Truckerslatijn voor December
2007
Achter Izmir richting Bodrum
Bodrum anno 1982
Ome Nico
deel 3

veerpontje Canakkale
                                     Ome Nico                            Deel 3


Bulgarije is een wat minder arm land dan Roemenië.
Het probleem in dat land is wel, dat ze daar andere letters en tekens gebruiken dan bij ons. Ik kon er geen chocola van maken en zo kon het dan ook makkelijk gebeuren dat je zo nu en dan een verkeerd paadje in reed.
Dat gebeurde mij als kopman dus ook, in plaats van om de stad heen te rijden zoals verplicht was ( via de TIR route)  ging ik er met mijn zure balletjes gezicht dus dwars doorheen
En dat foutje kostte mij in ieder geval mijn mooie gouden aansteker, dat ging  zo… We reden dus per vergissing het centrum binnen van de stad 'Tarnovo'.
Natuurlijk hadden we veel bekijks met die boten dat kun je je voorstellen, maar daar koop je natuurlijk niets voor.  Toen we even later midden in het stad stopten om de weg te vragen, kwamen er natuurlijk meteen een aantal mensen naar ons toe.
Ze liepen nieuwsgierig om de combinaties heen en een paar kwamen naar de cabine waarvan er één in smetteloos Engels vroeg of we de weg kwijt waren.  Ik knikte en vroeg of hij ons kon vertellen hoe we weer terug op de “TIR”route konden komen.
Dat is nogal ingewikkeld om uit te leggen antwoordde hij, maar ik rijd wel even met jullie mee . Hij wachtte mijn antwoord niet af en stapte aan de bijrijders kant gelijk de cabine in.

Zonder te vragen pakte hij mijn pakje sigaretten van het dasboard, bood mij er één aan, trakteerde zichzelf ook op een sigaret en stopte daarna het pakje gewoontegetrouw in het borstzakje van zijn overhemd.
Ik zag het gebeuren maar dacht, ach laat maar hij helpt ons tenslotte terug naar de goede weg.
Vervolgens kreeg ik een vuurtje van hem, waarschijnlijk met mijn eigen aansteker want na die tijd heb ik deze nooit meer terug gevonden.
Ik had die aansteker een keer op de ferry van Denemarken naar Noorwegen (Fred Olsen) gevonden en hem toen zoals het hoort netjes bij de informatie balie afgegeven.
Een paar reizen later kreeg ik hem weer terug omdat niemand hem was komen ophalen. Het was een mooie gouden aansteker waar ik eigenlijk best aan gehecht was geraakt. Ik had hem wel gevonden, maar toch vond ik het erg jammer dat ik hem na het bezoek van de Bulgaarse gids nooit meer heb teruggezien.
Maar ja… zo gewonnen zo geronnen ….(schrale troost).
We sukkelden op ons gemak Bulgarije door. Hier kon je gelukkig weer normaal eten en tanken en zo kwamen we in de loop van de volgende dag aan bij de Bulgaars Turkse grens.  Het was opnieuw  aansluiten in de rij, want ook hier stond een enorme rij vrachtwagens ver vóór de werkelijke grensovergang .

We waren blij met ons voorraadje boodschappen van de vorige dag, zo konden we die avond toch lekker eten. Ik bakte weer wat plakken rollade onder  
het toeziend oog van Ome Nico. We vonden ook nog wat zoetigheid voor op brood en dat samen met een verse pot thee was helemaal uit de kunst.
Met af en toe een stukje opschuiven in de wachtende rij zouden we tegen de tijd dat het helemaal donker was al zo ver opgeschoten zijn, dat we de volgende morgen de Bulgaarse grens over konden rijden. Dan zouden we alleen nog door een stukje 'Niemandsland' moeten rijden om zo bij de parkeerplaats aan de Turkse grens te komen genaamd  “Kapikule”.

Ze waren toen In 1982 nog druk bezig met het uitbreiden en vernieuwen van die grens overgang waardoor je al gauw de indruk kreeg dat je je op de grootste vuilnis belt van Europa bevond.
Overal werden kuilen gegraven en staken er kabels uit de grond. De stroom viel  regelmatig uit , dus om de telefoon of de telex te kunnen gebruiken moest je gewoon geluk hebben.
Maar de Turken zelf bleven daar Siberisch onder en namen af en toe nog een extra glaasje thee. Ze schijnen aan die situaties gewend te zijn. Wij zouden in ieder geval proberen om er de volgende dag zo snel mogelijk vandaan te komen.

Maar dat bleek niet zo makkelijk, dat ontdekten we de volgende morgen al toen we onze papieren hadden afgegeven.
Je papieren moest je lopend naar de declarant brengen. Deze bevond zich tussen allerlei restaurantjes en winkeltjes net even over de grens. Deze grens werd afgesloten met een slagboom en een wachtpost en het feit dat onze declarant zich daar midden tussen de winkeltjes en restaurantjes bevond was dus eigenlijk best gezellig.
De declarant zou ook onze breedte vergunningen verzorgen plus een speciale 'permit' om de kustweg naar Izmir te mogen gebruiken. En natuurlijk werden de “Tir carnetten” door de douane gecontroleerd, want die moesten kloppen met wat je geladen had.

En daar begon voor ons pas goed de ellende. Omdat de boten die we naar Bodrum brachten een onderdeel vormden van een grotere partij (zeg maar 15 boten). gebeurde het wel dat er bij vorige zendingen wat  onderdelen of delen van de inrichting ontbraken, waar men van veronderstelde dat deze later zonder problemen zouden worden aangezuiverd. Maar elke zending had bij het 'carnet' ook een laadlijst waar alle onderdelen die bij het schip hoorden op stonden. We hebben het dan hoofd zakelijk over bijvoorbeeld radio of tv toestellen. Maar ook kleinere zaken zoals kop en schotels, potten en pannen daar werd bij de boten fabriek niet zo op gelet. Men zou er voor zorgen dat wanneer de laatste boten werden afgeleverd de ontbrekende delen daarbij ook gelijk geleverd zouden worden. Ze werkten dus met standaard laadlijsten waar alle extra onderdelen op stonden vermeld (ook al zaten die er soms niet bij)
Zie hier ons probleem.
Wij hadden dus veel meer spullen aan boord dan dat er op de laadlijst stond, dus…. zeiden de heren “douane beambten” dat we smokkelden!!  Ome Nico ging deze reis voor de eerste keer helemaal over de 'rooie' nadat we voor de zoveelste keer hadden uitgelegd hoe de vork in de steel zat, maar de heren Douane lachten ons midden in onze gezichten uit  en ik trok de schuimbekkende Ome Nico weg voor hij ze aan zou vliegen.

We besloten eerst wat te gaan drinken op een terras om wat af te koelen en te overleggen wat ons nu te doen stond.
Ik ga daar niet meer heen mopperde Ome Nico, ik ben bang dat ik één van die gasten vermoord. Ik zag hem in gedachte  al vechten met zo'n grote Turk. Hij was van zichzelf niet al te groot maar voor de duivel nog niet bang, dus het leek me inderdaad maar beter om hem uit de buurt van die ambtenaren te houden, want dat zou de boel alleen nog maar ingewikkelder maken.
We besloten naar huis te telexen of te bellen om te kijken of ze daarvandaan iets konden regelen of misschien wat druk uit konden uitoefenen . We liepen opnieuw naar “Fantuur” (onze Declarant ) en schreven een telex. We lieten ons door 'Fantuur' beloven dat ze elk uur zouden proberen die telex te verzenden totdat het gelukt was.

Ome Nico die gelukkig weer wat gekalmeerd was, stelde voor om wat te gaan eten en een glaasje te gaan drinken omdat het waarschijnlijk wel een tijd zou gaan duren.

Eerlijk is eerlijk, in Turkije kan men heerlijk eten en dus ook, of misschien wel juist in Kapikule.
Meteen wanneer je vanaf Bulgarije de Turkse grens over komt lopen, begint er een kompleet andere wereld. Er bevinden zich overal gezellige winkeltjes en restaurantjes met terrassen. Overal hoor je die oriëntale muziek en dat in combinatie met de heerlijke geur van geroosterd vlees maakt, dat je je daar helemaal thuis voelt.
Het is een lust voor al je zintuigen en doet je het water in de mond lopen, vooral na die Spartaanse maaltijden van de afgelopen dagen door Oost Europa. En geloof mij maar…. lekker eten en daarna een uitgebreid bad, dan voel je je gelijk een heel ander mens.

Dat kon je ook meteen aan ome Nico merken. Hij kwam met keurig gekamde haartjes en gladgeschoren uit het bad tevoorschijn.
Laten we ons maar niet meer druk maken zei hij als herboren, maar gewoon afwachten wat ze vanuit Holland voor ons kunnen regelen.
Dat duurde al met al nog negen dagen en toen moesten we evengoed nog 4000 DM (Duitse Mark) betalen voordat we verder mochten rijden naar Bodrum.
Maar goed, negen dagen, achttien schaapskoteletjes en een stuk of vijftig Raki's later mochten we dus weer gaan rijden.
Intussen waren mijn klapstoeltjes gestolen en kon ik nog net op tijd mijn theepot terug pakken die ze met thee en al probeerden te jatten. Maar goed we reden weer en dat was voor ons een hele verlossing.

Die dag kwamen we niet verder dan het plaatsje 'Kilitbahir' waar de veerpont naar Canakkale de zee van Marmara Denizi over vaart.
Stel je daar niet zo veel van voor, de pont is net zo groot als die van de veerpont over het 'IJ' in Amsterdam, alleen vaart deze er wat langer over.
Ondanks dat het pontje niet groot was, was er wel een kleine kantine boven op de midden overspanning, waar je de onvermijdelijke glaasjes thee kon drinken met al dan niet die mierzoete cakejes die eigenlijk best lekker zijn. Het was er allemaal heel goedkoop en de sfeer gedurende de overvaart was als die van 50 jaar terug. Geen gestress, alles gaat daar nog op zijn elfendertigst.

Op de zijdekken die links en rechts naast het midden dek waren gesitueerd bevonden zich schilderachtige kooplui met driewielige karretjes met daarop of in allerlei koopwaar, die weer terug keerden naar huis. Daar tussen stonden de wat rijkere handelaren met paard en wagen. De paarden droegen jute sloffen om hun voeten om niet uit te glijden op het gladde ijzeren dek.
Wanneer je er oog voor had was het een lust voor het oog .En als er iemand oog voor had dan was dat Ome Nico wel. Hij leunde voorover over de reling van het restaurantje en zei filosofisch: “Kijk Ad deze mensen weten nog wat leven is, deze kooplui kunnen zich vanavond nog verheugen wanneer ze een goede dag hebben gehad. Wij in het westen daarentegen moeten 's avonds zo nodig naar die stomme televisie koekeloeren naar wat andere schijnbaar belangrijk voor ons vinden.  Knoop één ding goed in je oren jongen, je leeft maar één keer en dat moet je zo intens mogelijk doen.
Kijk maar naar mij, nu sta ik hier midden in Turkije op een pittoresk veerpontje van het leven te genieten, terwijl mijn kaart vrienden zich nu in een duf cafeetje zitten te vervelen”
Ja af en toe kon Ome Nico best filosofisch uit de hoek komen om je zodoende weer met beide benen op de grond terug te plaatsen en je op die manier de werkelijke waarde van het leven te laten inzien.
Maar hoe dan ook, zo geraakten we aan de andere kant van de zee van Marmara en reden we rustig verder richting 'Edernit'. Goed opschieten konden we niet vanwege de slechte staat waarin de wegen verkeerden. Sommige delen waren nog niet helemaal af en dan reed je over een hobbelige steenslag weg in een enorme stofwolk. Vooral wanneer je werd ingehaald door één van die wegenbouw kiepers dan moest je zelfs afremmen omdat je dan even helemaal niets meer zag.
Het stof lag duimendik in de cabine.  Met je ramen dicht rijden kon ook niet vanwege de smoorhitte. Ik troostte me met de gedachten dat we ons in Bodrum konden douchen en onze kleren konden wassen. We waren inmiddels al weer drie weken onderweg en ik begon al aardig door mijn verschoninkjes heen te raken.

Maar onderkleren kon je overal kopen dus dat was geen ècht probleem.
Wat ons wel regelmatig stoorde en ergerde dat waren de heren van de Treffic Police Elke keer wanneer we die tegen kwamen waren we de pineut of ze ons nou tegemoet reden of achterop reden we moesten altijd stoppen, al onze papieren afgeven zelfs ons paspoort en bleek dan alles goed te zijn (dat was inderdaad zo) dan waren ze nog niet tevreden (eerder teleurgesteld) en moest je ze eerst allebei een pakje Marlboro geven, dan pas kreeg je je papieren terug en mocht  je weer verder. En zo raakten we nog al snel door onze voorraad heen.
Maar op een gegeven moment kwam het toeval ons te hulp, dat ging zo…
We zaten een keer buiten op het terras van een restaurantje in een klein gehucht wat te eten, toen er ineens een man achter onze stoelen opdook en ons in zuiver Duits vroeg of wij bij die twee vrachtwagens hoorden.
Aangenaam verrast  keken we in een paar vriendelijk ogen van een Turkse man die achter ons stond.
Jawel antwoordde ik in het Duits, die zijn inderdaad van ons maar mijn complimenten voor uw Duits.
De man lachte verlegen en zei, ja dat heb ik in Duitsland geleerd. Ik heb daar zo'n twaalf jaar gewerkt en aardig wat centjes verdiend. Daar ben ik nu mijn eigen bedrijfje mee gestart hier in mijn geboorte dorp. Weliswaar niet zo'n grote zaak, maar groot genoeg om mijn familie te onderhouden. Dit laatste zei hij terecht met enige trots in zijn stem.
Aha zei Ome Nico uiteraard in het Hollands, dan wil ik graag het één en ander vragen over de politie in jullie land!.
Als ik u ergens mee van dienst kan zijn zeg het dan gerust, want ik wil jullie graag onze hulp en gastvrijheid tonen. Ik zou het plezierig vinden om ons gesprek voort te zetten bij mij thuis onder het genot van een glaasje thee.
Niet veel later zaten we dan ook in de achtertuin van zijn huisje, annex bedrijf. Hij had een bescheiden gas depot waar de mensen hun gasfles konden ruilen en nieuwe konden kopen. Verder verkocht hij allerlei zaken die daar mee te maken hadden. Het zag er goed verzorgd uit en we maakten hem daar een compliment over en ja……toen kon onze vriendschap helemaal niet meer stuk en vroeg hij ons onder het genot van het glaasje thee, wat onze vraag was.
We vertelden hem ons probleem met de Treffic Police en dat wanneer dat zo door bleef gaan, wij straks zonder sigaretten kwamen te zitten.
Hij luisterde aandachtig en zei…. ..dat probleem kan ik voor jullie oplossen dat is niet zo moeilijk, let op dat doe je zo!.... Volgende keer bij een controle geef je ze gewoon al je papieren, dat ben je volgens de wet verplicht !  Maar let op nu komt het .. Je pakt zelf een bloknootje, dat heb ik eventueel nog wel voor jullie liggen en dat bloknootje pak je nogal opzichtig uit je zak. Dan ga je voor hun politie auto staan en schrijft het kenteken en het nummer van de auto op.
Daarna  loop je naar hun toe en schrijf je het nummer op wat in het koper op hun schouder staat .
Wanneer je dat zo duidelijk doet zullen ze je vragen waarom je dat doet en dan antwoord je vriendelijk, dat je dat door moet geven aan het ministerie van transport in 'Ankarra' omdat een ambtenaar aan de grens jou dat heeft gevraagd. Dan zul je merken dat je al je papieren netjes terug krijgt en dat ze opvallend vriendelijk afscheid van jullie nemen.
We zijn na dat advies nog een tijdje gezellig blijven zitten en daar ook meteen blijven slapen.

De volgende dag hebben we het geleerde in de praktijk gebracht en verdomd het werkte uitstekend. Ik kreeg bijna medelijden met de agenten die angstig waren dat we iets verkeerds zouden melden in ons 'Turkse opschrijf boekje' ..(mooi hè)

Zo zie je maar weer, een mens is nooit te oud om te leren zei Ome Nico en daar had hij gelijk in.
De derde dag na ons vertrek uit Kapikule reden we het gebergte uit en zagen we Bodrum beneden aan zee liggen in de blakende zon.
Toen we het stadje binnen wilden rijden wachtte ons een nieuwe verrassing. De hele stad lag opengebroken. Ze waren bezig om in de stad de riolering te vernieuwen,  alles lag open en het was onmogelijk voor ons om ook maar in de buurt van de jachthaven te komen
Die dag hebben we de wagens buiten de stad laten staan en zijn we te voet naar de jachthaven gelopen waar we de beheerders van de verhuurmaatschappij, de ontvangers van de drie boten vonden.
Het hele gedoe daar was in Engelse handen en toevallig was er ook nog iemand  jarig en werden we uitgenodigd om dat 's avonds met hun te vieren.
Ome Nico en ik waren wel aan een feestje toe en na een uitgebreid bad en een frisse scheerbeurt waren we zover. Aan het eind van het feest zijn we zeker nog twee uur bezig geweest voor we onze wagens hadden gevonden, maar een kniesoor die daar op let …..die Raki, dat is écht koppig spul hoor !

                                                      Einde deel 3

Terug naar verhalen index 2
Door naar deel 4 het slot