat gegeten en daarna weer doorgereden en inmiddels sta ik tussen Keulen en Dusseldorf op een parkeer plaats dit laatste stukje te schijven in mijn pauze, nog maar drie en een half uur en ik ben weer terug op de werf in IJmuiden. Dan nog even afkoppelen afrekenen en dan mag ik naar huis om nog een klein stukje van de vrije zaterdag te genieten. Hoe ging het….. zal de planner dan vragen en ik zal antwoorden….. lekker hoor. Nu alleen nog even deze serieuze vraag aan jou jongeman! Wilde je nog chauffeur worden, stop dit verhaaltje dan even in je rugzak en neem het mee wanneer je definitief gaat beslissen om het mooie beroep van chauffeur te gaan uitoefenen.                                                                               Goede reis mannen.



.
Een merkwaardige ervaring
Terug naar verhalen index 3
terug naar verhalen index 3